De we­reld on­der wa­ter

Ligt je va­kan­tie­be­stem­ming de­ze zo­mer in de buurt van wa­ter? Met een beet­je ge­luk heb je dan nog een ge­wel­di­ge an­de­re we­reld te be­zoe­ken, waar je kunt ge­nie­ten van fas­ci­ne­rend le­ven, prach­ti­ge kleu­ren en bij­zon­de­re vor­men. Al­leen de wa­ter­spie­gel scheidt o

CHIP FOTO Magazine - - Voorwoord -

Duik on­der de wa­ter­spie­gel en be­zoek een fas­ci­ne­ren­de we­reld.

Ge­bruik de mid­dag­zon

Ge­woon­lijk geldt als re­gel dat je de mooi­ste fo­to’s maakt kort na zons­op­komst en vlak voor zons­on­der­gang, om­dat dan het licht het mooist is. Mid­den op de dag is het licht hard en daar­om min­der ge­schikt voor fotografie. Die re­gel gaat niet op bij on­der­wa­ter­fo­to­gra­fie: het bes­te mo­ment om het on­der­wa­ter­le­ven te fotograferen is juist over­dag, tus­sen elf en twee. Dan staat de zon hoog aan de he­mel en drin­gen de zon­ne­stra­len door tot op gro­te­re diep­te en dat is heel be­lang­rijk voor je fo­to’s. On­der wa­ter is ie­der beet­je licht wel­kom, als je ten­min­ste niet met een flit­ser of lamp wilt wer­ken.

Om zo­veel mo­ge­lijk na­tuur­lijk licht op de fo­to te krij­gen kun je het bes­te van on­der naar bo­ven fotograferen, of je camera zo mo­ge­lijk naar bo­ven kan­te­len.

Een blau­we we­reld

Naar­ma­te je die­per komt, ver­dwij­nen licht en kleur. Het wa­ter ab­sor­beert al op vijf me­ter diep­te het aan­deel rood uit het licht. Op twin­tig me­ter is ook geel nau­we­lijks nog aan­we­zig. Daar­na ver­dwijnt het groen­aan­deel en van­af cir­ca veer­tig me­ter be­gint ‘the deep blue’. Dit geldt al­le­maal ook voor zoet wa­ter. In bin­nen­land­se zoe­te wa­te­ren geldt al­leen ook nog dat de on­der­grond vaak don­ker of mod­de­rig is, waar­door het wa­ter er daar groen of bruin uit­ziet.

Brand­punts­af­stand en dia­frag­ma

Ge­bruik als het even kan een kor­te brand­punts­af­stand. Dan valt er meer licht op de sen­sor. En in ver­ge­lij­king met lan­ge brand­punts­af­stan­den is het ri­si­co op be­wo­gen fo­to’s dan ook veel klei­ner. Kies ook en la­ge tot ge­mid­del­de dia­frag­ma­waar­de om zo veel mo­ge­lijk licht op de sen­sor te krij­gen.

Een an­der voor­deel van een kor­te brand­punts­af­stand is dat je meer op de fo­to krijgt. Zo kun je een he­le school vis­sen of prach­ti­ge ko­raal­land­schap­pen fotograferen.

Je duik­part­ner als re­fe­ren­tie

Som­mi­ge vis­sen heb­ben een in­druk­wek­ken­de om­vang. Om dit op de fo­to dui­de­lijk te ma­ken moet je pro­be­ren om een dui­ker mee te fotograferen. Ook wan­neer je een wrak fo­to­gra­feert, is dat een goed idee. Zo wor­den de af­me­tin­gen dui­de­lijk.

Kom dicht­bij

Pro­beer on­der wa­ter al­tijd om met je camera zo dicht mo­ge­lijk bij het on­der­werp te ko­men. Een re­den daar­voor is dat in het wa­ter de kleu­ren niet al­leen ver­ti­caal (dus met toe­ne­men­de diep­te) ge­ab­sor­beerd wor­den, maar ook ho­ri­zon­taal. Als je ho­ri­zon­taal vijf me­ter van je on­der­werp ver­wij­derd bent, krijg je (zon­der kunst­licht) geen ro­de kleur­to­nen meer in je fo­to. Als je dich­ter bij het on­der­werp bent, zal je fo­to mooi­er wor­den: de kleu­ren wor­den fel­ler, de con­tras­ten wor­den har­der en je fo­to wordt ook scher­per. Dat laat­ste komt om­dat wa­ter een he­le­boel zwe­ven­de deel­tjes be­vat, zelfs als het op het oog heel hel­der lijkt. Wan­neer je met je camera ver­der van het on­der­werp ver­wij­derd bent, vor­men die deel­tjes een se­ri­eus pro­bleem.

Dat is ook een van de re­de­nen waar­om bij on­der­wa­ter­fo­to­gra­fie vaak fis­hey­een groot­hoek­len­zen wor­den ge­bruikt: zo krijg je op een kor­te af­stand toch het he­le on­der­werp er­op, maar met min­der wa­ter tus­sen jou en je on­der­werp.

Een scherp oog

Een scher­pe fo­to ma­ken van een vis of plant is een uit­da­ging. Niet al­leen de die­ren en plan­ten be­we­gen on­der wa­ter, door de stro­ming be­weeg je zelf ook. Voor­al bij ster­ke stro­ming moet je een kor­te slui­ter­tijd kie­zen. Zet zo no­dig de iso-waar­de ho­ger. De be­lang­rijk­ste re­gel bij vis­por­tret­ten is dat het oog scherp moet zijn. Stel je camera in op een en­kel fo­cus­punt - zo zorg je er­voor dat de fo­to scherp wordt op het punt waar jij het wilt. An­ders kan het zo­maar ge­beu­ren dat niet het oog van de vis, maar het zee­wier rond­om scherp op de fo­to komt.

Wees kalm

Over het al­ge­meen zal ie­de­re vis er­van­door gaan wan­neer hij be­na­derd wordt door een dui­ker of snor­ke­laar die hef­tig met zijn ar­men aan het zwaai­en is en een he­le wolk aan lucht­bel­le­tjes om zich heen heeft. Be­weeg daar­om zo wei­nig mo­ge­lijk en adem lang­zaam. Pro­beer nooit om de snel­le zee­be­wo­ners te vol­gen. Je kunt be­ter wach­ten tot je on­der­werp uit zich­zelf weer dich­ter­bij komt – ook vis­sen zijn zo nu en dan nieuws­gie­rig.

Over-un­der

Over-un­der-fo­to’s of split shots: zo noem je fo­to’s hal­ver­we­ge de wa­ter­spie­gel, waar­bij het ob­jec­tief zich dus op de lijn van het wa­ter­op­per­vlak be­vindt. Aan­ge­zien ob­jec­ten on­der wa­ter gro­ter en dich­ter­bij lij­ken dan bo­ven wa­ter, ont­staat bij zul­ke fo­to’s een fas­ci­ne­ren­de ver­te­ke­ning. Zorg er met een beet­je speek­sel voor dat er geen drup­pels op de lens bo­ven wa­ter ko­men.

Zon­ne­stra­len en lucht­bel­len

Als er ner­gens een vis te be­ken­nen is die mo­del wil staan, kun je je kun­sten uit­pro­be­ren op licht­ef­fec­ten. Zon­ne­stra­len ma­ken mooie fi­gu­ren op een zand­bo­dem in on­diep wa­ter. Ook de lucht­bel­len van dui­kers le­ve­ren in­te­res­san­te ef­fec­ten op wan­neer je ze schuin on­der het wa­ter­op­per­vlak fo­to­gra­feert.

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.