Vi­deo's slim­mer op YouTu­be pre­sen­te­ren

Vi­deo's slim op YouTu­be pre­sen­te­ren

C’t Magazine - - Inhoud - Joa­chim Sau­er

In één klap YouTu­be-mil­jo­nair wor­den lukt al­leen toe­val­lig en met heel veel ge­luk. Als je je clips doel­ge­richt zo suc­ces­vol mo­ge­lijk wilt ma­ken, moet je in­ten­sief met op­na­me­tech­niek aan de slag – en in de YouTu­be-in­stel­lin­gen dui­ken.

Jon­ge­ren goog­e­len niet meer als ze wil­len we­ten hoe iets werkt. Ze zoe­ken naar een film­pje dat ant­woord geeft op hun vraag. YouTu­be doet dan ook ont­zet­tend haar best om zo­veel mo­ge­lijk be­zoe­kers de juis­te con­tent te la­ten vin­den. Daar­voor eist het vi­deo­plat­form con­ti­nu en­ga­ge­ment van de vi­deo­ma­kers (YouTu­bers). Als je al­leen af en toe een film­pje uplo­adt, moet je aar­dig wat maz­zel heb­ben om je te kun­nen on­der­schei­den.

Veel YouTu­bers heb­ben in het be­gin ver­keer­de voor­stel­lin­gen en ver­wach­tin­gen: YouTu­be maakt je niet op­eens stin­kend rijk – ook al is dat af­han­ke­lijk van je on­der­werp ook weer niet he­le­maal on­mo­ge­lijk.

Eer­ste stap­pen

Over een punt is YouTu­be heel dui­de­lijk: wil je suc­ces, dan heb je een in­hou­de­lijk con­cept no­dig – of­wel een plan dat ver­der gaat dan je eer­ste film­pje. Sim­pel­weg meer­de­re vi­deo's ach­ter­el­kaar pu­bli­ce­ren is niet ge­noeg. Je kunt be­ter een vast rit­me aan­hou­den van bij­voor­beeld een film­pje per week en dat ze­ker een kwar­taal vol­hou­den; daar­mee zou je dus 13 vi­deo's krij­gen.

Bo­ven­dien moet je na­den­ken over de lay-out van je ka­naal­pa­gi­na – met ver­wij­zin­gen naar de meest re­cen­te en po­pu­lair­ste vi­deo's. De thumb­nails moe­ten daar­bij voor over­zicht zor­gen. Om de lay-out op di­ver­se ap­pa­ra­ten min of meer ge­lijk te hou­den, heeft YouTu­be en­ke­le ja­ren ge­le­den de mo­ge­lijk­he­den be­perkt om je ei­gen pa­gi­na zelf vorm te ge­ven. Het eni­ge wat daar mo­men­teel nog van over is, is een zo­ge­he­ten ban­ne­r­af­beel­ding van 2560 × 1440 pixels. YouTu­be biedt voor de­ze af­beel­ding een bij­be­ho­rend sja­bloon voor Ado­be Pho­to­shop (zie link aan het eind). Op smartpho­nes ver­schijnt die als mi­ni­ma­le uit­sne­de, op ta­blets en te­le­vi­sies staat de af­beel­ding – af­han­ke­lijk van de app-ver­sie – op de ach­ter­grond. Op de com­pu­ter zie je hem al­leen in een smal­le band bo­ven­aan.

Thumb­nails met stijl

Om je ei­gen film­pjes tus­sen al­le an­de­re YouTu­be-clips te la­ten op­val­len, is het de moei­te om de thumb­nails van je vi­deo's per­soon­lijk en mar­kant vorm te ge­ven. Hier­voor moet je je thumb­nail-con­cept een ei­gen en dui­de­lijk her­ken­ba­re stijl ge­ven en die toe­pas­sen op al­le vi­deo's op je ka­naal of pa­gi­na. Daar­bij gaat het er niet zo­zeer om dat het er mooi uit­ziet, maar voor­al dat het dui­de­lijk her­ken­baar is. De waar­de daar­van kun je ei­gen­lijk niet over­schat­ten, te­meer om­dat er wei­nig ruim­te over­blijft voor het be­lang­rijk­ste: de ti­tel. Als je die ook voor de zoek­func­tie op klei­ne scher­men lees­baar wilt hou­den, moet je het bij zo'n 30 à 40 te­kens hou­den. Meer past niet met een ac­cep­ta­be­le font­groot­te.

