Lief­de en ser­vetjes

Gloss - - Mode -

Het zand was nog warm ter­wijl de zon lang­zaam in de zee zak­te. Ik nam een slok­je van mijn ijs­kou­de wijn en adem­de diep in. Een ge­luk­za­lig ge­voel sid­der­de door mijn he­le lijf. Het kwam echt uit mijn te­nen. Ik voel­de me in­tens ge­luk­kig. Hoe cli­ché is dan de uit­druk­king ‘als ik dat had ge­we­ten, had ik het ja­ren eer­der ge­daan.’ Maar ja, ‘had ik maar’ had geen zin, want la­ten we eer­lijk zijn, eer­der was ik er nog niet klaar voor. Ik had een weg te gaan om hier te ko­men. Te­rug­kij­kend was de weg lang maar ook leer­zaam ge­weest. Het zelf­ver­trou­wen dat ik nu voel­de kwam echt van bin­nen­uit. Het wa­ren puz­zel­stuk­jes in mij, die vloei­end in el­kaar vie­len. Ik voel­de me zo op mijn plek. Niet al­leen in me­zelf maar ook op mijn nieu­we plek­je op de we­reld. Het eni­ge wat nog mis­te was een fij­ne re­la­tie. Ten­min­ste, dat zou je den­ken. Voor mij was dat in­mid­dels geen mis­send puz­zel­stuk­je meer, geen hoek­je van het gro­te ge­heel wat ont­brak. Ster­ker nog mijn puz­zel voel­de com­pleet met me­zelf als stra­lend mid­del­punt. ‘Now who­se a girl’s best friend?’ Grin­nik­te ik in me­zelf, ‘It’s me my­self and I!’ Een aan­tal maan­den ge­le­den had ik ein­de­lijk de knoop door­ge­hakt en be­slo­ten mijn hart te vol­gen. Ik nam ont­slag van een dik be­taal­de baan, ver­kocht mijn huis en stap­te in mijn up­pie in het vlieg­tuig. Op zoek naar zon­ni­ge oor­den en nieu­we avon­tu­ren. Al snel had ik een ge­wel­dig ap­par­te­ment­je ge­von­den bo­ven een boe­tiek­je aan het strand. De ei­ge­na­res­se, een wat ou­de­re da­me, gaf me al snel het ver­trou­wen en de sleu­tel van haar boe­tiek­je, in de over­tui­ging dat ik daar vast iets leuks van zou we­ten te ma­ken. En dat was ge­lukt. Met mijn nieuw ver­wor­ven vrij­heid en haar hulp was het een knus plek­je ge­wor­den waar niet al­leen de hip­s­te boho out­fits kon­den wor­den ge­shopt, ook was ie­der­een wel­kom voor een praat­je en de lek­ke­re Ita­li­aan­se kof­fie van vers ge­bran­de bo­nen. Ook wa­ren de Sun­set Drinks in­mid­dels een be­grip ge­wor­den op ons idyl­li­sche strand­je. Te­gen zons­on­der­gang kwa­men niet al­leen de lo­cals, maar ook de toe­ris­ten, voor een heer­lij­ke cock­tail of koel glaas­je wijn. Ge­ze­ten op me­di­ter­raan ge­kleur­de stoel­tjes, aan de schel­pen ta­fel­tjes met uit­zicht op zee en wat re­lax­te loun­ge mu­ziek op de ach­ter­grond was het al snel dui­de­lijk, dit plek­je voel­de als thuis voor ie­der­een. Ik ge­noot el­ke dag meer en meer van mijn nieu­we le­ven­tje. Dit was mijn droom die uit­kwam en het plaat­je was com­pleet. Van­daar mijn in­tens ge­luk­za­li­ge ge­voel. Het voel­de zo per­fect dat ik niet meer dacht aan die ide­a­le man die mijn le­ven com­pleet zou ma­ken. Ster­ker nog ik zocht zelfs geen aan­vul­ling meer. Ik vond het pri­ma zo. Er wa­ren ge­noeg da­tes ge­weest om te we­ten dat er wei­nig bij­zon­ders