Hot­s­pots

In de zo­mer lokt het zui­den met nog meer zon, zee en strand. Wie echt avon­tuur wil be­le­ven, kiest een an­de­re rou­te. Want in het noor­den vind je on­ge­rep­te na­tuur, vuur­spu­wen­de vul­ka­nen, gi­gan­ti­sche glet­sjers, de al­ler­lek­ker­ste vis en het ge­heim van de eeuw

Gloss - - Inhoud -

We gaan naar het Noor­den

Vrou­wen in Ijs­land zijn stoer. Bij de Vat­na­jö­kull, of­wel de groot­ste glet­sjer van Eu­ro­pa, heb­ben we uit­zicht op een on­ge­loof­lij­ke hoe­veel­heid ijs­grot­ten. “Wie wil er ijs van twee­dui­zend jaar oud proe­ven?” vraagt de frê­le gids in haar wind­dich­te pak. Ze pakt haar bijl en hakt een brok van de glet­sjer af. “Pro­beer maar.” De Vat­na­jö­kull is on­ge­veer een ki­lo­me­ter breed en is de der­de groot­ste glet­sjer ter we­reld én hij is el­ke dag in be­we­ging. El­ke dag ver­schuift hij on­ge­veer een me­ter. Di­rect on­der de glet­sjer be­vin­den zich de vul­ka­nen. Het smelt­wa­ter glijdt lang­zaam langs de ijs­mas­sa en vormt zo steeds nieu­we ijs­grot­ten. Zo­dra het zo­mer is en de tem­pe­ra­tuur stijgt, smelt het ijs snel­ler en stor­ten de grot­ten in. Zo­dra de win- ter­tijd weer aan­breekt, heeft de na­tuur van­zelf weer nieu­we grot­ten ge­cre­ëerd. Over­al, waar je ook om je heen kijkt, zie je die ein­de­lo­ze ijs­brok­ken in een adem­be­ne­men­de diep­blau­we kleur. Maar ei­gen­lijk is die diep­blau­we kleur de kleur van het wa­ter waar ze in lig­gen. Het ijs zelf is trans­pa­rant. Naast de glet­sjer be­vindt zich de Morsár­foss wa­ter­val, bij­na drie­hon­derd me­ter lang en de hoog­ste wa­ter­val in Ijs­land.

Uit­zicht op de glet­sjer

Het Vat­na­jö­kull Na­ti­o­nal Park is het, op twee na, groot­ste nationale park in Eu­ro­pa. Sinds vo­ri­ge maand is het niet al­leen mo­ge­lijk om de glet­sjers van­uit de lucht

te zien met de nieuw­ste aan­winst van Ice­landair: het nieu­we vlieg­tuig dat naar de Vat­na­jö­kull is ge­noemd. En dat is niet zo maar een vlieg­tuig. Hand­ge­schil­derd door een groep kun­ste­naars die zo­wel de bui­ten­kant als de bin­nen­kant de ijs­blau­we sfeer van de glet­sjer heb­ben ge­ge­ven. De bin­nen­kant is voor­zien van LED ver­lich­ting en de trol­ley die door het gang­pad komt is vorm­ge­ge­ven als een klei­ne ijs­grot. Maar het al­ler­mooi­ste is na­tuur­lijk het uit­zicht dat de vlucht biedt als het over de Vat­na­jö­kull vliegt. Op een hel­de­re dag zie je de im­po­san­te glet­sjer in al zijn in­druk­wek­ken­de glo­rie. Re­ser­veer een plaats­je aan het raam en neem je ca­me­ra mee.

Viso­lie

Maar nog even over die vrou­wen. Ze zijn na­me­lijk niet al­leen stoer, maar lij­ken al­le­maal ge­ze­gend te zijn met een stra­len­de en ge­zon­de huid. Geen won­der dat de Ijs­land­se vrou­wen maar liefst vier keer de ti­tel Miss World in de wacht wis­ten te sle­pen. Ter ver­ge­lij­king: Zwe­den won hem drie keer en Nederland slechts twee keer. Zit er iets in het (ijs) wa­ter dat de bron van de­ze schoon­heid is? Bij­na goed. Het is wat in het wa­ter zwemt wat de­ze da­mes hun prach­ti­ge huid geeft: vis! Ijs­lan­ders ha­len hun vis uit de oce­aan en de zoet­wa­ter­vis­sen uit de ri­vie­ren en me­ren. Het wordt ge­bak­ken, ge­droogd, ge­grild, ge­ma­ri­neerd, ge­rookt, ge­weekt, ge­zou­ten en, dit wordt steeds po­pu­lair­der, rauw ge­ge­ten. Po­pu­lai­re zee­vis­sen zijn de schel­vis, ka­bel­jauw, ha­ring en heil­bot, maar de zoet­wa­ter­vis­sen staan min­stens zo vaak op het me­nu: zalm, fo­rel, gar­na­len en na­tuur­lijk kreeft. Als­of dit niet ge­noeg vis is, staat er bij het ont­bijt stee­vast viso­lie met vi­ta­mi­ne D klaar. De re­den hier­voor is sim­pel: Ijs­lan­ders krij­gen in ver­hou­ding wei­nig zon en ma­ken te wei­nig vi­ta­mi­ne D aan. De Ome­ga 3, of­wel viso­lie, zorgt er­voor dat ze de­ze als­nog vol­doen­de bin­nen­krij­gen plus wat ex­tra vi­ta­mi­ne A. Wei­nig zon en veel vis, het lijkt de win­nen­de com­bi­na­tie voor een glad­de en ste­vi­ge huid.

