“Mijn mu­ziek klinkt als New York”

80-ja­ri­ge Ame­ri­kaan­se com­po­nist Phi­lip Glass be­koort me­lo­ma­nen, ope­ra­lief­heb­bers en rock­fans

Gazet van Antwerpen Metropool Stad - - DOEN! - FRANK HEIRMAN

Met twin­tig ope­ra’s en dans­stuk­ken, tien sym­fo­nie­ën en liefst veer­tig film­sco­res maak­te Phi­lip Glass klas­sie­ke mu­ziek weer hip. De com­po­nist is 80 ge­wor­den en wordt over de he­le we­reld uit­ge­voerd, ook in België. “Mijn mu­ziek klinkt als ex­plo­sief New York”, stipt Glass aan in zijn bi­o­gra­fie, waar­in hij zijn on­stui­mig le­vens­ver­haal ver­telt.

Over Phi­lip Glass (1937) doen hon­der­den sap­pi­ge anek­do­tes de ronde. Zijn groot­va­der was een Rus­si­sche Jood die als vod­den­ra­per in Ame­ri­ka op­klom. Als tie­ner moest Phi­lip zijn va­der hel­pen in diens pla­ten­win­kel in Bal­ti­mo­re. La­ter kwam hij aan de kost als ar­bei­der in een staal­fa­briek, ver­hui­zer, lood­gie­ter en as­sis­tent van beeld­hou­wer Ri­chard Ser­ra. Al die baan­tjes klop­pen en er wa­ren er nog veel meer. In zijn au­to­bi­o­gra­fie Mu­ziek zon­der woor­den die hij in 2015 ook in het Ne­der­lands uit­bracht, be­schrijft Glass zon­der wrok zijn strijd om fi­nan­ci­eel te over­le­ven. De ne­de­ri­ge han­den­ar­beid was een be­wus­te keu­ze om zijn geest vrij te hou­den. Als teen­a­ger wist hij al dat hij com­po­nist wil­de wor­den en be­gon hij ma­ni­a­kaal te stu­de­ren, stu­dies die hij zelf moest be­kos­ti­gen. Op zijn 21ste kreeg hij een di­plo­ma in de wis­kun­de en de fi­lo­so­fie aan de uni­ver­si­teit van Chi­ca­go en meld­de hij zich voor het in­gangs­exa­men van het meest pres­ti­gi­eu­ze con­ser­va­to­ri­um van Ame­ri­ka. Op de Jul­li­ard School wis­sel­de hij de dwars­fluit, die hij van­af zijn acht­ste be­speel­de, in voor de pi­a­no en be­gon hij te com­po­ne­ren, in de mo­der­nis­ti­sche stijl van Schön­berg of Cop­land. Daar­na trok hij twee jaar naar Pa­rijs om Bach te be­stu­de­ren bij Na­dia Bou­lan­ger. In Pa­rijs leer­de hij Ra­vi Shan­kar ken­nen en ge­raak­te hij in de ban van to­neel­stuk­ken van Sa­mu­el Bec­kett, waar­voor hij mu­ziek be­dacht.

Elek­tro­ni­sche ver­ster­king

Na een lan­ge spi­ri­tu­e­le stu­die­reis door In­dia ar­ri­veer­de hij in 1967 op zijn der­tig­ste in New York, klaar om het als com­po­nist te ma­ken. Er was slechts één pro­bleem: jon­ge­ren luis­ter­den al­leen nog maar naar Frank Zap­pa en The Doors. Klas­sie­ke mu­ziek leek af­ge­schre­ven. Voor Glass was het dui­de­lijk dat hij de vast­ge­roes­te pa­den moest ver­la­ten. Hij zou elek­tro­ni­sche ver­ster­king en ma­ni­pu­la­tie toe­la­ten en hij zou zelf zijn ei­gen com­po­si­ties uit­voe­ren, zo­als in rock. Daar­toe richt­te hij het Phi­lip Glass En­sem­ble op, be­staan­de uit drie key­board­spe­lers, drie bla­zers, een zan­ge­res en een klank­man voor de mixa­ge.

