Pas­tei­tje met kip­pen­ra­gout

Foodies - - OP HET MENU -

Estée: “Als ik er nu over na­denk is kip­pen­ra­gout mis­schien wel mijn lie­ve­lings­eten. Niet om­dat het cu­li­nair zo span­nend is, maar om­dat dit ge­recht zo’n nos­tal­gisch ge­voel bij mij op­wekt. Ie­de­re ver­jaar­dag of an­de­re spe­ci­a­le ge­le­gen­heid maakt mijn moe­der nog steeds haar heer­lij­ke kip­pen­ra­gout, zo­als haar moe­der dat ook al deed.”

Lunch­ge­recht of voor­ge­recht / Tijd: 45 mi­nu­ten

In­gre­di­ën­ten voor 10 stuks

1 pak diep­vries­bla­der­deeg vier­kant­jes 1 ei 1 gro­te wit­te ui 100 g bo­ter 100 g bloem 100 ml lich­te sher­ry of wit­te wijn 1½ li­ter (zelf­ge­maak­te) kip­pen­bouil­lon zout en pe­per 1 el jne mos­terd 40 ml ma­de­ra ge­plukt vlees van 1 soep­kip even­tu­eel wat ge­bak­ken cham­pig­nons bak­pa­pier

1 Ver­warm de oven voor op 200°C. Be­kleed een oven­plaat met bak­pa­pier.

2 Snijd de vier­kan­te plak­jes bla­der­deeg in vie­ren. Prik er met een vork ge­lijk­ma­tig klei­ne gaat­jes in. Kluts een ei­tje los en voeg er een klein scheu­tje wa­ter aan toe.

3 Smeer de vier­kant­jes in met wat ei en plak dan vier plak­jes op el­kaar. Leg de vier­kan­te pas­tei­bak­jes op de bak­plaat en bak ze cir­ca 15 mi­nu­ten in de voor­ver­warm­de oven. Als ze bruin ge­kleurd zijn en aan de on­der­kant droog aan­voe­len, zijn ze gaar. Haal de pas­tei­bak­jes uit de oven. Laat ze af­koe­len en druk dan met je duim een gat in het mid­den. Je mag na­tuur­lijk ook am­bach­te­lij­ke bak­jes van de bak­ker ge­brui­ken.

4 Pel en snip­per voor de kip­pen­ra­gout de wit­te ui zeer jn.

5 Ver­warm in een pan wat bo­ter en fruit de ui cir­ca 1 mi­nuut. Voeg dan de bloem toe en roer goed met een hou­ten le­pel. Voeg de ove­ri­ge bo­ter toe en maak een roux. Blus het ge­heel af met de sher­ry of wijn. Je zult zien dat het vocht su­per­snel door de roux wordt op­ge­no­men, blijf goed roe­ren zo­dat de roux niet aan de bo­dem kleeft. Voeg nu scheu­tje voor scheu­tje de kip­pen­bouil­lon toe en blijf goed roe­ren, voeg pas een nieuw scheu­tje toe als al­le klont­jes zijn op­ge­lost. Ge­bruik even­tu­eel een gar­de. Kook de ra­gout goed door, je wilt niet dat hij een on­ga­re ‘bloems­maak’ heeft. Voeg wat pe­per, zout, de mos­terd en de ma­de­ra toe.

6 Als de ra­gout de juis­te dik­te heeft, kun je het kip­pen­vlees en even­tu­eel wat ge­bak­ken cham­pig­nons toe­voe­gen.

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.