Willys MB

Classic Cars (Netherlands) - - Inhoud - Tekst: Mar­kus Schön­feld, Jaap Pe­ters • Fo­to’s: Tho­mas Star­ck

75 jaar ge­le­den liep de eer­ste Willys MB van de band. De au­to, die toen nog geen Jeep heet­te, werd een van de sym­bo­len van de Twee­de We­reld­oor­log. Hij speel­de

een gro­te rol in de op­mars van de Ge­al­li­eer­den van Nor­man­dië naar Ber­lijn. Met de­ze au­to be­gon ook de

of­froad-ge­schie­de­nis van per­so­nen­au­to's.

Het trekt. Niet al­leen in ons hoofd of in on­ze nek, zo­als we dat ken­nen van el­ke ca­bri­o­rit, maar ook in on­ze heu­pen, on­ze be­nen en on­ze han­den. En dat ter­wijl we maar 40 km/h rij­den. Een ori­gi­ne­le Willys MB, is niet voor eitjes. Het is kei­hard wer­ken. De blad­ve­ren pie­pen, on­ze lin­ker­hand houdt het dun­ne stuur ste­vig vast en on­ze rech­ter­hand stoeit met de lan­ge ver­snel­lings­pook. De dap­pe­re vier­ci­lin­der werkt zich door het toe­ren­be­reik, waar­bij een wolk van uit­laat­gas­sen, olie en ben­zi­ne vrij­komt. Dit is dus hoe het al­le­maal be­gon met of­froad rij­den. Dat was in 1941, toen de eer­ste Willys MB ver­scheen.

Popeye

De Willys MB is rauw, on­ge­fil­terd en ro­buust. En dat zijn pre­cies de woor­den die je te­gen­woor­dig nog steeds met Jeep as­so­ci­eert. Het is niet he­le­maal dui­de­lijk hoe de Ame­ri­ka­nen er­bij kwa­men om hun 3,30 me­ter lan­ge kwart­ton­ner Jeep te noe­men. De mi­li­tai­ren die de au­to's on­der­hiel­den, ge­bruik­ten de naam ei­gen­lijk voor al­les wat nog nieuw en niet ge­test was. Een van de ver­kla­rin­gen is dat het de af­kor­ting was van Ge­ne­ral Pur­po­se. Een an­de­re ver­kla­ring is in­ge­wik­kel­der. Het Ame­ri­kaan­se le­ger had in 1941 ver­schil­len­de be­drij­ven aan­ge­schre­ven voor de pro­duc­tie van een com­pac­te ter­rein­vaar­di­ge au­to. Willys-Over­land, Ford en Ame­ri­can Ban­tam wa­ren uit­ein­de­lijk nog in de ra­ce. De pro­to­ty­pes van Willys-Over­land (de Willys MA) maak­ten de mees­te in­druk: het be­drijf uit Ohio mocht de au­to's gaan le­ve­ren aan het le­ger. Ze wer­den al snel aan­ge­past met en­ke­le slim­me vond­sten van Ford en Ame­ri­can Ban­tam en zo ont­stond de Willys MB. Er moesten ve­le hon­derd­dui­zen­den voer­tui­gen wor­den in­ge­zet in de Twee­de We­reld­oor­log. Willys-Over­land kon de enor­me vraag niet aan. Ford mocht in li­cen­tie uit­ein­de­lijk toch 280.000 au­to's bou­wen on­der de naam GPW, waar­bij de G stond voor Ge­ne­ral, de P voor een co­de van de wiel­ba­sis en de W voor Willys.

Trac­tor­tech­niek: de eer­ste ver­snel­ling zit links­on­der, in het mid­den zit de hen­del voor de vier­wiel­aan­drij­ving, rechts die voor de la­ge gea­ring. De knip­per­lich­t­hen­del is er la­ter op­ge­zet. De rui­ten­wis­sers kun­nen met de hand door de bij­rij­der wor­den be­diend en zijn ul­tra­licht. De stoe­re vier­ci­lin­der klinkt als een gro­te­re mo­tor en weet het met zijn sim­pe­le car­bu­ra­teur toch nog tot

60 pk te schop­pen. Com­fort? Ver­geet het maar met de­ze dun­ne stoel­tjes. Je kunt er­op zit­ten, daar is al­les mee ge­zegd.

