MG YA

In 1990 kocht Vaas­se­naar Paul Stephan in een op­wel­ling een MG YA. De be­jaar­de Brit was in een be­roer­de staat, maar Paul was ver­liefd op de gave tech­niek. Toch zwierf de YA zo’n 26 jaar lang van schuur naar schuur. Uit­ein­de­lijk was het de droom­prins van Pa

Classic Cars (Netherlands) - - INHOUD - Tekst: Gert Weg­man • Foto’s: Igor Stuif­zand

We ver­ba­zen ons een beet­je wan­neer Paul ver­telt dat hij in 1990 als een blok viel voor de bij­zon­de­re tech­niek en de gave gad­gets van de MG YA. Par­don?

Een au­to die in 1938 is ont­wor­pen en bij zijn ver­la­te markt­in­tro­duc­tie in 1947 al ver­ou­derd oog­de? Dat de au­to, die in 1939 zijn pu­blieks­de­buut zou ma­ken, pas in 1947 op de markt kwam, had na­tuur­lijk al­les te ma­ken met de in­ter­na­ti­o­nal hos­ti­li­ties zo­als de Brit­ten dat zo mooi zeg­gen. De ou­bol­li­ge in­druk die de au­to toen maak­te, kwam voor­al door het voor­oor­log­se ont­werp van Gerald Pal­mer, die de vier­deurs Mor­ris Eight Se­ries E als ba­sis had ge­no­men. En oké, ook het se­pa­ra­te lad­der­chas­sis was eind ja­ren veer­tig niet be­paald sta­te of the art meer. Maar ver­der ver­rast de YA in­der­daad met al­ler­lei span­nen­de de­tails.

Paul neemt ons mee te­rug naar 1990, het jaar dat hij zijn MG YA kocht. Hij was des­tijds ge­le­gerd in Er­me­lo en ont­moet­te op het ka­zer­ne­ter­rein een kor­po­raal wiens va­der een MG TD had. Paul gaf aan dat hij het een gaaf ding vond, waar­op de kor­po­raal hem door­ver­wees naar zijn va­der, ‘die nog wel iets in de tuin had staan’. De va­der bleek in een woon­boot op de Vin­ke­veen­se Plas­sen te wo­nen. “Kom ik daar, staat er mid­den in de woon­ka­mer een mo­tor­blok van een MG te pron­ken. Al­les er­op en er­aan, schit­te­rend mooi. Ik dacht: dat wil ik ook!” De MG die de man te koop aan­bood, was geen spor­tie­ve TD, maar een YA, een vier­deurs saloon. Hoe­wel de au­to er wei­nig flo­ris­sant bij stond, wil­de Paul hem dol­graag heb­ben.

Eier­wek­ker

“Toen ik al die bij­zon­de­re tech­niek zag, was ik ge­lijk ver­kocht. Zo is de voor­ruit heel ge­mak­ke­lijk te ope­nen; even de rui­ten­wis­sers met een knop om­klap­pen en je kunt de ruit trap­loos om­hoog kan­te­len. De stuur­ko­lom is axi­aal ver­stel­baar, en mid­den op het stuur zit een soort eier­wek­ker voor de pijl­rich­ting­aan­wij­zers, zo­dat die na een tijd­je weer au­to­ma­tisch in­klap­pen – echt ge­wel­dig. En als je na­gaat dat de­ze au­to in 1938 is ont­wor­pen, dan is het nog­al bij­zon­der dat-ie een elek­tri­sche in­stal­la­tie van 12 volt heeft, in plaats van een 6-volt­in­stal­la­tie. En wat dacht je van een elek­tri­sche ben­zi­ne­pomp? En tand­heu­gel­be­stu­ring? Daar­om stuurt de YA stuk­ken be­ter dan veel tijd­ge­no­ten.”

