DIENSTPLICHT DOET JE GOED

De Telegraaf - - Voorzijde Pagina - door An­na Mees

Mi­li­tai­re vak­bon­den en be­roeps­mi­li­tai­ren zijn te­gen het plan van CDA-lei­der Sy­brand van Haersma Bu­ma om de dienstplicht weer in te voe­ren.

Voor­ma­li­ge dienst­plich­ti­gen snap­pen dat wel. Ook zij za­gen des­tijds voor­af hun tijd bij het le­ger vaak niet zit­ten, maar uit­ein­de­lijk kij­ken ze er mee­stal toch goed op te­rug, om­dat je er dis­ci­pli­ne leer­de en een saam­ho­rig­heids­ge­voel door kreeg.

De dienstplicht is nooit of­fi­ci­eel af­ge­schaft. Wel is de op­komst­plicht in 1997 op­ge­schort, wat be­te­kent dat dienst­plich­ti­gen (man­nen tus­sen 17 en 45 jaar) zich niet hoe­ven te mel­den. Rob­bert Kreuk hoor­de bij de laat­sten die nog wel daad­wer­ke­lijk in dienst moesten. In 1994 werk­te hij ze­ven maan­den als ’hos­pik’ of­wel ge­won­den­ver­zor­ger. „Ik was 24 en zat er niet op te wach­ten. Na mijn stu­die com­mer­cie­le eco­no­mie wil­de ik het liefst met­een wer­ken.”

Kreuk leer­de eer­ste hulp en re­a­ni­me­ren, be­heer­de de me­di­sche voor­raad en maak­te door art­sen ge­bruik­te in­stru­men­ten ste­riel. Maar het groot­ste deel van de dag had hij niets te doen. „Ei­gen­lijk zon­de. We speel­den com­pu­ter­spel­le­tjes en met een lucht­buks.” Toch ziet Kreuk er mo­ge­lijk wel heil in. „Voor school­ver­la­ters die niet we­ten wat ze wil­len gaan doen, denk ik dat het een goe­de leer­school kan zijn. Maar dan moet de tijd wel nut­tig wor­den be­steed.”

De in­vul­ling er­van is es­sen­ti­eel voor hoe men­sen hun dienst­tijd er­va­ren, zegt ook so­ci­o­loog Pe­ter Ach­ter­berg (Uni­ver­si­teit van Til­burg). „Niet-mi­li­tai­re dienstplicht lijkt me nut­ti­ger. Als je men­sen ver­plicht die ei­gen­lijk hele­maal niet wil­len, dan er­va­ren ze het als een rot­ti­ge tijd.”

Tom Ko­mor kijkt met een ge­mengd ge­voel te­rug op zijn pe­ri­o­de (in 1972) bij de School Mi­li­tai­re In­lich­tin­gen­dienst. „Ik kon geen uit­stel meer krij­gen. Het was dwang­ma­tig. Ze­ven da­gen na mijn eind­exa­men zat ik in dienst. Te­rug­kij­kend heb ik toch wel een prach­ti­ge tijd ge­had.”

Ko­mor leer­de Rus­sisch – het was mid­den in de Kou­de Oor­log. „Als we op oe­fe­ning gin­gen, de­den we al­tijd heel ge­wich­tig en ge­heim­zin­nig. An­de­ren moch­ten niet we­ten wat wij be­spra­ken, ter­wijl we niet zo­veel moch­ten als we de­den voor­ko­men.” Hij kreeg er ge­voel voor dis­ci­pli­ne. „Maar geen ka­da­ver­dis­ci­pli­ne, het moest er­gens over gaan. Als we zo­maar rond­jes gin­gen ren­nen, was er al­tijd wel ie­mand die vroeg: ’waar­om?’, dat leid­de tot in­te­res­san­te dis­cus­sies met het ka­der. Maar om acht uur ’s och­tends was je er ge­woon en stond je in de hou­ding, klaar. Het moest be­grij­pe­lij­ke dis­ci­pli­ne zijn die er­gens toe dien­de.”

Casper van den Broek werk­te in 1983 en 1984 als Land­ro­ver­chauf­feur en bij de tech­ni­sche troe­pen in de Utrecht­se Krom­hout­ka­zer­ne. „De saam­ho­rig­heid vond ik be­lang­rijk. Je leert om als groep te han­de­len. Dat wordt er van­af het be­gin in­ge­pompt: je bent niet meer een in­di­vi­du maar een deel van de groep. Op al­les word je als groep aan­ge­spro­ken. Tij­dens de op­lei­ding ben je dag en nacht bij el­kaar, je slaapt met tien man op een ka­mer. Dan ga je van­zelf met el­kaar op­trek­ken.”

Toch ging na af­loop ie­der z’n ei­gen weg, ver­telt de his­to­ri­cus en jour­na­list voor De Gooi- en Eem­lan­der. „Som­mi­ge dienst­plich­ti­gen slo­ten vriend­schap­pen voor het le­ven, maar de mees­ten gin­gen vrij snel uit el­kaar. Het ver­wa­tert.”

Heel an­ders ver­ging het Ad Van ’t Hof, die bij­na an­der­half jaar in de ge­van­ge­nis zat om­dat hij dienstplicht wei­ger­de. „Ik ben een van de Je­ho­va’s ge­tui­gen en wil­de geen deel wil­de uit­ma­ken van het mi­li­tai­re ap­pa­raat. Dat be­vor­dert na­ti­o­na­lis­me en heeft in mijn ogen al­leen maar veel kwaad ge­daan aan de mens­heid. Het was geen pret­je om als ne­gen­tien­ja­ri­ge jon­gen op­ge­slo­ten te zit­ten tus­sen gro­te cri­mi­ne­len. Maar ik ben er ster­ker uit­ge­ko­men dan dat ik er­in ging.”

Nog steeds heeft Van ’t Hof een band met de an­de­re ’ge­tui­gen’ die in de­zelf­de pe­ri­o­de in de ge­van­ge­nis za­ten. „Laatst ke­ken we tij­dens een re­ü­nie te­rug op wat ons veer­tig jaar ge­le­den was over­ko­men. We zijn er als gro­te ke­rels uit­ge­ko­men.”

Van ’t Hof is nog steeds te­gen de dienstplicht, maar zou het goed vin­den als jon­ge­ren wor­den in­ge­zet voor so­ci­a­le ac­ti­vi­tei­ten. „In het zie­ken­huis of ver­pleeg­huis. Het zou goed zijn als al­le jon­ge men­sen zich in­span­nen voor zwak­ke­ren in de maat­schap­pij, en zich niet al­leen con­cen­tre­ren op hun ei­gen wel­zijn en car­ri­è­re. Dat kan hun le­vens ver­rij­ken.”

’Toch wel prach­ti­ge tijd ge­had’

FO­TO CASPER VAN DEN BROEK

Dienst­plich­ti­ge sol­da­ten oe­fe­nen een plot­se­lin­ge over­val in de vroe­ge och­tend op een bi­vak be­gin ja­ren ’80.

FO­TO RENE OUDSHOORN

Tom Ko­mor zat ze­ven da­gen na zijn eind­exa­men al in het le­ger. Hij leer­de als dienst­plich­tig mi­li­tair in 1972 (fo­to rechts) Rus­sisch bij de School Mi­li­tai­re In­lich­tin­gen Dienst.

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.