ANKOR: DE VER­LO­REN STAD

Het Khmer-rijk ging ten on­der aan kli­maat­ver­an­de­ring

Alles over Geschiedenis - - Eerste Pagina -

De Fran­se jour­na­list Hen­ri Mou­hot was in 1860 op ont­dek­kings­reis in de Cam­bod­jaan­se jun­gle, zo’n der­tig ki­lo­me­ter ten noor­den van het gro­te Ton­le Sap-meer. Hij ont­dek­te een groot com­plex mys­te­ri­eu­ze ru­ï­nes. De mu­ren, to­rens, stand­beel­den en frie­zen wa­ren over­groeid door ou­de bo­men en wor­tels. Voor Mou­hot was het een open­ba­ring “groot­ser dan al­les wat de Grie­ken en Ro­mei­nen ons na­ge­la­ten heb­ben.” Hij stierf het jaar daar­na, maar zijn dag­boe­ken wer­den uit­ge­ge­ven in het Frans en En­gels en wa­ren ra­zend po­pu­lair. Frankrijk – dat druk doen­de was zijn greep op zijn ko­lo­ni­a­le rijk in In­do­chi­na (nu Cam­bod­ja, Viet­nam, La­os en Thai­land) te ver­ste­vi­gen – nam het voor­touw bij het bloot­leg­gen van een ver­lo­ren be­scha­ving. De tem­pels van de­ze be­scha­ving be­ho­ren tot ‘s we­relds meest uit­ge­brei­de re­li­gi­eu­ze com­plexen.

Uit re­cent on­der­zoek naar de Khmer is ge­ble­ken dat de groei van dit mach­ti­ge rijk be­gon in de acht­ste eeuw. In 802 werd Cam­bod­ja ver­e­nigd door de Khmer-ko­ning Jaya­var­man II.

Hij ver­sloeg de Ja­vaan­se heer­sers van het ge­bied, noem­de zijn rijk Kam­bu­ja (naar een oud rijk in Noord-In­dia) en in­tro­du­ceer­de de gods­dienst van de ‘god-ko­ning’ – de aard­se te­gen­han­ger van de Hin­doe-god Shi­va. Door nog meer ver­o­ve­rin­gen groei­de Kam­bu­ja, tot­dat het ook het mo­der­ne Thai­land be­sloeg, plus de helft van La­os en het zui­de­lij­ke deel van Viet­nam.

De hoofd­stad van Kam­bu­ja, Ya­so­d­ha­pu­ra, zou la­ter be­ter be­kend wor­den on­der de naam Ang­kor, van het Sans­krit ‘na­ga­ra’ dat ‘stad’ of ‘hoofd­stad’ be­te­kent. Ang­kor ont­wik­kel­de zich tot een aan­tal stads­de­len, elk ge­bouwd rond een gro­te tem­pel. Een mach­tig rijk heeft een mach­tig le­ger no­dig en voor gro­te bouw­pro­jec­ten is veel man­kracht nood­za­ke­lijk. Jaya­var­man en zijn op­vol­gers ver­an­der­den de vlak­te rond Ang­kor daar­om in een enor­me rijst­ver­bou­wings­in­du­strie.

Om de wa­ter­aan­voer te be­heer­sen ge­bruik­te de Khmer-ko­nin­gen tien­dui­zen­den ar­bei­ders om ka­na­len en re­ser­voirs te gra­ven, de zo­ge­naam­de ‘ba­rays’. In het re­gen­sei­zoen ver­za­mel­de zich hier wa­ter uit de ri­vie­ren die naar het Ton­le Sap-meer stroom­den. In het dro­ge sei­zoen werd dat wa­ter af­ge­ge­ven om het land te ir­ri­ge­ren. In de loop van drie eeu­wen kreeg Ang­kor in to­taal drie ba­rays, waar­van de wes­te­lij­ke met acht bij twee ki­lo­me­ter de groot­ste is. De zij­den van het sys­teem wer­den ver­ze­geld met la­te­riet, een klei­soort, en re­gel­ma­tig wer­den de se­di­men­ten ge­dregd.

De god-ko­nin­gen van Kam­bu­ja had­den blijk­baar meer­de­re func­ties in het open­ba­re le­ven. Ze wa­ren de be­li­cha­ming van Shi­va (de geest van de voor­ou­ders, de aar­de en bron van vrucht­baar­heid), maar ook van Vis­h­nu (de be­scher­mer van de schep­ping). Als nationale hel­den wa­ren de ko­nin­gen de be­li­cha­ming van al­le we­reld­lij­ke deug­den: moed, kunst­zin­nig­heid, sek­su­a­li­teit en spi­ri­tu­a­li­teit. Na hun dood werd hun tem­pel hun nieu­we sym­bo­li­sche li­chaam. Het ge­bouw werd in een be­lang­rijk ri­tu­eel tot le­ven ge­wekt en zo werd het ver­le­den van het rijk met de toe­komst ge­kop­peld. De cul­tus van de god-ko­ning ga­ran­deer­de niet al­leen de au­to­ri­teit van de heer­ser, maar ook van de elite on­der hem. Daar­door ont­stond een op­waart­se wel­vaarts­stroom van het land naar de tem­pels en pa­lei­zen.

Met hun goed ge­ïr­ri­geer­de rijst­vel­den kon­den de Khmer-ko­nin­gen sol­da­ten en ar­bei­ders voe­den. Op zijn hoog­te­punt on­der­hield Ang­kor zo’n 750.000 men­sen, die al­le­maal in een dun­be­volk­te stad ter groot­te van New York leef­den. Uit­ein­de­lijk zou­den er zo’n hon­derd gro­te tem­pels zijn en daar­naast enor­me aan­tal­len hou­ten pa­lei­zen en re­ge­rings­ge­bou­wen die on­der­tus­sen ver­gaan zijn. De om­trek­ken van de­ze hou­ten ge­bou­wen wor­den wel steeds meer vast­ge­legd door on­der­zoek van­uit de lucht, bij­voor­beeld door ar­che­o­loog Ro­land Flet­cher van de uni­ver­si­teit in Syd­ney.

“De ko­nin­gen bouw­den tem­pels en pa­lei­zen en lie­ten beeld­houw­wer­ken ma­ken ter ere van hun voor­ou­ders, de go­den en hen­zelf.”

Het be­roem­de glim­la­chen­de ge­zicht van

de tem­pel Pra­sat Bay­on.

De tem­pel Ta Pr­ohm in Ang­kor is over­ge­no­men door het oer­woud.

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.