Nooit zo groots, nooit zo in­tiem

NICK CA­VE SPEELT VAN­AVOND UIT­VER­KOCHT CON­CERT IN SPORT­PA­LEIS

Gazet van Antwerpen Metropool Stad - - Weekend Agenda - BART STEENHAUT Nick Ca­ve & The Bad Seeds, 13/10, Sport­pa­leis, Antwerpen. www.sport­pa­leis.be

Twee jaar ge­le­den zag het er naar uit dat Nick Ca­ve (60) nooit meer op tour­nee zou gaan. Zijn vijf­tien­ja­ri­ge zoon Arthur stort­te – on­der de in­vloed van drugs, bleek la­ter – van een klif in Brigh­ton en over­leef­de de val niet. Het bleef even stil, maar Ca­ve ver­werk­te het trau­ma­ti­sche ver­lies met een nieu­we plaat en een al even bloed­stol­len­de do­cu­men­tai­re. Dit week­end staat hij met zijn Bad Seeds in het Sport­pa­leis voor wat zijn groot­ste en te­ge­lijk meest in­tie­me Bel­gi­sche con­cert tot nog toe be­looft te wor­den.

Wie One Mo­re Ti­me With Fee­ling heeft ge­zien – de bios­coop­film die de op­na­me van Ca­ve’s jong­ste stu­dioplaat Ske­le­ton Tree in kaart brengt – kan daar on­mo­ge­lijk on­ver­schil­lig bij blij­ven. Het is een bloed­stol­len­de do­cu­men­tai­re waar­in de Au­stra­li­sche zan­ger op een zeer open­har­ti­ge ma­nier pro­beert om te gaan met een ver­lies dat nau­we­lijks on­der woor­den valt te bren­gen. De mu­ziek gaat door merg en been, maar biedt te­ge­lijk ook hou­vast in een pe­ri­o­de waar­in de grond haast lét­ter­lijk on­der zijn voe­ten is weg­ge­zakt. On­mo- ge­lijk om van­daag naar de plaat te luis­te­ren zon­der aan het on­men­se­lij­ke nood­lot te den­ken dat Ca­ve te beurt is ge­val­len, ook al zegt de zan­ger zélf dat het me­ren­deel van de num­mers al ge­schre­ven was voor de fa­ta­le val van Arthur.

GRO­TE CONCERTZALEN

Dat Nick Ca­ve nu sa­men met zijn Bad Seeds op tour­nee trekt om de nieu­we songs aan het pu­bliek voor te stel­len is op zich al op­mer­ke­lijk. Dat hij er­voor ge­op­teerd heeft om dat in de al­ler­groot­ste za­len te doen – gro­ter dan die­ge­ne waar hij ge­woon­lijk op­treedt – lijkt op het eer­ste ge­zicht nog min­der te vat­ten. Mis­schien voelt hij zich meer op zijn ge­mak voor een enor­me mas­sa, die bij een recht­streek­se con­fron­ta­tie so­wie­so wat ano­nie­mer aan­doet? Feit blijft dat het Sport­pa­leis al maan­den van te­vo­ren was uit­ver­kocht, en de re­views uit het bui­ten­land la­ten er geen twij­fel over be­staan dat Ca­ve, ge­pokt en ge­maz­zeld op de groot­ste fes­ti­val­po­dia ter we­reld, glo­ri­eus over­eind blijft.

BEVLOGEN PERFORMER

Nick Ca­ve be­hoort tot dat als­maar se­lec­ter wor­dend groep­je ar­ties­ten dat plaat na plaat blijft groei­en, en ook in de ver­koop­cij­fers nog voor­uit­gang boekt. Ter­wijl er – zé­ker in de vroe­ge ja­ren tach­tig – wei­nig men­sen wa­ren die veel geld op zijn toe­komst had­den in­ge­zet. Toen was Ca­ve als aan­voer­der van The Boys Next Door, een punk­band die la­ter zou ver­vel­len tot The Birth­day Party, een gril­li­ge un­der­ground­fi­guur die vol­op ex­pe­ri­men­teer­de met al­les wat god ver­bo­den had. Van­af 1983 zet­te hij zijn tra­ject ver­der met The Bad Seeds, en slo­pen er steeds meer in­vloe­den zijn werk bin­nen, van spi­ri­tu­als en gos­pel over soul tot git­zwar­te blues en zin­de­ren­de ar­t­rock.

