Droomsa­fa­ri

Ka­fue Na­ti­o­nal Park in Zam­bia een van mooi­ste stuk­jes Afri­ka

De Telegraaf - - Vrij - Door Gijs Har­de­man Foto’s Eel­co Hofs­tra

WWe zit­ten in een sa­fa­ri-au­to op de Zam­bi­aan­se Busan­ga Plains. In de ver­te komt een groep­je van zo’n tien oli­fan­ten aan­ge­lo­pen. Na meer­de­re gro­te sil­hou­et­ten aan de ho­ri­zon te heb­ben ge­zien, is dit de eer­ste keer dicht bij een gro­te kud­de. Dank­zij groot­scha­li­ge stro­pe­rij zijn de grij­ze heer­sers van de uit­ge­strek­te vlak­te erg prik­kel­baar en is het ver­stan­dig om een flin­ke af­stand te be­wa­ren. Als ze op een me­ter of vijf­tig zijn en nog dich­ter­bij ko­men, wil ik ei­gen­lijk graag door­rij­den. Die bees­ten zijn prach­tig, maar ook zo groot en sterk. Ik kijk vra­gend naar de vrouw ach­ter het stuur. An­ne­kim Geer­des – ja­wel, die rood­ha­ri­ge krul­len­bol uit Boer zoekt vrouw in­ter­na­ti­o­nal – houdt haar hoofd koel en ver­roert geen vin. „Ze zijn nog rus­tig”, fluis­tert ze zon­der haar blik van de die­ren af te wen­den. „Zo­dra we de eer­ste waar­schu­wing krij­gen, gaan we.” Ik vraag of ze ook wel­eens zon­der waar­schu­wing aan­val­len, maar dan draait de

ma­tri­arch, de oud­ste da­me van de kud­de, haar kop en kijkt in­drin­gend in on­ze rich­ting. Ze flap­pert een beet­je met haar oren. „Daar is-ie dan, de waar­schu­wing. Tijd om te gaan!” An­ne­kim rijdt lang­zaam ach­ter­uit. Blij als een kind dat de mo­tor start­te (wat doe je in gods­naam als dat niet lukt?) rij­den we de hoek om en ver­dwij­nen we uit het zicht van de oli­fan­ten. „Ne­ver a dull mo­ment in Afri­ca.”

An­ne­kim kan het we­ten, want ze woont er al een tijd­je en pro­beert voet aan de grond te krij­gen als

wild­li­fe die­ren­arts. Dank­zij het tv-pro­gram­ma waar­in ze voor het oog van vier mil­joen men­sen de lief­de aan boer Marc ver­klaar­de, werd ze in­eens een be­ken­de Ne­der­lan­der in Afri­ka. Maar nu de re­la­tie voor­bij is en ze ver van de be­woon­de we­reld aan het werk is – „niet daar­om ge­ko­zen, maar het kwam wel even goed uit” – kan ze weer fo­cus­sen op haar oor­spron­ke­lij­ke doel.

Nu runt ze het Busan­ga Plains Camp van Mukam­bi Sa­fa­ris, haar eer­ste ’nor­ma­le’ baan in Afri­ka. Nog geen die­ren­arts, maar een stap in de goe­de rich­ting. Ze zit na­me­lijk erg dicht bij het vuur. Van­uit het kamp kijk je de he­le dag uit op gro­te kud­des Lit­schie-wa­ter­bok (an­ti­lo­pe­soort), nijl­paar­den en oli­fan­ten. Vis­aren­den vlie­gen over en zwart-wit­te ijs­vo­gels be­wa­ken het hou­ten brug­ge­tje, ter­wijl ze zich te goed doen aan klei­ne vis­jes.

Het kamp staat op een ei­land, want in het re­gen- sei­zoen lo­pen de vlak­tes vol­le­dig on­der wa­ter. De Bo­ma, de groot­ste tent waar we eten en re­laxen, is hele­maal open en heeft zelfs een bal­kon in de vij­gen­boom waar oli­fan­ten ook ko­men eten. Van­uit de tent loopt een stei­ger naar bui­ten waar we in de avond heer­lijk rond het vuur zit­ten. Tij­dens die avon­den zien we ook de nijl­paar­den langs­lo­pen en maak ik ken­nis met Ore­ga­no, de hip­po die el­ke nacht te­gen mijn tent aan slaapt!