Wat de MG YA ook heel spe­ci­aal maakt, is dat het een van de eerste Brit­se au­to’s is met een on­af­han­ke­lij­ke voor­wiel­op­han­ging. De­ze op­han­ging met schroef­ve­ren is ont­wor­pen door nie­mand min­der dan Alec Is­si­go­nis, de be­den­ker van de Mi­ni. Hier­door lag hij be­ter op de weg dan de spor­tie­ve TC en lo­gi­scher­wijs kreeg diens op­vol­ger, de TD – en la­ter ook de MGB – de­zelf­de voor­wiel­op­han­ging als de YA. Be­hal­ve mooie tech­niek heeft de YA ook veel luxe aan boord, waar­on­der een mid­den­arm­leu­ning ach­ter­in, chic hout­werk, een schuif­dak, een zon­ne­scherm voor de ach­ter­ruit en een in­ge­bouwd krik­sys­teem. Dit Jack­all Sy­s­tem be­staat uit vier hy­drau­lisch be­dien­de po­ten op de hoe­ken van het chas­sis. Met be­hulp van een hef­boom on­der de mo­tor­kap kun je ze la­ten uit­schui­ven.

Daar­bij kun je er­voor kie­zen of je de au­to aan de voor- of ach­ter­zij­de op­krikt, óf in zijn ge­heel. Han­dig bij het ver­wis­se­len van een lek­ke band, of bij an­de­re klus­jes aan het onderstel.

Pak­ket­jes op zol­der

Toen Paul met zijn aan­winst – op een aan­han­ger, want de MG reed niet – thuis­kwam, werd hij door ie­der­een voor gek ver­klaard. En bij na­der in­zien krab­de hij zich­zelf ook wel ach­ter de oren. De au­to was wel­is­waar com­pleet, maar hij zag er er­bar­me­lijk uit en de aan­drijf­lijn zat er los bij. Dat laat­ste was voor Paul al­leen maar pret­tig, want hij was so­wie­so van plan om de mo­tor en de bak te re­vi­se­ren. “Al vrij snel heb ik de mo­tor he­le­maal uit el­kaar ge­trok­ken. Daar­na heb ik hem la­ten re­vi­se­ren bij een be­drijf­je in Apel­doorn. Zij heb­ben echt al­les ver­nieuwd: de kruk­asla­gers, zui­gers, klep­ge­lei­ders, de he­le ra­ta­plan. Die heb ik des­tijds na be­stu­de­ring van al­ler­lei ca­ta­lo­gi via de fax in Engeland be­steld. Maar je moest al­tijd maar af­wach­ten wat je uit­ein­de­lijk thuis­ge­stuurd kreeg.”

Paul druk­te het re­vi­sie­be­drijf op het hart dat ze de mo­tor zou­den aan­pas­sen voor lood­vrije ben­zi­ne, die toen nog vrij nieuw was. Hier­door kan hij nu pro­bleem­loos eu­ro 95 tan­ken. Als we er een ou­de En­gel­se au­to­test bij pak­ken, den­ken we dat de 1250 cc-vier­ci­lin­der daar­mee als­nog in zijn nop­jes is. In het na­oor­log­se Engeland was al­leen ben­zi­ne met een oc­taan­ge­tal van slechts 72 RON te koop, ook wel be­kend als pool petrol. Dit re­sul­teer­de in veel ge­pin­gel bij la­ge toe­ren­tal­len, wat de test­re­dac­teu­ren we­ten aan de ‘ho­ge com­pres­sie­ver­hou­ding’ van 7,2 op 1 … Dat de mo­tor van de YA het op die be­roer­de ben­zi­ne vol­hield, ver­baast Paul niet: “De­ze XPAG­mo­to­ren ston­den er des­tijds al om be­kend dat ze pro­bleem­loos een ton kon­den draai­en. In die tijd was dat nog lang niet van­zelf­spre­kend.” Met een ver­mo­gen van 47 pk is na­tuur­lijk ook niet het on­der­ste uit de kan ge­haald. Daar staat te­gen­over dat de mo­tor heel ge­schikt is om te wor­den op­ge­voerd. Er zijn zelfs exem­pla­ren be­kend die met be­hulp van een me­cha­ni­sche com­pres­sor een top­snel­heid van 160 km/h ha­len, in plaats van de fa­brieks­op­ga­ve van 115 km/h.

