Ooggetuige

DE EER­STE ATOOM­BOM, HIROSHIMA, JAPAN, 6 AU­GUS­TUS 1945

Alles over Geschiedenis - - Ooggetuige -

T“Ik stond niet te po­pe­len om die bom te gooi­en, maar ik had er ook geen pro­ble­men mee. Het had ons ook kun­nen over­ko­men. ”

he­o­do­re Van Kirk, ook wel ‘Dut­ch’ ge­noemd, kon niet sla­pen. Dat was voor vlie­gers die de vol­gen­de dag een mis­sie had­den niet on­ge­brui­ke­lijk. Maar voor Dut­ch en zijn elf be­man­nings­ge­no­ten, ge­sta­ti­o­neerd op het klei­ne ei­land Ti­ni­an, was er meer re­den dan ge­brui­ke­lijk voor sla­pe­loos­heid. Het was 5 au­gus­tus 1945 en hun mis­sie voor de vol­gen­de dag was het af­wer­pen van de eer­ste atoom­bom ooit.

Om de tijd te do­den speel­den een aan­tal vlie­gers, waar­on­der na­vi­ga­tor Dut­ch, bom­men­rich­ter Tom Fe­re­bee en pi­loot Paul Tib­bets, een pot­je po­ker. Het was een iro­ni­sche spel­keu­ze, aan­ge­zien ze over een paar uur op­nieuw zou­den gaan gok­ken. Met een veel ho­ge­re in­zet.

De eer­ste kern­proef tij­dens de Trini­ty-test in New Mexi­co een maand daar­voor was goed ver­lo­pen. Bo­ven­dien wa­ren Dut­ch en de be­man­ning maan­den­lang gron­dig ge­traind op vlieg­ba­sis Wen­dover in Utah. Maar het bleef een feit dat hun aan­ko­men­de mis­sie nog nooit eer­der ge­pro­beerd was in de ge­schie­de­nis van de oor­log­voe­ring. “Een atoom­we­ten­schap­per zei dat hij dacht dat we vei­lig zou­den zijn als ons toe­stel zo’n ne­gen mijl

(14,5 ki­lo­me­ter) van de ex­plo­sie weg was,” her­in­nert Dut­ch zich. Toen de pi­lo­ten hem vroe­gen of hij dat al­leen ‘dacht’ of echt ze­ker wist, nu­an­ceer­de de we­ten­schap­per: “We we­ten het ge­woon niet ze­ker.”

Dut­ch was spe­ci­aal ge­se­lec­teerd voor de 509e Com­po­si­te Group, de een­heid be­last met de in­zet van atoom­wa­pens, door zijn voor­ma­lig com­man­dant Paul Tib­bets. “In En­ge­land vlo­gen Tib­bets en ik ge­re­geld sa­men bij de 97e Bom­bard­ment Group. Zo brach­ten we ge­ne­raal Dwight Ei­sen­hower bij­voor­beeld van Hurn naar Gi­bral­tar, waar hij het be­vel over de in­va­sie van Noord-Afri­ka op zich nam. Ui­t­ein­de­lijk gin­gen we ie­der on­ze weg en kwa­men op ver­schil­len­de plaat­sen te­recht. Ik ging na­vi­ga­tors op­lei­den, bij­voor­beeld. Tib­bets werd in­tus­sen ge­ko­zen als com­man­dant van de 509e Com­po­si­te Group en in die func­tie zocht hij een aan­tal van de men­sen op die hij ken­de uit on­ze tijd bij de 97e.”

Vol­gens de ge­schie­de­nis­boe­ken wa­ren de ge­al­li­eer­den tot op de laat­ste mi­nuut aan het twij­fe­len over de in­zet van de atoom­bom. Maar hoe­wel Japan een ul­ti­ma­tum voor over­ga­ve had ont­van­gen op 26 ju­li, wat ze twee da­gen la­ter ver­wier­pen, had Dut­ch het ge­voel dat het ge­bruik van de bom een uit­ge­maak­te zaak was. “Ik wist dat we de bom zou­den af­wer­pen, er­gens na februari van dat jaar. Het kwam niet als een ver­ras­sing. We wer­den al een maand voor de mis­sie ge­sta­ti­o­neerd op de ba­sis op Ti­ni­an om te trai­nen.”

