EER VOOR COSTER DIAMONDS

Coster Diamonds mag zich van­af vol­gen­de week 'Ko­nink­lijk' noe­men. Ter ge­le­gen­heid van het 175-ja­rig ju­bi­le­um dook het dia­mant­be­drijf diep in zijn ei­gen, veel­be­wo­gen ge­schie­de­nis. Het is voor­al aan de le­gen­da­ri­sche za­ken­man-avon­tu­rier Ben Mei­er (1930-2013)

De Telegraaf - - Voorzijde Pagina -

door Henk Schut­ten

Het was in 1840 dat Mo­zes Eli­as Coster op de plek die we nu ken­nen als het Wa­ter­loop­lein in Am­ster­dam een ei­gen dia­mant­slij­pe­rij be­gon. Dus ei­gen­lijk komt het 175-ja­rig ju­bi­le­um van Coster Diamonds een jaar­tje te laat. Maar de di­rec­tie van het be­drijf had in ja­nu­a­ri 2014 een aan­vraag in­ge­diend om het pre­di­caat 'Ko­nink­lijk' aan de naam te mo­gen toe­voe­gen, en dat bleek wat meer voe­ten in de aar­de te heb­ben dan ver­wacht.

Nu, twee­ën­half jaar la­ter, heeft Coster als­nog zijn fel­be­geer­de ko­nink­lij­ke sta­tus. ,,Zo'n pre­di­caat geeft ver­trou­wen,” legt di­rec­teur Kees Noo­men uit: ,,If the roy­als can trust us, you can trust us. De han­del in dia­mant is nog steeds ge­ba­seerd op mon­de­lin­ge af­spra­ken. Er wordt wei­nig op pa­pier ge­zet, zo gaat dat al eeu­wen. Je geeft el­kaar een hand en de koop is be­klon­ken. Al­les draait om ver­trou­wen.”

Ter ge­le­gen­heid van het ju­bi­le­um dook Coster diep in zijn ei­gen ge­schie­de­nis, die ge­ken­merkt wordt door ho­ge pie­ken en die­pe da­len. De hui­di­ge tijd is daar­op geen uit­zon­de­ring. Sinds de ter­reur­aan­sla­gen in Pa­rijs en Brus­sel is de han­del weer diep in­ge­zakt. ,,Vo­rig jaar was ons bes­te jaar ooit, maar na de aan­sla­gen zijn on­ze be­zoe­kers­aan­tal­len al­weer met 30 pro­cent ge­daald,” zegt Noo­men. ,,Nor­maal zijn hier voort­du­rend drie bus­sen met toe­ris­ten, nu is het er één. Met na­me in som­mi­ge Azi­a­ti­sche lan­den is men erg be­ducht voor aan­sla­gen. Ja­pan­ners ko­men bij wij­ze van spre­ken de deur niet meer uit.”

De mijl­paal die Coster be­reikt, is op­mer­ke­lijk. Van de ve­le gro­te en klei­ne slij­pe­rij­en die Am­ster­dam ge­kend heeft, is vrij­wel niets meer over. De his­to­rie van Coster staat daar­om niet op zich­zelf, zegt Noo­men. ,,Het is een ver­haal dat gaat over men­sen die op de vlucht zijn en steeds pro­be­ren on­der vaak moei­lij­ke om­stan­dig­he­den el­ders een nieuw be­staan op te bou­wen.”

In zijn voor­woord in het ju­bi­le­um­boek, waar­van het eer­ste exem­plaar op 7 ju­li wordt over­han­digd, be­schrijft bur­ge­mees­ter Eber­hard van der Laan hoe nauw de ge­schie­de­nis van de hoofd­stad ver­we­ven is met die van de dia­mant.

Sinds de Gou­den Eeuw had het wel­va­ren­de Am­ster­dam de han­del in edel­ste­nen steeds meer naar zich toe­ge­trok­ken. Spaan­se en Por­tu­ge­se Jo­den die door de ka­tho­lie­ke in­qui­si­tie uit hun land wa­ren ver­dre­ven kon­den in Am­ster­dam, waar nie­mand van­we­ge zijn ge­loof mocht wor­den ver­volgd, een nieuw be­staan op­bou­wen.

