“Con­t­a­dor lacht met mijn rim­pels”

op zijn veer­tig­ste ver­uit oud­ste ren­ner in Tour

Gazet van Antwerpen Metropool Stad - - Sport - WIM VOS

E xact vier jaar was Tiesj Be­noot toen Hai­mar Zu­bel­dia (Trek ­ Se­ga­f­re­do) er zijn eer­ste prof­jaar al had op­zit­ten. Toch fiet­sen ze van­daag in de­zelf­de Tour. Zo oud is Zu­bel­dia. Veer­tig jaar. In de he­le na­oor­log­se Tour­ge­schie­de­nis wa­ren maar ze­ven ren­ners ou­der. “Soms zie ik zo’n jon­ge ren­ner kij­ken. Fiets­te jij nog met Pan­ta­ni? Ja dus.” Gis­te­ren kon­dig­de Zu­bel­dia , ooit nog vijf­de in de Tour, zijn af­scheid van het wiel­ren­nen aan.

Nog twee we­ken en het zit er de­fi­ni- tief op. Zu­bel­dia heeft de boodschap net op een pers­con­fe­ren­tie aan- ge­kon­digd als hij zich op een stoel naast ons zet. Het zou een gesprek over zijn hoog­be­jaar­de leef­tijd wor­den. Hoe hij dat vol­houdt op zijn veer­tig­ste, dat ra­zen­de rit­me van de Tour. Maar ook voor Zu­bel­dia is het dus stil­aan ge­noeg ge­weest. De­ze Tour vol­ma­ken, dan nog de Clas­si­ca San Se­bas­ti­an en ge­daan. Om­dat ook hij de ja­ren voelt?

“Niet echt”, ant­woordt hij. “Na­tuur­lijk voel ik dat ik geen 24 meer ben. Als ik toen be­trok­ken was bij een val- par­tij, was twee da­gen la­ter het erg­ste leed ge­le­den. Nu voel ik het een week la­ter nog. Maar dat is niet waar­om ik stop. Fy­siek had ik best nog voort­ge­kund. Maar er is mijn ge­zin. Het wordt tijd dat pa­pa wat va­ker thuis is. En er is het leef­tijds­ver­schil met de rest van het pe­lo­ton. Ik slaap hier op een ka­mer met Mi­chael Gogl. Die jon­gen is 24. Hij zou mijn zoon kun­nen zijn. Soms hoor ik hem bel­len met zijn vrien­din­ne­tje. Aan­doen­lijk. Maar het ver­telt mij ook hoe oud ik ben ge­wor­den. Of ge­woon, als ik mijn car­ri­è­re over­schouw. Toen ik be­gon was Ind­urain net ge­stopt. Ik heb nog ge­fietst met Pan­ta­ni, Ja­la­bert, la­ter Ull­rich, Arm­strong. La­ter Con­t­a­dor, de Schlecks. En van­daag is er al­weer een nieu­we ge­ne­ra­tie: Aru, Bar­det. Als je dat al­le­maal be­kijkt, dan is het ge­woon tijd om er­mee op te hou­den. Niet dat ik mij oud voel. (lacht) An­de­re veer­ti­gers, die zijn oud. Maar als ik een foto zie van me­zelf twin­tig jaar ge­le­den als wiel­ren­ner, zie ik wat an­de­ren zien. Al­ber­to Con­t­a­dor lacht nu al met mijn rim­pels.”

Enor­me evo­lu­tie

Maar in­tus­sen is hij er nog wel al­tijd bij in Frank­rijk. Op zijn veer­tig­ste. De jong­ste ze­ven­tig jaar wa­ren slechts ze­ven Tour­ren­ners ou­der dan hij van­daag. Idem di­to voor het aan­tal Tours. Dit is num­mer zes­tien voor Zu­bel­dia. Het re­cord staat op ze­ven­tien en wordt ge­deeld door Voigt, Hin­ca­pie, O’Gra­dy en de nog al­tijd ac­tie­ve Cha­vanel. Had hij niet stie­kem ge­hoopt om op ge­lij­ke hoog­te te ko­men?

