Kat­ten hoe­den

De Standaard - - Hart & Hoofd - PETER DE LOBEL

Whats­app­groep­ke ma­ken? Da’s ge­mak­ke­lijk als je met een paar man wat din­gen moet af­spre­ken, toch? De co­ör­di­na­tie van een ac­tie voor Mu­sic for Li­fe, bij­voor­beeld. Ze­ker als je samen met een kliek va­ders be­dacht hebt dat je je kin­de­ren samen 200 pot­ten con­fi­tuur wil la­ten ma­ken. Con­fi­tuur? Tja. We wil­den hen la­ten on­der­vin­den wat er al­le­maal bij komt kij­ken als je zelf iets op po­ten wil zet­ten. Or­ga­ni­se­ren, tijd vrij­ma­ken, fruit pluk­ken en schoon­ma­ken, bo­ka­len in­za­me­len, het spul ma­ken, op­rui­men ach­ter­af, eti­ket­ten be­den­ken, een ma­nier zoe­ken om al­les te ver­ko­pen …

Maar – ping – te­rug naar die Whats­app. Heer­lijk leer­rijk om over de schou­ders van zo’n ben­de twaalf­ja­ri­gen mee te kij­ken. In het be­gin zijn ze al­le­maal erg op hun hoe­de – doods­be­nauwd ook dat net hun pa iets ge­da­teerd als #yo­lo in de groep zou gooi­en – maar al snel valt hun schroom weg. Van­af dan is het als­of je met een on­zicht­baar­heids­man­tel over een speel­plaats loopt en al­le ge­sprek­ken kan vol­gen. Wat een cha­o­ten! Ver­geet het maar dat jij de eni­ge bent die al­tijd hal­ve be­rich­ten van zijn kin­de­ren krijgt met ont­bre­ken­de let­ters en ge­flip­te af­kor­tin­gen. Een ‘t’, dat merk je al na drie be­rich­ten, daar is iets mee. Da merk je, be­doel ik. Het kost vast ex­tra da­ta om die te ver­zen­den, want

da doen ze bij­na nooit. Op de­zelf­de ma­nier wordt maar ‘ma’, eens ‘is’, en uw ‘u’. En kom­ma’s en hoofd­let­ters, die hou je ma voor op school. Vraag­te­kens wel,

ma pas in een vol­gend be­richt en per drie. Om­dat ze hun spul­len zou­den ver­ko­pen op een school­feest, be­slo­ten ze be­hal­ve con­fi­tuur ook nog slijm te ma­ken. Uhu, slijm. Vin­den ze te gek. Zou vlot van de hand gaan, wis­ten ze, en You­tu­be staat vol met

how to’s. Len­zen­vloei­stof, lijm en scheer­schuim bij­een gooi­en, da’s al. Maar dan komt het. Met z’n tie­nen af­spre­ken wat waar en wan­neer gaat ge­beu­ren. Om 11.30 zou hun kraam­pje ope­nen. Slijm ma­ken vraagt een uur­tje, op­kuis in­cluis. A zegt: Oké ik kom om 10 uur naar u pa­pa B B ant­woordt: ok C zegt: Dus om 10 uur is het bij u pa­pa te doen C zegt: ??? B ant­woordt: ja ma dan moe ik wel we­te of ik nog een paar din­ge moe ko­pe A zegt: ik heb niks D zegt: Ja gij (B, nvdr.) wou al­les gaan ha­len B ant­woordt: ja ma ik dacht da gy zei da da al­le­maal al klaar was E stuurt: We ma­ken de lang­ste door­stuur­brief zet al­le­maal je naam er­on­der met een emo­tie (ge­volgd door 40 na­men met een emo­ji, red.) B zegt: ni hier in stu­ren B zegt: Dit is voor mu­sic for li­fe ok A: Ma zijn de spul­len om slijm te ma­ken er of ni E zegt: sr­ry F (zich to­taal on­be­wust van het voor­gaan­de ge­sprek): Ja denk ik C ant­woordt ge­rust­ge­steld: A oke F be­denkt: An­ders kun­nen we geen slijm ma­ken he

Een half­uur la­ter mel­den G en H zich. Zij kun­nen pas van­af 14 uur. Waar­door heel het ge­sprek her­be­gint, er tus­sen­door nog drie vra­gen wat de in­gre­di­ën­ten zijn en óf ze er al zijn, er twee va­ders naar de win­kel rij­den, ie­mand meldt dat zijn kip ei­e­ren met dub­be­le dooi­ers legt, en ie­mand be­sluit met ‘sgoe’.

En dat was het ook. De con­fi­tuur was lek­ker, het slijm ver­kocht vlot. Maar #her­ding­cats (vrij ver­taald: kat­ten hoe­den) was het ook. Dat is het ei­gen­lijk al twaalf jaar.

Veer­le Beel heeft twee zonen, Peter De Lobel twee dochters. Af­wis­se­lend schrij­ven ze op don­der­dag over wat daar zo­al bij komt kij­ken.

Een ‘t’, daar is iets mee. Het kost vast ex­tra da­ta om die te ver­zen­den, want da doen ze bij­na nooit

Newspapers in Dutch

Newspapers from Belgium

© PressReader. All rights reserved.