Ho­bokens rund

Gazet van Antwerpen Metropool Stad - - STAD RAND EN - Patrick Vincent

Groen was in de Ant­werp­se bin­nen­stad nog niet zo’n ding in de ja­ren 70 en 80. Op mijn da­ge­lijk­se cal­va­rie naar school kwam ik al­leen wat rom­me­lig struik­ge­was te­gen op het Frans Hals­plein. En van­uit de ref­ter van Sint-Jan zag je één boom in de ‘tuin’ van het col­le­ge; meer een woes­te­nij met schraal gras, die we ove­ri­gens al­leen maar moch­ten be­tre­den wan­neer het tijd was voor de jaar­lijk­se klas­fo­to.

Na­tuur was iets voor de zo­mer­kam­pen met de scouts van ‘de 4’, in exo­ti­sche oor­den als Büt­gen­bach of Cul-des-Sarts, plaat­sen waar we ons al­leen met ge­ba­ren­taal kon­den uit­druk­ken. Op dag­toch­ten pro­beer­den we het aan­tal ge­stap­te ki­lo­me­ters tot een mi­ni­mum te be­per­ken en over­al de kort­ste weg te ne­men. ‘Bun­ken’, noem­den we dat, recht door bos­sen en vel­den. Vaak moesten we dan on­der een prik­kel­draad krui­pen en wil­de bees­ten trot­se­ren. Ver­schrik­ke­lijk. Sinds die keer dat een schaap me met haar kop vol in de rug ram­de, na­dat ik had ge­pro­beerd op haar rug te gaan zit­ten – ik was 7 – ben ik op mijn hoe­de tel­kens ik een we­zen op vier po­ten ont­moet dat gro­ter is dan de ge­mid­del­de straat­kat. In de stad ben je ge­luk­kig vei­lig voor dat ge­spuis. Ten­min­ste, dat dacht ik tot ik on­langs voet zet­te in de Ho­boken­se Pol­ders. Fas­ci­ne­ren­de we­reld voor een stads­jon­gen. Na­tuur­punt heeft er een wan­de­ling uit­ge­stip­peld van 7,5 ki­lo­me­ter, ge­spon­sord door AS Ad­ven­tu­re. Op som­mi­ge plek­ken lijk je zo on­heil­spel­lend diep in de jun­gle te zit­ten dat je het ge­voel hebt dat er elk mo­ment een pe­lo­ton Viet­cong uit de bos­jes kan stor­men. Kwa­ken­de kik­kers en hon­derd­dui­zen­den zoe­men­de mug­gen, meer hoor je niet, tot je op de Schel­de­dijk komt. Het ge­don­der van de op de oe­ver slaan­de gol­ven, ver­oor­zaakt door de pas­se­ren­de wa­ter­bus, is ver­ras­send oor­ver­do­vend.

We daal­den de dijk af en ach­ter een groot uit­ge­val­len struik in een ver­der re­de­lijk open gras­land, ston­den we on­ver­wachts oog in oog met een ha­rig, don­ker­bruin we­zen met reus­ach­ti­ge neus­ga­ten. ‘Een ont­snap­te grizz­ly­beer’, was mijn eer­ste, mis­schien iets te pa­nie­ke­ri­ge ge­dach­te. Het bleek een koe te zijn, wat voor mij ove­ri­gens maar een po­ve­re ge­rust­stel­ling was. Het Ho­boken­se rund keek een keer­tje on­ge­ïn­te­res­seerd op en ging dan dood­ge­moe­de­reerd ver­der met gra­zen.

‘Dit is het mo­ment om die ab­sur­de angst te over­win­nen’, dacht ik. Ik gaf mijn te­le­foon aan mijn ge­lief­de en ging zo dicht als ik durf­de bij de gra­zen­de koe staan – een me­ter­tje of drie. “Zie dat de kerk­to­ren van Burcht daar in de ver­te ook mee op de foto staat”, riep ik nog zelf­ver­ze­kerd, net op het mo­ment dat het beest char­geer­de.

Ik heb het over­leefd. Ter­nau­wer­nood.

FOTO RR

Zo­als u in de ver­te ziet, staat de kerk­to­ren van Burcht ge­luk­kig mee op de foto.

Newspapers in Dutch

Newspapers from Belgium

© PressReader. All rights reserved.