“We zijn ri­va­len, maar we heb­ben ook heel veel aan el­kaar te dan­ken”

Wout van Aert en Ma­thieu van der Poel sa­men aan ta­fel in Io­wa Ci­ty

Gazet van Antwerpen Wass & Dender - - VOORZIJDE PAGINA - WIM VOS

Eind vo­rig sei­zoen had­den ze er even geen tijd en goes­ting meer voor. Te veel ge­doe rond het WK, te veel op me­kaars kop moe­ten kij­ken. Maar een mil­de zo­mer en een mis­luk­te ge­za­men­lij­ke aan­val in de Ron­de van Lim­burg la­ter kan het weer wel. Een dub­bel­in­ter­view met de twee ren­ners die tot diep in ja­nu­a­ri weer de wie­ler­pa­gi­na’s in uw krant zul­len vul­len. Ma­thieu van der Poel en Wout van Aert, ex­clu­sief van­uit Ame­ri­ka. “We zijn al­lang niet meer kwaad, en ze­ker niet op me­kaar.”

● “Jij ook last van jet­lag?”

“Valt wel mee. Ik slaap hier veel.” “Ken ik. Va­n­och­tend veel ge­traind?” “Een paar uur­tjes los­rij­den. Het­zelf­de als jij, neem ik aan.”

De eer­ste We­reld­be­ker­wed­strijd is nog drie da­gen weg. Bui­ten valt de nacht over Io­wa Ci­ty. Bin­nen, in de lob­by van de plaat­se­lij­ke She­ra­ton, hou­den Van Aert en Van der Poel het bij wat on­schul­dig ge­keu­vel. On­ge­stoord. Nu nog wel. Want straks zijn ze weer maan­den­lang tot me­kaar ver­oor­deeld. Met al­le ge­vol­gen van dien.

Wout, toen we je half au­gus­tus sms’ten met de vraag voor dit dub­bel­in­ter­view, was daar met­een een be­richt­je te­rug: ‘Joe­pie, we zijn ver­trok­ken.’

Van Aert: (lacht) “Om­dat het zo ty­pisch is. Maan­den­lang kan ik vrij on­ge­stoord mijn weg­pro­gram­ma af­wer­ken, maar het veld­rit­sei­zoen is daar en met­een gaat het, in één adem, weer over mij en Ma­thieu. Maar: geen erg, hoor.”

Hoe kan het an­ders? Zelfs een ren­ner als Toon Aerts laat we­ten dat hij al heel te­vre­den zal zijn als hij der­de kan wor­den ach­ter jul­lie twee.

Van der Poel: “Raar, vond ik. Het is niet echt de men­ta­li­teit die je moet heb­ben. An­der­zijds, we moe­ten eer­lijk zijn: als je on­ze zo­mer ziet… Of de cross vo­ri­ge week in Ee­klo. Het was geen par­cours waar­op je mak­ke­lijk ie­mand kon los­sen. Maar zo­dra Wout of ik echt aan­zet­ten, re­den we best snel weg van de rest. Tja.”

Be­grij­pen jul­lie de vrees voor een heel mo­no­toon sei­zoen, met al­tijd de­zelf­de na­men op één en twee?

Van Aert: “Nee. He­le­maal niet. Hoe­zo mo­no­toon? Heb­ben wij vo­rig sei­zoen dan geen heel mooie du­els uit­ge­voch­ten? Dat was bij­na nooit saai.”

Van der Poel: “Nys heeft tien jaar lang al­les ge­won­nen. Werd er toen ge­zeurd dat het mo­no­toon was? In veel spor­ten is het zo. In het voet­bal zijn het ook al­tijd de­zelf­de ploe­gen die al­les win­nen. Zie maar naar de Cham­pi­ons Le­a­gue. Daar klaagt nie­mand over.” Van Aert: “Zelfs op de weg. Als Sa­gan er­gens mee­doet, is hij er ook al­tijd dicht­bij.”

Al­dus een niet na­der te noe­men sport­di­rec­teur van een gro­te weg­ploeg: “Toch zou­den Van Aert en Van der Poel er goed aan doen om ook pak­weg Lau­rens Sweeck eens een cross met in­zet te la­ten win­nen. Zon­der af­wis­se­ling ha­ken de men­sen af.”

Van Aert: (ge­ër­gerd) “In ze­ke­re zin snap ik wat hij be­doelt. Maar voor de sport is dat toch to­taal niet ge­loof­waar­dig?”

