VAN ASIEL­ZOE­KER TOT KASTEELHEER

VAN VLUCH­TE­LING TOT MUL­TI­MIL­JO­NAIR, het le­ven van de ZeeuwsVlaam­se Sa­lar Azi­mi is net een sprook­je. En de 34-ja­ri­ge Sa­lar is trots op wat hij heeft be­reikt met on­ge­loof­lijk hard wer­ken. „Maar ik doe het niet voor die nieu­we Fer­ra­ri, mij gaat het om de pre

De Telegraaf - - Voorzijde Pagina - SUCCESVERHAAL

Be­val­lig po­se­ren Sasan Azi­mi en zijn vrouw Zi­ba voor de fon­kel­nieu­we Fer­ra­ri. Ooit leef­de hij met zijn broer Sa­lar maan­den in een asiel­zoe­kers­cen­trum. Maar on­der­ne­mer Sa­lar en zijn vrouw An­ni­ka (zie in­zet­je) ver­gaar­den met kei­hard wer­ken een for­tuin, en nu woont de he­le Iraan­se fa­mi­lie Azi­mi op een kas­teel­tje in Zeeuws-Vlaan­de­ren. En hoe­wel mul­ti­mil­jo­nair Sa­lar zegt net zo lief in een Peu­ge­otje te stap­pen, schit­tert en blinkt bin­nens­huis ál­les!

He­laas, de zil­ve­ren Lam­borg­hi­ni met gou­den ac­cen­ten staat met een op­ge­bla­zen mo­tor in de ga­ra­ge. „Iets te veel gas, denk ik. Dat was mijn broer­tje”, grin­nikt Sa­lar Azi­mi. Ge­luk­kig brult de mo­tor van de fon­kel­nieu­we Fer­ra­ri als een bron­stig hert. „Twaalf ci­lin­ders!” En, oeps, één lek­ke band.

„Een steen­tje of spij­ker of zo”, wuift Sa­lar het eu­vel non­cha­lant weg. „Ik heb hem nu drie we­ken, maar heb er zelf nog geen me­ter in ge­re­den. Geen tijd voor, ik werk al­leen maar.” Die lek­ke band schrij­ven we dus ook maar op het con­to van Sasan, zijn broer­tje.

Kas­teel

Sa­lar zegt het met even on­ge­ge­neer­de als hart­ver­o­ve­ren­de trots: „De Fer­ra­ri en de Lam­borg­hi­ni zijn sa­men een mil­joen waard. Maar ik kocht ze voor­al voor Sasan. Zelf heb ik niets met au­to’s, ik zit net zo lief in een Peu­ge­otje 206.” Sa­lar is blij­er met zijn huis in Aar­den­burg. „Het eni­ge kas­teel van Zeeuws-Vlaan­de­ren, het is een voor­recht om hier te mo­gen wo­nen.”

Al­les in hui­ze Azi­mi blinkt, glimt en schit­tert, zelfs in de fau­teuils zijn stras­ste­nen ver­werkt. Van Iraan­se ma­ke­lij. „En over de kroon­luch­ter zit een goud­laag­je, die glanst over hon­derd jaar nog.”

Gast­vrij is zijn rond­lei­ding, hij trekt zelfs de la­den open in de walk-in clo­set van zijn vrouw An­ni­ka. Haar ju­we­len op een bed­je van nacht­blauw flu­weel, haar schoe­nen met veel bling­bling. In de wijn­kel­der pakt hij ogen­schijn­lijk luk­raak twee stof­fi­ge fles­sen uit het rek. „Dit is een Châ­teau­neuf-du-Pa­pe van 4500 eu­ro, en de­ze Po­me­rol uit 1976 – toen was ik nog niet eens ge­bo­ren – is 2500 eu­ro waard. Die heb ik niet ge­kocht hoor, ze za­ten in de boe­del van een res­tau­rant dat ik over­nam. Hon­der­den eu­ro’s per slok­je, ik ben niet gek. Zelf plop ik lie­ver een ta­fel­wijn­tje van vijf eu­ro open, die lig­gen hier ook.”

Een mid­dag­je op kas­teel Aar­den­burg en de be­dra­gen gaan dui­ze­len. „Laatst deed ie­mand een bod van 3,5 mil­joen op ons kas­teel. Maar ik pie­ker niet over ver­koop, dit blijft tot het eind der tij­den in de fa­mi­lie.”

Van asiel­zoe­ker tot kasteelheer, het is een le­vens­loop als een sprook­je. De 34ja­ri­ge Sa­lar Azi­mi komt van ver, let­ter­lijk en fi­guur­lijk. Zijn ou­ders vlucht­ten in 1995 uit Iran, toen hij 13 jaar was. „Met zijn vie­ren kwa­men we op een ka­mer­tje van drie bij vier me­ter te­recht in een asiel­zoe­kers­cen­trum in Zee­wol­de. Daar heb­ben we ze­ven maan­den ge­ze­ten, tot we over­ge­plaatst wer­den naar het Zeeuws-Vlaam­se Schoon­dij­ke. Mijn va­der en moe­der heb­ben de bij­stands­uit­ke­ring al­tijd ge­wei­gerd. Mijn va­der werd green­kee­per bij de golf­club, gras­maai­en, mijn moe­der was daar af­was­ser en klom op tot kok.”

