De dood van Wil­lem van Oran­je

De eer­ste po­li­tie­ke moord van Ne­der­land.

Alles over Geschiedenis - - Inhoud -

In 1584 kre­gen de Ne­der­lan­den een zwa­re klap te ver­du­ren. Wil­lem van Oran­je, de lei­der van de op­stand te­gen Span­je, werd ver­moord. Lees al­les over de eer­ste

po­li­tie­ke moord van Ne­der­land.

Het was laat in de mid­dag op 10 ju­li 1584. De eet­zaal van het Prin­sen­hof, Wil­lem van Oran­jes re­si­den­tie in Delft, stroom­de leeg. De prins had een uit­ge­brei­de lunch ge­nut­tigd met zijn fa­mi­lie en in de klei­ne hal van het voor­ma­li­ge kloos­ter maak­ten de aan­we­zi­gen nog een praat­je voor­dat zij zich weer op se­ri­eu­ze za­ken moesten stor­ten. Oran­je stond al bij de trap naar zijn pri­vé­ver­trek­ken, maar klets­te nog even met een paar van zijn ver­trou­we­lin­gen. Net toen hij zich wil­de om­draai­en om naar zijn ka­mer te gaan, ver­scheen een on­be­kend ge­zicht tus­sen de men­sen. Bal­t­hasar Gerards was kort ge­le­den ge­re­kru­teerd als spi­on. Nu richt­te hij een pi­stool op de borst van de prins.

Een oor­ver­do­ven­de knal door­klief­de het ge­roe­ze­moes, ge­volgd door ge­schok­te kre­ten. Wil­lem van Oran­je zak­te in el­kaar op de grond.

Ter­wijl de moor­de­naar op de vlucht sloeg, werd de prins naar een an­de­re ka­mer ge­dra­gen. Zijn zus en zijn echt­ge­no­te wa­ren com­pleet over­stuur. Ze de­den nog een ver­geef­se po­ging om het bloe­den te stel­pen, maar Oran­je over­leed ter plek­ke. Het nieuws ver­spreid­de zich ra­zend­snel. Het was een lood­zwa­re klap voor de pro­tes­tant­se zaak en de op­stand te­gen de Spaan­se over­heer­sing in de Ne­der­lan­den. Al snel de­den 'laat­ste woor­den' de ron­de waar­in Oran­je zich zor­gen maak­te over het lot van de Ne­der­lan­ders: “Heer, wees mijn ziel en dit ar­me volk ge­na­dig.” In wer­ke­lijk­heid was de prins waar­schijn­lijk niet in staat nog een woord uit te bren­gen. Wil­lem had al drie broers ver­lo­ren aan de op­stand te­gen Span­je, die ver­re van voor­spoe­dig ver­liep. Nu eis­te de­ze strijd ook zijn ei­gen le­ven.

Hoe ge­schokt ie­der­een ook was door de ge­beur­te­nis, hij kwam niet on­ver­wacht. De daad van Gerards was na­me­lijk niet de eer­ste aan­slag op het le­ven van Wil­lem de Zwij­ger. Hij hield al lan­ger re­ke­ning met moor­de­naars. In 1580 ver­klaar­de de Spaan­se ko­ning Fi­lips II hem vo­gel­vrij en sinds­dien wist Oran­je pre­cies wat zijn le­ven waard was: 25 dui­zend gou­den kro­nen. De flin­ke prijs op zijn hoofd bracht hem niet van zijn stuk, maar de vo­gel­vrij­ver­kla­ring raak­te hem wel diep. De nor­maal ge­spro­ken zo te­rug­hou­den­de en be­schaaf­de prins die zel­den werd be­trapt op on­ge­nu­an­ceer­de uit­spra­ken, stuur­de een fel­le re­ac­tie de we­reld in. In een pam­flet dat zijn bij­naam geen eer aan deed, ver­de­dig­de hij zich te­gen al­le aan­tij­gin­gen en ver­klaar­de hij luid en dui­de­lijk het pro­tes­tan­tis­me aan te han­gen. Ook noem­de hij de be­ruch­te ij­ze­ren her­tog Al­va een mos­lim die stra­ten graag ver­an­der­de in bloed­ri­vie­ren en be­schul­dig­de hij de Spaan­se ko­ning van over­spel en ech­te­lij­ke moord.

