Hoe zoe­ter de lief­de, hoe bit­ter­der het ver­driet

Lief­de is een werk­woord, zeg­gen ze, maar dan blijkt dat je voor­al veel werk ver­zet als de lief­de voor­bij is. Lief­de en af­han­ke­lijk­heid kre­gen na mijn op de klip­pen ge­lo­pen re­la­tie al­vast een an­de­re be­te­ke­nis.

De Standaard - - Front Page - ELIEN DELAERE, ILLUSTRATIE EPHAMERON

An­der­half jaar ge­le­den kwam er een ein­de aan mijn re­la­tie van bij­na ne­gen jaar. Zo goed als heel mijn twin­ti­ger ja­ren heb ik door­ge­bracht met de­zelf­de prach­ti­ge man. Vroe­gen ze me toen om een ar­ti­kel te schrij­ven over lief­des­ver­driet, ik zou er­gens in een hoek­je gaan zit­ten, mijn ge­zicht af­scher­mend met de han­den.

Hoe­wel som­mi­gen be­we­ren dat het je min­stens de helft van de duur­tijd van een re­la­tie kost om er­over te ge­ra­ken – daar ben ik dus nog lang niet – kan ik nu weer toe­ge­ven dat ik af­han­ke­lijk ben van lief­de. Dus toen ik van een col­le­ga de vraag kreeg of Jan Drosts boek Als de lief­de voor­bij is iets voor mij zou zijn, dacht ik: awel ja.

Die­zelf­de col­le­ga biecht­te op dat ze ooit een gro­te en du­re fout had ge­maakt op het werk, als ge­volg van lief­des­ver­driet. Lief­des­ver­driet se­ri­eus ne­men en voor­al be­grij­pen, kan dus lo­nen. We zijn er na­me­lijk heel goed in om een gro­te bocht te ma­ken rond lief­des­ver­driet.

Er is noch­tans geen on­der­werp waar meer er­va­rings­des­kun­di­gen voor be­staan, want ie­der­een maakt het mee. Maar je wordt in onze cultuur ge­acht niet te lang ge­bukt te gaan on­der ver­driet. Dus zoe­ken we een re­bound, of stor­ten we ons op het werk. Vol­gens psy­chi­a­ter Dirk De Wach­ter kan lief­des­ver­driet er noch­tans even hard in­hak­ken als rouw, en zelfs har­der. Om­dat de lief­de na dat af­scheid blijft be­staan.

Stel je even voor: je schrijft boe­ken en geeft le­zin­gen over de lief­de en hebt sinds tien jaar een fan­tas­ti­sche re­la­tie. Hoe her­vat je dan je job als ‘lief­des­des­kun­di­ge’ als die re­la­tie wordt be­ëin­digd? Het over­kwam au­teur en mu­zi­kant Jan Drost. In Als de lief

de voor­bij is had Drost dus geen an­de­re keu­ze dan open en eer­lijk te zijn over zijn ex­vrien­din en de pro­ces­sen die hij door­maak­te. Ego aan de kant, kwets­baar­heid op de co­ver.

Laat je niet af­schrik­ken door de ver­wij­zing naar Cold­play op een van de eer­ste pa­gi­na’s van het boek – als­of lief­des­ver­driet je plots slech­te smaak be­zorgt. Hoe­wel Drost het niet na­laat te zwel­gen in su­per­la­tie­ven voor zijn ge­lief­de die hem ver­la­ten heeft en de voor­wer­pen die hem nog aan haar doen den­ken, zijn de les­sen die hij trekt van le­vens­be­lang. Voor mij al­thans.

