’IK WIL­DE STOP­PEN MET DIE HE­LE FILM’

DIRK KUIJT

De Telegraaf - - Voorzijde Pagina - door Eric le Duc

De Rot­ter­dam­se Kuip, af­ge­lo­pen woens­dag­avond. Vlak voor de af­trap van het Cham­pi­ons Le­a­gue­du­el Fey­en­oord-Man­ches­ter Ci­ty brengt de re­gis­seur van dienst Dirk Kuijt in beeld. De oud-spe­ler zit op het ere­ter­ras, strak in het pak, een licht ge­span­nen trek op het ge­laat. Pre­cies vier maan­den na­dat hij met een hat­trick Fey­en­oord na acht­tien jaar weer naar het kam­pi­oen­schap schoot, ty­peert dit beeld het nieu­we le­ven van het voet­balicoon in ruste. Niet meer sleu­rend, stu­rend en in­spi­re­rend daar be­ne­den op de gras­mat. Maar mee­le­vend, ana­ly­se­rend en waar­schijn­lijk ook te­rug­mij­me­rend, daar hoog op de hoofd­tri­bu­ne van zijn club.

Vreemd

„Het is vreemd om thuis­wed­strij­den van Fey­en­oord nu als toe­schou­wer te be­le­ven”, be­aamt Kuijt die speel­de voor FC Utrecht, Fey­en­oord, Li­ver­pool, Fe­ner­bah­çe, weer Fey­en­oord en Oran­je. „Twin­tig jaar heb ik tus­sen de spe­lers op het veld ge­staan. Nu zit ik hoog op de tri­bu­ne waar ik een per­fect zicht op het spel heb. Ploegtac­tie­ken zijn be­ter zicht­baar, je ziet spe­lers eer­der uit­blin­ken... Daar ge­niet ik van, net als van de sfeer in het sta­di­on.”

„Ik merk wel dat veel men­sen me nu op een be­paal­de, bij­na mee­wa­ri­ge ma­nier aan­sta­ren. Als­of ze wil­len zeg­gen: ’Jij zit hier ver­keerd, je hoort op het veld te staan.’ Som­mi­ge sup­por­ters vin­den het ook las­ti­ger om me aan te spre­ken. Maar voor hen is de­ze nieu­we si­tu­a­tie vreem­der dan voor mij­zelf. Ik heb een heel be­wus­te keu­ze ge­maakt om te stop­pen met voetbal. Ik kijk met veel trots en ple­zier te­rug op de car­ri­è­re die ik heb ge­had en hoe ik de­ze heb kun­nen af­slui­ten.”

De eredivisietopper PSVFey­en­oord van mor­gen kijkt Dirk Kuijt in zijn woon­plaats Noord­wijk. Hij heeft be­slo­ten voor­lo­pig al­leen de thuis­wed­strij­den van zijn ou­de ploeg te be­zoe­ken. Om zich­zelf in be­scher­ming te ne­men en om na zijn hec­ti­sche car­ri­è­re meer rust te cre­ë­ren. „An­ders ben ik weer de he­le week­en­den op pad. Dit week­end zit ik in Istan­bul om de brui­loft bij te wo­nen van de team­ma­na­ger van Fe­ner­bah­çe, de club waar ik van 2013 tot 2015 heb ge­speeld. Dan ben ik zon­dag net op tijd te­rug voor de wed­strijd en ga ik lek­ker in mijn jog­ging­broek thuis op de bank kij­ken. Een voor­spel­ling? Daar waag ik me niet aan. Met de vas­tig­heid van vo­rig seizoen en de nieuw aan­ge­trok­ken spe­lers is Fey­en­oord de com­pe­ti­tie goed be­gon­nen. Ik denk dat ze de te­leur­stel­ling van woens­dag snel ver­werkt heb­ben, want met PSV staat er mor­gen weer een top­wed­strijd op het pro­gram­ma. Maar het is dui­de­lijk dat ik nu als sup­por­ter denk en dat ik hoop dat Fey­en­oord gaat win­nen.”