Rond tien uur in de avond werd de be­man­ning uit de ba­rak­ken op­ge­haald voor een vroeg ont­bijt en de laat­ste brie­fing en con­tro­les aan de Eno­la Gay. Dut­ch her­in­nert zich dat ze ge­fri­tuur­de ana­nas kre­gen, aan­ge­zien hij die niet lust­te en Paul Tib­bets wel. Hoe­wel hij de ont­bijt­keu­zes van zijn com­man­dant niet kon be­grij­pen, heeft hij ver­der al­leen maar lof voor de pi­loot Tib­bets.

“Hij was een uit­zon­der­lijk goe­de vlie­ger. Zijn kwa­li­tei­ten had­den de mees­te van de be­man­nings­le­den al meer­maals het le­ven ge­red bo­ven Eu­ro­pa en Afri­ka. Zo­dra Tib­bets in een vlieg­tuig zat, werd hij één met het toe­stel. Als je met hem vloog hoef­den je schoe­nen niet te glim­men en je broek hoef­de niet ge­stre­ken te zijn, maar als je in het toe­stel stap­te moest je ver­domd goed

we­ten waar je mee be­zig was. An­ders was je niet goed ge­noeg.”

Het is moei­lijk voor te stel­len hoe de stem­ming aan boord van Eno­la Gay was toen het toe­stel op­steeg om kwart voor drie in de nacht. In de ogen van Dut­ch was het een mis­sie als el­ke an­de­re. “We moesten een heel eind over wa­ter vlie­gen, met Iwo Ji­ma als na­vi­ga­tie­punt. Als je tus­sen Iwo Ji­ma en Japan de weg nog kwijt­raakt, ben je een waar­de­lo­ze na­vi­ga­tor. Ie­der­een aan boord deed zijn ei­gen ding. Fe­re­bee lag bij­voor­beeld te sla­pen, ter­wijl on­ze ra­dio­te­le­gra­fist een mis­daad­ro­man over een bok­ser zat te le­zen. Ie­der­een deed ver­der wat hij moest doen en zorg­de dat het goed ge­daan werd.”

Hoe­wel de bom­men­wer­pers Eno­la Gay en Bocks­car (het toe­stel dat de bom op Na­gas­a­ki drop­te) de ge­schie­de­nis­boek­jes in gin­gen, be­na­drukt Dut­ch dat de ope­ra­ties veel bre­der wa­ren.

Bij ‘Spe­ci­al Bom­bing Mis­si­on #13’ naar Hiroshima op 6 au­gus­tus 1945 wa­ren ze­ven toe­stel­len be­trok­ken. Drie er­van vlo­gen voor­uit om te kij­ken of de om­stan­dig­he­den goed wa­ren. De bom­men­wer­per Top Se­cret vloog als re­ser­ve en zou lan­den op Iwo Ji­ma, ter­wijl The Gre­at Ar­tis­te en toe­stel #91 (la­ter Ne­ces­sa­ry Evil) bij Eno­la Gay ble­ven ge­du­ren­de de he­le mis­sie.

“The Gre­at Ar­tis­te moest te­ge­lijk met de atoom­bom meet­in­stru­men­ten af­wer­pen. Als je me de naam van die ap­pa­ra­ten vraagt, kan ik je het niet ver­tel­len. Ik noem­de ze ge­woon ‘ex­plo­sie­me­ters’, want dat was hun func­tie. Het an­de­re toe­stel, #91, bleef op een af­stand van 20 mijl (ca. 32 ki­lo­me­ter) cir­ke­len. Het had een gro­te ca­me­ra aan boord om de ex­plo­sie te re­gi­stre­ren. De ca­me­ra bleek ui­t­ein­de­lijk niet te wer­ken, dus het bes­te beeld­ma­te­ri­aal kwam van de hand­ca­me­ra van de na­vi­ga­tor van #91.”

