Ca­thé­ri­ne Moer­ker­ke

‘Ik mag de he­le­we­reld ver­ken­nen, ik voel me een beet­je zo­als Ti­ny’

Het Nieuwsblad - - FRONT PAGE - TEKST LOT­TE DE­BROU­WE­RE FO­TO MAAR­TEN DE BOUW

‘Jam­bers is toch ongelooflijk, hé? Een ech­te vak­man. Hoe hij bij de po­li­ti­ci is ge­raakt en hen in beeld heeft ge­bracht: ik vind dat straf.’ Ca­thé­ri­ne Moer­ker­ke zegt het ter­wijl ze van een Co­ca-Co­la Ze­ro nipt. Nu ze Te­le­facts en ook Te­le

facts Zo­mer pre­sen­teert, is het nieuws­an­ker een ech­te re­por­ta­ge­maak­ster ge­wor­den. ‘Naar The

Voi­ce kan ik nog ge­dach­te­loos kij­ken maar een re­por­ta­ge, die ana­ly­seer ik on­mid­del­lijk.’ ‘Niet dat ik de vrou­we­lij­ke ver­sie van Jam­bers wil wor­den. Hoe­wel: ik draag ook lie­ver een le­ren jas­je dan een hemd­je met pof­mou­wen. Ook rok­jes zijn niet aan mij be­steed. Mijn doch­ter heeft dat trou­wens ook een beet­je. Haar we­reld is niet die van ro­ze en van prin­ses­jes.’ Moer­ker­ke mag dan een frèle vrouw zijn en nu vaak de zin ‘Ge ziet er ma­ger­der uit dan op de tv’ te ho­ren krij­gen, toch zul je haar niet zo­maar pas­se­ren. Tij­dens de li­ve­uit­zen­din­gen van de ver­kie­zin­gen pluk­te ze me­nig po­li­ti­cus weg van de con­cur­ren­tie. ‘Ik heb al­les ge­ge­ven, ja. (grijnst en schudt het hoofd) Het is soms ongelooflijk. Hoe wij als pers­lui op een fi­guur als Bart De We­ver vlie­gen. Hoe er bij­na ge­voch­ten wordt voor een eer­ste re­ac­tie.’

De VRT stond in het Vlaams Par­le­ment met een im­po­san­te ploeg, jij na­ge­noeg in je een­tje. Toch is het je ge­lukt om De We­ver voor hun neus weg te ka­pen.

(ge­ge­neerd) ‘Ik kreeg een sms dat De We­ver on­der­weg was en dan be­gint je hart te bon­ken. Waar zal hij aan­ko­men, hoe krijg ik hem het eerst tot bij ons? Op dat mo­ment is het een soort wed­strijd. Dan ga je in oor­logs­mo­dus. Ik maak niet graag vij­an­den maar ik heb er on­ge­twij­feld wel ge­maakt die dag. Ik moest er­op­af. Of ik dan een el­le­boog in mijn ge­zicht kreeg of niet, ik moest en zou de eer­ste zijn.’

Dan komt er een soort Lin­da De Win bij jou naar bo­ven?

‘Die dag was ik een beet­je Lin­da De Win, ja. Maar voorts heb­ben we wei­nig raak­vlak­ken. Je hebt ook wel ge­zien dat De We­ver niet graag heeft dat je hem aan­raakt, hé, dan wordt hij krib­big. Dus heb ik hem sub­tiel maar kor­daat met mijn hand op zijn rug naar het plek­je ge­bracht waar on­ze ca­me­ra stond.’ Q-Mu­sic en die zat op de­zelf­de vloer als de VTM-nieuws­re­dac­tie. Ik weet nog dat ik heel erg op­keek naar Da­ny (Ver­strae­ten

nvdr.). Dat is in het echt ook een im­po­san­te man, hé. Dank­zij hem ben ik op het VTM-nieuws be­land. Er wa­ren screen­tests en hij zei: Die van de ra­dio mag ook eens

