Quiz zet Bra­bants dorp op stel­ten

Cha­os in Gel­drop. Het Bra­bant­se dorp staat op scherp. De al­ler­eer­ste Dorpsquiz is be­slist geen kat­ten­pis, want meer dan dui­zend men­sen gaan de strijd met el­kaar aan. Op­ge­ven is geen op­tie!

De Telegraaf - - Vrij - Door Wen­dy Roep Foto’s Eran Op­pen­hei­mer

Rand­ste­de­lin­gen heb­ben er waar­schijn­lijk niet eer­der van ge­hoord, maar in Bra­bant en Lim­burg is het een fe­no­meen. De al­ler­eer­ste dorpsquiz werd in 2004 in Berg­hem ge­hou­den. In eer­ste in­stan­tie voor de lol en om de saam­ho­rig­heid te ver­gro­ten, maar in­mid­dels wordt enorm veel tijd in dorpsquiz­zen ge­sto­ken. Wie wil nou niet tot slimste van het dorp wor­den ver­ko­zen? Het is 28 ok­to­ber, 17.29 uur in Gel­drop. Al­le 91 team­cap­tains heb­ben het ge­red. De op­ge­won­den Bra­bant­se stand­jes heb­ben weer en wind ge­trot­seerd om op tijd bin­nen te zijn. Want ze we­ten: stipt om 17.30 uur slui­ten de deu­ren. Ben je één mi­nuut te laat, dan kun je flui­ten naar ’Het Boek der Op­drach­ten’ en rest niets an­ders dan met de staart tus­sen de be­nen je team op de hoog­te stel­len dat het feest niet door­gaat. „Dis­kwa­li­fi­ca­tie wil je niet op je ge­we­ten heb­ben”, al­dus Mij­ke van Beek (37). In haar woon­ka­mer wach­ten veer­tig team­le­den in span­ning af. Tel daar een ver­slag­geef­ster en een fo­to­graaf bij op, ’want één meer of min­der maakt niks uit’, en team 24, Car­na­vals Su­per­man­s­tam, is com­pleet. Bra­ban­ders staan be­kend om hun gast­vrij­heid en dat wordt on­mid­del­lijk be­ves­tigd door ons zon­der re­ser­ves tot

het team toe te la­ten. Of we niet tot last zijn? „Wel­nee, ik zie en­kel voor­de­len. Kun­nen jul­lie mooi mee­hel­pen”, zegt Mij­ke met een knip­oog. We ver­tel­len maar niet dat we van de or­ga­ni­sa­tie de strik­te op­dracht heb­ben ons af­zij­dig te hou­den. We mo­gen ons op geen en­ke­le ma­nier met de op­drach­ten be­moei­en.

Als team­cap­tain rust een be­lang­rij­ke taak op Mij­kes schou­ders: ’Het Boek’ waar­in al­le vra­gen en op­drach­ten staan, op tijd op­ha­len én weer af­le­ve­ren. Tel daar­bij de aan­stu­ring van ’een zootje on­ge­re­geld’ op. Het re­gent on­der­tus­sen pij­pen­ste­len en het ziet er niet naar uit dat dit van­avond gaat ver­an­de­ren. „Met dit weer hoop ik maar dat het aan­tal doe-op­drach­ten mee­valt.”

Haar eer­ste taak heeft Mij­ke van Beek in ie­der ge­val vol­bracht; ze is op tijd en oogt ont­span­nen. Best knap als je be­denkt dat veer­tig man op scherp staat in haar huis. Som­mi­ge ’col­le­ga’s’ heb­ben zicht­baar meer moei­te om de ze­nu­wen in be­dwang te hou­den.

Vrien­din Nat­ha­lie komt Mij­ke ge­dag zeg­gen. Of mis­schien haar stie­kem even pei­len? Hoe­veel team­le­den zijn er en hoe heeft haar ri­va­le het in­ge­deeld? Het wan­trou­wen en fa­na­tis­me groei­en, ook bij uw ver­slag­geef­ster. En dan moe­ten we nog be­gin­nen. Nat­ha­lie kust Mij­ke op de wan­gen: „Suc­ces hè, maar weet: van­avond zijn we even geen vrien­den van el­kaar.” De toon is ge­zet.

