“Bij Beer­schot had ik al­le pech die je je kan in­beel­den”

Vijf jaar na zijn be­wo­gen pas­sa­ge keert Van Lan­gendon­ck met Wes­ter­lo te­rug naar het Kiel

Gazet van Antwerpen Kempen - - SPORT -

In een ide­a­le we­reld zou hij nooit meer las­ti­ge vra­gen over zijn pe­ri­o­de bij Beer­schot moe­ten be­ant­woor­den, maar aan de voor­avond van de te­rug­keer naar het Kiel is er voor Koen Van Lan­gendon­ck geen ont­ko­men aan. “Ik was he­le­maal niet voor­be­reid op zo’n sce­na­rio bij Beer­schot.”

Twee­maal ‘Kemp­haan van het Jaar’, be­ker­held te­gen An­der­lecht en Ant­werp en re­gel­ma­tig ‘man van de match’. Koen Van Lan­gendon­ck mag best trots zijn op het par­cours dat hij na zijn pe­ri­o­de bij Beer­schot heeft af­ge­legd. Af­ge­ser­veerd voor top­voet­bal, klonk het. Niet dus. Bij­na 150 prof­wed­strij­den la­ter blijft de pas­sa­ge aan de VIIe Olym­pi­a­delaan wel aan zijn naam kle­ven. Ze­ker nu hij met Wes­ter­lo op het Kiel op zoek gaat naar een eerste drie­pun­ter.

“Beer­schot, dat is voor mij een af­ge­slo­ten hoofd­stuk”, zucht Van Lan­gendon­ck. “Het is nu zelfs een an­de­re club. Maar het blijft de plaats waar het voor mij be­gon en ik kijk er

naar uit. Toen

ik er vier jaar ge­le­den het veld op­liep, kreeg ik ie­de­re keer kip­pen­vel. Dat zal nu niet an­ders zijn.”

Het was voor jou een droom die een nacht­mer­rie werd.

“Ik had voor drie jaar ge­te­kend. Het was de be­doe­ling om rus­tig door te groei­en. Dat is an­ders ge­lo­pen. Die pe­ri­o­de was voor ie­der­een een nacht­mer­rie. Fi­nan­ci­eel en spor­tief. Vraag het aan

Losa­da en hij zal net het­zelf­de zeg­gen. Van­daag zal hij er an­ders te­gen­over staan, ze­ker nu ze met vier ti­tels op rij iets ne­ga­tiefs heb­ben om­ge­zet in iets po­si­tiefs. Met dank aan de fans die hun schou­ders on­der dat pro­ject heb­ben ge­sto­ken.”

Voor jou komt er­bij dat je vaak her­in­nerd wordt aan de wed­strij­den te­gen Club Brug­ge (1-7) en Lier­se (1-3).

“Als je in een ploeg staat waar het langs al­le kan­ten ram­melt, is ie­der doel­punt te veel. Dan maakt het niet uit hoe het tot stand komt en wordt het ook niet meer ob­jec­tief be­ke­ken. Ik heb ge­pro­beerd het op een vol­was­sen ma­nier aan te pak­ken. De vier jaar daar­na heb ik al­les ge­speeld. Van­daag staat de­zelf­de Van Lan­gendon­ck tus­sen de pa­len, maar op dat mo­ment was ik niet voor­be­reid op zo’n sce­na­rio. Wat op Beer­schot is ge­beurd, had nie­mand kun­nen voor­spel­len. Het was even schrik­ken. In mijn eerste jaar was het niet de be­doe­ling om zo­veel te spe­len. Ik kwam net van school, het was af­wach­ten hoe ik twee trai­nin­gen per dag zou ver­te­ren. Dat jaar heb ik al­le pech ge­had die je je als mens kan in­beel­den.”

Het pu­bliek keer­de zich te­gen jou.

“Dat was niet fijn. Mis­schien zul­len ze za­ter­dag op­nieuw roe­pen, maar dan stel ik mij de vraag of het mijn schuld was. Er zul­len wel fans zijn die be­sef­fen dat het een col­lec­tief fa­len was - die zul­len me geen ne­gen­tig mi­nu­ten uit­flui­ten. Ik ga er geen ener­gie in ste­ken. Als ze flui­ten, pro­beer ik al­le bal­len te pak­ken. Dat is de eni­ge ma­nier om me te to­nen.”