Aan in­spi­ra­tie geen ge­brek. “In het New York van de ja­ren 60 vond een gi­gan­ti­sche ex­plo­sie plaats toen de we­rel­den van de kunst, het the­a­ter, de dans en de mu­ziek al­le­maal sa­men­kwa­men. Het was een feest waar geen ein­de aan kwam en ik had het ge­voel dat ik er mid­den­in zat”, no­teer­de Glass in zijn bi­o­gra­fie.

Zijn eer­ste vrouw Jo­an­ne Aka­lai­ris was re­gis­seur van avant-gar­de­the­a­ter. Zelf was hij goed be­vriend met Jo­hn Ca­ge en Ste­ve Reich, cho­re­o­graaf Mer­ce Cun­ning­ham, dich­ter Al­len Gins­berg en plas­ti­sche kun­ste­naars als Ri­chard Ser­ra, Sol LeWitt en Chuck Clo­se.

Hol­ly­wood roept

In 1974 ken­de hij zijn eer­ste suc­ces in New York met Mu­sic in Twel­ve Parts, een re­pe­ti­tie­ve com­po­si­tie van liefst vier uur. De eer­ste tien jaar von­den zijn con­cer­ten in ga­le­ries, mu­sea en the­a­ters plaats, pas na 1976 ge­raak­te de mu­ziek­we­reld ge­ïn­te­res­seerd. Dat ge­beur­de met de vijf uur du­ren­de ope­ra Ein­stein on the Beach die op het Fes­ti­val van Avig­non in we­reld­pre­mi­è­re ging en een maand la­ter ook de Munt­schouw­burg in Brus­sel in­palm­de. Glass had er twee jaar aan ge­werkt, sa­men met re­gis­seur Bob Wil­son. De par­ti­tuur had hij ’s nacht ge­schre­ven na zijn avond­werk als taxi­chauf­feur. Het zou zijn laat­ste bij­baan wor­den, want na­dien kreeg hij com­po­si­tie­op­drach­ten aan de lo­pen­de band en kon hij van zijn mu­ziek­rech­ten le­ven.

Na Ein­stein volg­den ope­ra’s over Gan­dhi, Ak­hna­ten, Ga­li­lei, Ke­pler maar ook scripts van Franz Kaf­ka, Jean Coc­teau en Do­ris Les­sing be­werk­te hij tot mu­ziek­the­a­ter. Na het on­ver­wach­te suc­ces van de do­cu­men­tai­re film Koy­aan­is­qat­si klop­te ook Hol­ly­wood aan de deur. En in de ja­ren 90 be­stel­den or­kes­ten sym­fo­nie­ën bij hem.

Yo­ga en boed­dhis­me

Glass breid­de zijn in­stru­men­ta­ri­um uit, zijn in­vloe­den en zijn stijl­mid­de­len, maar de ty­pi­sche Glass-beat met ob­se­de­ren­de her­ha­lin­gen en ja­gend rit­me maak­te el­ke werk on­mid­del­lijk her­ken­baar. Hoe­wel hij door­brak in de pe­ri­o­de van de op­komst van de mi­ni­mal art, houdt Glass niet van de term mi­ni­mal mu­sic. “Mijn mu­ziek klinkt als New York. Het is al­che­mie die de ge­lui­den van de stad om­zet in mu­ziek”, zegt hij.

Op zijn tach­tig­ste com­po­neert hij nog bij­na da­ge­lijks in zijn ate­lier in New York of zijn va­kan­tie­huis in Ca­na­da. Zijn li­chaam houdt hij ge­zond met yo­ga, zijn geest met een men­ge­ling van boed­dhis­me en sja­ma­nis­me, hoe­wel hij be­weert zich ook Jood en chris­ten te voe­len. Rond­om hem speelt zich een druk fa­mi­lie­le­ven af, want Glass was vier­maal ge­trouwd en heeft vier kin­de­ren.

FO­TO'S GLASS PUBLISHING

Phi­lip Glass dicht­te in de ja­ren 70 de kloof tus­sen klas­sie­ke mu­ziek en rock.

Newspapers in Dutch

Newspapers from Belgium

© PressReader. All rights reserved.