Se­re­ne schoon­heid

Iets dich­ter­bij huis ligt Noor­we­gen. Je kunt er naar­toe vlie­gen, de boot pak­ken, maar wie echt door dit rui­ge land­schap wil zwer­ven, neemt de au­to. Want Noor­we­gen ís ruig! Berg­ach­tig, want ruim een kwart van het land ligt een ki­lo­me­ter bo­ven de zee­spie­gel, af­ge­wis­seld met pla­teaus en val­lei­en. Door de­ze val­lei­en stro­men de ri­vie­ren, vol stroom­ver­snel­lin­gen en wa­ter­val­len, of lig­gen schit­te­ren­de me­ren waar rust is zo­als het ooit be­doeld was: stil en se­reen.

Wal­vis

Er is iets met Noor­we­gen waar­door je het ge­voel hebt te­rug in de tijd te gaan. Het is niet al­leen de on­ge­rep­te na­tuur maar ook de No­ren zelf die trots zijn op hun ge­schie­de­nis. Vlak bij Ber­gen, de twee­de groot­ste stad van Noor­we­gen, staat het Ed­vard Grieg Mu­se­um in Trold­h­au­gen. Wie zich niet di­rect her­in­nert wel­ke klas­sie­ke deun­tjes de­ze com­po­nist heeft ge­schre­ven, hoeft er al­leen maar even naar te luis­te­ren om tot de ver­ras­sen­de con­clu­sie te ko­men dat je ze al­le­maal kent. In het mu­se­um is al­les ge­hou­den zo­als het was, zon­der de ge­brui­ke­lij­ke re­stric­ties die er meest­al zijn. Hier kun je al­les aan­ra­ken, rond­lo­pen en be­luis­te­ren, want leer­lin­gen van het con­ser­va­to­ri­um ko­men er re­gel­ma­tig op­tre­den. Ber­gen dankt zijn naam aan de ze­ven ber­gen die rond het stads­cen­trum lig­gen. Hoe­wel het voor Noor­se be­grip­pen een we­reld­stad is heeft het de sfeer van een stu­den­ten­stad

die over­spoeld wordt door toe­ris­ten. Na­tuur­lijk ont­kom je er niet aan en neem je de over­vol­le ka­bel­baan naar bo­ven voor een uit­zicht over de stad en de ze­ven ber­gen. Maar als dat er op zit, ga je naar de Mat­bor­sen, de food­hal­len in het cen­trum waar je het ech­te Noor­we­gen tus­sen de lo­cals kunt proe­ven. En dat ech­te Noor­we­gen blijkt heer­lijk te zijn! Ver­se vis, kreeft, gar­na­len, ver­ras­send lek­ke­re vis­koek­jes die in de vorm van hart­jes wor­den ge­bak­ken en wal­vis. Par­don, wal­vis? Ja, dus. Noor­we­gen is het eni­ge land ter we­reld waar wal­vis­vangst of­fi­ci­eel is toe­ge­staan. De Noor­se re­ge­ring stelt het aan­tal wal­vis­sen vast dat ge­van­gen mag wor­den om uit­ster­ven te voor­ko­men en geeft daar­naast voor­lich­ting over de lek­ke­re smaak en voe­dings­waar­de van de wal­vis­sen.

Ons ad­vies: ver­geet het en stort je op de zalm met aqua­vit, die an­de­re spe­ci­a­li­teit van de Noor­se keu­ken.

Ko­nink­lij­ke pas­sie

Tij­dens de rit naar het Hoy­e­var­de Ligh­t­hou­se in Kar­moy be­kruipt je al het ge­voel dat je iets bij­zon­ders mee gaat ma­ken. Hier, in de­ze vuur­to­ren naast een gues­t­hou­se, di­neert de Noor­se ko­nink­lij­ke fa­mi­lie re­gel­ma­tig en over­nacht graag in één van de sui­tes die nog ge­heel in de stijl van de vo­ri­ge eeuw zijn be­waard. Ook Ro­ger Moo­re, de on­langs over­le­den ac­teur die ze­ven keer in de huid van Ja­mes Bond kroop, kwam hier om ul­tie­me rust en ont­span­ning te vin­den. En om te ge­nie­ten van het al­ler­hoog­ste wat Noor­we­gen op cu­li­nair ni­veau te bie­den heeft. De keu­ken is in han­den van Lo­thes Mat & Vin­hus. Een kaart is er niet. Zij ko­ken met ver­se in­gre­di­ën­ten, groen­te en krui­den uit ei­gen tuin, het vlees komt van de ei­gen scha­pen en kip­pen en de ver­se vis uit de zee. Wie na het di­ner door de gan­gen dwaalt, voelt zich, om­ge­ven door de mys­tie­ke ne­gen­tien­de eeuw­se sfeer plot­se­ling een hoofd­per­soon uit een Agat­ha Chris­tie film. We voe­len aan de deur­knop­pen en tot on­ze ver­ba­zing zijn al­le sui­tes open. Ook die waar Ha­rald V en zijn Son­ja de nacht door­bren­gen. We zien een bed dat, in de stijl van hon­derd jaar ge­le­den, am­per de af­me­tin­gen van een twij­fe­laar heeft en kun­nen maar één ding con­clu­de­ren: dat Ko­nink­lij­ke Echt­paar van Noor­we­gen heeft na 49 jaar nog steeds een ver­domd goed hu­we­lijk.

“Wie wil ijs proe­ven? Twee­dui­zend jaar oud!”

The Ligh­t­hou­se in Kar­moy ademt de gran­deur van de vo­ri­ge eeuw.

Noors ko­nink­lijk stel Haak­on en Met­te-ma­rit.

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.