VER­SLAAFD AAN WIN­NEN

Hon­ger naar suc­ces is gro­ter ge­wor­den na eind­ze­ge in Gi­ro d’Ita­lia

De Telegraaf - - Voorzijde Pagina -

Na Jan Jans­sen en Joop Zoe­te­melk slaag­de Tom Du­mou­l­in als der­de Ne­der­lan­der er­in om een gro­te ron­de op zijn naam te schrij­ven. In de Gi­ro d’Ita­lia toon­de hij zich zo­wel fy­siek als men­taal een groot kam­pi­oen door in ex­tre­me si­tu­a­ties zijn hoofd koel te hou­den. Vier maan­den na dit suc­ces hoopt de Maas­trich­te­naar aan­staan­de woens­dag zijn twee­de gro­te doel van dit seizoen te re­a­li­se­ren: de we­reld­ti­tel tijd­rij­den in het Noor­se Ber­gen.

N og nooit had hij een rit­ten­koers ge­won­nen. De Gi­ro d’Ita­lia was zelfs de eer­ste gro­te ron­de waar Tom Du­mou­l­in zich spe­ci­fiek als klas­se­ments­ren­ner op voor­be­reid­de. Dat maakt zijn eind­ze­ge nog spe­ci­a­ler. Dank­zij de ma­g­lia ro­sa in Mil­aan is de Lim­bur­ger niet al­leen op een bij­zon­der po­di­um ko­men te staan, de­ze pres­ta­tie biedt ook gro­te per­spec­tie­ven voor zijn na­bije toe­komst.

Heeft de eind­ze­ge in de Gi­ro spor­tief je ogen ge­o­pend?

„De shock ’wat doe ik nu’ was gro­ter toen ik twee jaar ge­le­den heel ver­ras­send in de Vu­el­ta a Espa­ña voor de eind­ze­ge mee­speel­de. Niet dat ik ver­wacht had dat ik de­ze Gi­ro d’Ita­lia kon win­nen of über­haupt mee zou doen om de winst. Voor­af hoop­te ik hoog­uit op een top­vijf-klas­se­ring, dan had ik het écht goed ge­daan. Dus die ze­ge heeft me ze­ker ver­baasd. En ja, het was een ey­e­o­pe­ner. Het toon­de aan dat ik al veel ver­der in mijn ont­wik­ke­ling sta dan ik zelf dacht. Na­tuur­lijk ga je dan wel­eens den­ken wat er al­le­maal in de toe­komst mo­ge­lijk is. Al ben ik niet van het heel ver voor­uit den­ken. Ik ben er nu van over­tuigd dat ik in de Tour ook mee kan spe­len voor de eind­ze­ge. Of ik daad­wer­ke­lijk ooit de Tour kan win­nen, weet ik niet. Mis­schien pro­beer ik het tien keer en lukt het niet. Dat ik het ga pro­be­ren, staat nu wel vast.”

Wat deed de Gi­ro-ze­ge met jou?

„Een­maal thuis zat ik ze­ker nog in een sfeer van ’wow, wat heb ik ge­flikt’. Dat heeft heel lang na­ge­sud­derd. Ik had nooit ge­dacht dat een ze­ge in een wie­ler­wed­strijd zo­veel emo­ties bij mij kon los­ma­ken. Ik ben al­tijd re­de­lijk nuch­ter. Ik ben niet een per­soon die el­ke dag met een glim­lach mijn tan­den staat te poet­sen. Ik heb ook mijn rot­da­gen. Ik ben me wel be­wust dat die Gi­ro-ze­ge iets heel spe­ci­aals is.”

Wat heb je als wiel­ren­ner van die Gi­ro ge­leerd?

„Veel er­va­ring als ron­de­ren­ner heb ik nog niet. Dit was pas mijn twee­de gro­te ron­de waar ik voor het klas­se­ment reed. Op een paar din­ge­tjes na, heb ik ei­gen­lijk heel wei­nig fou­ten ge­maakt. Ik denk dat ik nog rus­ti­ger kan wor­den. Kijk, zo’n plas­in­ci­dent is een dom­me fout. Na die plas-stop bleef ik ach­ter­in klet­sen, ter­wijl het pe­lo­ton brak. Dat over­komt me nooit meer. Met ie­de­re er­va­ring leer je si­tu­a­ties be­ter in te schat­ten. Al denk ik dat ik qua koers­in­zicht geen 20% meer be­ter kan wor­den. Qua voor­be­rei­ding kan ik wel nog veel le­ren. Wat is bij­voor­beeld het ide­a­le pro­gram­ma rich­ting de Tour? Daar heb ik nog geen en­ke­le er­va­ring in.”