Een bijl en een schop zijn stan­daard.

Op de mo­tor­kap staat een mi­li­tai­re co­de, waar­uit je kunt af­le­zen dat hij

naar Nor­man­dië moest.

Uit­ge­le­verd: 22 ju­ni 1944. Doel: Nor­man­dië.

Er is nog een anekdote over het ont­staan van de naam Jeep. In de ja­ren veer­tig wa­ren de strips van Popeye erg po­pu­lair en daar­in kwam het per­so­na­ge Eu­ge­ne the Jeep voor. Het was een mys­te­ri­eus vier­be­nig dier­tje uit het oer­woud met ma­gi­sche krach­ten, dat de meest on­mo­ge­lij­ke din­gen toch tot een goed ein­de bracht. De sol­da­ten en ge­ne­raals wa­ren al­le­maal on­der de in­druk van de ter­rein­ca­pa­ci­tei­ten van de 4x4, die hen aan Eu­ge­ne the Jeep deed den­ken. Dit is de leuk­ste ver­kla­ring, dus die hou­den we er­in. De Willys MB op de­ze fo­to's liep op 22 ju­ni 1944 van de band. Dat was maar 16 da­gen na D-Day, de dag waar­op de ge­al­li­eer­de in­va­sie in Nor­man­dië be­gon. Sa­men met hon­derd­dui­zen­den an­de­re exem­pla­ren werd de­ze Willys MB met chas­sis­num­mer 20375229 zo snel mo­ge­lijk naar Eu­ro­pa ver­scheept om te hel­pen bij de be­vrij­ding. Maar de au­to heeft nooit dienst ge­daan in de oor­log. Hij bleef er­gens aan de Fran­se kust staan tot ie­mand hem ve­le ja­ren la­ter in per­fec­te staat in een schuur vond. De barn find had nog de ori­gi­ne­le lak en was voor­zien van een bijl, een schop en een ver­plich­te ge­weer­hou­der.

Go De­vil

Ook de mo­tor is nog ori­gi­neel. De start­mo­tor trilt na een druk op de gro­te knop naast het gas­pe­daal eerst een he­le tijd, tot­dat de eer­ste drup­pels ben­zi­ne ont­bran­den en de mo­tor tot le­ven komt. Als de 2,2-li­ter vier­ci­lin­der met 60 pk en de car­bu­ra­teur een­maal wak­ker zijn, dan is er niets meer aan de hand. De mo­tor re­a­geert zelfs ver­ras­send di­rect op be­we­gin­gen van het gas­pe­daal, dat een enor­me slag heeft en enigs­zins scheef ge­plaatst is. Aan de die­pe bas­toon en het ge­luid uit de uit­laat­pijp te ho­ren, lijkt het wel als­of er een acht­ci­lin­der aan het werk is. De Ame­ri­ka­nen noem­den de voor­gan­ger van de le­gen­da­ri­sche Hur­ri­ca­ne-mo­tor uit de Jeep CJ niet voor niets Go De­vil. Met zijn ex­treem lan­ge slag is de zij­klep­per wel­is­waar niet heel ver­fijnd, maar wel be­trouw­baar. In de open lucht, zon­der eni­ge vorm van ge­luids­iso­la­tie, lijkt de­ze au­to met 60 pk zelfs heel hard te gaan. Je moet heel nauw­keu­rig de eer­ste ver­snel­ling links­on­der in het scha­kel­sche­ma in­leg­gen. Dat is geen si­ne­cu­re, maar als je het een­maal door­hebt, kun­nen de ove­ri­ge ver­snel­lin­gen vlot wor­den in­ge­legd. Als je een­maal in z'n 3 rijdt, hoef je ei­gen­lijk nooit te­rug te scha­ke­len. Het in­druk­wek­ken­de kop­pel van 143 Nm is in een breed toe­ren­ge­bied be­schik­baar. Com­fort hoef je ech­ter niet te zoe­ken bij de­ze au­to met zijn dub­be­le star­re as. Op glad as­falt is het wel te doen, maar dan is de be­stu­ring moei­zaam. Je krijgt zel­den de koers­ver­an­de­ring die je in­ge­zet dacht te heb­ben. Of­froad zijn de rol­len om­ge­keerd: geen com­fort, goe­de be­stu­ring. Als je lang bent, is de wat in­een­ge­do­ken zit­hou­ding be­paald niet ide­aal. De stoe­len zijn op geen en­ke­le ma­nier ver­stel­baar. Wel kun je – ook als je ach­ter­in zit – mak­ke­lijk in- en uit­stap­pen, want por­tie­ren ont­bre­ken. De stof­fen kap la­ten we ach­ter ons: het is het leukst om de Willys in zijn meest pu­re vorm te rij­den. Op het lang­za­me of­froad-tra­ject draai­en we twee vleu­gel­moe­ren los en klap­pen de voor­ruit naar vo­ren, op de rub­be­ren steun op de mo­tor­kap. Op de ruit lig­gen ul­tra­lich­te rui­ten­wis­sers, die je met de hand moet be­die­nen. De be­die­ning van de vier­wiel­aan­drij­ving en de la­ge gea­ring gaat met de kor­te hen­dels naast de ver­snel­lings­pook, wat na­tuur­lijk moet ge­beu­ren als je stil­staat. Als het ge­lukt is, kan de Willys MB pas echt la­ten zien waar­toe hij al­le­maal in staat is. De steil­ste be­klim­min­gen zijn geen pro­bleem, net zo min als een be­hoor­lijk die­pe ri­vier.