Wan­hoop

Aan­van­ke­lijk liep ‘pro­ject YA’ best lek­ker. De ver­snel­lings­bak bleek na de­mon­ta­ge in een pri­ma staat, en dus zet­te Paul hem di­rect weer in el­kaar. De re­vi­sie van het dif­fe­ren­ti­eel, de car­bu­ra­teur en het stuur­huis nam Paul zelf ter hand. Zo­dra hij daar­mee klaar was, ver­pak­te hij de on­der­de­len in lucht­dicht plas­tic en bracht-ie de pak­ket­jes naar zol­der. Dat ze daar wat lan­ger ble­ven lig­gen dan ge­pland, had di­ver­se oor­za­ken. De be­lang­rijk­ste boos­doe­ners wa­ren de slech­te staat van de car­ros­se­rie en het krom­me chas­sis. Het rich­ten van de car­ros­se­rie, waar­van het on­der­ste ge­deel­te was weg­ge­rot, dreef Paul tot wan­hoop. Op een ge­ge­ven mo­ment be­gon hij zich zelfs af te vra­gen of hij de au­to wel had moe­ten ko­pen. “Ik heb al­les uit­ge­me­ten, over­al steun­tjes aan ge­last om de juis­te on­der­lin­ge af­stan­den te be­pa­len, maar ik kreeg de koets niet recht. Uit­ein­de­lijk ging de lol er­van af en schoof ik het op de lan­ge baan. Bo­ven­dien kwa­men er al­ler­lei an­de­re pro­jec­ten op mijn weg, zo­als de restauratie van de Mi­ni van mijn vrouw en een paar ver­bou­win­gen.

‘Toen ik al die

bij­zon­de­re tech­niek zag, was ik met­een

ver­kocht.’

Daar­naast heb ik an­de­ren ge­hol­pen met het op­knap­pen van hun au­to.”

Zo lag de restauratie ruim twee de­cen­nia stil en kwam de MG al­leen in be­we­ging als-ie weer eens in de weg stond. Hij ver­huis­de van de ene schuur naar de an­de­re en al die tijd la­gen de ver­schil­len­de on­der­de­len ver­spreid op­ge­sla­gen. Tot de­cem­ber 2016, toen Re­né, Pauls hui­di­ge schoon­zoon, doch­ter Yvon­ne ten hu­we­lijk vroeg. Want wat zou er voor hun trou­we­rij in mei 2018 nou een mooi­e­re trouw­au­to zijn dan de YA? En zo kwam het pro­ject in een wel heel plot­se­lin­ge stroom­ver­snel­ling. Aan­van­ke­lijk maak­te Paul zich niet druk en vond-ie het wel mooi dat er een con­cre­te aan­lei­ding was om de YA ein­de­lijk in vol­le glo­rie te her­stel­len. “Maar naar­ma­te de tijd vor­der­de, be­sef­te ik dat het ei­gen­lijk waan­zin was om de au­to in zo’n kor­te tijd af pro­be­ren te krij­gen.”