Na jouw pe­ri­o­de bij Beer­schot heb je je in­ge­schre­ven bij de VDAB. Bij­na was je geen voet­bal­ler meer...

“Bij ie­de­re spe­ler die ver­trok, wa­ren er wel vra­gen. Veel jon­gens za­ten het eerste half­jaar zelfs zon­der club. Op de school waar ik sta­ge had ge­lo­pen, kon ik be­gin­nen als leer­kracht Li­cha­me­lij­ke Op­voe­ding. Wes­ter­lo is pas heel laat op de prop­pen ge­ko­men. Maar toen ik dat te­le­foon­tje kreeg, was de keu­ze snel ge­maakt.”

Dat Koen Van Lan­gendon­ck vier jaar ge­le­den bij Wes­ter­lo een vang­net vond, heeft hij in gro­te ma­te te dan­ken aan kee­pers­trai­ner Paul Pee­ters, die hem eer­der al naar Lom­mel wil­de ha­len. Hij stak in ’t Kuip­je zijn nek uit voor de komst van de Lim­bur­ger. “Ik heb écht moe­ten door­du­wen om hem hier bin­nen te ha­len”, zegt Pee­ters.

In je eerste jaar bij Wes­ter­lo pak­te je met­een de ti­tel in twee­de klas­se.

“Van de eerste dag heb ik voor­uit ge­ke­ken, maar het was fijn om een slech­te pe­ri­o­de te kun­nen af­slui­ten met een col­lec­tief suc­ces. Win je ie­de­re week, dan groei­en ook de spe­lers. Kijk nu naar KV Oos­ten­de, dat op de laat­ste plaats staat. Dat heeft al­leen met ver­trou­wen te ma­ken. Laat die ploeg twee of drie keer win­nen en de trein is te­rug ver­trok­ken.”

Ook nu sta je met Wes­ter­lo weer on­der­in. Ver­lang je dan niet naar een jaar zon­der zor­gen?

“Het zou leuk zijn om eens zon­der die stress te spe­len, maar op dit mo­ment hangt er wel een po­si­tie­ve sfeer rond de club. Er zat el­ke week wel iets in, al­leen de wed­strijd op Union was niet goed. Het pro­bleem is dat we ons­zelf ver­ge­ten te be­lo­nen. Week na week wordt de druk dan gro­ter. Als die van on­ze schou­ders valt, kun­nen we be­vrijd voet­bal­len. Na twee moei­lij­ke ja­ren ver­langt ie­der­een die bij de club be­trok­ken is naar dat mo­ment. An­ders be­lan­den we op­nieuw in de­zelf­de spi­raal en wordt het goe­de voet­bal ver­ge­ten.”

Heb je de­ze zo­mer aan­bie­din­gen ge­had?

“Ik had nog een con­tract en heb niet spe­ci­fiek ge­zocht. Wes­ter­lo heeft mij vier jaar ge­le­den een kans ge­ge­ven en ik wil nog al­tijd veel te­rug­ge­ven. Ik was ze­ker be­reid om te pra­ten, maar voor een doel­man die twee jaar on­der­in heeft ge­speeld en de mees­te te­gen­goals heeft moe­ten slik­ken, is het moei­lijk.”

De cij­fers op pa­pier zijn hard: 248 te­gen­goals in 147 wed­strij­den.

“Voor een ver­de­di­ger zijn die cij­fers ook hard. In die pe­ri­o­de is de ver­de­di­ging vaak ver­an­derd, mis­schien is dat ook wel een ver­kla­ring voor al die te­gen­goals. In twee­de klas­se ston­den we al­tijd met de­zelf­de vier jon­gens op het veld. Dan kan je als ploeg groei­en. Ach, ik weet van waar ik kom en prijs me ge­woon ge­luk­kig dat ik dit nog kan doen.”

Newspapers in Dutch

Newspapers from Belgium

© PressReader. All rights reserved.