voor me rond­liep. Ik was er in­mid­dels van over­tuigd dat het er voor mij niet in zat en had me er met een goed ge­voel bij neer­ge­legd. Het voel­de per­fect en com­pleet, meer had ik niet no­dig. Mijn nieu­we vrien­din­nen dach­ten daar an­ders over en on­der­na­men dap­pe­re po­gin­gen me te kop­pe­len. Al­le lo­ka­le hel­den pas­seer­den de re­vue. De zon ge­bran­de beach boy die zelfs Da­vid Has­sel­hoff char­mant deed lij­ken. De rij­ke ver­veel­de za­ken­man op zoek naar een strak in de lak vrouw. De dorps dok­ter, die het ze­ker niet slecht zou doen in Greys Ana­to­my, maar al­leen een me­disch vo­ca­bu­lai­re be­schik­baar scheen te heb­ben. Er kwam van al­les voor­bij en te­gen de tijd dat de chef-kok met door­lo­pen­de wenk­brau­wen aan de beurt was, hoop­te ik toch echt dat ook zij het op zou­den ge­ven. Ge­luk­kig be­gon­nen ze het door te krij­gen, tot we be­slo­ten een avond­je te gaan club­ben. Daar stond hij, de man van mijn dro­men, een mooi klein baard­je, he­mels­blau­we ogen in een knap­pe kop. De stoe­re bar­man uit je dro­men met een cock­tail­sha- ker in de hand en een pa­rel­wit­te glim­lach al­leen voor jou. Kijk, en nu krast die naald over het vi­nyl als de­ze ruw van een LP wordt ge­haald. Dit was na­me­lijk wat mijn vrien­din­nen er­van von­den. ‘Dit is ie!’, ging het in koor. On­der­tus­sen stond ik niets ver­moe­dend op de dans­vloer. Ik had al­leen oog voor de ster­ren­he­mel en liet me mee­voe­ren op de be­ats. Het was een he­te nacht, de lucht rook zwoel naar jas­mijn en de zil­te zee. Ik zag een bar­man sym­pa­thiek naar me la­chen. Waar­schijn­lijk was hij het met me eens, het was een ge­wel­dig mooie nacht. Even la­ter gooi­de hij een roos­je naar me. Ik ving het pa­pie­ren roos­je op en knik­te te­rug om te be­dan­ken. ‘Wat aar­dig’, dacht ik en draai­de me om naar ons ta­fel­tje. Het was tijd voor de vol­gen­de club… en de vol­gen­de… en de vol­gen­de… het was een lan­ge nacht. Een nacht die mijn vrien­din­nen twee avonden la­ter weer dun­ne­tjes over wil­den doen met een be­zoek­je aan die eer­ste club. De­ze keer was het niet de dans­vloer die ik van de da­mes mocht zien, maar werd ik aan de bar ge­ke­tend. Daar was hij weer, de roos­jes bar­man. Hij zag er in­der­daad heel sym­pa­thiek uit maar dat was wer­ke­lijk ook het eni­ge wat in me op­kwam. Dit stuit­te in het ge­zel­schap op veel on­be­grip, want hoe kon ik het nu niet zien? Dit was hem voor mij! Dat ge­ge­ven ging ge­heel aan mijn be­grip voor­bij want hij was to­taal mijn ty­pe niet! Het haar niet lang ge­noeg, het baard­je schreeuw­de wan­na-be-a- hip­ster, de tan­den zo ver­blin­dend wit dat het pijn deed en last but not least, een bar­man! Nu vraag ik je? Ik ben toch niet he­le­maal van de pot ge­rukt door de il­lu­sie te heb­ben dat een oog­ver­blin­den­de bar­man, met el­ke avond een bar vol snoep­goed, zijn he­le ziel en za­lig­heid, hart in­cluis, aan mij zou ver­pan­den? Dat de­ze bre­de, stoe­re, baar­di­ge knap­perd ui­t­ein­de­lijk de he­le dag al­leen mij smach­tend in

