U bent een aap

On­ze naas­te fa­mi­lie telt meer dan vijf­hon­derd le­den, en de mees­te daar­van ken­nen we nau­we­lijks. Jam­mer, want er zit­ten best wel kleur­rij­ke per­so­na­ges bij. Ont­moet ze op een prach­ti­ge ten­toon­stel­ling. (en daar mag u trots op zijn)

De Standaard - - Culture & Media - PIE­TER VAN DOOREN

In het Brus­sel­se Mu­se­um voor Na­tuur­we­ten­schap­pen kunt u uw fa­mi­lie van­af van­daag le­vens­echt aan de slag zien. En dan gaat een mens toch eens na­den­ken over zijn plaats in de we­reld.

Het Schot­se Na­ti­o­naal Mu­se­um in Edin­burgh, dat aan de ba­sis ligt van de ten­toon­stel­ling Apen

stre­ken, ver­za­mel­de vijf­en­twin­tig jaar aan – na­tuur­lijk ge­stor­ven – op­ge­zet­te die­ren die geen klas­sie­ke duf­fe po­se aan­na­men, maar in vol­le ac­tie be­vro­ren le­ken.

Het re­sul­taat mag er zijn. Ze doen hun ding in een ge­sti­leerd jun­g­le­de­cor, dat dank zij de uit­ge­kien­de be­lich­ting echt wel een jun­gle­ge­voel op­roept. En het voelt als ijs­blok­jes langs je rug­gen­graat

als je plots die groe­ne meer­kat be­dreigd ziet door een pofad­der en een dui­ken­de arend te­ge­lijk.

Het was een he­le kunst om al­le tek­sten – in vier ta­len! – in het de­cor ge­ïn­te­greerd te krij­gen, ze­ker om­dat En­gels­ta­li­ge ont­wer­pers daar ge­woon niet bij stil­staan. Maar hier spreekt de er­va­ring van de ploeg van het Brus­sel­se mu­se­um.

De die­ren wor­den niet en­kel ver­ge­zeld van tekst en uit­leg, maar ook van goed uit­ge­werk­te in­ter­ac­tie­ve vi­deo’s met ex­tra ach­ter­grond, en hier en daar een spel­le­tje. Pro­beer maar eens ter­mie­ten te van­gen met een stok­je, zo­als de chim­pan­see naast jou zo vlot­jes doet. Want wij men­sen zijn echt niet de eni­gen – en al he­le­maal niet de eer­sten – die werk­tui­gen ge­brui­ken.

Als on­ze ogen voor­in ons hoofd staan en we diep­te­zicht heb­ben, is dat om­dat we een aap zijn. Of bi­o­lo­gisch juis­ter: een pri­maat. Dat we vijf vin­gers en vijf te­nen heb­ben, idem. Flin­ke her­se­nen kre­gen we even­eens van die kant, al heb­ben wij er nog wel een portie bo­ven­op ge­daan.

Even groot als veld­muis

Ons al­ler ge­meen­schap­pe­lij­ke voor­ou­der, teil­har­di­na, leef­de 56 mil­joen jaar ge­le­den. En u zult het niet ge­lo­ven, maar dat was in Vlaams­Bra­bant, in Dor­maal. Het ty­pe­exem­plaar van de soort wordt be­waard in het Mu­se­um voor Na­tuur­we­ten­schap­pen. ‘Nee, het is niet te zien in de­ze ten­toon­stel­ling, om­dat we het so­wie­so al ex­po­se­ren.’

Al was teil­har­di­na niet gro­ter dan een veld­muis, ze had reeds al­les wat een pri­maat tot pri­maat maakt. Er zijn trou­wens nog steeds aap­jes van dat for­maat: als u voor de vi­tri­ne met de go­ril­la staat, zoek dan ook even naar de dwerg­muis­ma­ki van der­tig gram die daar on­op­val­lend staat te zijn.