Na de eer­ste paar vi­deo's moet je je ook echt be­zig­hou­den met de af­speel­lijs­ten van

je ka­naal. Als de be­zoe­ker een af­speel­lijst op­roept, start YouTu­be na een kor­te pau­ze de vol­gen­de vi­deo uit de play­list. Op de­ze ma­nier wordt de weer­ga­ve­tijd op het ka­naal lan­ger. Bo­ven­dien kun je de af­speel­lijs­ten op het ka­naal goed sor­te­ren, zo­dat be­zoe­kers de kans krij­gen de ver­schil­len­de for­mats van het ka­naal te le­ren ken­nen.

Als je vi­deo's op vas­te mo­men­ten of met con­stan­te re­gel­maat uit­brengt, kun je ze niet voor­af – of­wel zon­der ze te uplo­a­den – aan een af­speel­lijst toe­wij­zen. Dat moet je dus ach­ter­af nog doen. En dat ver­geet je snel. Het is in elk ge­val mak­ke­lij­ker als je al­le af­speel­lijs­ten stan­daard sor­teert op 'Da­tum van toe­voe­gen (nieuw­ste)'. Daar­mee staan de meest re­cen­te vi­deo's als eer­ste en komt het over­zicht ver­zorgd over. Daar­na moet je de af­speel­lijs­ten al­leen nog lo­gisch or­de­nen.

Wan­neer loont 4K?

Voor veel YouTu­bers be­hoort een 4K-cam­cor­der in­mid­dels tot de stan­daard­uit­rus­ting. Des­on­danks is het ei­gen­lijk nau­we­lijks de moei­te om 4K-con­tent te pu­bli­ce­ren – be­hal­ve als je de voor­de­len van dat for­maat wilt be­na­druk­ken. Wel is het voor la­te­re be­wer­king han­dig om in 4K dan wel UHD (3840 × 2160 pixels) op te ne­men. Ten eer­ste krijg je daar­mee ab­so­luut meer scherp­te en ten twee­de le­vert de ho­ge re­so­lu­tie cre­a­tie­ve voor­de­len – ze­ker bij een one-man-show. Je kunt je voor de ca­me­ra vrij be­we­gen en na­der­hand een Full HDuit­sne­de ma­ken, zo­dat het lijkt als­of de pre­sen­ta­tor met de ca­me­ra wordt ge­volgd. Dat komt min­der sta­tisch over en geeft een pro­fes­si­o­ne­le in­druk.

Veel ac­ti­on­cams bie­den bij re­so­lu­ties bo­ven Full HD een 2,7K-mo­dus met 2704 × 1524 pixels. De­ze is voor­al ge­schikt om het beeld na­der­hand rus­ti­ger te ma­ken. Zul­ke soft­wa­re-beeldsta­bi­li­sa­tors zit­ten in vrij­wel al­le mon­ta­ge­pro­gram­ma's. Ze ge­brui­ken de re­ser­ves van de ho­ge­re re­so­lu­tie als com­pen­sa­tie. Door het rus­ti­ge­re beeld krijg je daar­mee ui­t­ein­de­lijk een Full HD-be­stand met ho­ge­re kwa­li­teit.

Ren­de­ren

Mis­schien twij­fel je met wel­ke pa­ra­me­ters je vi­deo's voor YouTu­be na het mon­te­ren het best kun­nen ren­de­ren. YouTu­be heeft de for­ma­ten on­li­ne ge­zet (zie link aan het eind). Over het al­ge­meen kun je het best fil­men en mon­te­ren in de hoog­ste re­so­lu­tie en met maxi­ma­le fra­me­ra­te. In eer­ste in­stan­tie moe­ten de specs van het mas­ter­be­stand – of­te­wel het re­sul­taat van de mon­ta­ge – over­een­ko­men met die van het bron­ma­te­ri­aal uit de ca­me­ra. Bij de mees­te pro­gram­ma's is dat geen pro­bleem. Ze pas­sen na­me­lijk de ti­me­li­ne-in­stel­lin­gen bij de eer­ste keer im­por­te­ren aan de pa­ra­me­ters van de vi­deo­clips aan. Die waar­den gel­den ui­t­ein­de­lijk ook voor het ren­de­ren.