Op zon­dag 18 maart 1582 kreeg Oran­je voor het eerst de loop van een pi­stool in zijn ge­zicht. Hij ver­bleef in Ant­wer­pen en hield zo­als ge­brui­ke­lijk op zon­dag een open­ba­re lunch voor een groep edel­lie­den. Na de maal­tijd ont­ving hij een acht­tien­ja­ri­ge jon­ge­man ge­naamd Jean Jau­re­guy die een ver­zoek­schrift wil­de in­die­nen. In plaats van pa­pie­ren haal­de de jon­ge­man een pi­stool te­voor­schijn. De aan­slag zou do­de­lijk zijn ge­weest als de on­er­va­ren tie­ner het wa­pen niet met te veel kruit had ge­la­den. Het pi­stool ont­plof­te in zijn hand. De ko­gel boog af en door­boor­de de kaak van prins Wil­lem. Om­stan­ders, waar­on­der Wil­lems jon­ge zoon Mau­rits, wier­pen zich met dol­ken op Jau­re­guy en sta­ken hem dood.

Jau­re­guy bleek een die­naar te zijn van Ga­spar de Anas­tro, een Spaan­se koop­man die in Ant­wer­pen woon­de. De koop­man stond op de rand van een fail­lis­se­ment en zag de be­lo­ning op het hoofd van Oran­je als een uit­ste­ken­de ma­nier om van zijn schul­den af te ko­men. Wel liet hij een an­der lie­ver het vui­le werk op­knap­pen: zijn trou­we, jon­ge boek­hou­der. Zelf was de koop­man al voor de aan­slag uit het land ver­trok­ken. Zo ont­snap­te hij aan de wraak van het Oran­je-hof. Bij ge­brek aan be­ter wer­den twee an­de­re man­nen die van het com­plot wis­ten be­recht als me­de­plich­ti­gen. Op ver­zoek van Oran­je werd hen een snel­le dood ge­gund, in plaats van de gru­we­lij­ke exe­cu­ties die ge­brui­ke­lijk wa­ren.

De prins was ter­nau­wer­nood aan de dood ont­snapt. Ook in de da­gen na de aan­slag was hij niet bui­ten le­vens­ge­vaar. Zijn wond bleef lang bloe­den en het ge­vaar van een ont­ste­king

“Oran­je was zich er heel be­wust van dat zijn le­ven op ie­der mo­ment kon

ein­di­gen.”

lag op de loer. Hij bleef op zijn ka­mer om te her­stel­len, waar­door het ge­rucht ont­stond dat hij de aan­slag niet had over­leefd. Won­der bo­ven won­der her­stel­de Oran­je uit­ein­de­lijk goed. Wel was het pijn­lijk dui­de­lijk ge­wor­den hoe moei­lijk het was hem te be­scher­men te­gen zul­ke aan­sla­gen. De be­lo­ning op zijn hoofd zou vroeg of laat het ge­wens­te ef­fect heb­ben. Ze­ker na de eer­ste aan­slag was Wil­lem zich er heel be­wust van dat zijn le­ven op ie­der mo­ment kon ein­di­gen. Hij maak­te zich steeds meer zor­gen om zijn na­la­ten­schap aan zijn fa­mi­lie. Zo werk­te hij aan een nieuw tes­ta­ment en pro­beer­de hij de ge­wes­ten Holland en Zee­land over te ha­len hem tot graaf te be­noe­men, zo­dat hij een ti­tel van be­te­ke­nis in de Ne­der­lan­den kon door­ge­ven aan zijn zoon Mau­rits. He­laas kreeg hij dit niet voor el­kaar voor­dat hij werd ver­moord. In 1583 wer­den nog en­ke­le aan­sla­gen op Oran­je ver­ij­deld. Maar geen van de­ze plan­nen was zo wel­over­wo­gen als dat van Bal­t­hasar Gerards.