De drie toe­stel­len ar­ri­veer­den bo­ven Hiroshima om 8 uur ‘s mor­gens. De stad was als doel­wit ge­ko­zen om een aan­tal re­de­nen. Er la­gen de no­di­ge troe­pen en mi­li­tai­re in­stal­la­ties bij de stad, naast een druk­ke ha­ven met fa­brie­ken die de Ja­pan­se oor­logs­ma­chi­ne voor­za­gen van voor­ra­den. Hiroshima was ver­der nooit eer­der aan­ge­val­len door de ge­al­li­eer­den. Al­le toe­ge­brach­te scha­de kon dus wor­den toe­ge­schre­ven aan de bom. Tra­gisch ge­noeg voor de in­wo­ners van Hiroshima hield dat ook in dat de Ja­pan­se au­to­ri­tei­ten wei­nig re­den had­den om een aan­val op de stad te ver­wach­ten.

Vlak voor het af­wer­pen van de bom gaf pi­loot Tib­bets de con­tro­le van Eno­la Gay over aan de bom­men­rich­ter, ma­joor Tom Fe­re­bee. Na het drop­pen van de la­ding, die on­danks zijn ge­wicht van 4400 ki­lo ‘Litt­le Boy’ ge­noemd werd, schoot de bom­men­wer­per in­eens om­hoog door het ge­wichts­ver­lies. Tib­bets sta­bi­li­seer­de de vlucht en ging er snel van­door.

“We maak­ten de vaak ge­oe­fen­de draai van 150 gra­den en gin­gen er met vol gas van­door. Ie­der­een zocht naar een goeie hand­greep in voor­be­rei­ding op de aan­ko­men­de tur­bu­len­tie. Al­les wat los zat in het toe­stel, in­clu­sief be­man­ning die zich niet vast hield, zou door het toe­stel vlie­gen. We zorg­den dat we al­le­maal goed vast za­ten en dat we on­ze bril­len

“Toen we ach­ter­om ke­ken za­gen we niets van de stad be­hal­ve zwar­te rook en stof. ”

op had­den.” Ze wa­ren zo’n 14,5 ki­lo­me­ter ver­der toen de bom, 43 se­con­den na af­wer­pen, ex­plo­deer­de. “We hoor­den niets door het mo­tor­ge­luid, maar we za­gen een felle licht­flits en al snel daar­na kwam de eer­ste schok­golf. Toen we ach­ter­om ke­ken za­gen we niets van de stad be­hal­ve zwar­te rook en stof. De pad­den­stoel­wolk was bo­ven ons uit ge­ste­gen tot 40.000 voet (zo’n 12 ki­lo­me­ter) en groei­de nog al­tijd. De wolk was ui­t­ein­de­lijk zicht­baar van 480 ki­lo­me­ter af­stand.”

Wat de be­man­ning van Eno­la Gay nog niet kon we­ten was hoe ver­woes­tend de bom ge­weest was. On­der de rook en het stof was meer dan 70 pro­cent van de stad weg­ge­vaagd. Er wa­ren in één klap 80.000 do­den ge­val­len en die cijfers zou­den nog veel gro­ter wor­den door de tot dan toe zwaar on­der­schat­te ge­vol­gen van de stra­ling.

An­ders dan aan boord van toe­stel #91, met zijn ka­pot­te ca­me­ra, was de mis­sie voor Eno­la Gay per­fect ver­lo­pen. “Al­les ging vol­gens plan en het weer was per­fect. Ik kon de stad al op zo’n 75 mijl (120 ki­lo­me­ter) af­stand zien lig­gen. Mijn na­vi­ga­tie week maar zes se­con­den af,” ver­telt Dut­ch trots. “Tom plaatste de bom pre­cies waar we hem wil­den heb­ben. We kre­gen zwa­re tur­bu­len­tie te ver­wer­ken, maar het vlieg­tuig bleef in­tact en dat was ab­so­luut niet ze­ker. Bij de mis­sie naar Na­gas­a­ki ging het wel an­ders. Zij zijn er met een hoop ge­luk door­heen ge­rold.”