mee­doen. Ik had de job.’ ‘Ik kon dat werk nog ve­le ja­ren doen, maar ik wou naar bui­ten. Zelf re­por­ta­ges ma­ken, weg van de stu­dio. Weet je, nieuws is ook een weg­werp­pro­duct, el­ke dag moet je van nul her­be­gin­nen. Re­por­ta­ges blij­ven. Je kan zeg

gen: Kijk, dit heb ik ge­maakt. Het is als een boek schrij­ven of een schil­de­rij ma­ken. Het is iets waar je trots op kan zijn. Op pre­sen­ta­ties kan je ook trots zijn, maar de vol­gen­de dag heb je al­weer an­der nieuws.’

Tij­dens de ver­kie­zin­gen ging ik in oor­logs­mo­dus. Een el­le­boog in mijn ge­zicht of niet, ik moest en zou als eer­ste Bart DeWe­ver te pak­ken krij­gen. Veel vrien­den heb ik die dag niet ge­maakt

Waar­om ben je ge­stopt met ‘VTM Nieuws’?

‘Om­dat niet al­le nieuws­da­gen even span­nend zijn en je het el­ke dag toch met even­veel en­thou­si­as­me moet bren­gen. Ik heb al­tijd ge­zegd dat ik op werk­vlak nooit iets zou doen te­gen mijn goes­ting.’

Straf. Hon­der­den men­sen dro­men er­van om an­ker­vrouw te

zijn.

‘Ja, dat weet ik. El­ke dag op het scherm ver­schij­nen, streelt je ego, hé. Ik had ook nooit ge­dacht dat het me zou over­ko­men. Ik ben be­gon­nen bij de nieuws­re­dac­tie van

Ken je de kin­der­boe­ken­reeks Ti­ny?

‘Ja na­tuur­lijk, ge­wel­di­ge boe­ken. Vaak ge­le­zen.’

Je lijkt een beet­je op Ti­ny. Ti­ny bij de bioboer, Ti­ny in de Fi­li­pijn­se slop­pen­wij­ken. Je komt over­al.

‘Ik voel me ook een beet­je als Ti­ny. Het is rock-’n-roll. De we­reld ver­ken­nen. Soms zit ik in de au­to met het raam­pje open en mijn ha­ren in de wind en denk ik: zie me hier nu rij­den, Vlaan­de­ren door. Ik leer gi­gan­tisch veel bij en heb al veel men­sen ont­moet. Ik heb het ge­voel dat ik weer leef.’ ‘Toch wou ik dat ik En­gels had ge­stu­deerd. Dan is je ho­ri­zon bre­der. Dan kon ik het we­reld­nieuws ver­slaan op BBC of CNN. Vlaan­de­ren blijft klein. Elk jaar ko­men de­zelf­de din­gen te­rug. Slecht weer aan de kust waar­bij de ho­re­ca-uit­ba­ters kla­gen, het be­gin van het school­jaar waar­bij de he­te hang­ij­zers van het on­der­wijs weer naar bo­ven ko­men, de kerst­pe­ri­o­de met de sol­den en de sper- pe­ri­o­de, en­zo­voort. Ik ben blij dat

Te­le­facts die vas­te agen­da los­laat.’

Lynn We­sen­beek moest op­stap­pen bij ‘Het Nieuws’. Je twit­ter­de on­langs ‘On­ze Lynn in Rey­ers Laat. Nog steeds top­klas­se. Ik mis ze.’

‘Ik mis haar echt. Ik vond haar een heel goed an­ker en een tof­fe, war­me ma­dam. Ik heb nog con­tact met haar, maar zie haar niet meer da­ge­lijks. Jam­mer. Maar de be­slis­sin­gen zijn wat ze zijn.’

Het kan ook jou over­ko­men. Dat je plots weg moet.