“Had ik in 2010 mijn pols niet ge­bro­ken, ik zat van­daag ook aan ze­ven­tien”, klinkt het. “Maar zes­tien of ze­ven­tien, het zijn maar ge­tal­len. Ik ben al blij dat ik hier ben. Ik was er wel ka­pot van toen ik aan­van­ke­lijk te ho­ren kreeg dat ik de­ze Tour niet zou rij­den. Ge­luk­kig heeft het lot daar toch an­ders over be­slist.”

Dat lot was een po­si­tie­ve do­ping­test van zijn Por­tu­ge­se ploeg­maat Car­doso, waar­door Zu­bel­dia in al­ler­ijl toch nog werd op­ge­roe­pen. Het is een van die enor­me evo­lu­ties die Zu­bel­dia in zijn lan­ge car­ri­è­re heeft door­ge­maakt. Want de sport is dras­tisch ver­an­derd in die twin­tig jaar, zegt hij.

“Toen ik be­gon had­den niet eens al­le ploe­gen een ei­gen bus. We re­den nog met alu­mi­ni­um­fiet­sen. Car­bon is la­ter ge­ko­men. Er was nog geen WorldTour. Elek­tro­nisch scha­ke­len be­stond niet. We fiet­sten nog al­leen in Eu­ro­pa – China, Australië, de VS, de Emi­ra­ten, dat is al­le­maal la­ter be­gon­nen. Niets is nog het­zelf­de.”

En bij al die wij­zi­gin­gen hoort dus ook de – we ma­ken aan­ha­lings­te­ken in de lucht – ‘me­di­sche be­ge­lei­ding’. Al die na­men die Zu­bel­dia op­noemt: Arm­strong, Ull­rich… Het zijn be­la­den na­men.

“Al zal je mij nooit iets slechts over Arm­strong ho­ren zeg­gen. Ik schoot al­tijd goed met hem op”, zegt Zu­bel­dia.

Maar hij be­grijpt wel dat de naam Arm­strong voor ve­len an­de­re as­so­ci­a­ties op­roept.

“Dat was een don­ke­re pe­ri­o­de”, knikt hij. “Dat mo­gen we niet ver­ge­ten. Maar ik weet ook dat de laat­ste ne­gen à tien jaar het wiel­ren­nen wel weer op de goe­de weg is. Als ik nu jon­ge ren­ners zie, hoe ze wer­ken en den­ken, zo moet het. Het kan ook niet an­ders. Er zijn zo­veel controles. Je kan één keer ge­luk heb­ben, maar de vol­gen­de keer hang je so­wie­so.”

Tot slot: zelf gaat hij de slot­week van de­ze Tour in als 99ste in het klas­se­ment. Doet dat toch geen klein beet­je pijn voor ie­mand die twee keer in de top vijf ein­dig­de?

“Nee”, be­sluit hij. “Van­daag slaap ik veel be­ter. Je wil niet we­ten wel­ke stress er­mee ge­moeid is als je voor een al­ge­meen klas­se­ment moet rij­den. Op je veer­tig­ste word je een an­de­re ren­ner. Ou­der, min­der ex­plo­sief, meer weer­stand, maar voor­al wij­zer. Er is geen si­tu­a­tie in de Tour of ik heb ze al mee­ge­maakt. Al­tijd weet ik wat er gaat ge­beu­ren. Zelfs val­par­tij­en kan ik te­gen­woor­dig voor­spel­len.”

FOTO PHOTO NEWS

Hai­mar Zu­bel­dia veer­tien jaar ge­le­den naast Lan­ce Arm­strong. “Je zal mij nooit iets slechts over hem ho­ren zeg­gen.”

Newspapers in Dutch

Newspapers from Belgium

© PressReader. All rights reserved.