Smo­king

Vol­gen­de week donderdag ech­ter ruilt het ge­stop­te mo­nu­ment zijn jog­ging­broek in voor een smo­king. Want dan gaat op het Ne­der­lands Film­fes­ti­val in Utrecht Kuyt in pre­mi­è­re, de documentaire die re­gis­seur De­bo­rah van Dam maak­te over het laat­ste voet­bal­sei­zoen van Dirk Kuijt.

„Er is me va­ker ge­vraagd een film over mijn le­ven te ma­ken. Maar om­dat ik al­tijd vol­le­di­ge fo­cus op het voetbal wil­de en mijn ge­zin wil­de be­scher­men, heb ik steeds ge­wei­gerd. Tot De­bo­rah mij be­na­der­de om het waar­schijn­lijk laat­ste seizoen van mijn car­ri­è­re te fil­men. Opeens dacht ik: áls ik het nog eens wil doen, is dit het mo­ment. Niet al­leen om­dat ik mijn droom kon ver­we­zen­lij­ken om kam­pi­oen met Fey­en­oord te wor­den, maar ook om men­sen te la­ten zien wat het le­ven van een prof­voet­bal­ler in­houdt.”

„In het be­gin had ik moei­te met die ca­me­ra­ploeg om me heen”, ver­volgt Kuijt. „In de thuis­wed­strijd te­gen FC Gro­nin­gen moest ik voor het eerst op de bank be­gin­nen. Ik was te­leur­ge­steld, dood­ziek en had geen zin in men­sen om me heen. Ik wil­de me­zelf af­scher­men, met die he­le film stop­pen zelfs. Maar toen heb­ben mijn vrouw Ger­tru­de en ik ge­zegd: we zijn hier­voor ge­gaan, nu moe­ten we ons ook vol­le­dig ge­ven. Dat heb ik toen ge­ac­cep­teerd en van­af dat mo­ment is die de he­le pro­duc­tie heel na­tu­rel ver­lo­pen. De­bo­rah voel­de per­fect aan wat ze wel en niet kon fil­men.”

Adre­na­li­ne

Toch vond Kuijt het draai­en van de documentaire ook een hef­ti­ge en con­fron­te­ren­de er­va­ring. „Zelfs mijn di­rec­te fa­mi­lie en mijn bes­te vrien­den heb­ben nooit écht ge­zien of ervaren wat er door mij als voet­bal­ler heen­ging. Al­tijd heb ik druk, span­nin­gen en stress ge­voeld. Tuur­lijk, die adre­na­li­ne geeft ook een kick, maar toch. Daar­bij wa­ren er de te­leur­stel­lin­gen en het ge­zeik om het voetbal heen. Maar ook het ver­driet dat je al­leen thuis deelt en hoe het ge­zin daar­mee om­gaat. Ik wil­de men­sen to­nen: je kunt een spe­ler niet be­oor­de­len op die 90 mi­nu­ten per wed­strijd. Er zit zo­veel meer ach­ter en om­heen.”

In Kuyt zit een scè­ne waar­in Dirk Kuijt aan het gol­fen is met zijn zaak­waar­ne­mer Rob Jan­sen. Er wordt ge­spro­ken over even­tu­eel stop­pen en het vin­den van een nieuw rit­me in een an­der le­ven na het voetbal. Heeft de vis­sers­zoon uit Kat­wijk dit rit­me in­mid­dels al ge­von­den?

„Het gaat ei­gen­lijk best goed, ja. Er ko­men veel leu­ke din­gen op mijn pad. Op maan­dag volg ik een trainerscursus bij de KNVB, op dins­dag en donderdag loop ik sta­ge bij Quick Boys, de club waar ik ben be­gon­nen. Daar­bij ben ik op de za­ter­da­gen aan­we­zig bij de wed­strij­den van het eer­ste en zet ik me in voor mijn foundation die spor­ten voor men­sen met een be­per­king mo­ge­lijk maakt.”

