Bruids­fo­to­gra­fie

Met de­ze vijf een­vou­di­ge stap­pen com­bi­neer je flits­licht en om­ge­vings­licht tot een per­fect bruid­s­por­tret.

CHIP FOTO Magazine - - Inhound - Door Scott Kel­by

De be­lich­ting van de bruid.

Het com­bi­ne­ren van flits­licht en om­ge­vings­licht is een van de ko­nings­num­mers in de fotografie. Met de­ze vijf trucs en een beet­je oe­fe­ning kun je dit toe­pas­sen om be­to­ve­ren­de por­tret­ten te cre­ë­ren. Hier­voor stem je de be­lich­tings­pa­ra­me­ters van je camera af op de flits­in­ten­si­teit en de hel­der­heid van de om­ge­ving. Het is daar­bij niet de be­doe­ling om de om­ge­ving te be­lich­ten zo­als bij een klas­siek por­tret ge­brui­ke­lijk is. De bruid moet na­me­lijk zacht over­ko­men in het om­ge­vings­licht. Zo vang je de sfeer van de ruim­te, maar kun je met de flit­ser heel ge­richt de uit­lich­ting van het mo­del be­pa­len. Wie naar het re­sul­taat kijkt zal zich af­vra­gen of er über­haupt ge­flitst is.

De op­stel­ling

Hier kun je de sim­pe­le op­stel­ling met één lamp zien. Als voor­naams­te licht­bron ge­brui­ken we een Elin­chrom Ran­ger Qu­a­dra. De­ze klei­ne, draag­ba­re flit­ser is bij­zon­der licht en daar­mee heel ge­schikt voor mo­biel ge­bruik.

Als licht­vor­mer ge­bruik je een soft­box van 70 x 70 cen­ti­me­ter. Maar je kunt ook mooie re­sul­ta­ten be­ha­len door een sys­teem­flit­ser en een flit­s­pa­ra­plu te ge­brui­ken. Laat de licht­bron zo’n 45˚ van rechts en on­ge­veer 45˚ van bo­ven op het mo­del schij­nen. Dat zorgt voor een pret­tig ogend, na­tuur­lijk licht.

Stel je camera in op een slui­ter­tijd van 1/125 se­con­de. Dat geeft je zo­wel naar bo­ven als naar be­ne­den ge­noeg spe­ling zon­der dat je de flits­syn­chro­ni­sa­tie­tijd van de camera (meest­al 1/125 se­con­de) hoeft aan te pas­sen of het ri­si­co loopt op be­wo­gen foto’s.

Test­fo­to zon­der flit­ser

Ver­vol­gens be­licht je de op­na­me met een dia­frag­ma dat twee stops te don­ker is. Als je dit goed doet, is de bruid bij­na al­leen nog maar als don­ker sil­hou­et te zien. Het doel hier­van is dat de bruid al­leen nog maar door de flit­ser be­licht wordt. Het om­ge­vings­licht heeft dus geen in­vloed meer op de be­lich­ting van het mo­del. Mocht de ach­ter­grond te don­ker zijn, dan kun je dit cor­ri­ge­ren met de slui­ter­tijd van de camera. Met een lan­ge­re slui­ter­tijd wordt de ach­ter­grond lich­ter en met een kor­te­re wordt hij don­ker­der.

Bij een lan­ge slui­ter­tijd wordt het ri­si­co op on­scherp­te door be­we­gin­gen wel gro­ter. De vuist­re­gel is dat de slui­ter­tijd min­stens het om­ge­keer­de van de brand­punts­af­stand moet zijn. Zit je op het rand­je? Dan kun je de iso-waar­de van de camera iets ho­ger in­stel­len.

De flits­in­ten­si­teit in­stel­len

Zo­dra je camera goed is in­ge­steld, kun je de flit­ser weer aan­zet­ten. Wij ra­den aan om eerst met een la­ge­re in­ten­si­teit (1/8) een test­fo­to te ma­ken. Ver­vol­gens stel je de flit­ser zo in dat de bruid op­ti­maal in de hel­der­heid van de op­na­me past. Je kunt ze­ker een beet­je spe­len met de af­stand tus­sen het mo­del en de flit­ser. Dit heeft een sig­ni­fi­can­te uit­wer­king op de licht­vlak­ken en daar­mee ook op de scha­du­wen die ont­staan. Let wel op dat je wel ge­noeg ruim­te tus­sen het mo­del en de ach­ter­grond laat, want an­ders wordt ook de ach­ter­grond de flit­ser be­licht. Wordt de foto in zijn ge­heel te licht, dan kun je voor een kor­te­re slui­ter­tijd kie­zen. Wordt hij te don­ker? Dan kies je een lan­ge­re slui­ter­tijd. Het kan re­de­lijk veel tijd kos­ten om de be­lich­ting op de­ze ma­nier te op­ti­ma­li­se­ren, maar het loont ze­ker de moei­te.

Sto­ren­de ele­men­ten la­ten ver­dwij­nen

Wis­sel po­ses, ca­me­ra­hoe­ken en de po­si­ties van de licht­bron af, zo­dat je zo­veel mo­ge­lijk foto’s met een ver­schil­lend ka­rak­ter krijgt. Maak ook een aan­tal staan­de foto’s. Tij­dens het fo­to­gra­fe­ren moet je zo­veel mo­ge­lijk let­ten op sto­ren­de ele­men­ten op de ach­ter­grond, zo­als kroon­luch­ters en kan­de­laars. De­ze kun je vrij een­vou­dig la­ten ver­dwij­nen door het mo­del op een an­de­re plek neer te zet­ten. Moch­ten de­ze ele­men­ten niet te ver­ber­gen zijn, dan kun je ze al­tijd in de na­be­wer­king nog weg­ha­len.

Scha­du­wen ver­lich­ten

Door de een­zij­di­ge be­lich­ting van het mo­del zou­den er aan de lin­ker­kant van haar li­chaam don­ke­re scha­du­wen kun­nen ont­staan. De­ze kun je met de wit­te kant van een re­flec­tor wat lich­ter ma­ken. Wees wel pre­cies met de af­stand tus­sen de re­flec­tor en het mo­del. Is de­ze te klein, dan is het ef­fect van de re­flec­tor niet te zien, ter­wijl de weer­kaat­sing van het licht on­na­tuur­lijk sterk over­komt wan­neer de re­flec­tor te ver weg staat.

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.