Aan ont­moe­tin­gen met die­ren so­wie­so geen te­kort in Zam­bia. El­ke dag stap­pen we twee keer met An­ne­kim in een sa­fa­ri-au­to – heel vroeg voor­dat het licht wordt en aan het ein­de van de mid­dag – en rij­den we over de vlak­tes van Busan­ga. Meest­al op zoek naar het gro­te­re wild dat de sa­fa­ri­har­ten toch het snelst laat klop­pen: leeu­wen, lui­paar­den en buf­fels. Lui­paar­den zijn schuw en zien we ui­t­ein­de­lijk niet, maar wel een troep leeu­wen met wel­pen, zeld­za­me Ro­an-an­ti­lo­pes en een kud­de van wel 500 buf­fels!

Bij de pa­py­rus­bos­sen, An­ne­kims fa­vo­rie­te plek, rij­den we langs kud­des Lit­schie-wa­ter­bok­ken die door het wa­ter sprin­gen en een ko­per­staart­spoor­koe­koek, een for­se vo­gel

Oog in oog met drie chee­ta’s die ge­wil­lig po­se­ren

die een slang ver­or­bert. Een nijl­paard vol kras­sen van ge­vech­ten zakt op tien­tal­len me­ters af­stand in een met wa­ter ge­vuld gat. Wat een plek!

De avon­den in Ka­fue zijn al­tijd spe­ci­aal, want dan zoe­ken we een mooie plek om de zon te zien on­der­gaan. Ter­wijl het park zich in een mys­tie­ke ro­ze gloed hult, drin­ken we gin & to­nics (schijnt goed te wer­ken te­gen mug­gen) en eten we sa­mo­sa. We wor­den steeds ja­loer­ser op An­ne­kims baan en werk­plek. Het is zo rus­tig, uit­ge­strekt en vre­dig. Geen mo­biel be­reik, nau­we­lijks in­ter­net en in de avond al­leen bush tv: een kamp­vuur om naar te kij­ken.

De Busan­ga Plains is mis­schien wel het mooi­ste stuk­je Afri­ka waar ik ooit ben ge­weest, maar na drie nach­ten is het he­laas tijd om te gaan. We ne­men af­scheid van An­ne­kim en rij­den naar de vol­gen­de stop: Fig Tree Bus­h­camp, de jong­ste van de drie lod­ges van Mukam­bi Sa­fa­ris. Hier geen tenten op de grond, maar hut­jes op hou­ten pa­len. Geen vlak­tes, maar meer strui­ken en bos.

De Shis­ham­ba-loop (langs de ge­lijk­na­mi­ge ri­vier) bij Fig Tree is de ’meest pro­duc­tie­ve sa­fa­ri­rit’, lees ik in een ar­ti­kel over Mukam­bi dat op de ka­mer ligt. Maar in te­gen­stel­ling tot de ’ge­brui­ke­lij­ke’ die­ren krij­gen we de ko­men­de da­gen de ene na de an­de­re ver­ras­sing te zien.

„Er zat van­nacht iets heel groots on­der mijn huis­je.” Mijn reis­ge­noot fo­to­graaf Eel­co loopt iets snel­ler dan nor­maal rich­ting ont­bijt. Dan blijft hij stil­staan. „Kom hier maar eens kij­ken.” Voor hem een poot­af­druk van een man­ne­tjes­leeuw. We stap­pen in de

