Klei­ne aan­de­len vloe­ren Bel-20

Gazet van Antwerpen Wass & Dender - - ECONOMIE - PASCAL DENDOOVEN

De klei­ne aan­de­len op de Brus­sel­se beurs vloe­ren al bij­na tien jaar de groot­ste Bel­gi­sche aan­de­len. Sinds 2003 is het ren­de­ment meer dan 200 pro­cent be­ter.

Het ver­schil in to­taal ren­de­ment (koers­winst plus di­vi­den­den) tus­sen de klein­tjes op de Brus­sel­se beurs en de 20 groot­ste aan­de­len op­ge­no­men in de Bel20-in­dex, is frap­pant. Als 2003 als start­punt wordt ge­no­men, steeg de in­dex van de klei­ne aan­de­len op de Brus­sel­se beurs bij­na met een fac­tor 5,5. Bij de gro­te aan­de­len haal­de de toe­na­me een fac­tor 3,1.

Dat zorgt voor een ren­de­ments­ver­schil tus­sen klein en groot van 237 pro­cent. Het jaar­lijks ren­de­ment van de klein­tjes kwam uit op 12,2 pro­cent, dat van de gro­ten op 8 pro­cent. Hoe valt zo’n ver­schil uit te leg­gen?

“Fa­mi­li­aal ge­lei­de be­drij­ven zijn voor­zich­ti­ger, want ze wer­ken met ei­gen geld en doen geen gek­ke over­na­mes. Ze zijn te­rug­hou­den­der met schul­den en je hebt er geen ma­na­ge­ment dat al­leen naar de kor­te ter­mijn kijkt”, zegt Kri­s­toff Van Hou­te van het be­leg­gers­blad Kr­of­fin­vest.

Klei­ne aan­de­len zijn ook vaak aan­de­len die nau­we­lijks door ana­lis­ten wor­den ge­volgd en die je nog kan ont­dek­ken om­dat ze on­der de ra­dar blij­ven, zegt Rik Dhoest van Bank Na­gel­mac­kers. De in­du­stri­ë­le was­ma­chi­ne­groep Jensen is zo’n voor­beeld van een groep die niet of nau­we­lijks ge­volgd werd. “Ik ben lang de eni­ge ana­list ge­weest die dat aan­deel volg­de”, zegt Van Hou­te. “Dat gaf me de kans het aan te ra­den aan be­la­che­lijk la­ge koer­sen. Het ma­na­ge­ment deed wat het be­loof­de en le­ver­de re­sul­ta­ten af.”

Bij klei­ne be­drij­ven heb­ben ana­lis­ten ook mak­ke­lij­ker toe­gang tot de be­drijfs­top. En dat geldt ook voor de par­ti­cu­lie­re be­leg­ger, zegt ana­list Gert De Me­sure. “Het zijn be­drij­ven van om de hoek, waar de par­ti­cu­lie­re be­leg­ger via de Vlaam­se Fe­de­ra­tie van Be­leg­gings­clubs (VFB) zo toe­gang toe heeft.”

De Me­sure is een fan van klei­ne be­drij­ven. “De gang­ba­re the­o­rie is dat ze het be­ter doen dan gro­te be­drij­ven in pe­ri­o­des van eco­no­mi­sche groei.” Ze heb­ben een lan­ge­ter­mijn­stra­te­gie en in­ves­te­ren veel.

Dat klei­ne be­drij­ven snel­ler groei­en, heeft ook te ma­ken met de wet van de gro­te en klei­ne ge­tal­len, zegt Patrick Mil­le­cam van ver­mo­gens­ad­vi­seur Va­lue Squa­re. “Hoe klei­ner je bent, hoe mak­ke­lij­ker je groeit. Veel suc­ces­ver­ha­len zijn klein­scha­lig ge­start.”

Vo­la­tiel

Som­mi­ge aan­de­len zo­als Ter Be­ke en Jensen heb­ben een beurs­waar­de van slechts en­ke­le hon­der­den mil­joe­nen. En als dan ook nog eens een groot deel van die aan­de­len in vas­te han­den zit, is de li­qui­di­teit nog krap­per.

“Als dan ook nog eens fond­sen die aan­de­len be­gin­nen te ko­pen, kan dat koer­s­ef­fect ge­ven, net zo­als wan­neer ze er­uit stap­pen”, zegt Van Hou­te. Het ge­volg is dat klei­ne aan­de­len vo­la­tie­ler zijn. “Als je zo’n aan­de­len koopt, heb je best een lan­ge­ter­mijn­stra­te­gie”, zegt Dhoest.

FO­TO BELGA

Newspapers in Dutch

Newspapers from Belgium

© PressReader. All rights reserved.