Ver­trouw je bij het ex­por­te­ren ech­ter op de in­stel­ling voor on­li­ne film­pjes, dan slui­ten vrij­wel al­le pro­gram­ma's te veel com­pro­mis­sen – met na­me op het ge­bied van de bi­tra­te. Als je de stan­daard­in­stel­lin­gen aan­houdt, zakt de bi­tra­te dui­de­lijk tot on­der de 10 Mbit/s. Oor­spron­ke­lijk was dat be­doeld om het uplo­a­den niet te lang te la­ten du­ren. Maar dat is ei­gen­lijk geen is­sue meer.

Voor op­ti­ma­le vi­deo­kwa­li­teit zul je dus de han­den uit de mou­wen moe­ten ste­ken en de pa­ra­me­ters zelf in­stel­len. Daar­voor moet je we­ten wat ter­men als pixels, fra­me- en bi­tra­te in­hou­den. Bij doel­co­dec en -for­maat is de keus mak­ke­lij­ker. Je kunt het best kie­zen voor H.264 en MP4 – of even­tu­eel voor het be­stands­for­maat MOV.

YouTu­be kan al­leen om­gaan met pro­gres­si­ve vi­deo's. 50i-ma­te­ri­aal, dat met de ou­de in­ter­la­cing-me­tho­de is op­ge­no­men, moet als vi­deo met vol­le­dig beeld (pro­gres­si­ve 25p) wor­den ge­ïm­por­teerd – en in­dien mo­ge­lijk met dein­ter­la­cing. De soft­wa­re in­ter­po­leert het ach­ter­el­kaar op­ge­no­men hal­ve beeld daar­bij zo­da­nig dat de tijd er­tus­sen niet op­valt.

Vi­deo's van van­daag de dag, met 25 of 50 vol­le­di­ge beel­den (PAL) dan wel 30 of 60 vol­le­di­ge beel­den (NTSC), kun je het best la­ten voor wat ze zijn. Als je de fra­me­ra­te ver­laagt van 50/60 naar 25/30 kun je wel een der­de aan da­ta 'be­spa­ren', maar voor­al bij snel­le op­na­mes met veel be­we­ging krijg je dan ook een le­lijk ha­pe­rend beeld. Bij ga­mes en beel­den van ac­ti­on­cams wil je dat vaak niet.

Veel pro­gram­ma's bie­den bij het ren­de­ren zo­wel een con­stan­te als een va­ri­a­be­le

bi­tra­te (CBR of VBR). Dat laat­ste ver­dient van­we­ge de dui­de­lijk ho­ge­re vi­deo­kwa­li­teit ze­ker de voor­keur, om­dat je daar­bij de ge­mid­del­de en maxi­ma­le bi­tra­te kunt in­stel­len.

Voor de ge­mid­del­de bi­tra­te is een be­lang­rij­ke­re rol weg­ge­legd – te­meer door­dat het vi­deo­ma­te­ri­aal zeer di­vers kan zijn. Als in de vi­deo een bre­de, groe­ne gras­vlak­te on­der een wol­ke­lo­ze blau­we he­mel te zien is, heeft het beeld dus wei­nig de­tails. En daar­mee kan de bi­tra­te laag blij­ven. Volgt daar­na een snel­le lucht­op­na­me, dan moet de bi­tra­te in kor­te tijd ab­rupt toe­ne­men – tot het maxi­mum, zo­dat ook de gro­te wij­zi­gin­gen in het be­stand kun­nen wor­den op­ge­sla­gen.

Aan­ge­zien geen en­ke­le de­co­der een plots­klaps twee keer zo ho­ge bi­tra­te goed kan ver­wer­ken, mag de maxi­ma­le bi­tra­te hoog­uit 10 pro­cent bo­ven de ge­mid­del­de waar­de lig­gen. Bij de zo­ge­naam­de 2-pas­sen­co­ding is ook 20 pro­cent mo­ge­lijk. In een eer­ste run wordt de vi­deo ge­ren­derd; in een twee­de wor­den de de­len ge­op­ti­ma­li­seerd waar­in een la­ge­re dan wel ho­ge­re bi­tra­te han­dig zou zijn.