„Maar het fijnst is na­tuur­lijk dat ik meer bij mijn ge­zin kan zijn. In het laat­ste jaar van mijn car­ri­è­re ben ik best ego­ïs­tisch ge­weest. De fo­cus lag al­leen maar op dat kam­pi­oen­schap. Mijn vrouw zei dat ik vaak een muur om me heen had, dat ik in een tun­nel leef­de en dat ik soms niet eens hoor­de wat er thuis ge­zegd werd. Op veel mo­men­ten ben ik er ge­woon niet voor mijn ge­zin ge­weest. Daar­om ben ik blij dat ik nu meer sa­men met hen kan zijn. ’s Mor­gens breng ik de kin­de­ren naar school, ’s mid­dags haal ik ze weer op, in het week­end kan ik naar hun sport­wed­strij­den ko­men kij­ken en we kun­nen va­ker wat week­end­jes weg. Mijn vrouw is ook mee naar de brui­loft in Istan­bul, hart­stik­ke leuk.”

Te­rug naar de documentaire Kuyt die een twee­de scè­ne be­vat waar­in Kuijts be­sluit om te stop­pen cen­traal staat. De twij­fel is weg, want hij is geen spe­ler voor in­val­beur­ten. Daar­voor giert er te veel adre­na­li­ne door zijn im­po­san­te lijf. Nee, de Kei­zer van de Kuip wil zo graag be­trok­ken blij­ven bij de club. Maar hoe? Aan die wens is door club en icoon in­mid­dels in­vul­ling ge­ge­ven.

Waar­de­ring

„Na mijn stop­pen heeft ook Fey­en­oord snel aan­ge­ge­ven dat ze mij voor de club wil­den be­hou­den. Die waar­de­ring vond ik fijn om te voe­len. Ik ben nu al twee keer per week in het sta­di­on. Met mijn er­va­ring, in­ter­na­ti­o­na­le net­werk en pro­fes­si­o­ne­le in­stel­ling ziet tech­nisch di­rec­teur Mar­tin van Geel mij op ter­mijn als zijn op­vol­ger. Daar­om loop ik nu al met hem mee, ook om de an­de­re kant van de club te

le­ren ken­nen. En vol­gen­de week woon ik voor het eerst een be­stuurs­ver­ga­de­ring bij.”

„Daar­bij heb ik ook al een paar in­te­res­san­te ge­sprek­ken ge­had met Ri­chard Groot­schol­ten. Hij is hoofd jeugd­op­lei­ding, toch de be­lang­rijk­ste le­vens­ader van Fey­en­oord. We heb­ben ge­spro­ken over hun vi­sie, hun ma­nier van op­lei­den en wat mijn in­breng kan zijn. Voor­als­nog ben ik me goed aan het ori­ën­te­ren en uit­ein­de­lijk moet ik na­tuur­lijk be­wij­zen dat ik voor der­ge­lij­ke func­ties ook de kwa­li­tei­ten heb. Maar dat ik voor Fey­en­oord be­hou­den blijf, dat is ze­ker.”

Of Dirk Kuijt ook maar één se­con­de spijt heeft ge­had van zijn be­slis­sing om te stop­pen, wil­len we tot slot we­ten. „Geen mo­ment”, klinkt het re­so­luut. „Kijk, ik had nog een seizoen door ge­kund. Want voetbal is het mooi­ste wat er is, ze­ker in de Cham­pi­ons Le­a­gue. Maar ik wist dat ik min­der zou gaan spe­len. En daar had ik ont­zet­tend veel moei­te mee, dat zie je ook in de film. Het houdt voor el­ke voet­bal­ler een keer op en dan moet je stop­pen op je hoog­te­punt. Na af­loop van Fey­en­oord-Man­ches­ter Ci­ty fe­li­ci­teer­de trai­ner Pep Gu­ar­di­o­la mij nog met mijn car­ri­è­re. Dat was mooi en het is goed zo. Ik heb de hoofd­rol ge­speeld in een prach­tig jongensboek. En daar krijg ik nog el­ke dag kip­pen­vel van.”

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.