de ogen zou wil­len kij­ken voor de rest van zijn le­ven? Dat de­ze cock­tail kun­ste­naar er­op zit te wach­ten tot diep in de nacht met mij over de zin van het le­ven te fan­ta­se­ren? Op dat mo­ment twij­fel­de ik toch echt aan waar mijn vrien­din­nen hun ver­stand had­den zit­ten! Er werd druk cam­pag­ne ge­voerd voor hun nieuw ver­wor­ven pro­ject. Het feit dat het heer­schap niet één maar drie roos­jes had uit­ge­deeld de vo­ri­ge avond scheen de pret niet te druk­ken. Mis­schien vond hij het juist wel in­te­res­sant dat de an­de­re twee vis­jes wel had­den toe­ge­hapt en de­ze ene schijn­baar meer ge­ïn­te­res­seerd was ge­weest in de ster­ren­he­mel en de be­ats van de mu­ziek in plaats van die van zijn hart. Ui­t­ein­de­lijk werd me be­vo­len mijn num­mer te ge­ven aan on­ze nieu­we vriend. Het was zelfs al op een ser­vetje ge­schre­ven om mij het le­ven mak­ke­lij­ker te ma­ken. Ik was op dat mo­ment van de nacht al­leen nog maar toe aan sla­pen, maar de uit­gang werd ge­blok­keerd en de cam­pag­ne ging maar door. Ui­t­ein­de­lijk nam ik het ser­vetje en wenk­te on­ze bar­man. Gre­tig kwam hij op me af­ge­lo­pen met de bes­te smi­le die hij maar in de aan­bie­ding had. “Hier”, zei ik, “doe er iets leuks mee!” Ik draai­de me om naar zijn fan­club en vroeg of ze nu blij wa­ren en ik ein­de­lijk naar huis mocht. Ik was toe aan wat nacht­rust. Maar daar kwam het niet van. Mijn ‘Tom’ had ze­ker nog nooit ge­hoord van hard to get spe­len maar ging klaar­blij­ke­lijk lie­ver met­een vol gas be­richt­jes stu­ren. Vast om zo snel mo­ge­lijk een hoofd­stuk uit te le­zen en weer door naar het vol­gen­de te kun­nen gaan. Ik be­sloot dan ook niet te re­a­ge­ren. In de da­gen die volg­den ble­ven de be­richt­jes uit. Waar­schijn­lijk had hij al een an­der pro­ject ge­von­den dus nam ik aan dat de kust wel vei­lig zou zijn voor nog een avond­je club­ben. En­t­hou­si­ast zwaai­de hij naar ons ge­zel­schap, blijk­baar niet in het minst uit het veld ge­sla­gen door het uit­blij­ven van mijn re­ac­tie. We zoch­ten de dans­vloer op. Tel­kens wer­den we voor­zien van shot­jes, de ene nog exo­ti­scher dan de an­de­re. De ober die ze uit­ser veer­de voel­de bij elk drank­je de nood­zaak te mel­den dat het drank­je werd aan­ge­bo­den door on­ze bar­man. Nog al­tijd geen idee heb­ben­de hoe de goe­de man heet­te, proost­ten we tel­kens maar weer op Tom. Na een shot­je of wat kwam de ober weer op me af­ge­lo­pen. De­ze keer zon­der drank­je, wat best te­leur­stel­lend was. Hij had een ser vet­je voor me. Ik vroeg me af of dat het no­dig was, had ik een zweets­nor van het dan­sen, hing mijn mas­ca­ra op mijn en­kels, wat was er aan de hand? Ik nam het ser­vetje niet be­grij­pend aan en mijn oog viel op Tom. Kij­ken, ge­baar­de hij. Op het ser­vetje stond: Can you check your mo­bi­le plea­se? Weer wierp ik een blik op Tom en zo te