Me­ten, klop­pen, las­sen

Paul sleep al­le ou­de richt­steun­tjes uit de au­to en be­sloot he­le­maal op­nieuw te be­gin­nen, en wel met de ba­sis: het chas­sis. Daar­toe moest de car­ros­se­rie er­af. Maar om­dat er geen pa­pie­ren bij de au­to za­ten, liet hij hem eerst in zijn ge­heel schou­wen bij de RDW. “Als je de boel vóór de schou­wing scheidt, wordt het heel las­tig om nog een ken­te­ken te krij­gen. Na de schou­wing ben ik op mijn ei­gen hout­je-touw­tje­ma­nier gaan me­ten met een bouw­la­ser. In­der­daad bleek het chas­sis be­hoor­lijk krom, waar­schijn­lijk als ge­volg van een aan­rij­ding. Om­dat ik geen richt­ap­pa­ra­tuur had om het recht te trek­ken, moesten we iets im­pro­vi­se­ren. We leg­den het chas­sis op hou­ten blok­ken, met daar­on­der een hy­drau­li­sche krik op de ga­ra­ge­vloer. Ver­vol­gens lie­ten we de hef­brug, met daar­op een vracht­wa­gen, op het chas­sis zak­ken. Nu kon­den we aan de on­der­kant met de hy­drau­li­sche krik gaan per­sen. Ja, je moet wat.”

Uit­ein­de­lijk kreeg Paul het chas­sis recht, en was de car­ros­se­rie aan de beurt. “Met be­hulp van touw­tjes, ge­wicht­jes en wa­ter­pas­sen heb­ben we toen de juis­te po­si­tie be­paald. Ver­vol­gens zijn we da­gen­lang be­zig ge­weest om de boel te rich­ten en de deu­ren, het schuif­dak, de mo­tor­kap en de kof­fer­klep recht in de car­ros­se­rie te han­gen. Pas toen kon­den we be­gin­nen met het re­pa­re­ren van de ver­rot­te car­ros­se­rie­de­len.” On­der­tus­sen werd de ach­ter­as aan­ge­pakt en zijn de pak­kin­gen en keer­rin­gen van al­le tech­ni­sche on­der­de­len ver­nieuwd.

“In­mid­dels was het sep­tem­ber, wat be­te­ken­de dat we nog maar acht maan­den de tijd had­den. Van­af toen heb ik me­zelf el­ke avond na het werk op­ge­slo­ten in de ga­ra­ge. Al­les wat slecht was, heb­ben we er­uit ge­sle­pen en ver­vol­gens heb ik he­le stuk­ken por­tier en spat­scherm zelf met de hand moe­ten na­bou­wen. Ook de ko­ker­bal­ken heb ik zelf ge­maakt. Mon­ni­ken­werk, dat wil je niet we­ten.” Er volg­den we­ken van me­ten, te­ke­nen, klop­pen, knip­pen en las­sen, waar­bij nach­ten­lang werd door­ge­haald. “In die tijd kreeg ik al­ler­lei ‘op­beu­ren­de’ com­men­ta­ren van ‘waar be­gin je aan’ en ‘dat red je nooit’, maar zul­ke din­gen moet je niet te­gen mij zeg­gen. Dan bijt ik me er juist nog har­der in vast.”

Moed in de schoe­nen

Na­dat de car­ros­se­rie en het chas­sis ein­de­lijk recht wa­ren, dien­de de vol­gen­de te­gen­val­ler zich aan: de of­fer­te voor het spuit­werk. “Het eerste be­drijf dat ik be­na­der­de, vroeg 18.000 eu­ro. Toen zonk de moed me weer in de

‘Je moet te­gen mij niet zeg­gen dat iets niet lukt, dan bijt ik me er nog har­der

in vast.’

schoe­nen. Uit­ein­de­lijk klop­te ik aan bij WK Spui­te­rij in Apel­doorn. Dat had goe­de re­cen­sies en zou niet te duur zijn. Maar ik trof zo’n rom­me­li­ge werk­plaats aan, dat ik dacht: waar moet mijn mooie MG nu staan? Ver­vol­gens raak­te ik met ei­ge­naar Wer­ner in ge­sprek.

Dan merk je dat hij echt van zijn vak houdt en dat-ie ge­woon goeie spul­len heeft. Ik be­sloot om met hem in zee te gaan, en daar heb ik geen mo­ment spijt van ge­had. Het re­sul­taat is su­per.”

