Ba­by­lon

Ba­bel was één van de groot­ste en in­druk­wek­kend­ste ste­den ter we­reld. Waar­door is de­ze Meso­po­ta­mi­sche me­tro­pool ver­gaan en op­ge­slokt door de woes­tijn?

Alles over Geschiedenis - - Inhoud -

De val van een van de groot­ste be­scha­vin­gen ooit.

Ba­bel, ook wel Ba­by­lon ge­noemd, was ooit de stad der ste­den, het mid­del­punt van de men­se­lij­ke be­scha­ving en niet te ver­ge­ten: de thuis­ba­sis van de Han­gen­de Tui­nen. Hoe zou het ge­weest zijn om over de ou­de we­gen met ce­der­bo­men aan weers­zij­den te lo­pen, om te va­ren over de Eu­fraat langs de in­druk­wek­ken­de mu­ren of om de mach­ti­ge zig­goe­rat te be­klim­men – waar­van som­mi­gen be­we­ren dat het de Bij­bel­se To­ren van Ba­bel zou zijn. Wat een in­druk­wek­ken­de ge­dach­te!

He­laas is Ba­bel in­mid­dels ver­val­len tot puin, ru­ï­nes en een arm­za­li­ge re­con­struc­tie in een land dat wordt ver­scheurd door con­flic­ten. Door ja­ren van oor­log en to­ta­le ver­waar­lo­zing is de ou­de Meso­po­ta­mi­sche hoofd­stad nog maar een schim van wat het ooit was, ge­van­gen in Irak – een land waar­van de macht­heb­bers noch de mid­de­len noch de wil heb­ben om dit ou­de cen­trum van cul­tuur, edu­ca­tie en han­del in ere te her­stel­len of te on­der­hou­den voor toe­kom­sti­ge ge­ne­ra­ties.

Ba­bel was de be­lang­rijk­ste stad van zijn tijd. Het was de thuis­ba­sis van Ham­mu­ra­bi, Ne­bu­kad­ne­zar en zelfs Alexan­der de Gro­te. De stad be­gon ooit als een klei­ne ne­der­zet­ting tus­sen de Eu­fraat en de Ti­gris, ruim 2300 jaar voor Chris­tus. Dank­zij de vrucht­ba­re grond en de ve­le na­tuur­lij­ke bron­nen in de re­gio groei­de de ne­der­zet­ting als kool. Het werd al snel een on­af­han­ke­lij­ke stad­staat on­der de heer­schap­pij van het Ak­ka­di­sche Rijk.

En zo bleef het, tot Ham­mu­ra­bi in 1792 v.Chr. de eer­ste ko­ning werd van het Ba­by­lo­ni­sche

Rijk. Na zijn troons­be­stij­ging be­gon hij met het uit­brei­den van zijn do­mein door naast­ge­le­gen ge­bie­den te ver­o­ve­ren. Daar­mee groei­de Ba­bel uit van een stad­staat tot de hoofd­stad van een rijk. Tij­dens de­ze vroe­ge pe­ri­o­de van het rijk ver­an­der­de de stad ook in een on­ge­ë­ve­naard cen­trum voor ken­nis en cul­tuur. De ko­ning voer­de de Co­de van Ham­mu­ra­bi in – een aan­tal wet­ten waar de Ba­by­lo­ni­ërs zich aan moesten hou­den – en liet een aan­tal gro­te ste­de­lij­ke bouw­pro­jec­ten uit­voe­ren.

Hoe­wel de in­vloed van Ham­mu­ra­bi met zijn dood ein­dig­de, bleef de stad uit­dij­en – on­danks de in­va­sies van de Het­tie­ten en Kas­sie­ten, ge­volgd door het Neo-As­sy­ri­sche Rijk in 911 v.Chr. Ba­bel bleef groei­en en er wer­den steeds meer we­ten­schap­pe­lij­ke ont­dek­kin­gen ge­daan. Dus toen het Neo-Ba­by­lo­ni­sche rijk om­streeks 605 v.Chr. de macht her­o­ver­de op de As­sy­ri­ërs, was de weg vrij voor Ba­bel om door te groei­en tot de be­lang­rijk­ste stad ter we­reld.

Op ver­schil­len­de ge­bie­den over­trof Ba­bel ie­de­re an­de­re stad. Of je nu kijkt naar de in­druk­wek­ken­de en tech­nisch ver­ge­vor­der­de ar­chi­tec-

tuur of de ge­a­van­ceer­de agri­cul­tuur (ze maak­ten bij­voor­beeld ge­bruik van ir­ri­ga­tie­sys­te­men) of de ont­wik­ke­lin­gen op het ge­bied van as­tro­no­mie. De stad was was eeu­wen­lang wel­va­rend on­der ver­schil­len­de lei­ders – waar­on­der ko­ning Ne­bu­kad­ne­zar II, die de in­druk­wek­ken­de zig­goe­rat Ete­me­n­an­ki, de Isjtar­poort en de be­roem­de Han­gen­de Tui­nen van Ba­by­lon liet bou­wen.