Geur­ge­vecht

In een an­de­re vi­tri­ne zie je hoe han­dig een grijp­staart kan zijn. Zo­als die van de ring­staart­ma­ki, die hem ge­bruikt als waai­er om geur­scho­ten op zijn op­po­nent af te vu­ren. Wij en een he­le groep an­de­re apen ver­lo­ren on­ze staart 20 mil­joen jaar ge­le­den, in ruil voor een soe­pe­ler spring­ver­mo­gen. Cy­a­nide­be­sten­dig­heid zijn we ook er­gens on­der­weg kwijt­ge­raakt, in te­gen­stel­ling tot de wes­te­lij­ke grij­ze half­ma­ki.

De han­di­ge duim aan on­ze ach­ter­ste han­den speel­den we zo’n 1,8 mil­joen jaar ge­le­den kwijt, in ruil voor stap­voe­ten. Kijk maar naar de go­ril­lavoet in de ex­po­si­tie: net een mol­lig hand­je. De na­gels aan on­ze han­den en voe­ten heb­ben we dan weer al die 56 mil­joen jaar be­hou­den, al zijn er een paar boom­klim­mers – de klauw­aap­jes – die toch maar weer op klau­wen over­ge­stapt zijn.

Wij ge­brui­ken on­ze mid­del­vin­ger voor­al om on­be­schoft mee te zijn, maar de aye­aye op Ma­dag­as­kar heeft een ge­spe­ci­a­li­seer­de mid­del­vin­ger om lar­ven mee uit tak­ken te peu­te­ren – en om al tik­kend te ho­ren waar ze zit­ten.

En als u zich af­vraagt waar­om we pein­zen met de hand aan de kin: zo­wel ons denk­ver­mo­gen als on­ze kin zijn uniek on­der de apen. Die kin trou­wens pas 90.000 jaar, en nie­mand weet goed waar­om.

Men­se­lijk

Wij men­sen heb­ben nog­al eens een ho­ge dunk van ons­zelf – ooit wa­ren we ze­ker dat de zon om ons heen draai­de, niet an­ders­om – en dan is het goed om eens naar on­ze ne­ven te kij­ken. Ook in­tel­li­gent; ook met in­ge­wik­keld so­ci­aal ge­drag, tot en met ‘po­li­tiek be­drij­ven’; in staat om oor­log te voe­ren én om vre­de te slui­ten; be­hept met een recht­vaar­dig­heids­ge­voel. Al­le­maal din­gen die we ooit als uniek men­se­lijk be­schouw­den.

Zelfs lief­de, of al­vast ero­tiek, zijn niet van ons al­leen, als je het paar­tje ro­de springapen met om el­kaar ge­wik­kel­de staart ziet.

Wat wel uniek men­se­lijk is, is de snel­heid waar­mee we on­ze naas­te ne­ven aan het uit­roei­en zijn. Voor­al door ver­nie­ti­ging van hun ha­bi­tat: Ma­dag­as­kar heeft nog slechts 20 pro­cent van zijn oer­woud over, en met de orang­oe­tans op Su­ma­tra is het al niet be­ter ge­steld. Ook dat as­pect gaat de ten­toon­stel­ling niet uit de weg. Niet al­leen door aan te kla­gen, maar ook met tips. Het is aan u om al­leen nog duur­zaam hout te ko­pen, en cho­co met duur­za­me palm­olie.

Ons al­ler ge­meen­schap­pe­lij­ke voor­ou­der, teil­har­di­na, leef­de 56 mil­joen jaar ge­le­den. En u zult het niet ge­lo­ven, maar dat was in VlaamsBra­bant

‘Apen­stre­ken’, nog tot 26 au­gus­tus 2018 in het Mu­se­um voor Na­tuur­we­ten­schap­pen. Maan­dag ge­slo­ten. Noc­tur­nes, le­zin­gen, kin­de­rate­liers enz.

Su­ma­traan­se orang­oe­tan De (bo­ven) ging in 75 jaar met 80 pro­cent ach­ter­uit.

v.l.n.r.:

neus­aap, goud­kop­leeuw­aap­je, gou­den leeuw­aap­je, ge­la­da, wes­te­lij­ke laag­land­go­ril­la, West­Afri­kaan­se fran­je­aap © Thier­ry Hu­bin

Newspapers in Dutch

Newspapers from Belgium

© PressReader. All rights reserved.