Cur­ling wordt vol­was­sen ’Ve­gen, ve­gen! Hard, har­der!’

De Telegraaf - - Nieuws Van De Dag - door Ma­rie-Thé­rè­se Roo­sen­daal

ZOETERMEER Voor­zich­tig zet Re­né een voet op de baan. „Ik be­geef me op glad ijs.” En ja hoor, even la­ter ver­liest hij zijn ba­lans in de sli­ding, gaat on­der­uit en glijdt hij zijn cur­ling­steen een me­ter­tje of wat ach­ter­na. Als door een won­der maakt die twin­tig ki­lo gra­niet een prach­ti­ge krul naar de mid­den­cir­kel. Al­weer op­ge­krab­beld steekt Re­né zijn lan­ge ar­men in een over­win­naars­ge­baar de lucht in. „Jaaa!”

Nu het Ne­der­land­se team zich in Ts­je­chië in­zet voor olym­pi­sche kwa­li­fi­ca­tie en Ko­ning Winter zijn in­tre­de doet, is het ani­mo voor cur­ling groot, ver­telt in­struc­teur en ijs­mees­ter Mark Nee­le­man van ’de eni­ge ech­te cur­ling­baan van Ne­der­land’ in Zoetermeer.

Wordt er vaak wat la­che­rig ge­daan over de­ze ijs­sport om die op een fluit­ke­tel lij­ken­de steen, de ge­kniel­de glij­vlucht en dat noes­te ge­veeg met be­zem­pjes, lang­zaam lo­pen Hol­land­se ijs­har­ten er toch warm voor. Nee­le­man geeft nu wel drie cli­nics per dag. „Be­drijfs­uit­jes, ver­jaar­da­gen, een avond­je uit. Het is het nieu­we bow­len, maar kan niet zon­der in­struc­teur.”

De fa­ci­li­tai­re af­de­ling van het mi­nis­te­rie van De­fen­sie is he­le­maal klaar voor het be­drijfs­uit­je. „Brr, koud op de baan”, rilt er een­tje. „En ik heb vier trui­en over el­kaar aan.”

Al­gauw zal het zweet tap­pe­lings over zijn rug lo­pen. Met dat spek­glad­de teflon­laag­je on­der de glij­voet is de ba­lans zo zoek. En dan be­ze­men en be­ze­men om het ijs te ver­war­men en snel­ler te ma­ken om zo de weg van de steen te ver­len­gen.

Re­né gaat in de her­kan­sing, Mark doet de sli­ding nog een keer voor en glijdt gra­ci­eus, één knie ge­bo­gen, over de ijs­vloer. „Moet je kij­ken, het lijkt wel bal­let!” Re­né’s ei­gen sli­ding heeft dan weer meer iets weg van een spa­gaat. Een on­be­doel­de.

„Mijn slip­per­tje!”, brult een van de an­de­re deel­ne­mers. Zijn col­le­ga’s zien het zool­tje voor­bij­zei­len en la­chen. Nee­le­man: „Het mooie van cur­len is dat het ja­ren kost om er goed in te wor­den, maar je kunt wel bin­nen een uur al een wed­strijd­je spe­len. En hoor, ze zijn met­een bloed­fa­na­tiek.”

Scha­ken

„Ve­gen, ve­gen! Hard, hár­der!”, moe­di­gen de teams el­kaar aan met rood aan­ge­lo­pen hoof­den. Het is als scha­ken op het ijs, van te­vo­ren be­pa­len waar die tol­len­de steen naar­toe moet.

Cees lacht: „Bij de Win­ter­spe­len kijk ik al­tijd naar cur­ling en dan denk ik ’ei­tje’! Het ziet er heel re­laxed uit, het is veel moei­lij­ker dan ik dacht. Maar kijk mijn steen, hoe mooi die ligt!” Even maar. Heel even maar. Een col­le­ga ketst hem kei­hard uit de cir­kel. „Néééé!”

’Het ziet er re­laxed uit, maar het is heel moei­lijk’

FOTO RENE OUDSHOORN

Door snel te ve­gen ont­staat er een wa­ter­film­pje tus­sen ijs en cur­ling­steen, waar­door de steen ver­der door­glijdt.

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.