‘Dat be­sef ik heel goed. Daar­om ge­niet ik van het mo­ment.’

Ou­der wor­den in de me­dia is niet evi­dent.

‘De me­dia zijn daar hard in. Ben je een vrouw en na­der je een be­paal­de leef­tijd, dan moet je daar­op voor­be­reid zijn. Dan weet je dat het ein­de van je car­ri­è­re na­bij kan zijn.’

Dat is toch erg? Bij een man is dat niet zo.

‘In­der­daad. In Ame­ri­ka kan het wel. Daar is het me­dia­land­schap nog an­ders. Maar het is hier al ver­be­terd, denk ik.’ ‘Ik weet niet of ik voor de rest van mijn le­ven aan jour­na­lis­tiek wil doen. Maar ik doe het su­per­graag en zou niet we­ten of ik ook nog iets an­ders kan. Mocht ik ooit ver­an­de­ren, dan wil ik wer­ken met mijn han­den.’

Een bloe­men­win­kel ope­nen?

‘Neen, dat niet. Ooit wou ik wel sport­ver­slag­ge­ver wor­den. Mijn groot­va­der was dat voor jul­lie krant in de tijd van Rik Van Looy en Briek Schot­te. Cou­reurs wa­ren toen nog echt be­vriend met jour­na­lis­ten. Ze kwa­men zelfs eten bij hem thuis. Ooit heeft een van die cou­reurs zijn slaap­plek in de Tour de Fran­ce af­ge­staan aan mijn groot­va­der en mijn ma­ma om­dat ze geen ho­tel had­den. Nu is het on­denk­baar dat Phi­lip­pe Gil­bert zegt: Hier, neem mijn bed maar, ik zoek wel iets an­ders.’

‘Ik hou nog al­tijd van de koers maar die droom om sport­jour­na­lis­te te wor­den, is voor­bij.’

Mis­schien kan je de vrou­we­lij­ke ver­sie van ‘Wauters vs. Waes’ ma­ken?

(lacht) ‘Neen, ook niet. Sim­pel­weg om­dat vrou­wen fy­siek min­der sterk zijn dan man­nen. Het zou veel min­der spec­ta­cu­lair zijn. Hoe­wel, ik ben heel com­pe­ti­tief. Ik wil al­tijd win­nen. Stom trek­je, hé? Let op, te­gen mijn kin­de­ren kan ik wel ver­lie­zen. Ik moet wel, want bij het ge­zel­schaps­spel Me­mo­ry ver­lies ik al­tijd van mijn doch­ter.’

Krijg je het al­le­maal ge­com­bi­neerd? Job, ge­zin, man, spor­ten ...

‘La­ten we niet on­no­zel doen. Je wordt ge­ïn­ter­viewd om­dat je in de me­dia werkt en dan denkt ie­der­een dat je le­ven meer hec­tisch is dan dat van an­de­ren, maar ik ben niet an­ders dan an­de­re der­ti­gers. Tus­sen je der­tig­ste en veer­tig­ste ben je ge­woon vol­le bak be­zig, piek je in je car­ri­è­re, krijg je kin­de­ren en wil je nog spor­ten en vrije tijd heb­ben.’ ‘Daar­bo­ven­op ben ik van na­tu­re een on­rus­tig ie­mand. Ik heb al­tijd het ge­voel dat het le­ven voor­bij raast en dat ik er niet al­les uit­haal. Maar ik pro­beer dat te aan­vaar­den. Je kan niet de we­reld af­rei­zen, wer­ken, twee kin­de­ren op­voe­den en spor­ten. Dat gaat ge­woon niet. Je moet keu­zes ma­ken. Ik boks niet meer en lo­pen doe ik nog heel af en toe. Het is de tol die je be­taalt als je kin­de­ren hebt. Die zee­ën van tijd zijn weg. Maar ik had er ge­noeg van voor me­zelf te le­ven. Ik wou zor­gen voor, lief­de ge­ven aan an­de­ren.’

