Gro­te sta­ti­on­wa­gons

Mercedes 230 TE, Peu­ge­ot 504 GR Familiale, Volvo 265 GL Au­to­ma­tic

Classic Cars (Netherlands) - - Inhoud - Tekst en fo­to's: Louis Blom

Tot de komst van de Volvo 245/265 en de Mercedes T-se­rie was het niet erg sexy om in een sta­ti­on­car rond te rij­den. Je had er een no­dig voor je schil­der­werk, je he­le ge­zin (als je wat al te ac­tief was tus­sen de la­kens) of voor het trek­ken van je boot. De Peu­ge­ot 504 Break/Familiale is nog een sta­ti­on­wa­gon van de ou­de stem­pel. Wij bren­gen de gro­te drie bij el­kaar voor een ver­ge­lijk.

Al ruim voor de Twee­de We­reld­oor­log werd de sta­ti­on­wa­gon uit­ge­von­den. Zo­als de naam al sug­ge­reert, was de­ze car­ros­se­rie­vorm be­dacht om men­sen in­clu­sief hun ba­ga­ge van huis naar het sta­ti­on en te­rug te ver­voe­ren. Er is door de Ame­ri­kaan­se He­ri­ta­ge Dic­ti­o­na­ry zelfs een de­fi­ni­tie be­dacht: een au­to­mo­biel met een of meer neer­klap­ba­re ban­ken ach­ter de voor­stoe­len, met daar­ach­ter een laad­ruim­te waar­in kof­fers, pak­ket­ten en der­ge­lij­ke via een ach­ter­deur kun­nen wor­den on­der­ge­bracht. Pro­duc­tie­tech­nisch ge­zien wor­den sta­ti­on­wa­gons af­ge­leid van se­dan­va­ri­an­ten. Meest­al zijn ze tot de A-stij­len iden­tiek, waar­na de dak­lijn recht­door loopt, de raam­par­tij in de ach­ter­por­tie­ren wordt aan­ge­past en een D-stijl wordt toe­ge­voegd. De wiel­ba­sis is op een en­ke­le uit­zon­de­ring na ge­lijk, maar de over­hang ach­ter is meest­al gro­ter.

Ook na de Twee­de We­reld­oor­log was het niet sexy om een sta­ti­on­car of com­bi te be­zit­ten. De uti­li­tai­re ei­gen­schap­pen won­nen het ruim­schoots van de aan­kle­ding. Eu­ro­pa bouw­de com­bi's om de we­der­op­bouw, die in vol­le gang was, mee te hel­pen vol­tooi­en. Opel had de Re­kord, Volks­wa­gen de Va­ri­ant, Ford de Tur­nier, Ci­troen de DS Break, Volvo de 145 en de Ama­zon. In Ame­ri­ka had elk merk van de Big Three wel een wa­gon in de prijs­lijst, ter­wijl Ja­pan een ste­vig deun­tje mee­blies met de Toyo­ta Crown Wa­gon. Af­ge­zien van de Ame­ri­ka­nen, die wel de­ge­lijk sexap­peal had­den, wa­ren het al­le­maal no-non­sen­se (ge­zins-) trans­por­teurs. In de ja­ren ze­ven­tig ver­an­der­de lang­zaam het beeld en de daar­bij be­ho­ren­de voor­oor­de­len. De sta­ti­on­wa­gon werd per mo­del­wij­zi­ging aan­trek­ke­lij­ker voor het net­vlies. Dat ging ge­paard met een uit­bun­di­ger aan­kle­ding en luxu­eu­ze uit­voe­rin­gen. In­eens bood Volvo de 265 met een zes­ci­lin­der aan en uit het niets was daar de Mercedes T-se­rie, waar­bij de let­ter T niet al­leen voor Trans­port stond, maar ook voor Toe­ris­me. Zie­daar: de li­fe­sty­le-com­bi kwam uit Duits­land, von­den de Duit­sers. En dat ter­wijl Peu­ge­ot sinds 1971

De Mercedes 230 TE heeft lan­ge veer­we­gen. De ni­veau­re­ge­ling houdt hem on­der be­la­ding kaars­recht. De ele­gan­te ach­ter­zij­de gaat enigs­zins ten kos­te van het laad­vo­lu­me. De vier­traps au­to­maat met de veel ge­ko­pi­eer­de scha­kel­cou­lis­se le­vert een be­lang­rij­ke bij­dra­ge aan het com­fort.

Lan­ge bre­de laad­vloer. Een kin­der­zit­je was een du­re op­tie.

Waar­om de be­stuur­der aan zo'n reu­zen­rad moest draai­en om de bocht te kun­nen

ron­den, blijft een raad­sel. Deel­baar neer­klap­ba­re ach­ter­bank was ook een op­tie. Ster­ke, le­ven­di­ge vier­ci­lin­der, to­en­der­tijd erg mo­dern dank­zij ge­a­van­ceer­de in­jec­tie.

Als pas­sa­gier kijk je in de 504 over de ka­len­de kruin en de krul­spel­den

van pa en ma heen. Blauw, blauw blauw. Skai is the li­mit. Een lap er­over en de 'pu­ke' uit de ke­len van de ko­ters is weer weg. Ea­sy en­try: har­te­lijk wel­kom op de der­de zit­rij.

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.