Van der Poel : “Het is een be­la­che­lijk idee. De tijd dat je zo­maar een ze­ge weg­gaf, is lang voor­bij. We kun­nen het toch ook niet hel­pen dat de rest ons vaak niet kan vol­gen?”

Zei­den ze eens­ge­zind. Hoe is de ver­stand­hou­ding mo­men­teel tus­sen jul­lie bei­den?

Van Aert: “Goed. Nor­maal. Zo­als die tus­sen con­cur­ren­ten hoort te zijn. De bes­te vrien­den zul­len we nooit zijn, maar er is res­pect voor me­kaar.”

Van der Poel: “We gaan al­tijd vrien­de­lijk met me­kaar om. Waar­om niet?”

Op het eind van vo­rig sei­zoen leek de ver­stand­hou­ding net wat min­der goed.

Van der Poel: (op­recht ver­baasd) “Is dat zo? Van mijn kant toch niet?” Van Aert: (te­gen Van der Poel) “Hij doelt op het WK.”

Ma­thieu, jij gooi­de plots je do­ping­for­mu­lie­ren op Twit­ter en leek daar­mee te sug­ge­re­ren dat an­de­ren mis­schien meer te ver­ber­gen had­den. Wout, jij re­a­geer­de bit­sig dat je niet mee­deed aan dat soort psy­cho­lo­gi­sche spel­le­tjes.

Van der Poel: “Ah dat… Maar niet ik, wel Ke­vin Pau­wels is daar toen mee be­gon­nen. Dat lijkt ie­der­een al­weer ver­ge­ten. Hij gooi­de plots zijn for­mu­lie­ren op Twit­ter, en sug­ge­reer­de daar­mee dat de an­de­ren met at­tes­ten (doelt of TUE’S, for­me­le toe­stem­ming van de UCI om be­paal­de me­di­cij­nen te mo­gen ge­brui­ken, red.) in de weer wa­ren. Ik had toen di­rect iets van: dan zet ik de mij­ne er ook op. Ik laat mij daar dan aan ken­nen, Wout niet. Wat zijn goed recht is.”

Van Aert: “Ik heb nooit op Ma­thieu ge­scho­ten. Wel op Ke­vin, dat hij het nu zelf maar eens moest uit­leg­gen. Wat hij trou­wens nog al­tijd niet ge­daan heeft. (maakt weg­wuif­ge­baar) Maar voor mij is dat al­lang ver­ge­ten. Ik ben daar niet meer kwaad over, en ze­ker niet op Ma­thieu. Dat was een ty­pisch Wk­ver­schijn­sel. Dan wor­den de fa­vo­rie­ten al­tijd te­gen me­kaar op­ge­zet. Voor­al door de bui­ten­we­reld.”

Van der Poel: “Vroe­ger trok ik mij dat meer aan. Maar zo­wel Wout als ik zijn slim ge­noeg om die din­gen in per­spec­tief te zien.”

Ma­thieu die in Die­gem uit­da­gend spron­ge­tjes maakt op de brug, Wout die ver­vol­gens in Zol­der met een pro­vo­ce­rend in­di­a­nen­ge­baar - hand bo­ven de ogen – aan Ma­thieu lijkt te zeg­gen ‘waar blijf je nu?’. Dat jaagt jul­lie niet op stang?

Van der Poel: (en­thou­si­ast) “Dat is toch net goed. Je moet de men­sen wel iets ge­ven om over te spre­ken.”

Van Aert: (lacht) “Toen Ma­thieu dat deed, had ik in­der­daad iets van: ‘fuck, man’. En in Zol­der zal hij wel ge­dacht heb­ben: ‘Zeg jong, wie denk je wel dat je zijt?’ Maar als dat psy­cho­lo­gi­sche spel­le­tjes zijn, is dat toch net ple­zant. Het hoort bij de char­me van de cross. En het is een recht­streeks ge­volg van het feit dat er maar twee te­no­ren zijn. Je moet een bee­tje zor­gen voor ver­ha­len.”

An­der beeld van vo­rig jaar: de tra­nen van Van der Poel na het WK. Mer­k­waar­dig?

Van Aert: “Ik schrok daar van, ja. Om­dat ik on­mid­del­lijk na de wed­strijd niet wist dat hij zo­veel pech had ge­had.

Hoe kon hij zo te­leur­ge­steld zijn? Ach­ter­af be­greep ik het na­tuur­lijk be­ter.”