‘Het ver­haal dat je aan an­de­ren ver­telt (en zelf soms bij­na gaat ge­lo­ven), wordt steeds kor­ter en bon­di­ger naar­ma­te het va­ker ver­telt’, schrijft Drost. ‘Wat er voor je­zelf over­blijft, is een im­mer pa­raat set­je one­li­ners van een be­drieg­lij­ke over­zich­te­lijk­heid.’ Bij mij en mijn ex luid­de dat: ‘We heb­ben ge­za­men­lijk be­slist om uit el­kaar te gaan. Be­ter nu, dan als er kin­de­ren in het spel zijn.’ Maar het he­le ver­haal is ein­de­loos veel com­plexer en gaat de mees­te men­sen he­le­maal niets aan.

Goed­be­doeld ad­vies

Van­af dan zet­ten goed­be­doel­de ad­vie­zen je op het ver­keer­de been. Drost on­der­scheidt vijf fa­sen in lief­des­ver­driet: ont­ken­ning, woe­de, on­der­han­de­len, de­pres­sie en ac­cep­ta­tie. Voor el­ke fa­se ligt er een boek klaar en speelt er een rie­del­tje af dat kort­ston­dig troost biedt. Hap­py sin­gle! Je hebt geen men­sen no­dig! Zelf­stan­dig is het nieu­we nor­maal! Zorg dat je je­zelf graag ziet en al de rest volgt van­zelf!

Ak­koord, de eer­ste maan­den na de breuk was er de op­luch­ting, de be­vrij­ding, een

sum­mer of lo­ve, af­ge­wis­seld met bit­te­re een­zaam­heid. En dan volg­de de win­ter. Der­tig wor­den met tik­ken­de ei­lei­ders. Het al­leen sla­pen dat maar niet went. Een ken­nis om­schreef lief­des­ver­driet als fy­siek af­kic­ken. ‘Het is hor­mo­naal. Je hebt al die tijd seks, bent ver­trouwd met de geur en stem van die an­de­re. Maar ik ver­loor met de af­wij­zing ook mijn ver­trou­wen in al­le men­sen, ook in vrien­den en fa­mi­lie. Al­les wordt an­ders, ook de men­sen rond­om je.’ ‘Pe­o­p­le are stran­ge’ van The Doors vorm­de even­eens de sound­track in Drosts pe­ri­o­de van lief­des­ver­driet. ‘“Pe­o­p­le are stran­ge, when

you’re a stran­ger” – zo voelt het al­thans. Je fietst nu wel door hun stra­ten, je staat nu wel met een bier­tje in de hand op hun dans­vloer, maar het is be­ter dat je ver­dwijnt, ga maar weg.’

Drost neemt de the­ra­peu­ten die be­we­ren dat je al­le vei­lig­heid die een mens no­dig heeft bij je­zelf kan ha­len, dan ook zwaar op de kor­rel. ‘Wat is de aan­trek­kings­kracht van de be­lof­te van een le­ven waar­in we nie­mand no­dig heb­ben? Is het de il­lu­sie van on­kwets­baar­heid? Als we nie­mand no­dig heb­ben, kan nie­mand ons pijn doen. Als we al­leen zijn, kan nie­mand ons ver­la­ten.’

Het ge­vaar: ro­man­tiek

‘Do not fall in lo­ve, be­cau­se when you fall, you lo­se con­trol. It’s bet­ter to be in lo­ve’, zei Gra­ce Jo­nes de­ze zo­mer op Gent Jazz. Ook Drost waar­schuwt voor ro­man­tiek en

crus­hes. ‘Het is veel­zeg­gend dat onze

En dan volg­de de win­ter. Der­tig wor­den met tik­ken­de ei­lei­ders. Het al­leen sla­pen dat maar niet went. Een ken­nis om­schreef lief­des­ver­driet als fy­siek af­kic­ken

