Ge­strui­keld over een V8

Classic Cars (Netherlands) - - Vergelijking -

Na­dat Ka­rel zijn P6 rus­tig voor ons heeft op­ge­warmd, ne­men we zelf plaats ach­ter het hoe­la­hoep­stuur. We star­ten de mo­tor en ho­ren de on­mis­ken­ba­re klan­ken van een ou­de­re Ame­ri­kaan­se V8. In­der­daad heeft de­ze P6 niet Rovers ei­gen vier­pit­ter on­der de kap, maar de van Buick af­kom­sti­ge acht­ci­lin­der waar­mee hij in 1968 le­ver­baar werd. Een paar jaar eer­der is Rover-di­rec­teur Wil­li­am Mar­tin Hurst tij­dens een dienst­reis naar de VS let­ter­lijk ge­strui­keld over de­ze com­pac­te, vol­le­dig alu­mi­ni­um V8. Die lag op de vloer bij Mer­cu­ry Ma­ri­ne, een Ame­ri­kaan­se fa­bri­kant van bui­ten­boord­mo­to­ren, waar Hurst de tur­bi­ne­mo­tor van Rover on­der de aan­dacht wil­de bren­gen. Buick heeft dan al om al­ler­lei re­de­nen af­stand ge­daan van de com­pac­te V8. Hurst komt er­ach­ter dat die vrij­wel even groot en zwaar is als de vier­ci­lin­der in de Rover P6. Hij ziet on­mid­del­lijk de com­mer­ci­ë­le mo­ge­lijk­he­den en laat het blok naar de Rover-fa­briek in So­li­hull ver­sche­pen. Na enig test­werk ver­wer­ven de Brit­ten de pro­duc­tie­rech­ten.

Er zijn wel eni­ge aan­pas­sin­gen no­dig om de mo­tor op de Eu­ro­pe­se om­stan­dig­he­den af te stem­men, maar in 1967 is het zo­ver en wordt de V8 le­ver­baar in de Rover P5. Een jaar la­ter is de P6 aan de beurt, en dat blijft niet zon­der re­sul­taat. De 184 pk ster­ke, tot ‘3500’ ge­doop­te P6 wordt warm ont­haald door pers en ko­pers­pu­bliek. Hij sprint in 10,5 se­con­den van nul naar hon­derd en heeft een top­snel­heid van 185 km/h. Daar­mee le­vert hij ein­de­lijk de pres­ta­ties die bij het po­ten­ti­eel van de ge­a­van­ceer­de wiel­op­han­ging pas­sen. Die be­staat aan de voor­zij­de uit horizontaal ge­plaatste schroef­ve­ren en een in­ge­wik­keld stel­sel van draag- en schar­nier­ar­men. Ook bij Rovers keu­ze van de­ze con­struc­tie was de be­no­dig­de ruim­te voor de ge­plan­de tur­bi­ne­mo­tor de be­lang­rijk­ste over­we­ging. Aan de ach­ter­kant is een DeDi­on-as ge­bruikt en zien we dat de rem­schij­ven te­gen het dif­fe­ren­ti­eel zijn ge­plaatst.

Met de P6 mikt Rover op een jon­ger pu­bliek dan met diens de­ge­lij­ke, con­ser­va­tie­ve voor­gan­gers. De mo­der­ne mens van ruim vijf­tig jaar la­ter moet wat on­wen­nig met de spier­bal­len rol­len om het stuur zon­der be­krach­ti­ging in be­we­ging te krij­gen. Ook de ie­li­ge keu­ze­hen­del van de drie­traps Bor­gWar­ner-au­to­maat vraagt een fer­me hand. We zet­ten hem in D en wach­ten con­form Ka­rels in­struc­tie op de hoo­ren voel­ba­re ‘kloenk’ waar­mee de tand­wie­len ken­baar ma­ken dat ze el­kaar ge­von­den heb­ben.

We rij­den weg en op la­ge­re snel­he­den do­mi­neert de licht­jes klep­pe­ren­de V8 de ge­luids­be­le­ving, om van­af zo’n 80 km/h over­stemd te wor­den door wind- en rol­ge­lui­den. Scha­kel­mo­men­ten zijn goed voel­baar. Zacht­jes wie­gend rij­den we over de pro­vin­ci­a­le weg, maar bij een dot­je gas laat de V8 we­ten dat hij niet ligt weg te dut­ten. Een vief tus­sen­sprin­tje be­hoort ze­ker tot de mo­ge­lijk­he­den. Maar ge­zien de bo­ter­zach­te ve­ring en het in­di­rec­te stuur­ka­rak­ter is dit voor­al een au­to om rus­tig mee te toe­ren. Hoog ge­ze­ten op het geu­ri­ge leer voel je je een heer van stand uit een an­der tijd­perk, die al­le mo­der­ne ge­weld ge­la­ten aan zich voor­bij laat gaan. Vol­gens Ka­rel is het ech­ter geen pro­bleem om lan­ge­re tijd mo­der­ne kruis­snel­he­den aan te hou­den. We ne­men het graag ter ken­nis­ge­ving aan, ter­wijl de au­to­maat met een vol­gen­de ‘kloenk’ de lan­ge der­de ver­snel­ling in­legt.

An­ders dan de eer­ste mo­del­len heeft de Van­den Plas wél het no­di­ge hout­werk bin­nen­in.

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.