Van der Poel: “Ik ben daar van me­zelf ge­schrok­ken. Het was lang ge­le­den dat ik nog zo ge­weend had om een ne­der­laag. Maar het blijft wel de groot­ste ont­goo­che­ling uit mijn car­ri­è­re. Wout zal dat snap­pen: als je een­maal in die re­gen­boog­trui ge­re­den hebt, wil je dat op­nieuw. Bo­ven­dien was het een jaar eer­der in Zol­der ook al deels door pech fout ge­lo­pen. In Luxem­burg was ik er zo op ge­brand. Om dan uit­ein­de­lijk door pech te ver­lie­zen…”

Van Aert: “Op een WK kan je niet re­la­ti­ve­ren. Nu Ma­thieu, als het een troost mag zijn: ik had op dat WK ook lie­ver een fair du­el ge­had. Toen ik in Zol­der we­reld­kam­pi­oen werd, had ik echt het ge­voel dat ik die dag de bes­te in koers was, in Luxem­burg was dat veel min­der. Wat voor mij ook min­der ple­zant was.”

Van der Poel: “Ik zeg dat al lang: hoe groot de con­cur­ren­tie tus­sen ons ook is, we heb­ben heel veel aan me­kaar te dan­ken. Stel dat Wout ooit echt voor de weg kiest en de ver­hou­din­gen in het veld zou­den zijn wat ze vo­rig jaar wa­ren, dat zou be­te­ke­nen dat ik 95 pro­cent van de cros­sen zou win­nen. Dan zou je pas van een mo­no­toon sei­zoen kun­nen spre­ken. Ik denk niet dat de men­sen daar op zit­ten te wach­ten.”

Het zou dit jaar al een bee­tje zo kun­nen zijn. Be­grijp je dat Wout straks een tien­tal cros­sen over­slaat om­dat hij het in het voor­jaar vol­uit op de weg wil pro­be­ren?

Van der Poel: “Ze­ker. Mocht het moun­tain­bi­ke­sei­zoen on­mid­del­lijk na het veld­rit­sei­zoen star­ten, ik zou dat mis­schien ook doen. Ge­luk­kig heb ik na de win­ter meer tijd. Maar dat Wout een bee­tje do­seert: al­le be­grip.”

An­der­zijds: tien cros­sen min­der, dat is ook tien keer geen start­geld. Met de be­dra­gen die een we­reld­kam­pi­oen kan krij­gen, spreek je dan al snel over een som geld waar een door­snee Belg twee jaar voor moet wer­ken.

Van Aert: “Mis­schien zelfs lan­ger dan twee jaar.”

Van der Poel: “Dat is een he­le scho­ne au­to die hij laat staan.”

Van Aert: “Ik geef toe dat dat ook bij mij het eer­ste is waar­aan ik dacht. Niet ze­ve­ren: geld is be­lang­rijk. Maar spor­tie­ve am­bi­ties zijn dat ook. Ik wil­de het ge­woon eens een keer pro­be­ren in het voor­jaar. Dat geld is mis­schien spij­tig, maar ik zou het nog spij­ti­ger ge­von­den heb­ben als ik de­ze kans niet ge­gre­pen had.”

In het voet­bal geldt door­gaans het ada­gi­um: pak wat je kan pak­ken. Mor­gen kan je loop­baan voor­bij zijn.

Van der Poel: “Een fou­te in­stel­ling.” Van Aert: “Er zijn toch ook voet­bal­lers die niet in Chi­na gaan spe­len, zelfs al kun­nen ze er veel meer ver­die­nen. Om­dat ze lie­ver in de Eu­ro­pa de Cham­pi­ons Le­a­gue spe­len. Dat is een bee­tje ver­ge­lijk­baar. Trou­wens: dat fi­nan­ci­eel ver­lies is ook re­la­tief . Het is niet om­dat ik ‘maar’ 32 cros­sen rijd dat ik als een suk­ke­laar uit de win­ter ga ko­men.”

Het is wel een on­ze­ker avon­tuur waar­aan je be­gint.

Van Aert: “Het eni­ge waar ik echt schrik voor heb is dat het ten kos­te zou gaan van mijn cross­sei­zoen. Ik wil in fe­bru­a­ri niet met het ge­voel zit­ten: shit, ik ben te veel met de weg be­zig ge­weest en heb in het veld niet mijn bes­te ni­veau ge­haald. Maar over mijn voor­jaar op de weg maak ik mij geen zor­gen. Het idee dat ik dit al­les doe met de hoop om vol­gend jaar de Ron­de van Vlaan­de­ren te win­nen, is bull­shit. Ik wil zien hoe ver ik kan ge­ra­ken. Ligt dat mij? Doe ik het graag? Kan ik het goed? Dat wil ik vol­gend jaar we­ten. Ik be­sef heel goed dat het geen evi­den­te com­bi­na­tie is. Mijn trai­ner zegt dat ook: stel dat ik ooit Rou­baix of de Ron­de zou wil­len win­nen, mag ik de cross ver­ge­ten. Het is on­mo­ge­lijk om op het WK veld­rij­den su­per te zijn en twee maan­den la­ter op de weg op­nieuw su­per te zijn.”