‘Af­han­ke­lijk­heid is niets an­ders dan ge­hecht­heid aan an­de­ren. Een woord dat mis­schien iets min­der las­tig is om uit te spre­ken’ JAN DROST

idee­ën over de lief­de vaak erg ro­man­tisch zijn. Voor ro­man­tiek heb je na­me­lijk maar één per­soon no­dig: ik en mijn fan­ta­sie – o ja, en een aan­trek­ke­lij­ke fi­gu­ran­te die per­fect in mijn plaat­je past. Ro­man­tiek is het ver­lan­gen naar een­wor­ding met de man of vrouw van je dro­men, de harts­toch­te­lij­ke wens dat de man of vrouw die je ont­moet per­fect sa­men­valt met jouw idee van de ide­a­le ge­lief­de. Tin­der is een soort ro­man­tiek 2.0. Het is een me­di­um dat uit­no­digt tot een hy­per­kri­ti­sche hou­ding waar­in het draait om mijn be­hoef­ten, mijn ei­sen en mijn ide­aal­plaat­je: de an­der krijgt am­per een kans. Je op­ties open­hou­den, dat is de he­den­daag­se de­fi­ni­tie van vrij­heid.’

Po­ly­a­mo­rie, se­ri­ë­le mo­no­ga­mie of le­vens­lang sin­gle? Plots werd elk re­la­ti­o­neel beeld in­der­daad een op­tie voor me, vech­tend met dat huis­je­tuin­tje­boom­pje­idee. Als sin­gle word je zo­wel aan­ge­moe­digd in je vrij­heid, als in de wacht­zaal ge­zet voor de vol­gen­de re­la­tie met kin­de­ren. De ge­spreks­the­ma’s in mijn Whats­app­groe­pen va­ri­ë­ren van bui­ten­baar­moe­der­lij­ke be­val­lin­gen tot mo­ge­lij­ke emo­ji’s voor seks en het in­vrie­zen van je ei­cel­len.

Noch­tans kon ik na mijn breuk niet snel ge­noeg naar een gro­te­re stad ver­hui­zen om mijn ac­tie­ra­di­us te ver­gro­ten. ‘We zijn hech­tings­we­zens en kie­zen daar­om va­ker voor ver­trouwd on­ge­luk, dan voor een on­ze­ke­re kans op ge­luk’, zegt Drost. En ik kwam de fou­te man­nen te­gen, die mijn ge­loof en ver­trou­wen in de lief­de ver­der de­den kel­de­ren.

Een jaar na de breuk droom­de ik nog dat mijn ex en ik een kop­pel vorm­den. ‘Maar Elien’, zei een vrien­din – de bes­te. ‘Denk je nu echt dat ik niet nog elk jaar droom dat mijn ex met bloe­men aan mijn deur staat?’ Het is een vloek en een troost te­ge­lijk, dat de lief­de blijft be­staan. De vloek is de te­leur­stel­ling in je­zelf dat je nog steeds in tra­nen uit­barst wan­neer op de ra­dio hét num­mer van je ex en jou ge­draaid wordt. Net wan­neer je ogen open gin­gen voor een nieu­we lief­de. ‘Lap, ik ben er toch nog niet over.’ De troost kwam uit die­zelf­de ra­dio, toen Dirk De Wach­ter in De zo­mer van ... op Ra­dio 1 ver­tel­de dat die lief­de mag en zal blij­ven be­staan. Mooi­er: ze staat nieu­we lief­de niet in de weg.

‘Laat het los’, is mis­schien nog de groot­ste dood­doe­ner. Lief­des­ver­driet doet ons net de nood­za­ke­lij­ke aan­we­zig­heid van de an­der voor de lief­de voe­len. ‘Af­han­ke­lijk­heid is de wa­re zelf­stan­dig­heid’, schrijft Drost. ‘Het is niet ver­ne­de­rend, geen slaaf­se on­der­wor­pen­heid. Af­han­ke­lijk zijn is niets an­ders dan ge­hecht zijn aan an­de­ren. Een woord dat mis­schien iets min­der las­tig is om uit te spre­ken.’ En of die stroomt, de lief­de.

‘Als de lief­de voor­bij is’ van Jan Drost is van­af van­daag ver­krijg­baar.

Newspapers in Dutch

Newspapers from Belgium

© PressReader. All rights reserved.