Foto’s met een ver­haal

Fo­to­graaf Mar­tin Ho­ge­boom ver­telt wat hem be­weegt en doet uit de doe­ken wat naar zijn idee be­lang­rijk is voor het ma­ken van mooie por­tret­ten.

CHIP FOTO Magazine - - Inhound - Tekst: Joe­ri Fol­man, foto’s: Mar­tin Ho­ge­boom

Fo­to­graaf Mar­tin Ho­ge­boom ver­telt wat be­lang­rijk is voor het ma­ken van mooie por­tret­ten.

Soms is het ge­woon he­le­maal dui­de­lijk. Dan weet je: dat is een fo­to­graaf in hart en nie­ren. Mar­tin Ho­ge­boom om­schrijft zich­zelf als por­tret- en re­cla­me­fo­to­graaf, en als zelf­stan­di­ge tim­mert hij al sinds 2001 aan de weg met op­drach­ten in het he­le land. Druk ge­noeg, maar toch houdt het fo­to­gra­fe­ren voor Mar­tin niet op wan­neer hij klaar is met zijn op­drach­ten. “Als ik een paar we­ken vrij ben, blijf ik fo­to­gra­fe­ren. Als ik naar New York of Thai­land op vakantie ga, neem ik mijn vol­le­di­ge ca­me­ra­set mee”, ver­telt hij. Als we hem spre­ken, heeft hij net een week­end ach­ter de rug sa­men met vrien­den op een fes­ti­val. “Dan neem ik geen camera mee, dat vind ik zon­de, maar ik maak wel foto’s met mijn iPho­ne. Ik vind het ook leuk om mijn le­ven te do­cu­men­te­ren. Ik heb ex­pres een iPho­ne met een ge­heu­gen van 256 gi­ga­by­te ge­kocht, zo­dat ik al mijn foto’s kan be­wa­ren. Als ik dan door mijn foto’s van het af­ge­lo­pen jaar scroll, kan ik de din­gen zien die ik ge­daan heb. Dat en­thou­si­as­me wil ik wel vast­hou­den. Er zijn ook fo­to­gra­fen, die zeg­gen: nee, ik heb vakantie, ik raak geen camera aan, maar zo strak zit ik er niet in.”

En als hij dan met zijn iPho­ne fo­to­gra­feert, wordt het door­gaans ook net iets meer dan het al­le­daag­se huis-, tuin- en keu­ken­plaat­je. Zo zorgt hij in de gau­wig­heid toch voor een be­lich­ting die nét iets be­ter is dan bij de mees­te iPho­ne-kiek­jes. “Za­ter­dag, op het fes­ti­val, wil­de ik een paar men­sen bij el­kaar op de foto zet­ten. Dan houd ik er even een lamp­je bij en dan wordt de foto ge­woon tien keer zo mooi. Ik vraag bij­voor­beeld aan ie­mand of ik zijn te­le­foon mag le­nen voor de lamp, of ik ge­bruik een zak­lamp of wat dan ook.”Goed licht is vol­gens Mar­tin heel be­lang­rijk voor een ge­slaagd por­tret. “Bij een por­tret kijk je al­tijd naar het ge­zicht, naar de ogen en de mond. Daar gaat je blik naar toe, hoe groot of klein de per­soon er ook op staat, dus ik vind het heel be­lang­rijk dat je er heel be­wust mee om­gaat hoe het licht op dat ge­deel­te van het ge­zicht is. Zorg bij­voor­beeld dat de ogen heel mooi hel­der ver­licht zijn, of juist niet - het kan ook zijn dat het ge­zicht juist door de scha­duw aan­dacht krijgt. Als ik snel een por­tret van jou maak, dan duurt dat drie se­con­den. Als ik jou iets naar een be­paal­de kant laat draai­en, dan duurt het vier se­con­den, maar dan staat je ge­zicht veel mooi­er in het licht. Ik stuur men­sen heel veel aan, ik vraag bij­voor­beeld om een beet­je te draai­en, zo­dat het ge­zicht mooi­er uit­komt. Je hebt het beste voor met die per­soon, je wilt hem of haar zo mooi mo­ge­lijk uit la­ten ko­men en daar doe je je best voor.”

High­tech

Mar­tin fo­to­gra­feert cam­pag­nes voor uit­een­lo­pen­de klan­ten, van een ver­ze­ke­rings­maat­schap­pij, een schoe­nen­merk en het Ne­der­lands Kan­ker In­sti­tuut tot een be­drijf dat la­tex­kle­ding maakt voor kin­ky feest­jes. “Het leu­ke is dat je in al­ler­lei ver­schil­len­de we­reld­jes komt en al­ler­lei soor­ten men­sen te­gen­komt. Het ene mo­ment ben je op een wind­mo­len en dan weer zit je op een schip of in een kern­cen­tra­le. Zo wis­selt het el­ke dag af, dat vind ik echt fan­tas­tisch.”