Toen de stad in 539 v.Chr. in han­den van de Per­zen viel, bleef hij zich op cul­tu­reel, eco­no­misch en we­ten­schap­pe­lijk vlak ont­wik­ke­len en kreeg de rol van re­ge­rings­hoofd­stad er­bij. Nu werd van­uit Ba­bel fei­te­lijk ook de han­del ge­con­tro­leerd in een ge­bied dat zich uit­strek­te van de kust van Ana­to­lië (het hui­di­ge Tur­kije) tot Egyp­te en ver­der.

Bij­na 200 jaar lang be­hield de stad de­ze be­lang­rij­ke po­si­tie. Maar na­dat tal­lo­ze Per­zi­sche ko­nin­gen de strijd wa­ren aan­ge­gaan met het Wes­ten, werd Ba­bel steeds zwaar­der be­last en ge­mi­li­ta­ri­seerd, waar­door de wel­vaart ach­ter­uit ging. Te­gen de tijd dat Da­ri­us III ko­ning was, van 336-330 v.Chr., was er wei­nig meer over van de ooit le­ven­di­ge stad. De ka­na­len wa­ren gro­ten­deels leeg, de tem­pels slecht on­der­hou­den en op de ooit zo druk­ke ba­zaars was het stil.

Maar er was nog hoop, want Ba­bel kreeg nog een kans om op te krab­be­len tot de groot­se stad die hij ooit was. En die hoop werd – iro­nisch ge­noeg – aan­ge­wak­kerd voor een in­va­sie. Alexan­der de Gro­te trok van­uit Ma­ce­do­nië naar Ba­bel en nam in 331 v.Chr. plaats op de troon. Hij was de vluch­ten­de ko­ning Da­ri­us III ge­volgd na­dat hij hem had ver­sla­gen in de Slag bij Gau­ga­me­la. Alexan­der nam de stad in, maar be­gon al snel met het re­no­ve­ren van Ba­bel. Een no­bel plan dat wel­licht suc­ces­vol zou zijn ge­weest, wa­re het niet dat Alexan­der in 323 v.Chr. over­leed. Zijn op­vol­gers voer­den fel­le oor­lo­gen en rond 275 v.Chr. was er zo veel ge­voch­ten dat de stad na­ge­noeg ver­la­ten was. De in­wo­ners wa­ren gro­ten­deels naar de stad Se­l­eu­cië in het noor­den ge­trok­ken. De­ze klap kwam Ba­bel niet meer te bo­ven en lang­zaam maar ze­ker werd de stad op­ge­slokt door de woes­tijn.

Van­daag de dag is de­ze groot­se stad niet meer dan een be­gra­ven ru­ï­ne en de ver­ga­ne glo­rie is nog nau­we­lijks te zien. De stof­fi­ge steeg­jes en af­brok­ke­len­de ge­bou­wen doen de stad geen recht. Of dit het laat­ste hoofd­stuk is in het ver­haal zal de tijd le­ren, maar één ding is ze­ker: Ba­bel was één van de voor­naams­te ste­den uit de we­reld­ge­schie­de­nis.

De op­ge­gra­ven Meso­po­ta­mi­sche ru­ï­nes in 1916.

Pro­ces­sie­weg

Tem­pel van Nin Makh De­ze weg liep pa­ral­lel aan de Eu­fraat. De weg was on­ge­veer

800 me­ter lang en ver­bond de be­lang­rijk­ste ge­bou­wen van Ba­bel met el­kaar. De weg was ge­maakt van ge­bran­de bak­ste­nen en ge­vorm­de ste­nen, ge­legd in een bi­tu­mi­neu­ze spe­cie. Een van de be­lang­rijk­ste vrucht­baar­heids­go­din­nen van Meso­po­ta­mië was Nin Makh. Ze had een gro­te tem­pel in de buurt van de Isjtar­poort, die toe­gan­ke­lijk was via de Pro­ces­sie­weg. Ba­bly­o­ni­ërs noem­den Nin Makh ook wel ‘Moe­der’.

Isjtar­poort De­ze poort is op­ge­dra­gen aan de Meso­po­ta­mi­sche go­din Isjtar: zij heerste over de lief­de, oor­log en seks. Het was één van de meest in­druk­wek­ken­de ge­bou­wen van Ba­bel. De poort is rond 575 v.Chr. ge­bouwd en leid­de naar de bin­nen­stad. De poort was ge­maakt van ge­kleur­de, ge­gla­zuur­de bak­steen en ce­der­hout.

Mu­ren van Ba­bel Ooit wer­den de mu­ren be­schouwd als één van de an­tie­ke we­reld­won­de­ren. De ki­lo­me­ters lan­ge bin­nen- en bui­ten­mu­ren van Ba­bel wer­den in die tijd als on­door­dring­baar ge­zien. Geen won­der: de ou­de ge­o­graaf Stra­bo be­schreef de mu­ren als 27 me­ter hoog!

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.