Op­ti­ma­le bi­tra­te

Con­creet: voor Full HD-con­tent de­fi­ni­eert YouTu­be de ge­mid­del­de bi­tra­te met 8 Mbit/s bij fra­me­ra­tes van 24, 25 of 30 vol­le­di­ge beel­den, bij ho­ge­re fra­me­ra­tes (50/60 beel­den/s) is dat 12 Mbit/s en bij HDR­con­tent 15 Mbit/s. Bij de vier keer zo ho­ge UHD-re­so­lu­tie en 4K zijn ra­tes tus­sen de 35 en 68 Mbit/s mo­ge­lijk. Vijf mi­nu­ten aan film neemt dan al meer dan 2 GB in be­slag. Blijf je ver on­der de­ze waar­de, dan gaat dat ten kos­te van de beeld­kwa­li­teit. Af­ge­zien daar­van voor­ziet YouTu­be el­ke vi­deo van een nieu­we en­co­ding. Het plat­form stelt im­mers meer dan een vi­deo be­schik­baar: af­han­ke­lijk van de in­ter­net­ver­bin­ding past YouTu­be de re­so­lu­tie tij­dens het af­spe­len au­to­ma­tisch aan. Daar­mee wordt voor­ko­men dat je als kij­ker moet wach­ten.

Als je de en­co­ding daar­op wilt op­ti­ma­li­se­ren, moet je de GOP-struc­tuur (Group of Pic­tu­res) op de hal­ve fra­me­ra­te in­stel­len. Een GOP be­staat sim­pel ge­zegd uit beel­den met al­le in­for­ma­tie – i-fra­mes – en beel­den waar­bij al­leen het ver­schil met de laat­ste i-fra­me wordt be­waard (p- en b-fra­mes). Met de waar­de voor de GOP-leng­te wordt be­paald hoe­veel beel­den de co­dec in de da­ta­be­spa­ren­de p- en b-fra­mes be­waart tot er weer een i-fra­me met vol­le­di­ge in­for­ma­tie volgt. De­ze af­stand van de ene tot de an­de­re i-fra­me moet bij 50 vol­le­di­ge beel­den dus 25 beel­den be­dra­gen, bij 25 vol­le­di­ge beel­den wor­den dat er 12. Wil je al­les er­uit ha­len, dan moet je het H.264-pro­fiel op 'High' zet­ten en leg je vast dat bin­nen de GOP twee el­kaar op­vol­gen­de b-beel­den bi­di­rec­ti­o­ne­le be­trek­kin­gen heb­ben tot er een p-beeld komt. Als er een op­tie is voor strea­ming-op­ti­ma­li­sa­tie, is het han­dig om die te ac­ti­ve­ren.

Uplo­a­den

Het zoe­kal­go­rit­me van YouTu­be is een van Goog­les best be­waar­de ge­hei­men. De soft­wa­re wordt con­ti­nu door­ont­wik­keld en je krijgt er vrij­wel geen con­cre­te in­for­ma­tie over. Be­gin ok­to­ber werd na de schiet­par­tij in Las Ve­g­as al­leen be­kend dat het plat­form het al­go­rit­me ver­sneld ging aan­pas­sen. Re­den hier­voor was dat er di­rect na het ge­beu­ren veel nep­nieuws in de zoek­re­sul­ta­ten ver­scheen. Je kunt dus niet echt bou­wen op tips om het best ge­von­den te wor­den. Hier­on­der zet­ten we de be­lang­rijk­ste fei­ten en in­zich­ten op een rij­tje die we zelf op ba­sis van meer­de­re ja­ren prak­tijk­er­va­ring heb­ben op­ge­daan.

We be­ke­ken daar­bij of YouTu­be voor de be­oor­de­ling van een vi­deo ook ge­bruik­maakt van de be­stands­naam, zo­als vaak be­weerd wordt. Hier­voor heb­ben we op twee ge­lijk­waar­di­ge ka­na­len twee na­ge­noeg iden­tie­ke film­pjes ge­üpload met iden­tie­ke key­words maar waar­bij de ene be­stands­naam veel spre­ken­der was dan de an­de­re. De ene keer werd de naam op­ge­bouwd uit de da­tum en een wei­nig zeg­gen­de om­schrij­ving. Het twee­de be­stand had­den we voor­zien van tags die bij het film­pje pas­ten. De­ze wa­ren niet ge­lijk aan de in­ge­voer­de key­words.

