In de schoe­nen van ...

Een vuil­nis­man in het Lon­den van de 19e eeuw.

Alles over Geschiedenis - - Inhoud -

STANK VOOR DANK TEN TIJ­DE VAN ‘THE BIG STINK’ LON­DON, 19E EEUW In de ne­gen­tien­de eeuw was de Lon­den­se vuil­nis­man een niet te be­nij­den be­roeps­groep. Na de uit­vin­ding van de stoom­ma­chi­ne ver­werk­ten fa­brie­ken ton­nen steen­kool en pro­du­ceer­den daar­bij gro­te hoe­veel­he­den as en sin­tels. Ook de huis­hou­dens lie­ten zich niet on­be­tuigd. Jaar­lijks ver­brand­de een ge­zin elf ton aan steen­kool. Dit zorg­de voor dik­ke rook in de lucht en een ta­pijt van zwart stof op de stra­ten. Vuil­nis­man­nen wer­den met de taak op­ge­za­deld om twee keer per week de vuil­nis­bak­ken te le­gen. Ge­zien de hoe­veel­heid was dit een lu­cra­tie­ve bu­si­ness waar het el­le­bo­gen­werk niet werd ge­schuwd.

KLEED JE AAN

Aan de werk­tij­den van de vuil­nis­man is door de de­cen­nia heen niet zo veel ver­an­derd. Je be­gint zeer vroeg in de och­tend. Je trekt je op­val­len­de werk­kle­ding aan, be­staan­de uit een hoed met een lan­ge rand van ach­te­ren zo­dat je geen rom­mel in je nek krijgt. Daar­naast heb je een fla­nel­len jas, een half­lan­ge ka­toe­nen broek en been­kap­pen aan.

BE­GIN JE RON­DE

Je gaat op pad met paard en wa­gen, be­la­den met lad­ders, schep­pen en man­den. Je werkt met een col­le­ga en gaat één voor één de deu­ren langs. Je kon­digt je komst aan met een bel of door het roe­pen van de kreet “dust ho!”. Van huur­ders en be­dien­den werd ver­wacht dat ze de vuil­nis­man aan­hiel­den wan­neer er vuil op­ge­haald kon wor­den. Dit ge­beur­de niet al­tijd, waar­door het vuil zich kon op­sta­pe­len.

VUL JE WA­GEN

De vuil­nis­bak­ken ston­den meest­al in de kel­der of in de ach­ter­tuin. De vuil­nis­man moest dus vaak dwars door de wo­ning om er­bij te kun­nen. Ver­rijd­ba­re bak­ken wa­ren er toen nog niet. Vie­ze voet­stap­pen en zwart be­hang kwa­men dan ook veel­vul­dig voor in die tijd. De ‘vul­ler’ schep­te de in­houd van de bak in een mand en de ‘dra­ger’ droeg de­ze naar de wa­gen.

ONTVANG JE FOOI

Het was ge­brui­ke­lijk dat je een fooi ont­ving voor het op­ha­len van de vuil­nis. Dat kon een bier­tje zijn of geld. De­ge­ne die te gie­rig was om een fooi te ge­ven, werd tij­dens de vol­gen­de ron­de ‘ver­ge­ten’ of vond de­len van de in­houd van zijn vuil­nis­bak te­rug in de hal. Het vuil­nis in de slop­pen­wij­ken werd niet vaak op­ge­haald, om­dat daar voor de vuil­nis­man­nen niets ex­tra’s te ver­die­nen viel.

NAAR DE STORTPLAATS

Als de wa­gen vol was, werd de­ze ge­leegd op de stortplaats van de werk­ge­ver. El­ke la­ding werd eerst ge­con­tro­leerd op spul­len die nog bruik­baar wa­ren. Voed­sel, slacht­af­val en bot­ten wer­den ver­kocht om tot mest te wor­den ver­werkt. Scher­ven gin­gen naar de we­gen­bouw en be­stek van ij­zer en tin werd om­ge­smol­ten. Zelfs as was kost­baar, want dat werd ge­bruikt bij het bak­ken van ste­nen.

DUMP HET VUIL­NIS

Vuil­nis dat niet meer van pas kwam werd ge­dumpt. Dat ge­beur­de in een stort­ko­ker of in zee. Ver­bran­den was ook een op­tie, maar de stank le­ver­de veel pro­tes­ten op. Als een stort­ko­ker vol zat, moest het vuil­nis naar een an­de­re plek ver­der­op wor­den ge­bracht en dat werd steeds duur­der. De op­los­sing kwam in 1870 door de komst van de vuil­ver­bran­der. De­ze kon gro­te hoe­veel­he­den vuil­nis geur­vrij weg­wer­ken.

WEES OPLICHTERS TE SLIM AF

De lu­cra­tie­ve han­del van vuil­nis op­ha­len trok ook pro­fi­teurs aan. De­ze gin­gen langs bij hui­zen die wa­ren over­ge­sla­gen of ze roof­den het vuil­nis sim­pel­weg van de stortplaats. Al­les wat niet bruik­baar was gooi­den ze op straat. De vuil­nis­op­ha­lers droe­gen als re­ac­tie op de­ze ‘fly­ing dust­men’ brief­jes bij zich om zich als ech­te vuil­nis­man te le­gi­ti­me­ren.

LOON OP­HA­LEN

Vuil­nis was lu­cra­tief voor de ei­ge­naars van stort­plaat­sen. De vuil­nis­man zelf ver­dien­de er niet zo veel mee. Die had veel last van de schom­me­lin­gen in de vraag naar as. Door de groei van Lon­den kwam er meer aan­bod dan vraag. De vuil­nis­man moest zijn kos­ten om­laag bren­gen en deed dat door min­der se­cuur te werk te gaan. Eerst leid­de dat tot een paar over­vol­le bak­ken, toen hon­der­den en ten­slot­te dui­zen­den. De

‘gre­at stink’ was een feit.

Het ‘uni­form’ van de vuil­nis­man was prak­tisch en spe­ci­aal ont­wor­pen om niet met het vuil in aan­ra­king te ko­men.

De ‘fly­ing dust­man’ was een op­lich­ter op zoek naar snel geld.

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.