Voor­zit­ter Frans Stra­vers is in­mid­dels ge­start om de team­cap­tains één voor één naar vo­ren te roe­pen. Dit is het mo­ment waar op ’Het Boek’ waar­aan maan­den­lang in het diep­ste ge­heim is ge­werkt, wordt uitgereikt. Er staan maar liefst 500 vra­gen in.

Wan­neer Car­na­vals Su­per­man­s­tam aan de beurt is, snelt Mij­ke naar vo­ren. Enigs­zins ver­baasd komt ze te­rug: „Het is ge­woon een tas?! Ik had al­ler­lei gek­kig­heid ver­wacht, maar vol­gens mij zit er al­leen een mul­to­map in.” Er wordt drif­tig ge­voeld, ook door an­de­re team­cap­tains die het fel­be­geer­de tas­je nog niet in ont­vangst heb­ben mo­gen ne­men. Geen spra­ke van dat er al mag wor­den ge­gluurd. De boel is ver­ze­geld; de heng­sels zorg­vul­dig aan el­kaar ver­bon­den mid­dels een pa­pie­ren la­bel.

Mij­ke stuurt een ap­pje naar het thuis­front: ’We heb­ben ’m!’ Ze moe­ten nog even ge­duld heb­ben, want de or­ga­ni­sa­tie houdt de cap­tains nog een uur­tje vast. „Ge­woon, om te trei­te­ren”, grijnst Frans. Zo­dra de deu­ren ein­de­lijk open­zwaai­en, snelt ie­der­een naar bui­ten. Zo snel mo­ge­lijk hun ploeg aan het werk zet­ten.

Mij­kes woon­ka­mer is uit­ge­breid met een tent in de tuin. „An­ders gaan die veer­tig man er nooit in.” Als een mi­li­tai­re ope­ra­tie is de zaak op­ge­steld. Schil­de­rij­en heb­ben plaats­ge­maakt voor flip-overs, op de

Bra­bants dorp op scherp voor vra­gen en op­drach­ten

eet­ta­fel staan tien lap­tops en in de par­ty­tent straalt een ka­chel­tje wat warm­te naar de­ge­nen die daar, al ro­kend, aan de slag moe­ten.

„Bas, zorg jij dat de ke­len wor­den ge­smeerd? Want er moet om half acht ie­mand naar de kerk en ik ver­moed dat er ge­zon­gen gaat wor­den”, di­ri­geert Mij­ke haar man. Met die ge­smeer­de ke­len zit het wel snor, ge­zien de im­men­se drank­voor­raad.

De eer­ste doe-op­dracht luidt: ’Stuur je bes­te La­tijn­ken­ner met de tekst van het Re­qui­em (van vóór het Twee­de Va­ti­caan­se Con­ci­lie), deel In­troi­tus, naar de kerk voor een ’amee­zing’-op­dracht.’

Mij­ke weet pre­cies wat ie­der team­lid in huis heeft. „Han­ne­ke, jij hebt zes jaar La­tijn ge­had, toch?” De twin­tig­ja­ri­ge krul­len­bol duikt met­een met haar neus in haar iP­ho­ne om zich voor te be­rei­den. „Eerst die doe-op­drach­ten uit­zet­ten, want daar­mee zijn de mees­te pun­ten te ver­die­nen.” On­der­tus­sen wor­den de bij­na hon­derd vel­len met 500 op­drach­ten in twaalf ca­te­go­rie­ën on­der de team­le­den ver­deeld.

Aan de sa­lon­ta­fel be­vin­den zich de cre­a­tie­ve­lin­gen, on­der wie een aan­tal kin­de­ren. „Mam, heb­ben wij strijk­kra­len thuis? Dan moet ik die even ha­len, want ik moet er het ou­de ge­meen­te­wa­pen mee ma­ken.” Vier an­de­re kin­de­ren wor­den voor­zien van zwem­band­jes en duik­bril om ver­vol­gens in bad te wor­den ge­zet. Er dient een foto te wor­den ge­maakt. De twaalf­ja­ri­ge Rick rent als een kip zon­der kop in de rond­te: „Ik moet spij­ker­poe­pen, hóe dan?!”

Aan de eet­ta­fel zit­ten de ’den­kers’. Sta­pels boe­ken

en lap­tops bin­nen hand­be­reik. „Goog­le is mijn bes­te vriend van­avond”, grijnst Klaas.