Uit het dui­de­lijk ho­ge­re aan­tal views van de vi­deo met de zin­vol toe­ge­ken­de in­for­ma­tie blijkt dat YouTu­be de be­stands­naam han­teert om de kwa­li­teit in te scha­len en te be­pa­len hoe be­lang­rijk het film­pje is. Geef je de vi­deo's dus een naam vol­gens een zelf be­dacht, cryp­tisch sys­teem, dan maak je het je­zelf niet mak­ke­lij­ker. Je kunt be­ter eerst ge­schik­te tref­woor­den aan de be­stands­naam toe­ken­nen en daar­na het film­pje uplo­a­den.

YouTu­be on­der­scheidt voor het uplo­a­den vier mo­di: een als 'Pri­vé' ge­üplo­a­de vi­deo zie je al­leen on­der je ei­gen ac­count. An­de­ren krij­gen zelfs als ze de link ken­nen niks te zien. Dat is ook met­een het ver­schil met de in­stel­ling 'Ver­bor­gen'. Dan ver­schijnt de vi­deo niet als je er via de zoek­balk naar gaat zoe­ken en ook niet in je ei­gen ka­naal. Ken je ech­ter de link, dan kun je het film­pje wel be­kij­ken.

De mo­dus 'Open­baar' komt waar­schijn­lijk het meest voor. YouTu­be ad­vi­seert ech­ter op re­gel­ma­ti­ge tijd­stip­pen iets te pu­bli­ce­ren – en dus niet met­een. Als je dus niet al­tijd op de­zelf­de ge­re­gel­de mo­men­ten ach­ter je pc zit, kun je het best voor de mo­dus 'Ge­pland' kie­zen. Daar­mee wordt au­to­ma­tisch een mo­ment voor pu­bli­ca­tie be­paald, stan­daard zo'n 24 uur na de upload. Pas dat tijd­stip dus aan je ei­gen wen­sen aan.

Let wel op als je een vi­deo al­vast uplo­adt om hem la­ter spon­taan te pu­bli­ce­ren. Zet je de mo­dus op een la­ter mo­ment op 'Open­baar', dan wordt daar niet het tijd­stip (da­tum) van dat mo­ment aan ge­kop­peld, maar dat van het mo­ment van uplo­a­den – en dus ver­schijnt de vi­deo op je pa­gi­na niet als meest re­cent. Daar­om moet je bij een ge­plan­de vi­deo al­tijd de in­stel­ling van het tijd­stip con­tro­le­ren. He­le­maal spon­taan werkt de uplo­ad­func­tie van YouTu­be so­wie­so niet. Het duurt ze­ker een half uur voor­dat de vi­deo daad­wer­ke­lijk klaar staat. Je ziet je ei­gen film­pjes te­rug on­der 'Uplo­ads' op je ei­gen ka­naal­pa­gi­na.

Zoek­tocht

Of een vi­deo über­haupt wordt ge­von­den, hangt af van de ma­nier waar­op het zoe­kal­go­rit­me van YouTu­be er­mee om­gaat. Zo een­vou­dig als bij web­si­tes heeft de­ze zoek­ma­chi­ne het bij vi­deo's niet. Er zijn na­me­lijk (nog) geen al­go­rit­mes die uit de vi­deo zelf kun­nen ha­len waar hij over gaat en aan wel­ke kwa­li­teits­ei­sen hij vol­doet. YouTu­be moet in dat op­zicht ge­bruik­ma­ken van ex­tra in­for­ma­tie. Als je hier slim te werk gaat en de zoek­ma­chi­ne voor­ziet van re­le­van­te (en met na­me pas­sen­de) in­for­ma­tie met key­words die op re­le­van­tie zijn ge­sor­teerd, is de kans groot dat je ho­ger in de lijst met zoek­re­sul­ta­ten te­recht komt. Net als bij een web­si­te zet je aan het be­gin van de key­words het ba­sis­the­ma, daar­na moe­ten ter­men en werk­woor­den vol­gen die het on­der­werp na­der spe­ci­fi­ce­ren. Zo zou je een vi­deo over gras­maai­en en -on­der­houd dus kun­nen voor­zien van de key­words 'tuin gras gras­maai­er maai­en mes­ten'. De ruim­te voor key­words is be­perkt tot 500 by­tes. Be­nut die rus­tig he­le­maal. Wat dat be­treft geldt hier: hoe meer, hoe be­ter.

