’Een re­or­ga­ni­sa­tie is geen rot­klus’

De Telegraaf - - Dft - door Mar­tijn Klerks

Op kerst­avond 2015 is Ja­ni­ne Vos, op dat mo­ment de hoog­ste hr-baas van KPN, met haar man en kin­de­ren on­der­weg naar haar schoon­ou­ders. Een head­hun­ter belt: of ze ge­ïn­te­res­seerd is in ’een mooie baan bij een bank’.

„Ik dacht met­een: nee, de fi­nan­ci­ë­le we­reld is niets voor mij. Bo­ven­dien lees ik de krant ook, de bran­che staat nou niet heel goed be­kend”, her­in­nert Vos zich. De head­hun­ter ver­klapt dat het om de Ra­bo­bank gaat. „Dat maak­te me meer en­thou­si­ast. En toen ik had op­ge­han­gen, gaf mijn man me op mijn kop: ’Waar­om heb je nou nee ge­zegd?!’” Een hand­vol ge­sprek­ken en acht maan­den la­ter werd Vos als­nog Ra­bo­banks chief hr of­fi­cer. Toen die head­hun­ter u bel­de was al dui­de­lijk dat de bank voor een enor­me re­or­ga­ni­sa­tie stond. Een kwart van de ba­nen moest wor­den ge­schrapt. „Ik snap dat de me­dia schrij­ven over wat er niet is, of over wat er gaat ver­dwij­nen. Ik ge­bruik zelf lie­ver het woord trans­for­ma­tie dan re­or­ga­ni­sa­tie. Op die trans­for­ma­tie ben ik echt ver­liefd ge­wor­den.” Ver­liefd, ja? Zo’n re­or­ga­ni­sa­tie, met zo veel ont­sla­gen, lijkt me voor u toch ook een rot­klus. (Kijkt naar de ta­fel, glim­lacht met een hand half voor de mond.) „Ik zie het ei­gen­lijk he­le­maal niet als een rot­klus.”

O?

„Ik vind het heel boei­end om de bank ver­der te hel­pen – veel boei­en­der dan re­or­ga­ni­se­ren. Hoe mooi is het als straks, na al die weer­stand van bui­ten, men­sen kun­nen zeg­gen dat de bank de trans­for­ma­tie heeft door­staan? De ope­ra­ti­o­ne­le kos­ten moesten om­laag, dat be­sluit kon­den we niet uit­stel­len. Nu ben ik zo blij te zien dat we dat doel be­rei­ken, en te­ge­lij­ker­tijd de klant­te­vre­den­heid op peil hou­den. En over de ont­sla­gen: met ver­re­weg de mees­te men­sen komt het goed.” Zo zul­len die men­sen er bij hun ont­slag niet over den­ken. „Er zijn col­le­ga’s die bij wij­ze van spre­ken ge­ne­ra­ties lang bij de bank heb­ben ge­werkt. Ik ben ie­mand te­gen­ge­ko­men die ’in de Maxi-Co­si op de kluis heeft ge­le­gen’, zo­als hij zelf zei. Dat ver­driet voel je.”

Wat is dan uw rol?

„Je weet dat de men­sen een rouw­pro­ces door­lo­pen. Je weet pre­cies op wel­ke mo­men­ten in die cur­ve je er moet zijn, al is het maar om te luis­te­ren of te hel­pen een Lin­ke­dIn-pro­fiel op te bou­wen. Een di­rec­teur kan te­gen­woor­dig niet meer op af­stand zit­ten. Je moet we­ten wat er leeft, an­ders ac­cep­te­ren men­sen het niet. Maar wat ik het mooi­ste vond: veel men­sen die ont­sla­gen zou­den wor­den, ston­den tot op hun laat­ste dag voor hun klan­ten klaar.” En daar­na kun­nen die ban­kiers geen kant meer op. Uw sec­tor is de eni­ge waar­in het aan­tal WW-uit­ke­rin­gen nog toe­neemt. „Er is een groep waar we min­der werk voor heb­ben. We hou­den be­hoef­te aan ban­kiers met die­pe spe­ci­a­lis­ti­sche ken­nis, aan lei­ders, aan men­sen die ver­stand heb­ben van da­ta, en ook aan men­sen die goed zijn met klan­ten. De wat meer al­ge­me­ne ma­na­ge­ment­func­ties ver­dwij­nen.”

