In­ti­mi­tei­tjes

De Telegraaf - - Vrouw - JEFFREY WIJNBERG PSYCHOLOOG

Man­nen den­ken maar aan één ding; en het rijmt op ex. Ten­min­ste, zo wordt het voor­al door vrou­wen ge­zien. In wer­ke­lijk­heid is het geen seks waar man­nen hei­me­lijk van dro­men, maar een beet­je aan­dacht. En dan het liefst in de vorm van in­ti­mi­tei­tjes zo­als de lief­de­vol­le knip­oog. Een klein ge­baar, daar kan me­nig man een week op te­ren. Na­tuur­lijk zal er in het be­gin van el­ke re­la­tie ge­noeg te be­le­ven zijn als het gaat om de ve­le va­ri­a­ties van li­cha­me­lijk­heid. Maar al gauw zal de ro­man­ce over­gaan in een vorm van za­ke­lijk­heid. Hij re­pa­reert de fiet­sen en zij doet het strijk­werk, hij her­stelt de Wi­fi in huis ter­wijl zij de bed­den ver­schoont. Als er dan ook nog een stel kin­de­ren het le­vens­licht ziet, zal de oor­spron­ke­lij­ke ro­man­tiek als een nacht­kaars uit­gaan. En dat is, goed be­schouwd, ook nor­maal;

Een man teert een week op een lief­de­vol­le knip­oog

in die zin dat er in het da­ge­lijk­se ge­zins­le­ven ge­noeg ge­or­ga­ni­seerd en ge­re­geld moet wor­den waar­door er uit­ein­de­lijk wei­nig tijd en ener­gie over­blijft voor el­kaar. Te­ge­lij­ker­tijd zijn er al­tijd wel klei­ne mo­men­ten die de kans bie­den om iets van af­fec­tie te to­nen. En in te­gen­stel­ling tot wat vaak wordt ge­dacht, is het de vrouw die zich ge­re­ser­veerd op­stelt. Pakt de man haar vast, dan wringt zij zich los en als hij tij­dens een rond­gang door de su­per­markt haar hand wil vast­hou­den, dan zal zij door­gaans ver­stoord op­kij­ken. Uit ei­gen be­we­ging zal de vrouw al hele­maal geen ini­ti­a­tief to­nen; geen stre­ling over zijn rug, geen lan­ge­re kus en ook geen voet­je­vrij­en on­der de ta­fel. Zelfs als de man met de kin­de­ren op de fiets het huis ver­laat, zal de vrouw wel de kin­de­ren over hun bol­le­tje aai­en, maar hem niet eens een blik waar­dig gun­nen. Hoe ik dat weet? Om­dat man­nen in mijn spreek­ka­mer hier­over kla­gen. En als ik de­ze klacht aan de bij­be­ho­ren­de vrou­wen voor­leg, zeg­gen zij: ‘Hij moet zich niet zo aan­stel­len. Dat sme­ken om een beet­je aan­dacht, is kin­der­lijk en on­aan­trek­ke­lijk’. Hij zal veel­vul­dig zeg­gen: ‘Je kunt toch wel een beet­je lief doen’. Zij keert zich om en denkt: ‘Ik laat mij niet ver­tel­len wat ik wel of niet moet doen’. Toe­ge­ge­ven, de man kan dwin­gend zijn in zijn be­hoef­te aan aan­dacht. Maar daar staat te­gen­over dat hij vol­le­dig uit­droogt om­dat zij geen en­ke­le toe­na­de­ring zoekt. En zo ont­staat een uni­ver­seel re­la­ti­o­neel pa­ra­dox: Wil zij niet om­dat hij zo zeurt, of zeurt hij zo om­dat zij niet wil? In de prak­tijk heeft de vrouw toch het laat­ste woord. Ge­woon seks is leuk. Maar voor hem is een psy­chisch or­gas­me veel be­lang­rij­ker. En het eni­ge wat de vrouw hoeft te doen is hem een hand­kus toe­bla­zen. Voor haar een he­le klei­ne moei­te, voor hem een we­reld van ver­schil.

J.WIJNBERG@HOME.NL WWW.PSYCHOLOOGWIJNBERG.NL

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.