In­hou­de­lijk bor­duurt Ca­ve ver­der op zijn ob­ses­sies met dood, re­li­gie, lief­de en ge­weld. Een man die zijn bo­ze gees­ten bant tij­dens con­cer­ten. Want voor wie hem nooit eer­der li­ve heeft ge­zien: Nick Ca­ve is een bevlogen performer. Ie­mand die voort­du­rend con­tact met het pu­bliek zoekt, nooit op rou­ti­ne draait. Op de­ze schaal staat hij wat dat be­treft haast op het­zelf­de ni­veau als Bru­ce Spring­steen. Dat bei­de ras­ar­ties­ten zich door een su­pe­ri­eu­re be­ge­lei­dings­band la­ten om­rin­gen – groe­pen waar­in ie­der­een een uit­ge­spro­ken per­soon­lijk­heid heeft – is bij­ge­volg geen toe­val. Hoe goed de pla­ten ook zijn – en er zit­ten clas­sics tus­sen, denk maar aan The Good Son, The Boat­man’s Call en

Push The Sky Away – toch is Ca­ve ie­mand wiens werk op het po­di­um nog een ex­tra di­men­sie krijgt. Na­tuur­lijk: op zijn zes­tig­ste heeft de Au­stra­li­ër een re­per­toi­re bij el­kaar ge­schre­ven van bij­na twin­tig cd’s dat in­mid­dels zon­der blik­ken of blo­zen naast dat van zijn hel­den Le­o­nard Co­hen, Bob Dy­lan en Jo­h­n­ny Cash kan staan.

GEEN DRUGS MEER

Ze­ker na­dat drugs uit beeld zijn ver­dwe­nen neemt de pro­duc­ti­vi­teit van Ca­ve in­druk­wek­ken­de vor­men aan. “Ik ver­oor­deel het ge­bruik van he­ro­ï­ne niet”, zegt hij daar­over. “Ik ben er zelf mee ge­stopt om­dat mijn werk er­on­der te lij­den had.” Naast pla­ten ma­ken en tou­ren met The Bad Seeds, com­po­neert Ca­ve voor film en the­a­ter, schrijft hij ro­mans en film­scripts, én be­gint hij met Grin­der­man ook een twee­de band.

Even­eens ver­schijnt in 2014 20.000 Days, een fic­tie­ve au­to­bi­o­gra­fi­sche film waar­in de zan­ger nog met zijn twee­ling­zo­nen te zien is. On­langs ver­scheen met Lo­ve­ly Cre­a­tu­res voor het eerst een vol­le­dig over­zicht van der­tig jaar car­ri­è­re met The Bad Seeds. Veel van die hoog­te­pun­ten staan straks in Antwerpen ook op het pro­gram­ma – de set­list ver­an­dert niet zo vaak tij­dens de­ze tour­nee – dus wie er­bij is mag on­ver­woest­ba­re klas­sie­kers ver­wach­ten als Tu­pe­lo,

Red Right Hand, The Mer­cy Seat en From Her To Eter­ni­ty, naast een meer in­ge­to­gen main­stream­hit als In­to My Arms.

Een knap­pe dwars­door­sne­de van een in­druk­wek­kend re­per­toi­re. Met bij­na 20.000 men­sen rou­wen om een on­men­se­lijk ver­lies, en te­ge­lijk toch de lief­de – én het le­ven – vie­ren. Er zijn er wei­nig die tus­sen die twee ui­ter­sten over­eind blij­ven. Maar Nick Ca­ve, die zelf op zijn ne­gen­tien­de zijn va­der ver­loor, be­heerst de kunst als geen an­der. Het be­looft een van de meest bij­zon­de­re, meest in­ten­se con­cer­ten van het jaar te wor­den.

Hoe goed de pla­ten ook zijn, toch is Nick Ca­ve ie­mand wiens werk op het po­di­um nog een ex­tra di­men­sie krijgt.

FOTO AFP

FOTO KOEN BAUTERS

Newspapers in Dutch

Newspapers from Belgium

© PressReader. All rights reserved.