Hij leer­de het fo­to­gra­fe­ren met een tra­di­ti­o­ne­le spie­gel­re­flex­ca­me­ra, maar sinds een jaar of vier fo­to­gra­feert Mar­tin met sys­teem­ca­me­ra’s van Fu­ji­f­ilm. “Ik had niet ver­wacht dat ik na vijf­tien jaar fo­to­gra­fe­ren nog zou swit­chen van merk.” Om zijn mo­del­len zo mooi mo­ge­lijk op de foto te krij­gen laat hij niet al­leen hen re­gel­ma­tig hun hou­ding aan­pas­sen, hij vindt het ook be­lang­rijk om zelf heel be­weeg­lijk te kun­nen zijn met zijn camera. “Als je bij het ma­ken van een por­tret iets naar links of rechts gaat, ver­an­de­ren voor- en ach­ter­grond he­le­maal. Zo ben ik steeds aan het zoe­ken tij­dens het fo­to­gra­fe­ren. Ik be­weeg heel veel.” De com­pac­te bouw en de kan­tel­ba­re dis­play van de camera’s van Fu­ji­f­ilm slui­ten heel goed aan bij die be­weeg­lijk­heid. “Als ik de dis­play ge­bruik in plaats van de zoe­ker, kan ik een heel eind om­hoog of om­laag gaan zon­der dat ik er­gens op hoef te klim­men of lang­uit op de grond hoef te lig­gen. Ik kan zo ook mak­ke­lijk met mijn camera in hoek­jes en in klei­ne ruim­tes ko­men waar ik met mijn hoofd net niet bij kan. Dat zijn toch si­tu­a­ties waar­in ik re­gel­ma­tig te­recht­kom en dan vind ik zo’n klap­scherm­pje echt per­fect. En door­dat ik de camera iets van mijn hoofd af heb, heb ik ook ge­mak­ke­lij­ker con­tact met de­ge­ne die ik voor me heb.”

Hij heeft tot nu toe di­ver­se ca­me­ra­mo­del­len van Fu­ji­f­ilm ge­bruikt. “De X-Pro1 was een mooie camera, maar iets te lang­zaam. Bij de X-T1 was de snel­heid al be­ter en bij de X-Pro2 was de snel­heid he­le­maal ge­noeg.” Nu fo­to­gra­feert Mar­tin hoofd­za­ke­lijk met de Fu­ji­f­ilm X-T2. Het zijn voor­al de han­di­ge fea­tu­res die hem be­val­len. “Wat ik voor­al in­te­res­sant vind, zijn de prak­ti­sche din­gen. Niet dat een lens net iets scher­per wordt of dat een chip net iets meer pixels heeft, maar voor­al din­gen die de be­die­ning, de flow van het fo­to­gra­fe­ren, voor mij mak­ke­lij­ker ma­ken. Op de camera zit­ten al­ler­lei knop­jes die je kunt pro­gram-

me­ren met func­ties die je veel ge­bruikt. Dat ge­bruik ik veel. Ik vind het fijn dat het al­le­maal snel werkt. Bij­voor­beeld als ik een lig­gen­de foto maak, zet ik met mijn duim het au­to­fo­cus­veld­je zo dat het op het ge­zicht ge­plaatst is. Als ik dan de camera in de por­tret­stand wil draai­en om­dat er iets voor mijn neus ver­an­dert, hoef ik dat au­to­fo­cus­veld­je niet te ver­stel­len, om­dat ik de fa­cede­tec­ti­on aan heb staan: wan­neer ik mijn camera draai, blijft hij au­to­ma­tisch het ge­zicht vol­gen met scherp­stel­len. Zul­ke high­tech din­ge­tjes zijn klei­ne din­gen, maar ze ma­ken wel dat ik net wat snel­ler kan schie­ten en goed een be­paal­de emo­tie kan vast­leg­gen. Zo pro­beer ik sim­pe­le mid­del­tjes te ge­brui­ken, zo­dat ik met twin­tig pro­cent van de moei­te tach­tig pro­cent van het re­sul­taat heb. Dan kan ik heel veel aan­dacht over­hou­den voor mijn mo­del, zo­dat ik ook echt een ge­sprek kan voe­ren. Dat ik niet ie­mand een vraag stel maar on­der­tus­sen met mijn flit­ser be­zig ben, waar­door het ant­woord he­le­maal niet bij mij bin­nen­komt. Daar­om is zo’n camera be­lang­rijk. Het is ook een voor­deel dat de camera wat klei­ner is, want daar­door vormt hij niet zo’n blok­ka­de bij het ge­sprek. Een por­tret ma­ken is een sa­men­wer­king tus­sen de­ge­ne voor en de­ge­ne ach­ter de lens. Daar moet je goed con­tact voor leg­gen.”