Drie da­gen la­ter op 9 au­gus­tus had Bocks­car in­der­daad de no­di­ge pro­ble­men. Ze kon­den de stad prak­tisch niet vin­den door slecht weer en lo­gis­tie­ke fou­ten. Des­on­danks wis­ten ze hun mis­sie uit te voe­ren en hun suc­ces, of ‘ge­luk’ zo­als Dut­ch het noemt, ver­oor­zaak­te we­der­om de ver­woes­ting van een stad in een oog­wenk. Ze­ker 40.000 men­sen kwa­men op slag om. Bin­nen een week hield kei­zer Hi­ro­hi­to een ra­dio­toe­spraak. Hij ver­klaar­de dat Japan zich over zou ge­ven door de ef­fec­ten van “een nieu­we en zeer wre­de bom met een on­be­re­ken­ba­re kracht, die de le­vens van ve­le on­schul­di­ge bur­gers had ge­ëist.”

Een paar we­ken la­ter was Dut­ch Van Kirk on­der­deel van de be­man­ning die de we­ten­schap­pers naar Na­gas­a­ki vloog die de de­struc­tie­ve ef­fec­ten van de ‘nieu­we en zeer wre­de bom’ moesten on­der­zoe­ken. “Na­dat we een aan­tal we­ten­schap­pers had­den op­ge­haald van de Ja­pan­se atoom­on­der­zoeks­in­stel­lin­gen (want ook zij werk­ten aan atoom­bom­men), vlo­gen we naar Na­gas­a­ki want we kon­den des­tijds niet lan­den bij Hiroshima. We zet­ten het toe­stel aan de grond op een on­ver­hard veld en de com­man­dant van de Ja­pan­se ba­sis kwam te voor­schijn. Hij zocht ie­mand om zich aan over te ge­ven. We kre­gen een stel ou­de au­to’s om naar de stad te rij­den, maar de voer­tui­gen sloegen tel­kens af.”

“We za­gen ei­gen­lijk niks waar we erg ge­schokt van wa­ren, maar één ding is me bij­ge­ble­ven. Het Ja­pan­se le­ger werd rond die tijd al ont­man­teld en één van de sol­da­ten kwam met de bus thuis. Zijn huis bleek één van de ve­le ver­woes­te ge­bou­wen. Ik weet nog dat ik Tom Fe­re­bee aan­keek en zei: ‘Weet je, Tom? Als de oor­log an­ders was ver­lo­pen, wa­ren wij dat ge­weest.’ Het gooi­en van die bom heeft nooit goed ge­voeld, maar ook niet slecht. De­ze man en ve­le an­de­ren leef­den nog om­dat de bom was ge­val­len. Het was be­lang­rijk dat we ons dat re­a­li­seer­den en dat we in­za­gen hoe­veel ge­luk we al­le­bei had­den.” De­ze iro­ni­sche stel­ling is waar­schijn­lijk cor­rect. De atoom­bom­men had­den een groot­scha­li­ge in­va­sie van Japan, die on­ge­twij­feld een nacht­mer­rie was ge­wor­den, on­no­dig ge­maakt. Net als de an­de­re be­man­nings­le­den van Eno­la Gay, heeft Dut­ch Van Kirk nooit spijt ge­had van de atoom­bom. In hun ogen was het de minst gru­we­lij­ke op­tie.

Ze­ven van de twaalf be­man­nings­le­den van Eno­la Gay po­se­ren voor hun toe­stel. Dut­ch is de der­de van links met rechts naast zich pi­loot Tib­bets.

Het vlieg­veld North Field op Ti­ni­an was de thuis­ba­sis voor 15 aan­ge­pas­te B-29 bom­men­wer­pers en hun be­man­nin­gen.

De ver­woes­ting die de bom aan­richt­te in de stad Hiroshima was van een on­ge­ken­de schaal.

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.