Pro­bleem­pje was ech­ter dat de spui­ter de koets op het chas­sis wil­de heb­ben, zo­dat hij al­le car­ros­se­rie­de­len kon af­han­gen. Al­leen had Paul het chas­sis thuis no­dig om de aan­drijf­lijn en de wiel­op­han­ging in te bou­wen. Maar Paul zou Paul niet zijn, als hij ook daar­voor geen op­los­sing be­dacht. “Ik heb van sta­len H-pro­fie­len een nood­chas­sis op zwenk­wie­len ge­last en de koets daar­op bij de spui­ter af­ge­le­verd, zo­dat ik thuis met het ech­te chas­sis aan de slag kon.”

Lek­ka­ge!

Nog voor­dat de car­ros­se­rie af­ge­bouwd was, heeft Paul, zit­tend op een krat­je, in een au­to zon­der stoe­len of deu­ren, een proef­rit­je door de buurt ge­maakt. “Ie­der­een la­chen na­tuur­lijk, maar tech­nisch leek al­les per­fect. Tot­dat ik de vol­gen­de och­tend een paar drup­pels koel­vloei­stof on­der de au­to ont­dek­te. Na lang zoe­ken bleek een van de acht vries­stop­pen lek te zijn. Moest ik de he­le boel weer af­bre­ken om nieu­we vries­stop­pen te plaat­sen. Daar­na kon ik het blok weer he­le­maal op­nieuw spui­ten. Dat was wel even een te­gen­val­ler, zo op het eind.”

Bij het af­bou­wen heeft schoon­zoon Re­né zich voor­al over de mo­tor ge­bo­gen en is doch­ter Yvon­ne druk in de weer ge­weest om al­le hou­ten in­te­ri­eur­de­len op te knap­pen. Ze wil­de op de gro­te dag na­tuur­lijk wel een net in­te­ri­eur om zich heen heb­ben. In de­ze pe­ri­o­de bleek ove­ri­gens dat het ook voor­de­len heeft om een res­tau­ra­tie­pro­ject een tijd­je stil te leg­gen:

in­mid­dels wa­ren som­mi­ge on­der­de­len in­eens wél le­ver­baar, zo­als bij­voor­beeld nieu­we kop­lamp­steu­nen. “Toen ik de au­to net had, kon je die ner­gens ko­pen. Op mijn ver­zoek heeft een ken­nis van mij op zijn werk een set­je nieu­we steu­nen voor me ge­go­ten. Maar vlak voor de RDW-keu­ring las ik dat er weer nieu­we, ver­chroom­de exem­pla­ren ver­krijg­baar wa­ren. Die heb ik toen be­steld, al­leen lie­ten ze zó lang op zich wach­ten, dat ik voor de RDW-keu­ring toch die ou­de na­ge­maak­te steu­nen moest mon­te­ren. En wat denk je: op het mo­ment dat ik van de keu­ring thuis­kwam, la­gen de nieu­we steu­nen op de mat! Toch heb ik die ou­de er­op la­ten zit­ten. Die heb­ben een ver­haal, en dat vind ik mooi.”

On­danks de te­gen­sla­gen op het eind, was de MG een maand voor de trou­we­rij klaar, al­leen was er geen tijd meer om de he­mel­be­kle­ding in te bou­wen. “Dat doe ik van de win­ter wel, lek­ker op mijn ge­mak.” On­danks het ont­bre­ken van het he­mel­tje sleep­te de YA on­langs op een klas­sie­ker­dag de pu­blieks­prijs bin­nen. Voorts is de au­to op een mooi be­drag ge­taxeerd. Dat ver­vult Paul ener­zijds met trots, an­der­zijds is het voor hem geen re­den om zijn smet­te­lo­ze MG met flu­we­len hand­schoe­nen aan te pak­ken. Tij­dens de fo­to­ses­sie voor dit ar­ti­kel rijdt hij een zand­weg vol kui­len op om ons de soe­pe­le ve­ring te de­mon­stre­ren. Ook doet hij re­gel­ma­tig bood­schap­pen met de MG en rijdt hij er­mee naar fa­mi­lie. “Daar is-ie toch voor ge­maakt?”

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.