Kan dat ooit een op­tie zijn: he­le­maal geen veld­rij­den meer?

Van Aert: “Dat zal van de vol­gen­de ja­ren af­han­gen. Mis­schien valt het straks in het voor­jaar wel dik te­gen, sta ik weer met de voetjes op de grond en is heel de­ze dis­cus­sie voor niets.”

Van der Poel: “Voor­lo­pig is het veld­rij­den nog veel te ple­zant. Neem het WK vol­gen­de week op de weg. Had­den Wout en ik daar kun­nen zijn? Mis­schien wel. Maar ik ben lie­ver hier in Ame­ri­ka voor de We­reld­be­ker dan dat ik op het WK zou zijn. Daar­om vind ik het ook zo leuk dat we het de­ze zo­mer al­le­bei zo goed ge­daan heb­ben op de weg. Dat ie­der­een be­seft hoe hoog het ni­veau van het veld­rij­den is. Daar wordt soms nog te neer­bui­gend over ge­daan.”

Zoe­ken jul­lie me­kaar soms op tij­dens die weg­wed­strij­den in de zo­mer?

Van Aert: (droog­jes) “Mee­stal ko­men we au­to­ma­tisch al­le­bei voor­aan te zit­ten.”

Van der Poel: “In de Ron­de van Lim­burg heb­ben we toch eens met me­kaar ge­spro­ken. Maar euh, een suc­ces was dat niet. We gin­gen met zijn twee door­trek­ken op een kas­sei­strook... (lacht)

Van Aert: “Een re­de­lij­ke mis­luk­king, zeg maar. Ze had­den ons rap te­rug­ge­pakt. Maar waar­om niet pro­be­ren? De koers zat op slot en ik wist dat Ma­thieu bij de be­te­ren in koers was. Dan spreek ik lie­ver met hem iets af dan met een an­de­re ren­ner van wie je weet dat hij na twee keer niet meer zal over­pak­ken. Dat zal je met Ma­thieu niet voor­heb­ben.”

Te­ke­nen jul­lie voor een weg­car­ri­è­re zo­als Sty­bar, ook een voor­ma­lig we­reld­kam­pi­oen in het veld?

Van der Poel: “Een rit in de Tour, Stra­de Bi­an­che… Je kan moei­lijk be­we­ren dat zijn over­stap naar de weg niet ge­slaagd is. Maar dat hij er de laat­ste twee jaar ook zelf meer van ver­wacht had, is zo. Ik spreek Sty­bar nog re­gel­ma­tig. Ik weet dat hij de cross heel hard mist.”

Van Aert: “Dat maakt deel uit van je keu­ze voor de weg. Dan weet je dat je niet lan­ger el­ke koers kan win­nen. Heel an­ders dan in de cross, waar Ma­thieu en ik nor­maal wel al­tijd mee­doen voor winst.”

Met al­le ge­vol­gen van­dien. Hoe zuur is het om te we­ten dat el­ke twee­de plaats, hoe mooi ook, de vol­gen­de maan­den als een ne­der­laag zal wor­den af­ge­schil­derd.

Van Aert: “Dat is soms zuur, ja. Ie­der­een ver­wacht al­tijd dat we er let­ter­lijk el­ke wed­strijd staan. Vo­rig jaar voel­de ik mij in Meu­le­be­ke niet echt goed. Ik zocht voor een keer­tje niet mijn li­mie­ten op, maar reed al bij al een def­ti­ge wed­strijd en werd ne­gen­de. Ik werd di­rect af­ge­maakt. Het zou soms aan­ge­na­mer zijn als er wat min­der wed­strij­den op tv zou­den zijn. De druk zou klei­ner zijn.”

Van der Poel: “Maar ik vrees dat we dat zelf in de hand ge­werkt heb­ben, Wout. Wen er maar aan. Met een twee­de plaats voor een van ons gaat nie­mand straks te­vre­den zijn.”

FOTO BELGA

Wout van Aert vier­de gis­te­ren 23ste zijn ver­jaar­dag, en dat was de or­ga­ni­sa­to­ren niet ont­gaan.

FOTO BELGAPLUS

Newspapers in Dutch

Newspapers from Belgium

© PressReader. All rights reserved.