Nog geen der­tig en het le­ven nu al moe

AFGESTUDEERD, NET BE­GON­NEN AAN DE EER­STE BAAN, nog geen kin­de­ren en vol­op tijd voor een rijk so­ci­aal le­ven. Voor veel 30min­ners ligt de we­reld aan hun voe­ten. Toch slui­mert er on­der hen een on­der­be­licht fe­no­meen. Een ta­boe dat lang­zaam wordt door­bro­ken: e

De Telegraaf - - Reportage - door Chris Ver­vers

De ano­nie­me te­le­fo­ni­sche hulp­lijn Sens­oor no­teer­de vo­ri­ge week een re­cord­hoe­veel­heid man­nen on­der de der­tig die een­zaam­heid ervaren en bel­len om de stil­te te door­bre­ken. „We ho­ren dat de­ze jon­ge­man­nen bang zijn om al­leen over te blij­ven, door­dat ze bui­ten so­ci­a­le me­dia wei­nig nieu­we ech­te con­tac­ten op­doen”, stel­de Mo­ni­que van Bijs­ter­veld, di­rec­teur van Sens­oor in De Te­le­graaf.

Het aan­tal 30-min­ners dat met een­zaam­heids­klach­ten belt, blijkt de laat­ste twee maan­den met twin­tig pro­cent ge­ste­gen ten op­zich­te van de­zelf­de pe­ri­o­de vo­rig jaar.

De te­le­foon­tjes die bin­nen­ko­men bij Sens­oor, een luis­ter­lijn en chat­lijn die on­der an­de­re psy­chi­sche hulp biedt, va­ri­ë­ren van aan­ge­na­me ge­sprek­ken tot in­ten­se dia­lo­gen waar­bij de bel­ler soms op het rand­je van de dood ba­lan­ceert. Ge­train­de vrij­wil­li­gers bie­den een luisterend oor aan ie­der­een die daar be­hoef­te aan heeft, en dus ook aan jon­ge man­nen die ano­niem hun ei kwijt wil­len of kam­pen met de­pres­sie­ve ge­voe­lens.

Log­boek

Het log­boek van een vrij­wil­li­ger geeft in­zicht in de bon­te ver­za­me­ling pro­ble­men waar een­za­me 30-min­ners te­gen­aan lo­pen: „Man on­der de der­tig heeft even kun­nen uit­ra­zen over zijn vrien­den, vrouw, re­clas­se­ring, huis­ves­ting, zelf­stan­dig wo­nen.” Daar­na belt een jon­ge­man van 25 jaar om­dat hij niet kon sla­pen. „Hij bel­de voor een praat­je.”

Van Bijs­ter­veld be­na­drukt dat de ge­sprek­ken ab­so­luut ano­niem zijn en dat De Te­le­graaf dan ook niet weet wie de­ze bel­lers zijn. „Dat zou ave­rechts kun­nen wer­ken. De ge­sprek­ken vin­den plaats in we­der­zijds ver­trou­wen. Wel is het goed om een­zaam­heid be­spreek­baar te ma­ken, in de hoop dat het an­de­re men­sen met ge­voe­lens van een­zaam­heid over de streep trekt om ook con­tact te zoe­ken.”

De­pres­sief

Niet al­le ge­sprek­ken ver­lo­pen soe­pel. Soms is het zwaar. Zo schrijft een vrij­wil­li­ger over „een nog heel jon­ge man die geen re­den meer zag om ver­der te le­ven, niet de­pres­sief maar hij was het le­ven moe. Ik heb even met hem ge­praat en hem aan­ge­ra­den ook 113 te bel­len (het zelf­moord­pre­ven­tie­num­mer, red.). Dat zou hij doen.”

Vrij­wil­li­gers moe­ten na zo’n in­tens ge­sprek snel scha­ke­len als de vol­gen­de bel­ler be­hoef­te heeft aan ge­woon een pret­tig bab­bel­tje: „Jon­gen die een praat­je wil ma­ken”, schrijft de te­le­fo­nisch hulp­ver­le­ner. „Hij rookt een si­ga­re­tje, ver­telt over zijn hond en dat hij weer gaat wer­ken van de week. Leuk ge­sprek­je.”

Dat man­nen on­der de der­tig va­ker de luis­ter­dienst dur­ven bel­len, is nieuw. „Het is las­tig te ver­kla­ren”, er­kent Mo­ni­que van Bijs­ter­veld. Of er daad­wer­ke­lijk meer of min­der een­za­me men­sen zijn on­der de der­tig dan een jaar ge­le­den, durft ze dan ook niet te zeg­gen. „We we­ten al­leen dat ze ons va­ker bel­len, ter­wijl we niet meer be­kend­heid heb­ben ge­kre­gen.”

Maar waar komt een­zaam­heid on­der jon­ge men­sen van­daan? Hoog­le­raar Theo van

Til­burg van de Vrije Uni­ver­si­teit Am­ster­dam is ex­pert op het ge­bied van een­zaam­heid. „Het ont­bre­ken van een part­ner­re­la­tie is een be­lang­rij­ke oor­zaak”, weet hij. „Als je oud bent en je part­ner is over­le­den, dan ac­cep­teert ie­der­een dat je een­zaam bent. Maar ben je eind twin­tig, dan ligt er een ta­boe op. Als je eind twin­tig bent hoor je ge­luk­kig te zijn, feest­jes af te lo­pen en mid­den in het le­ven te staan. Als de leef­tijd van der­tig in beeld komt, gaat men na­den­ken: wat heb ik ge­re­a­li­seerd in mijn le­ven? Dan is het ont­bre­ken van een part­ner­re­la­tie, zo blijkt uit eer­der on­der­zoek, een groot ge­mis.”