Gerards, ei­gen­lijk Gé­rard, was een bij­zon­der al­le­daag­se Frans­man ge­bo­ren in de buurt van Be­san­çon, Fran­che-Com­té. Zijn fa­mi­lie was wel­va­rend maar ver­der van wei­nig be­te­ke­nis. Gerards werd ka­tho­liek op­ge­voed en zijn ou­ders wa­ren trou­we aan­han­gers van het Habsburg­se vor­sten­huis, waar ook Fi­lips II toe be­hoor­de. In zijn tie­ner­ja­ren stu­deer­de hij aan de uni­ver­si­teit van Do­le. Hij kon zich erg op­win­den over de po­li­tiek van Wil­lem van Oran­je, die hij zag als een ver­ra­der. Toen hij hoor­de van de vo­gel­vrij­ver­kla­ring was hij nog maar 23 of 24 jaar oud. Met­een be­gon hij met het be­ra­men van zijn moord­plan.

Wil­lem ‘de Zwij­ger’ van Oran­je-Nas­sau ont­ke­ten­de de op­stand te­gen de Spaan­se over­heer­sing van de Ne­der­lan­den. Te­gen­woor­dig wordt hij wel ‘va­der des va­der­lands’ ge­noemd.

Om te sla­gen had Gerards toe­gang no­dig tot het hof van Oran­je. Na de aan­slag van 1582 was de be­wa­king rond­om de prins toe­ge­no­men en ont­ving hij niet zo­maar bui­ten­staan­ders. Om die toe­gang te krij­gen, be­sloot hij een val­se iden­ti­teit te cre­ë­ren. Hij nam de schuil­naam Fran­çois Guy­on, zo­ge­naamd een zoon van een on­be­ken­de pro­tes­tant­se mar­te­laar. Om zijn ver­haal kracht bij te zet­ten, ge­bruik­te hij een ver­za­me­ling val­se do­cu­men­ten en ge­tuig­schrif­ten. Waar hij die van­daan had is niet be­kend; waar­schijn­lijk kreeg hij hulp van bui­ten­af. De pa­pie­ren wa­ren in ie­der ge­val over­tui­gend ge­noeg om een van Oran­jes be­lang­rijk­ste ad­vi­seurs in te pal­men.

In mei 1584 kwam Gerards aan in Delft. Met­een ging hij met een brief voor Oran­je naar het Prin­sen­hof. Hij kreeg de prins niet te zien, maar een paar da­gen la­ter werd hij bij de ad­vi­seur Pier­re L'Oy­se­leur de Vil­liers ge­roe­pen. Gerards speel­de de over­tuig­de cal­vi­nist. Te­ge­lij­ker­tijd be­wees hij met een ver­za­me­ling brie­ven dat hij goe­de ban­den had met voor­aan­staan­de ka­tho­lie­ken. Hij zou van hen nut­ti­ge in­for­ma­tie kun­nen krij­gen over de Span­jaar­den. Vreemd ge­noeg wek­te die pa­ra­dox geen arg­waan bij De Vil­liers, die ‘Guy­on’ in dienst nam als bood­schap­per.

Gerards werk­te zo en­ke­le maan­den voor De Vil­liers. Al die tijd bleef hij ge­dul­dig zijn rol spe­len. Hij bracht De Vil­liers bood­schap­pen rond en paai­de hem zo nu en dan met bruik­ba­re in­lich­tin­gen. Hij zorg­de er­voor dat hij ge­zien werd wan­neer hij gre­tig cal­vi­nis­ti­sche tek­sten las. Met groot ge­duld wacht­te hij zijn kans af, die hij in ju­li kreeg. Het is niet ze­ker waar­om hij die dag werd toe­ge­la­ten tot de bin­nen­ste krin­gen van het Prin­sen­hof. Mis­schien moest hij van de prins een pas­poort krij­gen voor een reis voor De Vil­liers. Het zou ook kun­nen dat hij het nieuws van de dood van An­jou als eerst had op­ge­van­gen en het per­soon­lijk aan Oran­je mocht door­ge­ven. In ie­der ge­val werd hem ver­teld dat Wil­lem hem na zijn lunch zou zien. De pisto­len kocht Gerards waar­schijn­lijk de­zelf­de dag van een edel­man in Delft. Veel edel­man­nen droe­gen ze, voor­al als mo­de­ac­ces­soi­re. In de hal bij de eet­zaal van het Prin­sen­hof wacht­te hij ge­dul­dig met de wa­pens ver­bor­gen on­der zijn vest. Toen Wil­lem van Oran­je naar bui­ten kwam sloeg hij toe.