Over op­rich­ter Mo­zes Eli­as Coster, die in 1840 aan de Bin­nen Am­stel/ Kor­te Hout­straat een dia­mant­slij­pe­rij be­gon, is wei­nig be­kend. Hij was Joods, zo­veel staat vast. Coster be­gon zijn be­drijf toen de Am­ster­dam­se dia­mant­han­del be­zig was een in­grij­pen­de om­slag te ma­ken. De pro­duc­tie aan huis ver­plaatste zich naar klei­ne fa­brie­ken met door stoom aan­ge­dre­ven slijp­ma­chi­nes. Veel dia­man­tairs moesten gaan sa­men­wer­ken, want die ma­chi­nes wa­ren duur. Coster was een van de wei­ni­ge slij­pers die het zich kon ver­oor­lo­ven om on­af­han­ke­lijk te blij­ven.

De za­ken gin­gen voor­spoe­dig. Toen Coster in 1848 op 57-ja­ri­ge leef­tijd over­leed, had hij zijn om­zet ver­dub­beld. On­der zijn zoon Meij­er Mo­zes (Mar­tin) bleef het be­drijf door­groei­en tot hij in 1868 naar Pa­rijs ver­trok om daar Con­sul Ge­ne­raal van de Ne­der­land­se Dia­mant­han­del te wor­den. Door zijn be­trok­ken­heid bij de or­ga­ni­sa­tie van de We­reld­ten­toon­stel­lin­gen in Pa­rijs kon Mar­tin Coster het be­drijf ook in­ter­na­ti­o­naal op de kaart zet­ten.

Toen de Brit­se ko­nin­gin Vic­to­ria, die haar Koh-i-Noor-dia­mant daar had ten­toon­ge­steld, de we­reld­be­roem­de steen op­nieuw wil­de la­ten slij­pen, plaatste ze de op­dracht bij­na van­zelf­spre­kend bij Coster in Am­ster­dam. Na de eeuw­wis­se­ling bra­ken on­ze­ke­re tij­den aan. In 1910 ver­kocht de fa­mi­lie Coster de slij­pe­rij aan de Jood­se dia­mant­be­wer­ker Felix Ma­nus. Toen hij in 1932 over­leed, kwam het be­drijf in han­den van zijn zoon Ben­ja­min, maar door de an­ti-Jood­se maat­re­ge­len tij­dens de be­zet­ting mocht hij al snel geen lei­ding meer ge­ven aan het be­drijf.

De Duit­sers le­ken de Jood­se dia­mant­be­wer­kers tij­dens de be­zet­ting aan­van­ke­lijk te ont­zien, om­dat ze een ei­gen dia­mant­in­du­strie op wil­den zet­ten waar­mee ze hun oor­log kon­den fi­nan­cie­ren. In eer­ste in­stan­tie kre­gen 500 jood­se slij­pers, waar­on­der Ma­nus, een stem­pel waar­mee ze wer­den vrij­ge­steld van de­por­ta­tie. Maar lang­zaam viel de han­del vol­le­dig stil. Door de Ame­ri­kaan­se en Brit­se blok­ka­des kwa­men steeds min­der ste­nen het land bin­nen, tot er niets meer te slij­pen viel. Ben­ja­min Ma­nus over­leed in 1943 in het ver­nie­ti­gings­kamp So­bi­bor. Over hoe het Coster en de ove­ri­ge slij­pe­rij­en ge­du­ren­de de oor­logs­ja­ren ver­der ver­ging, is op­val­lend wei­nig be­kend. Veel fa­brie­ken wer­den ge­plun­derd en zo'n ne­gen­tig pro­cent van de slij­pers die wer­den ge­de­por­teerd keer­de niet te­rug. Van een be­drijfs­tak die aan het eind van de 19de eeuw rond de tien­dui­zend men­sen werk ver­schaf­te, was vrij­wel niets meer over. Noo­men: ,,De Duit­sers heb­ben zo'n 72.000 ka­raat – nu zou dat zo'n 1,32 mil­jard eu­ro waard zijn – weg­ge­haald. Het groot­ste deel daar­van is nooit te­rug­ge­ko­men.” Van Coster was al­leen nog het pand en de goe­de naam over. Het was uit­ein­de­lijk Ben Mei­er, een niet-Jood­se za­ken­man af­kom­stig uit de Am­ster­dam­se Ri­vie­ren­buurt, die het ziel­to­gen­de be­drijf nieuw le­ven wist in te bla­zen. Over Mei­er, die tot zijn dood op 1 de­cem­ber 2013 aan Coster ver­bon­den

zou blij­ven, doen tal van anek­do­tes de ron­de. ,,Ben zocht mee­stal het rand­je op en ik moest zor­gen dat hij er nooit over­heen ging,” zegt Noo­men. ,,Hij was een ech­te Am­ster­dam­se straat­vech­ter. We heb­ben wel­eens over­wo­gen al­les op te schrij­ven, maar he­laas is het daar door zijn ziek­te niet meer van ge­ko­men.”