Je hebt nu ook twee­maal ervaren dat de strijd om de eind­ze­ge in een gro­te ron­de naast het fy­sie­ke deel ook be­staat uit het vin­den van bond­ge­no­ten op cru­ci­a­le mo­men­ten.

„Ja, en daar zijn we nog niet goed in. Als je niet bij Sky rijdt, dan weet je dat het bij­na on­mo­ge­lijk is om in je een­tje een gro­te ron­de te win­nen. Je bent ook af­han­ke­lijk van de steun van an­de­re ren­ners en ploe­gen. De laat­ste week is het spel­le­tje van bond­ge­no­ten en vij­an­den be­lang­rijk. Er vor­men zich dan kliek­jes. Je moet ge­za­men­lij­ke be­lan­gen vin­den, in­tri­ges zoe­ken en men­sen te­gen el­kaar uit­spe­len. Het komt in­der­daad niet al­leen aan op hard fiet­sen. Ei­gen­lijk moet je daar in het be­gin van de ron­de al mee be­zig zijn. Daar kun­nen zo­wel de ploeg als ik nog een stap in ma­ken.”

Hoe groot was de im­pact van de Gi­ro-ze­ge?

„Enorm! Ze­ker om­dat ik nor­maal he-le-maal niet van de hel­den­ver­e­ring ben. Ik voel me een nor­ma­le jon­gen die toe­val­lig hard kan fiet­sen. Het is voor mij heel raar om de held van som­mi­ge men­sen te zijn. Het was voor mij echt een shock om te zien wat die Gi­ro al­le­maal te­weeg­bracht. Al vond ik de hul­di­ging in Maastricht prach­tig. Dat gaat me heel lang heu­gen. Zo­wel na­ti­o­naal als in­ter­na­ti­o­naal is er mas­saal op mijn suc­ces ge­re­a­geerd. Ove­ri­gens niet al­tijd po­si­tief hoor. Ik word nu over­al her­kend. Niet al­leen in Ne­der­land, maar ook tij­dens een trai­nings­kamp in Ita­lië werd ik de he­le dag ge­vraagd om op de fo­to te gaan.”

We we­ten on­der­tus­sen dat je daar geen lief­heb­ber van bent.

„Nee, nee. Dat valt wel mee. Kijk, als ik er­gens koers en de men­sen ko­men spe­ci­aal voor mij, dan streelt dat mijn ego en maak ik er graag tijd voor vrij. Ik vind het ech­ter ook heer­lijk om eens rus­tig door Maastricht te lo­pen. Dat gaat he­laas niet meer. Ik word daar con­ti­nu aan­ge­staard, aan­ge­spro­ken en ge­vraagd om op de fo­to te gaan. Na de Gi­ro is dat ex­treem ver­er­gerd. Na mijn ze­ge in de Bin­ckBank Tour had ik met een paar vrien­den af­ge­spro­ken om een paar bier­tjes te drin­ken. Ik kan he­laas de kroeg niet meer in. Daar­mee wordt ei­gen­lijk je he­le avond ver­pest. Dat doet me wel pijn.” Hoe ex­treem is het dan?

„Je maakt echt de gekste din­gen mee. Jij zou toch nooit bij een to­taal vreem­de in Maastricht aan­bel­len om een t-shirt te vra­gen. Ie­der­een zou je aan­kij­ken met een blik van: ’wat vraag jij nu?’ Het is blijk­baar wel nor­maal om die

’Ik ben een aap­je in de die­ren­tuin ge­wor­den’

vraag aan mij te stel­len. Maar dat is toch he-le-maal niet nor­maal! Om­dat ik nu een be­kend per­soon ben, ben ik af en toe een aap­je in de die­ren­tuin ge­wor­den. Men­sen die aan hel­den­ver­e­ring doen, zien in mij al­leen de kam­pi­oen en niet meer de per­soon. Ik ben een ob­ject ge­wor­den. Ik voel me ech­ter nog steeds die­zelf­de jon­gen als vijf jaar ge­le­den. Het is echt heel raar om dat te ervaren. Het went wel, maar dat heeft tijd no­dig.”

Dus voort­aan geen gro­te koer­sen meer win­nen, want dan word je nog be­ken­der en je po­pu­la­ri­teit nóg ex­tre­mer.

„Ha­ha, nee. Weet je, win­nen werkt ook ver­sla­vend. On­danks de na­de­len wil ik met­een weer een gro­te wed­strijd win­nen. Best raar hè... Wat dat is? Hmm, het be­ter zijn dan an­de­ren. Je­zelf ver­be­te­ren. Dat is toch wel het ul­tie­me. Ik ben op dat mo­ment even de bes­te van de we­reld in die sport. Dat voelt heel spe­ci­aal. Dat is iets ver­sla­vends. Ik wil die man­nen ge­woon ver­slaan. Ik ge­niet er­van als zij moe­ten los­sen. Die ver­sla­ving is al­leen maar gro­ter ge­wor­den. Ik ben meer en meer een kil­ler ge­wor­den. Als je het Gi­ro-po­di­um ziet, met kam­pi­oe­nen als Quint­a­na en Ni­ba­li naast me, zegt dit dat ik daar héél goed was. Als ik daar­aan te­rug denk? Ja, dat is ge­nie­ten.”

