Zin­gen en le­ven in vrij­heid, dat was het ver­haal van Ju­liet­te Gré­co

Ju­liet­te Gré­co was de mu­ze van het exis­ten­ti­a­lis­me, een vrij­ge­voch­ten vrouw die op het po­di­um móést staan en al­tijd zich­zelf bleef. Een stuk ge­schie­de­nis dat ver­dwijnt.

De Standaard - - DS2 -

‘Ik heb al­leen ge­daan wat ik wil­de doen, al­leen ver­de­digd wat mij ter har­te ging en be­stre­den waar ik niet van hield’: zo leg­de Ju­liet­te Gré­co in 2015 uit aan De Stan­daard hoe ze haar car­ri­è­re uit­bouw­de. En dat ze nooit op zoek ge­weest was naar glo­rie, geld of een car­ri­è­re. Zich uit­druk­ken, zeg­gen wie ze was: daar­om ging het. En dat deed ze door te zin­gen.

Haar over­lij­den, op 93-ja­ri­ge leef­tijd, kwam niet on­ver­wacht, maar laat toch een enor­me leeg­te, want ze was een van de laat­sten van een epo­que. Zo­wat al­le ar­ties­ten voor wie ze een mu­ze was, zijn dood. Haar twee­de echt­ge­noot, Mi­chel Pic­co­li, ver­liet ons eer­der dit jaar ter­wijl haar der­de man, Gerard Jou­an­nest, in 2018 over­leed. En­kel Quin­cy Jo­nes, een van haar ve­le min­naars, is er nog.

Meer waar­heid dan het le­ven zelf

Maar Gré­co is na­tuur­lijk veel meer dan de mu­ze van gro­te man­nen. Ze draagt mil­joe­nen ge­dich­ten in haar stem, zei Jean-Paul Sar­tre over haar, en hij gaf haar zijn lied­je ‘Dans la rue des blanc-man­teaux’, een tekst over de exe­cu­ties tij­dens de Fran­se re­vo­lu­tie. Ze aar­zel­de nog, want ze was co­mé­di­en­ne, maar vond de op­los­sing door zin­gen te zien als ver­tol­ken. Op haar voor­waar­den, dat wel. Zo­lang ze op de scè­ne kon staan, want die was voor haar meer waar­heid dan het le­ven zelf.

Ze was de doch­ter van af­we­zi­ge ou­ders. Haar va­der, een Cor­si­caan, was er niet en haar moe­der ver­weet haar dat ze het kind van een ver­krach­ting was. In haar au­to­bi­o­gra­fie Je suis fai­te com­me ça (Flam­ma­ri­on) zegt ze dat ze heel haar jeugd haar aan­dacht zocht, maar nooit kreeg.

Be­won­de­ring kreeg ze la­ter voor haar hou­ding in de Twee­de We­reld­oor­log. Haar moe­der en zus­ter, die in het ver­zet za­ten, wer­den ge­de­por­teerd naar Ra­vens­brück maar Ju­liet­te, nog maar zes­tien, be­land­de in Fre­s­nes. In 1942 kwam ze vrij. In 1945, na­dat haar moe­der naar In­do­chi­na ver­trok­ken was, haar ach­ter­la­tend, trok ze naar Pa­rijs, ge­lokt door de ar­tis­tie­ke mi­li­eus van Saint-Ger­main-des-Prés. Ze was mooi, met ra­ven­zwart lang haar en don­ke­re eye­li­ner. Ze trok de aan­dacht zon­der daar­voor iets te moe­ten doen. Ma­ri­an­ne Faith­full wil­de zijn als zij, Paul McCart­ney schreef ‘Mi­chel­le’ met haar in ge­dach­ten.

De rest is een rijk­ge­vuld hoofd­stuk in de Fran­se ge­schie­de­nis. Gré­co in­car­neer­de als wei­nig an­de­ren de vrij­heids­drang van het na­oor­log­se Frank­rijk. Re­bels en non-con­for­mis­tisch, werd ze een mu­ze van het exis­ten­ti­a­lis­me,

Ze ont­moet­te Bo­ris Vi­an, Jac­ques Brel, Ge­or­ge Bras­sens, Guy Bé­art, Char­les Azna­vour en zong hun chan­sons. Kos­te­lijk is haar ei­gen ver­slag over hoe ze in 1958 Ser­ge Gains­bourg ont­moet­te. Ze bood hem een whis­ky aan. ‘Zijn han­den zijn zo klam door de ze­nu­wen dat het kris­tal­len glas hem ont­glipt en het breekt op het par­ket van het sa­lon in de Rue de Ver­neuil. Hij ziet bleek. Ik pro­beer hem ge­rust te stel­len. Zijn ogen glin­ste­ren te he­vig.’ Maar ze vond dat ze hem ston­den.

La­ter nam ze ‘La ja­va­nai­se’ op. Gains­bourg zei dat hij zich ge­pri­vi­le­gi­eerd voel­de dat ze zijn lied wil­de zin­gen.

Los­se re­la­tie

On­ge­twij­feld heeft de my­the op een be­paald mo­ment de re­a­li­teit ver­troe­beld. Gré­co bood haar stof te over: er wa­ren schan­da­len met de on­ver­mij­de­lij­ke Ro­ger

©

Ju­liet­te Gre­co op het po­di­um in 1979. ull­stein bild via getty

©

Gré­co trad in de six­ties naar vo­ren als vol­waar­di­ge chan­teu­se. ull­stein bild via getty

Newspapers in Dutch

Newspapers from Belgium

© PressReader. All rights reserved.