Ver­hui­zing

Van Bijs­ter­veld on­der­schrijft die the­o­rie. Ze kent bo­ven­dien een sca­la aan an­de­re mo­ge­lij­ke oor­za­ken voor een­zaam­heid, zo­als een ver­hui­zing naar een an­de­re plaats, een ver­bro­ken re­la­tie, het over­lij­den van een ou­der, een an­de­re baan of stop­pen met spor­ten. Veel bel­lers naar Sens­oor heb­ben met zul­ke om­stan­dig­he­den te ma­ken en ervaren ’tij­de­lij­ke een­zaam­heid’.

„Maar ook lang­du­ri­ge een­zaam­heid ma­ken wij mee”, zegt Van Bijs­ter­veld. „Dat men­sen ver­die­pen­de re­la­ties mis­sen, zich niet be­gre­pen voe­len of so­ci­aal ge­ï­so­leerd zijn door psy­chi­sche of fy­sie­ke pro­ble­men. Het is dan pret­tig om ano­niem met een hulp­dienst te bel­len of te chat­ten en de­ze ge­voe­lens te de­len. Lucht je hart, leeg je hoofd zeg­gen we ook wel.”

De kans dat men­sen te­le­fo­nisch hulp zoe­ken bij een­zaam­heid, is ge­ste­gen door­dat er meer aan­dacht voor het fe­no­meen is, zegt Van Til­burg. Zo heb­ben be­gin de­ze eeuw een aan­tal gro­te or­ga­ni­sa­ties de kop­pen bij el­kaar ge­sto­ken, waar­on­der Hu­ma­ni­tas, Sens­oor, het

’Er rust nog een groot ta­boe op’

Som­mi­gen voe­len zich niet be­gre­pen

Ro­de Kruis en stich­ting Zon­ne­bloem. Sa­men heb­ben ze de ’Co­a­li­tie Er­bij’ op­ge­richt om een­zaam­heid op de agen­da te zetten. Het over­he­ve­len van ta­ken door de cen­tra­le over­heid naar de ge­meen­ten heeft ook bij­ge­dra­gen. Ge­meen­ten kre­gen in de prak­tijk na­me­lijk on­ver­wacht veel te ma­ken met ge­val­len van een­zaam­heid.

Een aan­tal spraak­ma­ken­de in­ci­den­ten heeft een­zaam­heid ook ste­vi­ger op de kaart ge­zet, merkt Van Til­burg op. „Neem de be­roem­de me­vrouw die tien jaar dood lag in haar huis in Rot­ter­dam. Dat heeft er ste­vig in­ge­hakt. Dat is niet het eni­ge ge­val. En het is niet iets dat speelt in de gro­te stad, maar net zo goed in Friesland. Tien jaar is na­tuur­lijk wel ex­treem. Dit heeft ook wel een schok ge­ge­ven waar­van we heb­ben ge­zegd: dit is on­ac­cep­ta­bel in on­ze sa­men­le­ving. Al de­ze ont­wik­ke­lin­gen ver­ster­ken el­kaar. Het staat nu op de agen­da waar­door het nor­ma­ler wordt om er­over te pra­ten. Daar heb­ben de­ze 30-min­ners baat bij.”

Een be­lang­rij­ke fac­tor ten slot­te is het on­li­ne le­ven, stelt Mir­jam Paap van Stich­ting Acht­zaam. Die stich­ting heeft zich ten doel ge­steld om een­zaam­heid in Ne­der­land te be­strij­den. „Jon­ge men­sen le­ven voor­na­me­lijk on­li­ne. Daar gaat het mis”, zegt Paap. „Er is geen aan­slui­ting, geen ech­te ver­trou­wens­band met an­de­ren.”

Ze ver­volgt: „Zij le­ren ook niet meer hoe je je tot een an­der mens moet wen­den voor wat te­gen­spraak. Al­les wordt de lucht in ge­slin­gerd. Daar­na is het wach­ten op een res­pons. Dat wordt be­lang­rij­ker ge­von­den dan dat er echt naar je ge­luis­terd wordt. Daar­door is het niet raar als ie­mand zich niet be­gre­pen voelt. Als de res­pons te­gen­valt, als niet ge­noeg men­sen een ’li­ke’ of een re­ac­tie ge­ven, dan kan er een ge­voel ont­staan van ne­ga­tie­ve be­ves­ti­ging. Zie je wel, denkt ie­mand dan, ik ben he­le­maal al­leen.”

Ge­luk­kig biedt de­zelf­de on­li­ne om­ge­ving ook een me­di­cijn te­gen het ge­ï­so­leer­de be­staan. On­li­ne da­ten, bij­voor­beeld. Van Til­burg noemt dit ’de ac­tie­ve aan­pak’. Een bel­ler is het daar­mee eens, merk­te een vrij­wil­li­ger: „Een jon­ge man belt. Hij weet niet goed wat ie met z’n le­ven moet. Hij wil een leu­ke baan, meer vrien­den. Maar mor­gen heeft ie een da­te, mis­schien le­vert dat een nieu­we re­la­tie op.”

FO­TO 123RF

Wie jong is, hoort mid­den in het le­ven te staan, dat is het gang­ba­re beeld. Maar er is een flin­ke ca­te­go­rie die het ge­voel heeft bui­ten boord te val­len. Het ge­mis van een part­ner, ge­brek aan diep­gaand con­tact met an­de­ren of een fa­mi­lie­con­flict blijkt jon­ge man­nen nog­al eens in een uit­zicht­lo­ze put van een­zaam­heid te stor­ten.

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.