Heb je lang op die ro­ze wolk ge­ze­ten?

„Dat viel wel mee. Ik kan daar echt wel af­stand van ne­men. Al staat voor het eerst in mijn le­ven wel een be­ker, die Tro­feo Sen­za Fi­ne, in mijn huis­ka­mer. Als je bij mij thuis niet in de ga­ra­ge of op zol­der komt, ont­dek je ver­der niks van wiel­ren­nen. Toch vond ik dat die tro­fee daar wel hoor­de te staan. Ik ben er trots op om die be­ker te la­ten zien. Voor­lo­pig blijft die daar ook nog staan. Ik heb laatst ook een dres­soir be­steld voor in de stu­deer­ka­mer. Daar wil ik een hoek­je ma­ken met mijn groot­ste tro­fee­ën en de in­ge­lijs­te ro­ze trui. Als je me een paar jaar kent, vind je dat mis­schien heel gek. Blijk­baar ben ik daar nu dus wél mee be­zig.”

In­der­daad, drie jaar ge­le­den gaf je daar niets om.

„Mis­schien is dat ook dat ver­sla­ven­de. Hoe be­ter je gaat rij­den, hoe meer je gaat win­nen, hoe meer je dat gaat waar­de­ren. Je zou den­ken dat je juist je eer­ste prijs gaat koes­te­ren wan­neer je nog nooit eer­der iets hebt ge­won­nen. Ik heb ech­ter het ge­voel dat het al­leen maar spe­ci­a­ler wordt wan­neer je nóg meer pres­teert.”

Dus je hebt nog meer hon­ger ge­kre­gen na je Gi­ro-ze­ge?

„Nou, ik had in­der­daad een enor­me dri­ve om na de Gi­ro weer een gro­te koers te win­nen. Ik heb een he­kel aan ren­ners die één gro­te koers win­nen en dan twee jaar niks pres­te­ren. Zo triest, om dan op je lau­we­ren te rus­ten. Ik wil­de be­wij­zen dat ik zo niet in el­kaar zit. In de Bin­ckBank Tour was dat ze­ker een van mijn drijf­ve­ren.”

Het lijkt wel als­of je pas­sie voor het wiel­ren­nen al­leen maar gro­ter wordt?

„Ik ben niet al­leen de ge­schie­de­nis en be­paal­de pres­ta­ties meer gaan waar­de­ren, ik merk ook dat ik met meer ple­zier train. Ik kwam be­gin ju­li zo rond half ze­ven ’s avonds thuis van een week va­kan­tie in Ita­lië. Het was nog twee uur voor­dat het duis­ter werd, waar­door ik be­sef­te dat ik nog even lek­ker kon fiet­sen. Niet dat die ene trai­ning een ver­schil zou ma­ken. Ik had ge­woon zin om te fiet­sen. Ik doe het met nog meer ple­zier dan vroe­ger. Dat is wel een goed te­ken. Mis­schien is dat ook wéér dat stuk­je ver­sla­ving.”

Ben je dan ein­de­lijk een ech­te wiel­ren­ner aan het wor­den?

„Ha­ha, daar lijkt het op hè. Ik was een stu­dent die in­eens heel goed ging fiet­sen. Ik was nooit echt ge­ïn­te­res­seerd in de wie­ler­sport. Ik vond het ge­woon mooi om zelf te doen. Beet­je bij beet­je is die pas­sie aan­ge­wak­kerd. Het heeft tijd no­dig ge­had om echt te ont­bol­ste­ren. Een paar jaar ge­le­den riep ik nog wan­neer ik op m’n 35e stop met wiel­ren­nen dan ver­dwijn ik uit dat we­reld­je en ga ik nooit meer fiet­sen. Daar denk ik nu heel an­ders over. Het is ook mijn we­reld­je ge­wor­den.”

’Ik ga pro­be­ren de Tour de Fran­ce te win­nen’

De eind­ze­ge in de Gi­ro d’Ita­lia smaakt naar meer voor Tom Du­mou­l­in. De Ne­der­lan­der wil nu ook pro­be­ren de Tour de Fran­ce te win­nen.

door Ray­mond Ker­ck­hoffs

FO­TO’S RAY­MOND KER­CK­HOFFS

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.