zien was het echt de be­doe­ling dat ik op mijn te­le­foon zou kij­ken. En daar wa­ren ze, een he­le rits leu­ke en lie­ve be­richt­jes. Ik moet zeg­gen dat was zo schat­tig dat ik bij­na me­de­lij­den kreeg met de knap­pe casa­no­va. Op zijn be­richt­je of ik na de club met hem een kop­je kof­fie wil­de drin­ken, kon ik dan ook al­leen maar be­ves­ti­gend ant­woor­den. Die nacht heb­ben we tot de zon op­kwam zit­ten klet­sen over wat voor de an­der de zin in het le­ven gaf. Het was een he­le bij­zon­de­re nacht en mijn eer­ste in­druk was niet te­recht ge­ble­ken. De­ze man had niet al­leen maar een cock­tail hand­lei­ding ge­le­zen. De da­gen die volg­den za­gen we el­kaar weer. We praat­ten, we lach­ten en op dag drie vroeg hij me met hem te trou­wen. Nou die zag ik in ie­der ge­val niet aan­ko­men. La­ter ver­tel­de hij me dat hij het ge­woon wist, ik was de vrouw waar­mee hij oud wil­de wor­den. En hoe­wel ik in eer­ste in­stan­tie dacht, wat heb ik nu aan mijn fiets han­gen en me daar­op be­dacht dat ik me er na de zo­mer wel uit zou red­den, maar voor nu ge­woon zou gaan ge­nie­ten, werd het steeds leu­ker. Het leek wel of hij echt was. En voor­al ook dat ik echt mocht zijn. Zelfs het van de stoep­rand af­val­len en mijn in­ter­ac­tie met een lan­taarn­paal, die in­eens uit het niets voor me op­dook, vond hij grap­pig. Ik hoef­de niet te den­ken wat ik moest zeg­gen, ik kon ge­woon zeg­gen wat in me op­kwam en hij luis­ter­de. Ik hoef­de me niet te vor­men naar wat ik dacht dat hij wen­se­lijk zou vin­den. Ik mocht ge­woon me­zelf zijn en hij vond het nog leuk ook. Als zijn he­le bar vol met dor­sti­ge da­mes zat, was al­leen ik het waar hij oog voor had en op de mo­men­ten dat ik hem no­dig had was hij mijn red­der in nood. De zo­mer­se nach­ten maak­ten plaats voor de re­gen en herfst stond voor de deur. Ook de vraag aan me­zelf klop­te weer aan. Ik zou me er toch na de zo­mer weer uit klet­sen? Ik was toch klaar met man­nen? Ik had die re­la­tie toch niet no­dig om­dat ik al mijn puz­zel­stuk­je al had ver­za­meld? Die maan­den had ik ge­no­ten en wa­ren we als een van­zelf­spre­kend­heid naar el­kaar toe­ge­groeid. Toch was het me ge­lukt mijn muur­tje in stand te hou­den. Er zat mis­schien een klein deur­tje in maar meer als een kier­tje had ik niet ge­ge­ven. Pas op het mo­ment, toen de herfst­bla­de­ren het strand be­dek­ten en hij me vroeg “What do I to ma­ke you lo­ve me?”, brak mijn hart. Ik was red­de­loos ver­lo­ren, al van­af dat ser­vetje in de club. Het had geen zin meer me­zelf voor de gek te hou­den. Hij was mijn puz­zel­stuk­je van een nieuw te leg­gen puz­zel. Hij was de man met wie ik oud wil­de wor­den en die mij aan­vul­de. De man die, in al­le op­recht­heid, van me hield om wie ik was. Ik keek hem aan en zei: “You al­rea­dy had me at the nap­kin!” Je snapt ser­vetjes zijn voor ons nooit meer het­zelf­de ge­weest …■

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.