We gaan mee wan­neer een af­ge­vaar­dig­de zich in sport­kle­ding hijst om zich naar de sport­hal te haas­ten. Klok­slag ne­gen uur mel­den ruim ne­gen­tig ver­zo­pen kat­jes zich. Ma­rie­ke grin­nikt: „Ik schijn de spor­tief­ste van ons team te zijn, maar ik ben al ka­pot van dit stuk­je fiet­sen. Het was een ra­ce te­gen de klok, maar ben er klaar voor!”

Af­ge­train­de kleer­kas­ten, kin­de­ren en stoe­re da­mes staan ge­reed om in tou­wen te klim­men, een par­cours af te leg­gen of wat dan ook van hen wordt ver­langd. „Ko­men zij even be­dro­gen uit’, glun­dert een van de or­ga­ni­sa­to­ren ter­wijl hij de zaal­deu­ren open­zwaait. Mon­den val­len open van ver­ba­zing. De hal is in­ge­richt als een exa­men­lo­kaal, in­clu­sief school­ta­fel­tjes met daar­op sten­cils en een pen. „Zo, hoog tijd voor een in­bur­ge­rings­cur­sus, suc­ces er­mee!”

De vol­was­sen spor­tie­ve­lin­gen zien er de lol wel van in, maar de kin­de­ren ba­len zicht­baar. „Gat­ver, hier heb ik toch hele­maal geen zin in?” Ze zul­len wel moe­ten, al­les voor de pun­ten. Vijf mi­nu­ten la­ter kun je een speld ho­ren val­len. Met de tong uit de mond is het toch nog zwe­ten ge­bla­zen. „Best moei­lijk, zo’n in­bur­ge­rings­cur­sus.”

Bij Mij­ke thuis heeft de stress toe­ge­sla­gen. Man­lief Bas komt met een kop als een boei aan­ge­sneld. „Ik moest sel­fies ma­ken bij ne­gen kunst­wer­ken ver­spreid over Gel­drop. Heb wel een pils­je ver­diend, dacht ik zo.”

Nog drie kwar­tier te gaan en er moe­ten nog flink wat vra­gen wor­den be­ant­woord. „Wie weet wel­ke stem­ac­teur drie hoofd­rol­spe­lers in de Thun­der­bir­ds in­sprak?” tet­tert Pau­la. Twee an­de­ren zijn druk met de sa­men­stel­ling van een voed­sel­pak­ket en bin­den de­ze ach­ter­op Mij­kes fiets. „Al­les voor het goe­de doel!” giert Mij­ke ter­wijl ze op het za­del springt.

Klok­slag half twaalf moe­ten al­le team­cap­tains ’Het Boek’, de usb-stick met al het ver­za­mel­de beeld­ma­te­ri­aal en al­ler­lei an­de­re gek­kig­heid bij de or­ga­ni­sa­tie in­le­ve­ren. Het is drin­gen ge­bla­zen bij de hek­ken, maar ze zijn al­le­maal op tijd bin­nen. Moe, maar vol­daan keert ie­der­een huis­waarts. Of naar de kroeg.

Al­le deel­ne­men­de teams leg­den geld in waar­mee het to­ta­le prij­zen­geld op 900 eu­ro kwam. Een week la­ter werd de win­naar be­kend­ge­maakt: team Uni­cum dat 500 eu­ro in de wacht sleept. Mij­ke van Beeks team ein­digt op een res­pec­ta­be­le der­de plek en gaat met 100 eu­ro naar huis. De­ze be­dra­gen moe­ten aan een plaat­se­lijk goed doel wor­den be­steed. Maar niets gaat na­tuur­lijk bo­ven de de eeu­wi­ge roem!

Kin­de­ren met duik­bril in bad: hup, foto

Stress van­we­ge de gro­te tijds­druk.

In de sport­hal van Gel­drop op een in­bur­ge­rings­cur­sus zwoe­gen ter­wijl je had ver­wacht om bij wij­ze van op­dracht in de tou­wen te moe­ten han­gen.

Een deel­ne­mer wordt bij wij­ze van op­dracht ge­schminkt als de Jo­ker van Bat­man.

Cha­os bij de in­le­ve­ring van al­le ant­woor­den, laat op de avond.

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.