Sa­lar be­gon op het gym­na­si­um: „Be­hal­ve Ne­der­lands, Frans, Duits en En­gels, leer­de ik ook Grieks en La­tijn. Maar die school duur­de me te lang. Ik ben een prak­tijk­jon­gen, en stap­te over naar de ha­vo. La­ter deed ik be­drijfs­eco­no­mie op de heao.”

On­der­tus­sen had hij al zijn An­ni­ka ont­moet. „We zijn al bij­na vijf­tien jaar sa­men”, ver­telt zij. „Ik zat bij zijn broer­tje in de klas. Over zijn ach­ter­grond als vluch­te­ling had­den we het nooit, voor pu­bers telt dat he­le­maal niet. Dan gaat het over uit­gaan en van die din­gen. Tij­dens on­ze stu­die werk­ten we al­le­bei in de ho­re­ca.”

Met hun bei­der spaar­cent­jes be­gon­nen ze hun eer­ste te­le­com­win­kel. De 31ja­ri­ge An­ni­ka: „Het klein­ste zaak­je van Sluis, net een kip­pen­hok.” Broer Sasan stap­te ook in de zaak. Hun be­drijf spreid­de zich over ver­schil­len­de bran­ches. Sa­lar: „Nooit op één paard wed­den. Te­le­com is nu nog maar een klein deel van on­ze on­der­ne­ming. Vo­ri­ge week pak­te ik een half mil­joen winst op de beurs. En ik heb vast­goed, ik ver­huur tien­tal­len pan­den en we zit­ten in de ho­re­ca!”

Re­cla­me

Hij maakt geen ge­heim van de re­den voor zijn in­stem­ming met dit in­ter­view. „Re­cla­me ma­ken voor mijn ho­tel in Aar­den­burg, De El­der­schans. Ne­gen­tig ka­mers, wat neer­komt op 50.000 over­nach­tin­gen per jaar. Daar­mee geef ik de­ze krimp­re­gio ook nog eens een enor­me im­puls. Hier is rust, ruim­te, zee, strand en bos en het is heel bour­gon­disch. Zet je de web­si­te er­bij? Ik heb ook nog een par­ty­schip ge­kocht, Le For­mi­da­ble, dat ligt in de ha­ven van Bre­da, maar over de in­vul­ling daar­van moet ik nog na­den­ken.”

Hij telt op zijn vin­gers de on­der­wer­pen na. „Lam­borg­hi­ni, Fer­ra­ri, kas­teel, ho­tel. Heb­ben we het bij­na over­al over ge­had. O ja, de he­li­kop­ter! Daar kan ik ook over be­schik­ken. Niet slecht hè, voor een sim­pe­le boer. En voor het vol­gen­de in­ter­view laat ik je op­ha­len door mijn pri­vé­jet.” Zelf­ver­ze­ker­de blik: „Die heb ik dan, ze­ker we­ten! Oké, niet mor­gen hè!”

On-Hol­lands is de­ze schaam­te­lo­ze borst­klop­pe­rij. „Ne­der­land is cal­vi­nis­tisch, als je je kop bo­ven het maai­veld uit­steekt… Maar ik werk er kei­hard voor, dat heb ik al­tijd ge­daan. Als kind wist ik al dat ik voor mijn der­tig­ste mil­jo­nair zou zijn. Ik heb al­le wed­den­schap­pen ge­won­nen, en heel wat krat­jes bier op­ge­haald. Maar dat ik múl­ti­mil­jo­nair zou zijn, had zelfs ik niet dur­ven dro­men.”

Rijst de vraag wan­neer het ge­noeg is. „Mij gaat het niet om het geld. Ik wil al­leen maar pres­te­ren, Cham­pi­ons Le­a­gue spe­len. Ik sta in de on­der­ne­mers-top vijf van al­loch­to­nen in Ne­der­land, voor vluch­te­lin­gen ben ik een voor­beeld. Dat drijft me tot nog gro­te­re pres­ta­ties. Ge­noeg is het nooit, ik wil al­tijd ver­der, ho­ger en be­ter, als een Olym­pi­ër.”

’Ik heb ook nog een par­ty­schip’

Om op je vijf­en­zes­tig­ste waar te staan? Hij lacht hard. „Dan ben ik al­lang dood. Zo­als ik leef, dat kan niet. Vol­gen­de week word ik 35, maar ik zie er­uit als 50. Op­ge­teld slaap ik maar twee tot vier uur­tjes per dag. Duik ik om zes uur in de och­tend tus­sen de la­kens, hou ik mijn te­le­foon aan. Word ik steeds wak­ker ge­beld, het is een mar­tel­slaap. Mijn le­ven is wer­ken, wer­ken en wer­ken. Ik kan me am­per heu­gen dat ik met mijn ge­zin op de bank te­le­vi­sie heb ge­ke­ken. Voor mijn doch­ter­tjes zou ik wel meer tijd wil­len heb­ben, va­kan­tie schiet er ook bij in.”