Wat moe­ten die ex-ban­kiers?

„Die kun­nen nog van al­les. Ik be­strijd dat men­sen die twin­tig jaar bij de bank heb­ben ge­werkt niets an­ders kun­nen dan ban­kier zijn. Ze zijn ana­ly­tisch sterk, en loy­aal – pri­ma ei­gen­schap­pen! Ex-col­le­ga’s be­lan­den in de fi­nan­ci­ë­le sec­tor, maar steeds va­ker ook in de zorg of in het on­der­wijs. Vol­gens mij heb­ben we men­sen wel erg bang ge­maakt met het ver­haal dat er na twin­tig jaar bij de bank geen baan is.” U heeft zelf ook al eens ge­zegd: ban­kiers moe­ten meer in hun ei­gen in­zet­baar­heid in­ves­te­ren. „Wat ik daar­mee be­doel: een baan is een beet­je als een ro­man­ti­sche re­la­tie. Je be­gint ver­liefd – als zzp’er en op­dracht­ge­ver, zou je kun­nen zeg­gen, en op een ge­ge­ven mo­ment komt het tot een hu­we­lijk. Ik ben er to­taal niet op te­gen dat een re­la­tie dan twin­tig jaar duurt, maar de be­trok­ken­heid moet wel van twee kan­ten ko­men. Een werk­ge­ver moet per­so­neel scherp hou­den, maar een me­de­wer­ker moet zich­zelf ook blij­ven ont­wik­ke­len. En soms moet je el­kaar niet voor lief ne­men, maar op­nieuw ver­liefd wor­den, net als in een hu­we­lijk.”

Waar ko­men uw oud-col­le­ga’s nog meer te­recht?

„Ie­mand op mijn ei­gen af­de­ling is een op­lei­ding gaan vol­gen tot hap­pi­nesscoach. Als je baan ver­dwijnt, of mo­ge­lijk ver­dwijnt, dan kun je een dub­be­le op­lei­dings­ver­goe­ding krij­gen. Men­sen ge­brui­ken die ook voor al­ler­lei op­lei­din­gen, zo­als bloe­mist, schoon­heids­spe­ci­a­list of be­drijfs­kun­di­ge. We bie­den men­sen ook aan om zich om te scho­len voor een an­de­re func­tie bin­nen de bank, maar de vraag is al­tijd of ze dat wil­len. En we mo­gen ook de men­sen die in dienst blij­ven niet ver­ge­ten.”

Die men­sen von­den vo­rig jaar nog dat de di­rec­tie te wei­nig rich­ting gaf. Wat vin­den ze nu?

„Dat bleek in­der­daad uit een me­de­wer­kers­en­quê­te. Ik was er blij mee dat die men­sen in elk ge­val open zijn, en niet on­ver­schil­lig. De re­sul­ta­ten wa­ren een lui­de stem: het was dui­de­lijk wat men­sen wil­den.”

Wat vin­den ze nu?

„De re­sul­ta­ten zijn be­ter. On­ze men­sen zien de stip op de ho­ri­zon weer, maar ze zeg­gen ook: het moet snel­ler.” We moe­ten het toch nog even over iets heb­ben waar er te wei­nig van zijn: top­vrou­wen. „Tien jaar ge­le­den vond ik dat de­bat on­zin­nig, maar nu vind ik jam­mer dat we ach­ter­lo­pen, op Eu­ro­pa en op de we­reld.”

Bent u zelf nog een gla­zen pla­fond te­gen­ge­ko­men?

„Ik denk dat ik zelf wel ge­luk ge­had heb met mijn lei­ding­ge­ven­den, of mis­schien heb ik die ba­zen zelf op­ge­zocht.”

Wat is de op­los­sing?

„Head­hun­ters die voor ons wer­ken moe­ten een short­list le­ve­ren die voor de helft uit vrou­wen be­staat. Zijn er geen goe­de vrou­wen? Dat kan niet waar zijn. En wer­ken moet flexi­be­ler wor­den: soms werk ik op za­ter­dag en zon­dag, maar sta ik op dins­dag­mid­dag wel op het school­plein.”

Over uw ei­gen re­la­tie met Ra­bo ten slot­te: u werd ver­liefd op een trans­for­ma­tie. Waar staat u nu, veer­tien maan­den la­ter?

„Ha­ha! La­ten we het de wit­te­broods­we­ken noe­men.”

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.