Voer bij het uplo­a­den met­een een pas­sen­de ti­tel en key­words in. Daar­bij moet je ook ze­ker je cre­a­ti­vi­teit de vrije loop la­ten. De be­lang­rijk­ste ter­men moe­ten in de head­line en in de key­words ko­men te staan. Het is de moei­te daar even goed over na te den­ken – en ook in vrij bre­de zin over het on­der­werp. Op in­ter­na­ti­o­naal ge­bruik­te be­grip­pen als 'test', 're­view' en 'work­shop' wordt wel vaak ge­zocht, maar om­dat heel veel YouTu­bers ze ge­brui­ken, zijn ze niet meer on­der­schei­dend. De keu­ze voor een ca­te­go­rie heeft geen in­vloed op de zoek­ma­chi­ne – wel voor wie je de vi­deo wilt aan­ra­den.

Juist in het be­gin is het moei­lijk om de aan­dacht naar je toe te trek­ken. Het suc­ces hangt dan des te meer af van de ti­tel en de key­words. Om die re­den kun je het best goed na­den­ken over ori­gi­ne­le en te­ge­lijk gang­ba­re tref­woor­den. Op die be­grip­pen wordt mis­schien niet vaak ge­zocht, maar voor ge­ïn­te­res­seer­den werkt het wel. Je hebt dan min­der con­cur­ren­tie van an­de­re film­pjes.

Vi­raal ver­sprei­den

Met pro­mo­tie kun je je vi­deo ook ze­ker een steun­tje in de rug ge­ven. Dat is ook voor YouTu­be zelf goed, om­dat de re­le­van­tie van de vi­deo­por­tal daar­mee gro­ter wordt. Zo staat 24 pro­cent van de vi­deo's op de web­si­te van de au­teur op de ei­gen ser­ver. Hier­van wordt 2/3 ook echt van­af die ser­ver be­ke­ken, het res­te­ren­de 1/3 deel switcht als­nog naar YouTu­be.

In de mar­ke­ting­we­reld staat dat be­kend als 'vi­ra­li­teit'. Je zet je vi­deo op zo­veel mo­ge­lijk plat­forms – dus niet al­leen op je ei­gen si­te, maar ook hand­ma­tig of au­to­ma­tisch bij an­de­re dien­sten. YouTu­be biedt daar­voor de mo­ge­lijk­heid om een Twit­ter­ac­count in te voe­ren, zo­dat er au­to­ma­tisch een tweet wordt ge­post op het mo­ment dat je een vi­deo hebt ge­pu­bli­ceerd. Hier­voor is er een spe­ci­aal re­ac­tie­veld dat je bij de vi­deo moet in­vul­len. Op Fa­ce­book kun je daar­en­te­gen al­leen hand­ma­tig een ver­wij­zing naar het YouTu­be-film­pje plaat­sen. Het is dan vaak be­ter om de vi­deo op dit plat­form nog een keer te uplo­a­den.

Bij­zon­der ef­fec­tief blij­ken fo­rums die bij het on­der­werp pas­sen. Je moet er dan al­leen wel mee le­ren le­ven dat som­mi­ge be­zoe­kers hun gal over je werk kun­nen spu­wen en daar­bij een ne­ga­tie­ve be­oor­de­ling ach­ter­la­ten. Maar net als elk so­ci­al me­dia-plat­form vindt YouTu­be de re­ac­ties van de toe­schou­wers heel be­lang­rijk om het be­lang van een vi­deo te be­pa­len. Of de duim nou om­hoog of om­laag ge­richt is, maakt daar­bij niet uit. Het be­lang­rijkst is dat je über­haupt re­ac­ties krijgt. Lie­ver dus een slech­te be­oor­de­ling dan he­le­maal geen.

Naast de ge­brui­ke­lij­ke en aan­toon­baar ef­fec­tie­ve hint om de vi­deo po­si­tief te be­oor­de­len helpt een beet­je pro­vo­ca­tie soms ook – om bij­voor­beeld re­ac­ties uit te lok­ken. Ook een ac­tie­ve dis­cus­sie on­der het ven­ster met de vi­deo is een re­ac­tie die een po­si­tief ef­fect op­le­vert. Je kunt hier zelf je steen­tje aan bij­dra­gen door weer op re­ac­ties van an­de­ren te re­a­ge­ren. Bij on­re­de­lij­ke of on­te­rech­te op­mer­kin­gen mag je daar best je zeg­je over doen. Heb je echt iets fout ge­daan, dan kun je dat het best ge­woon toe­ge­ven. Ver­gis­sen is men­se­lijk en daar­mee wordt al­les dus juist een beet­je