Mei­er sloeg een gro­te slag toen de dia­mant­han­del in een die­pe cri­sis ver­keer­de. De Zuid-Afri­kaan­se mijn­bouw­gi­gant De Beers, die het mo­no­po­lie be­zat op de toe­voer van dia­man­ten, had de kraan dicht­ge­draaid. Mei­er wei­ger­de daar ge­noe­gen mee te ne­men en ging zelf op zoek naar ste­nen in Afri­ka. In 1965 tik­te hij een gro­te par­tij ru­we dia­man­ten op de kop die af­kom­stig wa­ren uit Gha­na en Sier­ra Le­o­ne. De voor­raad bleek voor de helft te be­staan uit waar­de­loos glas, maar zijn slij­pers in Am­ster­dam kon­den weer voor­uit.

Het ko­pen van dia­man­ten zon­der ver­gun­ning was be­paald niet zon­der ri­si­co, maar dat weer­hield Mei­er er niet van kort daar­na weer het avon­tuur te zoe­ken, dit keer in An­go­la. Daar was een gro­te par­tij dia­man­ten, 925 ka­raat, door de po­li­tie on­der­schept en voor een frac­tie van de waar­de te koop. De dia­man­ten ver­voer­de Mei­er in een spe­ci­a­le gor­del om zijn buik te­rug naar Ne­der­land. Op de lucht­ha­ven had nie­mand iets in de ga­ten.

Niet al­tijd liep het goed af, zo­als toen Mei­er na een ge­schil met de Ita­li­aan­se fis­cus Ro­me niet mocht ver­la­ten. ,,Maar hij kreeg snel een uit­zon­de­rings­po­si­tie om­dat hij de au­to­ri­tei­ten daar had wijs­ge­maakt dat hij de schoon­va­der van Johan Cruijff was.” Het mis­ver­stand werd op­ge­hel­derd en Mei­er mocht snel weer ver­trek­ken.

Het was aan Mei­er te dan­ken dat Coster zich op­nieuw tot een spe­ler van for­maat in de dia­mant­in­du­strie kon ont­wik­ke­len. Hij was een van de eer­sten die in­zag hoe be­lang­rijk toe­ris­me voor de han­del zou wor­den. Noo­men: ,,Als hier een tou­ring­car voor­bij­reed zon­der te stop­pen, zei hij: 'Waar komt die van­daan? Schrijf het num­mer op en bel ze'.”

Noo­men ziet de toe­komst van Roy­al Coster Diamonds, zo­als het be­drijf zich van­af aan­staan­de don­der­dag mag noe­men, met veel ver­trou­wen te­ge­moet. Met een ves­ti­ging in Ant­wer­pen, ge­volgd door meer Eu­ro­pe­se ste­den, wordt ook weer in­ter­na­ti­o­naal aan de weg ge­tim­merd. Ana­lis­ten voor­spel­len dia­mant­be­drij­ven gou­den tij­den van­we­ge de groei­en­de mid­den­klas­se in Chi­na en In­dia, lan­den die nu al zo'n 40 pro­cent van de we­reld­wij­de dia­mant­con­sump­tie voor hun re­ke­ning ne­men. ABN Am­ro voor­ziet in een re­cent ver­sche­nen rap­port zelfs een com­pleet nieu­we groei­markt, de in la­bo­ra­to­ria ver­vaar­dig­de dia­mant. Niet van echt te on­der­schei­den, wel­is­waar, maar Noo­men wil er voor­lo­pig nog niet aan.

,,La­bo­ra­to­ri­um­di­a­man­ten zijn al­le­maal iden­tiek. Waar­om zou je daar­voor kie­zen als je ook een uniek exem­plaar kan be­zit­ten?”

Sinds ter­reur­aan­sla­gen is han­del diep in­ge­zakt

Ma­ri­lyn Mon­roe wist het al: diamonds are a girl’s best friend.

Ben Mei­er als slij­per in 1959.

FO­TO ANKO STOFFELS

Di­rec­teur Kees Noo­men van Coster Diamonds is blij dat hij het pre­di­caat Ko­nink­lijk mag gaan voe­ren. ,,Zo’n pre­di­caat geeft ver­trou­wen.”

HIS­TO­RI­SCHE FO­TO’S COSTER DIAMONDS

Slij­pers van Coster voor de oor­log, slechts wei­ni­gen keer­den te­rug.

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.