In­dia

In het rui­ge ter­rein blijkt pas echt hoe goed de Willys MB is. De au­to kan al­les, geeft el­ke kor­rel aar­de on­ge­fil­terd door en is tech­nisch be­perkt tot het hoogst nood­za­ke­lij­ke. Het ge­voel van vrij­heid is on­ge­kend – lo­gisch dat de

Jeep na de oor­log met­een heel po­pu­lair werd. Al in 1944, toen dui­de­lijk werd dat Ame­ri­ka de oor­log ging win­nen, ver­scheen op de Ame­ri­kaan­se markt naast de ve­le mi­li­tai­re au­to's ook een ci­vie­le ver­sie van de Jeep. Al snel brak hij in­ter­na­ti­o­naal door. De eer­ste ge­ne­ra­tie van de Willys Jeep CJ-1 (Ci­vi­li­an Jeep) leek als twee drup­pels wa­ter op de mi­li­tai­re MB. De wiel­ba­sis van 2,03 me­ter bleef het­zelf­de tot de CJ-3B. Mit­su­bis­hi heeft in li­cen­tie ook exem­pla­ren ge­bouwd in Ja­pan, Ma­hin­dra bouwt ze tot op de dag van van­daag in In­dia. Zelfs in Frank­rijk liep de CJ-3B na het ein­de van de oor­log tot 1969 nog van de band in de ou­de wa­pen­fa­briek van Hotch­kiss in Saint De­nis en werd hij door de Fran­se mi­li­tai­ren tot in de ja­ren tach­tig als stan­daard ter­rein­wa­gen ge­bouwd. In Span­je bouw­de de fir­ma VIASA de CJ-3B zelfs nog tot in 1981. De tra­di­ti­o­ne­le in­gre­di­ën­ten, zo­als de kor­te wiel­ba­sis, de star­re as­sen en de vier­wiel­aan­drij­ving met een la­ge gea­ring, en dat al­le­maal in de meest open au­to die er be­staat, ble­ven tot op de dag van van­daag ge­hand­haafd. Ster­ker, ze zijn nog steeds bij de dea­ler om de hoek te be­stel­len. Het eni­ge ver­schil is dat eind ja­ren tach­tig, toen de CJ-10 in To­le­do, Ohio voor het laatst van de band liep, een an­de­re naam voor de au­to be­dacht: Wrang­ler.

Op de weg rijdt de oer-Jeep ver­ras­send soe­pel. Je moet wel van de fris­se lucht hou­den, want het tocht nog­al rond je oren.

In de strips van Popeye kwam het per­so­na­ge van

Eu­ge­ne the Jeep voor.

De ori­gi­ne­le plak­ka­ten bij het dash­board­kast­je zien er nog goed uit en la­ten zien hoe je al­le hen­dels be­dient. Ver­der zie je de af­komst en de tech­ni­sche ge­ge­vens van de Willys MB.

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.