An­ne­kim (BzV) pro­beert wild­li­fe-arts te wor­den

sa­fa­ri­au­to en vol­gen het spoor. We vin­den de leeu­wen ech­ter niet, die lig­gen waar­schijn­lijk net ach­ter een heu­vel of boom. Wel be­lan­den we oog in oog met an­de­re ’kat­ten’. Drie chee­ta’s lig­gen ont­span­nen on­der een boom. Dat vind ik per­soon­lijk, na tien­tal­len sa­fa­ri’s mét leeuw maar zon­der chee­ta, na­tuur­lijk heel bij­zon­der. Ze po­se­ren er­op los en af en toe gaat er één ver­lig­gen om de com­po­si­tie te ver­an­de­ren. Als­of ze me­dia­trai­ning heb­ben ge­had om het voor de wei­ni­ge toe­ris­ten zo in­te­res­sant mo­ge­lijk te ma­ken. Een van de drie heeft ook een hals­band om. Er is heel wei­nig be­kend over chee­ta’s, dus wor­den som­mi­ge ge­volgd om we­ten­schap­pe­lij­ke in­for­ma­tie te ver­krij­gen. Nog steeds on­der de in­druk van de drie kat­ach­ti­gen ko­men we al­weer bij de vol­gen­de ver­ras­sing. Een buf­fel heeft het le­ven ge­la­ten aan de wa­ter­kant. Er zijn geen spo­ren van een aan­val, dus on­ze gids gokt op ou­der­dom. Tien­tal­len gie­ren pro­be­ren via de zach­te de­len – ik be­spaar u de de­tails, maar die zit­ten aan de voor- én ach­ter­kant – naar bin­nen te gaan voor een ver­se snack, met zwar­te nek­ken tot ge­volg. Kro­ko­dil­len ko­men in de ver­te lang­zaam de­ze kant op­ge­dre­ven. We ho­pen na­tuur­lijk dat de leeu­wen de­ze gra­tis prooi ook rui­ken, maar be­slui­ten na een dik half uur toch door te rij­den. Die avond, na een lek­ke­re zons­on­der­gang in de wil­de na­tuur, rol­len we in het don­ker te­rug naar Fig Tree en ons di­ner on­der de ster­ren. Ge­noeg stof om over na te pra­ten, tot­dat een hy­e­na de weg ver­spert. Even la­ter laat zich een heel bij­zon­de­re kat­ach­ti­ge

zien: een ser­val. Twee gro­te oren ver­ra­den de iden­ti­teit van dit klei­ne schu­we dier dat zich zel­den en al­leen in het don­ker laat zien. Fig Tree en de Shis­ham­ba-loop doen wat het ar­ti­kel eer­der be­loof­de.

Na twee nach­ten bij Fig Tree Bus­h­camp rij­den we te­rug naar de hoofd­lod­ge aan de Ka­fue Ri­ver. De­ze is de eni­ge die het he­le jaar open is en vormt de woon­plaats van de Ne­der­land­se ei­ge­na­ren van Mukam­bi: Ed­jan en Ro­byn. In 2002 ver­huis­den zij naar Zam­bia om de lod­ge te be­stie­ren, maar ook ’om iets voor die­ren in het wild in Ka­fue te doen’.

Het park heeft na­me­lijk veel te lij­den on­der stro­pe­rij. „Niet zo gek in een land waar veel men­sen niets te eten heb­ben. Be­houd van die­ren in het wild is dan een on­be­taal­ba­re luxe.” Ed­jan is daar­om groot voor­stan­der van een goe­de op­los­sing voor ie­der­een. „Toe­ris­me is dé op­los­sing. Dit zorgt voor werk­ge­le­gen­heid voor de ge­meen­schap én be­las­ting­in­kom­sten voor de over­heid.”

Daar­om is Ed­jan zo blij met de op han­den zijn­de over­na­me van Afri­can Parks van Ka­fue Na­ti­o­nal Park. De­ze gro­te en rij­ke non-pro­fit­or­ga­ni­sa­tie is in staat om par­ken over een lan­ge pe­ri­o­de eco­no­misch ren­da­bel te ma­ken voor over­he­den, lod­ge-ei­ge­na­ren en de lo­ka­le ge­meen­schap.

Ter­wijl we op een boot­je op de Ka­fue Ri­ver zit­ten, nijl­paar­den in de ver­te gra­zen en het park weer ro­ze kleurt, proos­ten we op de on­ver­ge­te­lij­ke reis die we door dit prach­ti­ge en re­la­tief on­be­ken­de park heb­ben ge­maakt.

Ed­jan plaagt ons op de­zelf­de ma­nier als An­ne­kim deed: „Mooi kan­toor heb ik, hè.”

Een zons­on­der­gang zo­als in Zam­bia vind je niet snel el­ders.

Dan tref je plots op drie lui­e­ren­de chee­ta’s, die zich niet veel aan­trek­ken van al­le be­lang­stel­ling.

Be­to­ve­ren­de die­ren in over­vloed, zo­als de­ze ijs­vo­gel.

An­ne­kim Geer­des uit ’Boer zoekt vrouw in­ter­na­ti­o­naal’ woont al een tijd­je in Zam­bia. Nu runt ze het Busan­ga Plains Camp.

Op de vlak­tes van Busan­ga stui­ten we op een troep leeu­wen met wel­pen.

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.