per­soon­lij­ker. Laat dat nu net de be­doe­ling van YouTu­be zijn. Je kunt in de stan­daard­in­stel­lin­gen van het ka­naal dus be­ter ge­woon met­een al­le re­ac­ties toe­staan. Wel zul je ze dan re­gel­ma­tig moe­ten door­ne­men. Maar om­dat YouTu­be in­mid­dels een vrij goed beeld heeft van spam­mers en haat­zaai­ers, zal dat niet heel veel moei­te kos­ten.

Kaar­ten

De kans is groot dat het je nooit op­ge­val­len is, maar soms staat er een klei­ne grij­ze 'i' in een cir­kel rechts­bo­ven in de play­er. De bij­be­ho­ren­de op­tie be­staat al twee jaar. Het pic­to­gram ver­wijst naar zo­ge­he­ten 'kaar­ten', die de ou­de vel­den voor an­no­ta­ties ver­van­gen. De­ze ver­schij­nen op een be­paald mo­ment au­to­ma­tisch op een grij­ze ach­ter­grond. Ver­vol­gens blij­ven ze pre­cies acht se­con­den staan. Daar­na ver­an­de­ren ze weer in de on­op­val­len­de 'i'. Strikt ge­no­men is het geen ech­te ver­van­ging voor de vrij de­fi­ni­eer­ba­re an­no­ta­ties, voor­al om­dat de func­ti­o­na­li­teit be­perkt is. Ach­ter het pic­to­gram kun­nen hoog­uit vijf kaar­ten ko­men die tij­dens het af­spe­len van de vi­deo kun­nen ver­wij­zen naar een an­de­re vi­deo, af­speel­lijst, ka­naal of een web­si­te. Voor dat laat­ste moet je wel zijn aan­ge­slo­ten bij het YouTu­be Part­ner Pro­gram.

Daar­naast kun je voor de kaar­ten nog een poll ma­ken en star­ten. Maar door de slech­te zicht­baar­heid van de kaar­ten wor­den ze ook nau­we­lijks ge­bruikt. Zelfs als een vi­deo zo'n 20.000 keer is be­ke­ken, win je daar niet meer dan 30 deel­ne­mers mee. En dan is het ren­de­ment van de polls in on­ze er­va­ring nog ho­ger dan bij de links naar vi­deo's. Toch ver­die­nen de kaar­ten al met al een aan­be­ve­ling, om­dat ze ex­treem snel zijn en di­rect na de upload be­schik­baar.

Eind­scher­men

Veel YouTu­bers kla­gen dat het aan­tal nieu­we abon­ne­men­ten daalt. Vol­gens ve­len komt dat juist ook door het ver­dwij­nen van de an­no­ta­ties. Die kon je over­al toe­voe­gen waar je wil­de. Nu kan dat al­leen nog in de nieu­we tool voor eind­scher­men. De hier­mee ge­maak­te af­ti­te­ling draait stan­daard 20 se­con­den en kan ook wor­den in­ge­kort – lan­ger ma­ken kan niet. Je kunt er vier links in kwijt, waar­voor YouTu­be ook ver­schil­len­de tem­pla­tes aan­biedt. Daar­naast kan YouTu­be (ge­luk­kig) een eer­der ge­maakt eind­scherm im­por­te­ren dat bij een an­de­re vi­deo in je ei­gen ka­naal hoort.

Toch blijft er dan nog een pro­bleem­pje over: te wei­nig ge­brui­kers krij­gen het eind­scherm on­der ogen. Dan blijft er niets an­ders over dan een zelf in­ge­spro­ken tekst met het eind­scherm te com­bi­ne­ren en ge­brui­kers zo aan te spo­ren om een abon­ne­ment op je ka­naal te ne­men. So­wie­so is de kans op nieu­we abon­nees waar­schijn­lijk het hoogst bij men­sen die je film­pje ook echt he­le­maal af­kij­ken.

