Volks­lied

De Telegraaf - - Nieuws Van De Dag - MAR­CEL PEEREBOOM VOLLER

Het was te ver­wach­ten. Nu het Wil­hel­mus en een be­zoek­je aan het Rijks­mu­se­um tot ver­plich­te leer­stof op ba­sis­scho­len is be­stem­peld, roert de pro­vin­cie zich. Ge­de­pu­teer­den in Fries­land vin­den dat kin­de­ren in hun pro­vin­cie ook les moe­ten krij­gen over het Frie­se volks­lied en een be­zoek moe­ten bren­gen aan het Fries mu­se­um. Ei­gen cul­tuur eerst! Den Haag had dit na­tuur­lijk kun­nen zien aan­ko­men. Frie­zen bui­gen voor nie­mand. Het staat er, let­ter­lijk, in cou­plet vier van het Frysk Folks­liet: Bui­gen was hen vreemd, zo hield het ou­de volk in ere. Zijn naam en taal, zijn vrij­heids­zin. Zijn woord was wet, recht­door­zee en trouw zijn leer. En dwang, van wie dan ook, stond het te­gen.

Fries­land is de eer­ste die aan de bel trekt, maar je kunt er ver­gif op in­ne­men dat an­de­re re­gio’s zul­len vol­gen. Want met uit­zon­de­ring van Bra­bant heeft el­ke pro­vin­cie haar ei­gen of­fi­ci­ë­le volks­lied. Het zijn re­gi­o­na­le hym­nen die bol staan van borst­klop­pe­rij, veel­al stam­mend uit de tijd van Swie­ber­tje en ge­schre­ven door een dorps­on­der­wij­zer die mij­me­rend aan de brink zijn pen in de dich­ter­lij­ke inkt­pot doop­te om zijn lief­de voor het (plat­te)land aan het pa­pier toe te ver­trou­wen.

Het Zeeuws volks­lied: Gij Zee­land, zijt ons ei­gen land. Wij dul­den hier geen vreem­de hand, die over ons re­ge­ren zou. Aan on­ze vrij­heid zijn wij trouw.

Lim­burg: Waar der vad’ren schoo­ne taal klinkt met held’re kracht, waar men kloek en fier van aard vreem­de praal ver­acht, ei­gen ze­den, ei­gen schoon ’t hart des volks be­koort: daar is mijn va­der­land, Lim­burgs dier­baar oord.

Het is een won­der dat ons land ooit is ver­e­nigd on­der één vlag, ge­tui­ge ook de tekst van het Gel­der­se volks­lied: Waar ons va­der­land be­bouwd werd door den Sak­si­schen Ger­maan, daar werd on­ze stam ge­bo­ren, daar is Gel­der­land ont­staan. En het graan dat thans ge­oogst wordt, waar het woest en wild eens was, geeft ons recht om trotsch te wee­zen op ons echt Gel­ders ras.

Wij dul­den geen vreem­de hand. Geen dwang. Ei­gen ze­den, ei­gen schoon. Trots op ons ras...

Dit zijn geen ly­ri­sche be­schrij­vin­gen van streek­tra­di­ties, maar re­gel­rech­te vrij­heids­lie­de­ren waar­in het re­gi­o­na­lis­me hoog­tij viert.

Uit­zon­de­ring is het Ca­li­me­ro-com­plex van on­ze jong­ste pro­vin­cie Fle­vo­land. Het volks­lied blinkt uit in be­schei­den­heid: Waar wij ste­den doen ver­rij­zen op de bo­dem van de zee, tel­len wij als twaalf­de mee.

Waar­om heeft Noord-Bra­bant als eni­ge pro­vin­cie geen of­fi­ci­eel volks­lied? Mis­schien om­dat het met een ima­go­pro­bleem kampt. De on­der­we­reld deelt er de la­kens uit, als we het nieuws moe­ten ge­lo­ven. Mis­daad houdt Noor­dBra­bant in zijn greep. Drugs, he­ling, af­re­ke­nin­gen, frau­de…

Wie voor­ne­mens is een volks­lied voor de­ze pro­vin­cie te schrij­ven, kan mis­schien hier iets mee: O mijn ge­liefd Bra­bant, o hard­wer­kend land, je ak­kers en vel­den met hen­nep be­plant. Van me­ga­stal, drugslab en wiet­kweek be­ticht. Doch in deez’ duis­te­re za­ken, daar brandt nog licht.

Re­gi­o­na­le hym­nen vol borst­klop­pe­rij

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.