Gerards liet zijn pi­stool val­len en ge­bruik­te de ver­war­ring om uit het ge­bouw te vluch­ten. Hij had de vlucht­rou­te van te­vo­ren uit­ge­dacht. Het com­plex stond dicht bij de stads­muur, daar­door kon hij vlug Delft ont­vluch­ten. Maar de mi­li­tai­ren in het ge­zel­schap van Oran­je han­del­den snel en na een kor­te ach­ter­vol­ging werd de moor­de­naar in de kraag ge­vat. Tij­dens zijn ver­hoor, waar ui­ter­aard ook ex­ces­sie­ve mar­te­ling bij hoor­de, wei­ger­de Gerards me­de­plich­ti­gen te noe­men. Hij toon­de geen be­rouw en be­weer­de de moord te heb­ben ge­pleegd voor de ko­ning en voor God. Het leek een een­mans­daad van een fa­naat met een muur­vas­te toe­wij­ding aan de RoomsKa­tho­lie­ke Kerk en Fi­lips II. He­laas voor Gerards was Oran­je er niet meer om hem een snel­le dood te gun­nen. De sa­dis­ti­sche exe­cu­tie nam vier da­gen in be­slag.

Wil­lem van Oran­je was ja­ren­lang het ge­zicht ge­weest van de op­stand die hij had ont­ke­tend. Een groot veld­heer was hij niet. Wel was hij een ge­bo­ren po­li­ti­cus.

Hij nam de ti­ta­ni­sche taak op zich om ste­den, ge­wes­ten en edel­lie­den te la­ten sa­men­wer­ken en de cha­o­ti­sche op­stand enigs­zins in goe­de ba­nen te lei­den. Maar die op­stand leek al lang uit­zicht­loos en Wil­lems po­pu­la­ri­teit was in de laat­ste ja­ren enorm ge­daald. Zijn te­gen­stan­der, land­voogd Alexan­der Far­ne­se, bleef stuk­je bij bee­tje de­len van de Ne­der­lan­den ver­o­ve­ren. Far­ne­se be­schreef de moord als “een nut­te­lo­ze mis­daad”, al wist hij van het com­plot en liet hij Gerards zijn gang gaan.

De Span­jaar­den scho­ten uit­ein­de­lijk niets op met de moord. Hoe uit­zicht­loos de si­tu­a­tie er ook uit­zag voor de op­stan­de­lin­gen, de ver­wacht­te over­ga­ve kwam er niet. In plaats daar­van kre­gen de op­stan­de­lin­gen een jaar na Oran­jes dood steun van de En­gel­se ko­nin­gin Eli­za­beth. Wil­lems zoon Mau­rits volg­de hem op als stad­hou­der van Holland en Zee­land. Sa­men met Johan van Ol­den­bar­ne­velt was hij ver­ant­woor­de­lijk voor het ont­staan van de Re­pu­bliek der Ze­ven Ver­e­nig­de Ne­der­lan­den. Wil­lem de Zwij­ger werd een mar­te­laar en is als 'va­der des va­der­lands' nog steeds de groot­ste Ne­der­land­se volks­held.

“Gerards werk­te maan­den­lang voor Oran­jes trou­we ad­vi­seur voor dat hij zijn kans

greep.”

Er zijn meer­de­re aan­sla­gen op het le­ven van Oran­je ge­pleegd na­dat hij een prijs op zijn hoofd kreeg. Na de eer­ste aan­slag raak­te hij zwaar­ge­wond.

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.