Het con­tact met de men­sen, dat is waar het voor Mar­tin om draait. Zo leert hij keer op keer weer mooie ver­ha­len van men­sen ken­nen. “Je hoeft maar een paar vra­gen te stel­len en je krijgt al gauw een ge­wel­dig ver­haal te ho­ren. Dat vind ik echt leuk. En aan de an­de­re kant ver­tel ik ook weer ver­ha­len met mijn camera.”

Ei­gen pro­jec­ten

Zo­als ge­zegd, fo­to­gra­fe­ren houdt voor Mar­tin niet op na werk­tijd. Hij vindt het voor­al be­lang­rijk om de lol in de fotografie te hou­den. “Ik vind het leuk om voor­al din­gen te doen die van­uit me­zelf ko­men, waar ik mijn ei­gen ei in kwijt kan.” Re­gel­ma­tig voert Mar­tin ei­gen pro­jec­ten uit om zich­zelf uit te da­gen, zijn cre­a­ti­vi­teit aan te scher­pen en nieu­we rich­tin­gen te ont­dek­ken. De­ze zo­mer is het boek Whis­ky rocks! ver­sche­nen dat hij sa­men met Rei­nier Groe­nen­dijk, een vriend van hem, ge­maakt heeft. Hij zorg­de voor de fotografie, Rei­nier voor de tekst. Een boek over de be­le­ving van whis­ky. “Zo­als heel veel pro­jec­ten van mij is dit pro­ject in de kroeg ont­staan. We had­den ons als doel ge­steld om gra­tis whis­ky te sco­ren. We dach­ten: als we

nu naar Schot­land gaan en we stap­pen wat dis­til­lery’s bin­nen en zeg­gen dat we een re­por­ta­ge aan het ma­ken zijn, dan krij­gen we vast wel gra­tis whis­ky. En als we zeg­gen dat we een re­por­ta­ge ma­ken, kun­nen we ook wel echt een re­por­ta­ge ma­ken, na­tuur­lijk.” Ze maak­ten van te­vo­ren een paar af­spra­ken, maar wis­ten voor­al ter plek­ke dank­zij via-via-rond­vraag­ac­ties bij een aan­tal dis­til­lery’s bin­nen te ko­men. “We wa­ren voor­al op zoek naar mooie ver­ha­len. Het ging niet zo­zeer om een pre­cie­ze be­schrij­ving van de sma­ken van de whis­ky’s, maar meer om ster­ke ver­ha­len over whis­ky­drin­kers, over smok­ke­len en wat ook maar zij­de­lings met whis­ky te ma­ken kan heb­ben. Een be­le­vings­boek rond­om whis­ky.”

Whis­ky rocks! is al het twee­de boek dat ge­ba­seerd is op vrij werk van Mar­tin. Eer­der bracht hij het boek Eve­ry­day pe­o­p­le uit. Dit is het re­sul­taat van een pro­ject dat de por­tret­fo­to­gra­fie bij uit­stek als uit­gangs­punt neemt. “Ik had me­zelf uit­ge­daagd om el­ke dag een cre­a­tief por­tret te ma­ken, 365 da­gen lang. He­le­maal niet met de be­doe­ling om er een boek van te ma­ken, maar om het op so­ci­al me­dia te plaat­sen en om me­zelf te prik­ke­len. Soms ken­de ik de men­sen die ik por­tret­teer­de. Als ik een op­dracht had, deed ik naast de op­dracht nog een apart por­tret, in een heel

an­de­re stijl dan ik op dat mo­ment aan het schie­ten was, en soms, als ik tijd had, ging ik de straat op en sprak ik ie­mand aan.” Pas een jaar na die 365 da­gen ont­stond (in­der­daad in de kroeg) het idee om het pro­ject uit te wer­ken tot een boek. Voor de fi­nan­cie­ring maak­te Mar­tin sa­men met zijn uit­ge­ver Mi­chael Kroeg­man ge­bruik van crowd­fun­ding. Dat liep heel goed: de ver­eis­te 9000 eu­ro was bin­nen een week bij el­kaar, heel ruim bin­nen de ge­stel­de ter­mijn van der­tig da­gen.

Zo kort na de vol­tooi­ing van Whis­ky rocks! is Mar­tin nog even op zoek naar een nieuw pro­ject voor naast zijn op­drach­ten. Het zit er dik in dat het weer iets te ma­ken zal heb­ben met por­tret­fo­to­gra­fie. “Als ik de rest van mijn car­ri­è­re al­leen maar op pad ge­stuurd zou wor­den om el­ke dag een por­tret­je van ie­mand te ma­ken, dan zou ik he­le­maal ge­luk­kig zijn. Dat vind ik het leuk­ste wat er is. Met men­sen con­tact ma­ken en hun ver­ha­len ho­ren vind ik leuk. Plus de cre­a­ti­vi­teit: iets moois pro­be­ren te ma­ken.”

Mar­tin Ho­ge­boom www.mar­t­in­ho­ge­boom.nl

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.