In­ter­view: Het Boom­gaard­ei

KIP­PEN SCHARRELEN HET LIEFST TUS­SEN STRUI­KEN EN SLA­PEN ‘ S NACHTS GRAAG IN BO­MEN. VOOR WIE HET EVEN VER­GE­TEN WAS: KIP­PEN ZIJN ECH­TE BOSVOGELS. DE KIP­PEN VAN BOER JOOST SLIN­GEN­BERGH WO­NEN IN EEN BOOM­GAARD VAN ZES HEC­TA­RE, SLA­PEN DOEN ZE OP STOK. HET RESULT

Foodies - - INHOUD - Tekst: Jan­ne­ke Duis­ter Fo­to’s: Deb­bie van den Bros, Ima­gro en Johan Vis­beek

Niet voor een ap­pel, maar voor een ei. Ei­tjes van kip­pen die ge­nie­ten raap je in de boom­gaard van Joost en Su­zan Slin­gen­bergh

De veer­tien­dui­zend kip­pen van boer Joost Slin­gen­bergh en zijn vrouw Su­zan wo­nen in een heus kip­pen­bos. Het mot­to van het boe­ren­echt­paar: lek­ke­re en ge­zon­de ei­e­ren ko­men van kip­pen die ge­nie­ten. Joost: “Van na­tu­re zijn kip­pen ech­te bosvogels. Ze kun­nen niet te­gen fel licht en scharrelen dan ook het liefst on­der bo­men en in strui­ken en heg­gen. In een boom­gaard voe­len ze zich he­le­maal thuis.” Zo kwam het dat Joost bij de start van zijn bi­o­lo­gi­sche pluim­vee­be­drijf een hoog­stam­boom­gaard van zes hec­ta­re met ver­schil­len­de ap­pel­ras­sen aan­leg­de. Van de ap­pel­oogst wordt boe­ren­ap­pel­sap ge­maakt. Nog een voor­deel is dat de boom­gaard een mooie leef­om­ge­ving vormt voor vo­gels en in­sec­ten en dat vo­gels als gan­zen en een­den juist niet kun­nen neer­strij­ken op het boe­ren­land. Joost: “Zij kun­nen vo­gel­griep bij zich dra­gen. Zo ver­kleint de boom­gaard de kans op be­smet­ting van on­ze kip­pen.”

Vers uit de boom­gaard

Het ver­schil met ei­e­ren uit de su­per­markt proef je voor­al aan de vers­heid van een boom­gaard­ei, al­dus Joost. “Het ei­wit smaakt wat be­ter, maar het is voor­al de vers­heid die je proeft. Een su­per­mark­tei is bij le­ve­ring al tien da­gen oud, waar­door veel men­sen nooit echt ver­se ei­e­ren eten. Een ka­kel­vers ei pelt wat las­tig en het ei­wit is lek­ker ste­vig. Zo’n ei loopt in de pan niet uit, daar moesten klan­ten in het be­gin even aan wen­nen.” Zelf lust Joost gek ge­noeg geen ei­e­ren: “Ik heb er als kind denk ik te veel van ge­ge­ten!” Los van de smaak is de kwa­li­teit van le­ven van de boom­gaard­kip­pen be­ter dan die van veel an­de­re kip­pen. “In on­ze stal scharrelen maxi­maal zes hen­nen per vier­kan­te me­ter en in de boom­gaard heeft el­ke hen mi­ni­maal vier vier­kan­te me­ter om vrij te be­we­gen. Schar­rel­kip­pen kun­nen niet naar bui­ten en le­ven met ne­gen stuks op een vier­kan­te me­ter. Boom­gaard­kip­pen heb­ben een stuk meer be­we­gings­vrij­heid.”

Voer van ei­gen land

Toen Joost zes jaar ge­le­den als pluim­vee­hou­der be­gon, was boe­ren hem niet vreemd. Hij groei­de op in het ak­ker­be­drijf van zijn ou­ders, die al vroeg de switch maak­ten naar een een bi­o­lo­gi­sche pluim­vee­hou­de­rij. Joost: “Ze wa­ren zat van al het spui­ten op hun land, dat voel­de te­gen­na­tuur­lijk.” Nu run­nen ze op de­zelf­de ma­nier hun pluim­vee­hou­de­rij; Joost en Su­zan in Sie­ben­ge­wald en zijn ou­ders in Ane. Va­der en zoon zijn al­tijd op zoek naar ver­nieu­wing en ver­be­te­ring. Zo ver­bou­wen ze vijf­tig pro­cent van het voer voor de kip­pen op ei­gen land. “We vin­den het be­lang­rijk om op de­ze ma­nier dicht bij de na­tuur te blij­ven

en lo­kaal te pro­du­ce­ren. We wil­len geen ei­wit uit so­ja ge­brui­ken en zijn daar­om gaan ex­pe­ri­men­te­ren met ro­de gras­kla­ver. Ook krij­gen de kip­pen gra­nen, peul­vruch­ten en snij­maïs te eten. In to­taal wel vijf­tien­hon­derd ki­lo voer per dag, dat is zes­hon­derd ton per jaar. Na de oogst be­wa­ren we het voer in gro­te si­lo’s.”

Pu­ber­mei­den

Na veer­tien maan­den wis­selt Joost zijn pluim­vee, de kip­pen leg­gen dan nog maar op ze­ven­tig pro­cent. “Nor­maal leg­gen ze ie­de­re 24 uur een ei, maar dat loopt steeds ver­der te­rug.” De bi­o­lo­gi­sche kip­pen wor­den ge­slacht voor de ver­koop. Ook de ha­nen die op de­ze bi­o­lo­gi­sche boer­de­rij ge­zel­lig bij de kip­pen lo­pen en er­voor zor­gen dat roof­vo­gels op af­stand blij­ven, wor­den ge­slacht. “Haan­tjes zijn ech­ter moei­lijk te ver­ko­pen, er is min­der vraag naar man­ne­lijk vlees. Mocht ie­mand in­te­res­se heb­ben, ik heb er hon­der­den in de vrie­zer lig­gen! Na de slacht rui­men we al­les op en ma­ken we goed schoon voor we de nieu­we kip­pen la­ten ko­men. Zo houd je je be­drijf schoon en vrij van ziek­tes.” En dan be­gint de cy­clus op de boer­de­rij van voor af aan. Kip­pen zijn ont­zet­tend leu­ke die­ren om te hou­den om­dat ze zo nieuws­gie­rig en ei­gen­wijs zijn. Voor­al jon­ge hen­nen die bij­na toe zijn aan de leg ge­dra­gen zich als ech­te pu­ber­mei­den.”

“Kip­pen zijn ech­te bosvogels.”

Naast de ‘ge­wo­ne’ brui­ne ei­e­ren van de no­vo­gen brown-kip ko­men er dit jaar ook mint­groe­ne, wit­te en ro­de boom­gaard­ei­e­ren van de arau­ca­na-kip en de ras­sen ma­rans en no­vo­gen whi­te op de markt. Ver­pakt in een spe­ci­aal ont­wor­pen doos­je waar­mee je met de ge­kleur­de ei­e­ren kunt pron­ken op ta­fel. Brui­ne boom­gaard­ei­e­ren koop je het he­le jaar door bij na­tuur­voe­dings­win­kels als Ekop­la­za, Es­ta­fet­te, De Na­tuur­win­kel en Goody­food in doos­jes met het De­me­ter-keur­merk.

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.