Op­ge­let, voor je het weet heb je een burn-out, zo­als je col­le­ga Ka­thy Pau­wels.

‘In­der­daad. Ik leg de lat ook heel hoog voor me­zelf. Maar ik waak er­over dat ik al­tijd ge­noeg slaap. En thuis kan ik ge­noeg los­la­ten. Het ligt er niet kraak­net bij, in­te­gen­deel. Ik strijk bij­na nooit en mijn huis is vaak ont­ploft. Een berg af­was, over­al jas­sen in het rond, rond­slin­ge­ren­de schoe­nen, het is me niet vreemd. Maar ik jaag me daar niet in op. Ik ben Ik kan mijn doch­ter en­kel ’s och­tends naar school bren­gen. Dat steekt soms een cha­oot, vind niets te­rug. De app Find my iPho­ne is een prach­ti­ge uit­vin­ding. Via de com­pu­ter kan ik daar­mee mijn te­le­foon op­bie­pen. Mijn moe­der zegt al­tijd dat ik mijn spul­len op de­zelf­de plaats moet leg­gen. Dan zeg ik: Mam, dat heeft geen zin want dan ver­geet ik op wel­ke plaats ik mijn spul­len nu weer moet leg­gen.’

Zegt je vriend dan niet: ‘Schat, kalm aan’?

‘Neen, hij is arts en heeft een ei­gen be­drijf­je. Hij is ook zo druk be­zig.’

Hoe doen jul­lie dat met de kin­de­ren?

‘Veel re­ke­nen op de bei­de oma’s. Toen ik net be­val­len was, was er nog een laat­avond­jour­naal. Dan heb­ben we een na­n­ny in­ge­scha­keld. Het kon ge­woon niet an­ders want ik kwam om één uur ’s nachts thuis en mijn man was vaak op de baan. Nu is het be­ter. Maar ik kan mijn doch­ter en­kel ’s och­tends naar school bren­gen, haar ’s avonds op­ha­len zit er niet in. Dat steekt soms, want het is ge­wel­dig om je kind vol en­thou­si­as­me van de speel­plaats naar jou toe te zien lo­pen.’

Je doch­ter Mo­na-Ma­rie is ze­ven, je zoon Eli­ott twee. Be­wust zo lang ge­wacht voor een twee­de?

‘Ja, ab­so­luut. Ik wou zo lang mo­ge­lijk van mijn eer­ste kind­je ge­nie­ten. Ik wou dat al­le aan­dacht naar haar ging. Ik wist ook niet of ik nog een twee­de wou. Moet dat wel, er zijn al zo veel kin­de­ren op de we­reld, dacht ik vaak. Maar uit­ein­de­lijk ben ik over­stag ge­gaan.’

Mocht je car­te blan­che krij­gen, wie zou je nog wil­len in­ter­vie­wen?

(heel snel) ‘Bill Clin­ton. Ik vond dat zo’n goeie pre­si­dent die door de Le­wins­ky-af­fai­re veel te zwaar werd be­straft. En ik heb het ook voor zijn vrouw, Hil­la­ry. Hoe zij hem steun­de vroe­ger en hoe hij haar dan ja­ren la­ter ook steun­de om de eer­ste vrou­we­lij­ke pre­si­den­te te wor­den: straf.’

En wat zou de eer­ste vraag zijn die je hen stelt?

‘Bill, zie je Hil­la­ry nog graag? En Hil­la­ry, zie je Bill nog graag? Dat zou ik echt wil­len we­ten. En dan maar ho­pen dat ze niet rond de pot draai­en. Ja, dat is mijn groot­ste droom.

IN­FO ‘Te­le­facts Zo­mer’, VTM, dins­dag en don­der­dag om 22 uur.

Fo­to: dba

Newspapers in Dutch

Newspapers from Belgium

© PressReader. All rights reserved.