YouTu­be Ana­ly­tics

Vaak wil je bij je ei­gen clips we­ten in hoe­ver­re ze suc­ces­vol zijn – ze­ker als je je YouTu­be-ac­count voor re­cla­me­doel­ein­den ge­bruikt. Je zult je dus met de ana­ly­ses van YouTu­be Ana­ly­tics aan de slag moe­ten. De re­ac­ties van je kij­kers heb­ben im­mers gro­te in­vloed op YouTu­bes ran­king.

Een goed te me­ten re­ac­tie van kij­kers is de ge­mid­del­de weer­ga­ve­duur die uit de vi­deo zelf blijkt. Daar staat in hoe­veel mi­nu­ten van de vi­deo wer­den be­ke­ken en wan­neer de kij­ker het dus voor 'ge­zien' hield. Dat kun je af­zet­ten te­gen de to­ta­le leng­te. Zo be­re­kent YouTu­be het ge­mid­del­de per­cen­ta­ge van de weer­ga­ve. Bij min­der gang­ba­re on­der­wer­pen zijn waar­den van zo'n 60 pro­cent al uit­ste­kend.

Uit die cij­fers kun je het een en an­der af­lei­den. Zo kun je aan de ge­mid­del­de weer­ga­ve­duur en het bij­be­ho­ren­de per­cen­ta­ge af­le­zen hoe groot de al­ge­me­ne in­te­res­se in het on­der­werp van de vi­deo is. Met de sta­tis­tie­ken krijg je een goed beeld van de bin­ding die de kij­kers met je film­pjes heb­ben. On­ge­veer twee da­gen na pu­bli­ca­tie kun je voor het eerst zien op welk mo­ment de kij­kers zijn af­ge­haakt. Het is nor­maal dat de cur­ve met­een ge­du­ren­de de eer­ste se­con­den sterk daalt – denk maar eens aan je ei­gen ge­drag op YouTu­be, dan zul je zien dat dat niet ver­ras­send is. Het is in­te­res­sant als de bin­ding van de kij­kers mid­den in de film weer toe­neemt. Dat geeft aan dat het on­der­werp van de vi­deo in prin­ci­pe be­valt. Ook is het on­der­werp goed aan­ge­kon­digd en swit­chen de kij­kers blijk­baar naar de voor hen be­lang­rij­ke plek in de vi­deo. Ma­kers van vi­deo's met re­views zien dat vaak bij test­op­na­mes. Meest­al vol­gen die pas na de pre­sen­ta­tie.

Ook het aan­tal stem­men voor leuk en niet leuk le­vert in­te­res­san­te in­for­ma­tie over het kij­kers­ge­drag, ze­ker als je ze kop­pelt aan het mo­ment van pu­bli­ce­ren. On­der de ru­briek 'In­ter­ac­tie­rap­por­ten' valt weer op dat de ou­de, niet meer bruik­ba­re an­no­ta­ties dui­de­lijk be­ter werk­ten dan de kaar­ten en eind­scher­men.

De on­der­steu­ning van YouTu­be bij het op­zet­ten van je ei­gen ka­na­len is dus niet (meer) zo uit­ge­breid. Goog­le is er voor­al op uit om be­zoe­kers zo lang mo­ge­lijk bin­nen hun ei­gen plat­form te hou­den. Voor hulp wijst het be­drijf je graag op ge­schik­te film­pjes met uit­leg. Ook die staan op YouTu­be.

(mvdm)

Na het uplo­a­den geef je de vi­deo een spre­ken­de ti­tel en voer je pas­sen­de tref­woor­den in. Je geeft meer be­kend­heid aan de vi­deo door met­een na pu­bli­ca­tie een post op Twit­ter, Fa­ce­book en Goog­le Plus te plaat­sen.

Ma­gix heeft in het pro­gram­ma Vi­deo de­luxe de in­stel­lin­gen voor ex­por­te­ren on­der de knop 'Ge­a­van­ceerd' (bij 'For­maat­be­schrij­ving') ge­zet. Hier kun je de bi­tra­te, GOP-struc­tuur en het pro­fiel vast­leg­gen.

Als je de vi­deo op­neemt in je ei­gen web­si­te (bij­voor­beeld een blog), trek je meer kij­kers in de eer­ste uren na pu­bli­ca­tie. Dat is be­lang­rijk voor

de be­oor­de­ling van de re­le­van­tie.

De kans wordt daar­mee gro­ter dat YouTu­be de vi­deo ook in de ran­king ho­ger zal

be­oor­de­len.

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.