Klein­kin­de­ren

Maar is dat het waard, la­ter klein­kin­de­ren die hun groot­va­der nooit zul­len le­ren ken­nen? Sa­lar scha­tert. „Die zijn dan heel blij met het for­tuin dat opa ach­ter­liet.”

En ge­luk­kig heb­ben ze dan de beel­den nog. De Azi­mi’s zijn een ge­liefd ob­ject voor te­le­vi­sie­ca­me­ra’s. Door de goed be­ke­ken Vlaam­se re­a­li­ty­se­rie The sky is the li­mit kun­nen ze bij de zui­der­bu­ren niet meer ge­woon over straat. „In Ant­wer­pen duurt een wan­de­lin­ge­tje van drie mi­nu­ten voor ons een half uur. Ie­der­een wil een praat­je en een sel­fie met ons ma­ken. Ze staan zelfs hier voor het hek!”

Daar­om heb­ben ze de bel maar uit­ge­scha­keld. An­ni­ka: „Eind au­gus­tus za­ten we in het SBS-pro­gram­ma Steen­rijk, straat­arm. Een mil­joen kij­kers, on­ge­kend. In mijn in­box za­ten de dag daar­na dui­zend be­richt­jes. Al­le­maal po­si­tief, men­sen gun­nen het ons.” Van­af mor­gen­avond zijn ze te zien in de KRO-NCRV-se­rie Hart­stik­ke Hol­lands.

Al­les start­te met Pow­ned, een paar jaar ge­le­den, zegt Sa­lar. „Toen ik in die uit­zen­ding het gras be­sproei­de met Pi­per Heids­ieck, was ik op slag be­kend. Nor­maal ge­bruik ik daar echt geen cham­pag­ne voor, maar het werd mijn han­dels­merk. Nu krijg ik in dis­co­the­ken gra­tis bub­bels om mee te spui­ten, en word ik ge­vraagd voor fees­ten en ope­nin­gen.”

Hij houdt er­van om groots uit te pak­ken. „Ik had de spe­lers van NAC Bre­da een ton be­loofd als ze in de ere­di­vi­sie kwa­men. Na­tuur­lijk heb ik die schuld in­ge­lost, en cham­pag­ne en bier voor de sup­por­ters ge­schon­ken.”

An­ni­ka con­cen­treert zich mo­men­teel voor­al op hun doch­ter­tjes. „Prin­cess is 5 jaar, Isa­bel­le 2,5. Druk­ke leef­tij­den”, ver­telt ze. „Het fij­ne is dat mijn schoon­ou­ders op de bo­ven­eta­ge wo­nen. Soms zie ik ze een week niet, maar als de nood aan de man is, kan oma zo op­pas­sen. Van die hech­te fa­mi­lie­band – ook mijn zwa­ger en zijn vrouw Zi­ba wo­nen bo­ven – zie ik al­leen maar voor­de­len.”

Pon­ti­fi­caal hangt het por­tret van het ou­der­paar in de hal. Sa­lar: „Ik dank al­les aan ze. Ze heb­ben me ge­voed, ge­pam­perd en op­ge­voed. Nu is het mijn beurt om voor hen te zor­gen, dan stop ik ze toch niet in een be­jaar­den­huis!”

Zijn af­komst koes­tert Sa­lar. „Iran heeft de bes­te ta­pij­ten, de bes­te pis­ta­che­no­ten, de bes­te saf­fraan, de bes­te ka­vi­aar en 5000 jaar be­scha­ving. Al leef ik hier, ik ben een hal­ve Ira­ni­ër. Ik zou er wel eens met Geert Wilders over wil­len bab­be­len. Men­sen vluch­ten niet voor hun ple­zier. Ze heb­ben al­les ver­lo­ren, en hier krij­gen ze een nieu­we kans. Aan mij kun­nen ze zien hoe dat ook kan gaan. Mij sti­mu­leert dat om nog meer mijn best te doen, het geeft me ener­gie. Met de ver­grij­zing zijn vluch­te­lin­gen bo­ven­dien brood­no­dig om de pen­si­oe­nen te ver­die­nen.”

En Sa­lar zou Sa­lar niet zijn als hij er tot slot niet een flink be­drag uit zou flap­pen. „Me­neer Wilders, in 2014 heb ik 2 mil­joen eu­ro aan de be­las­tin­gen be­taald. Voor ons land, voor Ne­der­land. En u?”

’Zo­als ik leef, dat kan ei­gen­lijk niet’

FO­TO’S RIAS IMMINK

Om au­to’s geeft Sa­lar niet zo­veel. Maar zijn broer­tje Sasan des te meer!

Gast­vrij en zon­der eni­ge te­rug­hou­dend­heid geeft Sa­lar een rond­lei­ding door het kas­teel. De slaap­ka­mer en zelfs de walk-in clo­set van zijn vrouw wor­den niet over­ge­sla­gen.

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.