MAG NIET

De Standaard - - Vooraan -

‘Als je iets ver­biedt, dan stopt elk ge­sprek.’ Dat was een goe­de zin van de voor­zit­ter van de Broe­ders. Al was het om­dat hij klop­te. Een ve­to is een be­sluit dat te vast­be­slo­ten is. Het is een op­ge­ge­ven ge­sprek, ve­to’s zijn te­leur­stel­lin­gen. Dat de Broe­ders in naam van hun Lief­de en in weer­wil van hun Ro­mein­se voor­man dat fi­na­le ge­sprek niet wil­len stop­pen, dat vind ik een hoop­vol ver­zet.

Met een ver­bod is het op­pas­sen, ze­ker als je het zelf uit­vaar­digt. Eer­der zel­den ont­ploft het je niet in het vast­be­slo­ten ge­zicht. Ik heb het wel eens ge­daan, ie­mand iets pro­be­ren te ver­bie­den – uit angst, pa­niek, om de lief­de te be­vei­li­gen, en­fin: uit on­macht. Het heeft na­tuur­lijk nooit ge­werkt. Als laat­ste red­mid­del redt het al­les­be­hal­ve de lief­de.

Het eer­ste ech­te ver­bod dat ik over­trad, was die keer na de re­gen. Níét in de plas­sen stam­pen, had de kleu­ter­juf ge­roe­pen. Waar­op de bo­ven­ste bes­te bra­ve leer­ling die ik was, voor haar ogen in de diep­ste plas sprong. De he­le speel­plaats, de juf, ik­zelf, we wa­ren ver­bijs­terd. Ze pak­te mijn hand, vroeg waar­om. Ik had geen idee. Ik voel­de me blij en trots, en kon al­leen maar zeg­gen ‘dat mijn voe­ten niet nat wa­ren’. De be­te­ke­nis van dat eer­ste hoop­vol­le ver­zet is me nooit dui­de­lijk ge­wor­den. Ik spring wel nog al­tijd graag in diep wa­ter.

Newspapers in Dutch

Newspapers from Belgium

© PressReader. All rights reserved.