‘Na­be­staan­den heb­ben soms keu­zestress’

Katholiek Nieuwsblad - - KNACTUEEL - Ma­ris­ka Or­bán

Een ker­ke­lijk for­mat voor een uit­vaart komt steeds min­der vaak voor. Na­be­staan­den heb­ben steeds meer de keu­ze, con­clu­deert Bren­da Ma­thijs­sen (28) in haar proef­schrift.

Ont­ker­ke­lij­king en in­di­vi­du­a­li­se­ring la­ten ook hun spo­ren na in de uit­vaart­prak­tijk. De af­ge­lo­pen de­cen­nia is er een dy­na­mi­sche uit­vaart­cul­tuur ont­staan; bij­na al­les lijkt te kun­nen in Ne­der­land. Een duur­za­me be­gra­fe­nis, een stoet met ap­plaus, een open kist die op een boot door de grach­ten vaart.

Boks­hand­schoe­nen

Me­de on­der in­vloed van het pro­fes­si­o­ne­le uit­vaart­we­zen heb­ben na­be­staan­den vol­op keu­zes en mo­ge­lijk­he­den. “Het in­di­vi­du en zijn re­la­ties staan steeds va­ker cen­traal tij­dens een be­gra­fe­nis”, ziet Bren­da Ma­thijs­sen, die on­langs in Nij­me­gen op dit on­der­zoek pro­mo­veer­de. Zo­als een man die van bok­sen hield en met zijn boks­hand­schoe­nen aan in de kist ligt op­ge­baard. Of de as van een zwem­lief­heb­ber die uit­ge­strooid wordt in een Ita­li­aans meer. Uit het on­der­zoek van Ma­thijs­sen blijkt dat de­ze op maat ge­maak­te ri­tu­e­len ook on­ze­ker­he­den en moei­lijk­he­den met zich mee­bren­gen. “Na­be­staan­den heb­ben soms last van keu­zestress”, legt ze uit. Als bij­na al­les kan en mag, wat kies je dan? “Wat dat be­treft wa­ren de ker­ke­lij­ke uit­vaar­ten zo slecht nog niet. Er was een hel­der ka­der. Nu wordt er een ac­tie­ve rol van na­be­staan­den ver­wacht, maar niet ie­der­een kan of wil die rol ver­vul­len. Hoe bouw je een uit­vaart op een goe­de ma­nier op? Want niet ie­de­re volg­or­de werkt. Het li­tur­gisch for­mat heeft zich al vaak be­we­zen en biedt ook een ka­der voor de op­bouw van niet-ker­ke­lij­ke uit­vaar­ten.”

In­ge­wik­keld

Maar ook in ker­ke­lij­ke uit­vaar­ten staat het in­di­vi­du steeds cen­tra­ler. Door­dat de bij­bel­le­zing op het le­ven van de over­le­de­ne slaat, bij­voor­beeld. Pries­ter Jan-Jaap van Pe­perstra­ten ziet dat het soms best in­ge­wik­keld is om aan de wen­sen van na­be­staan­den te­ge­moet te komen. “Meest­al zingt het koor tij­dens een uit­vaart. Dat zijn al­tijd li­tur­gi­sche ge­zan­gen. Soms vra­gen na­be­staan­den of ze een lied van een cd mo­gen draai­en. Ik vraag dan al­tijd: wat be­te­kent dit lied voor jul­lie? Dan vol­gen vaak tra­nen en hoor je waar­om ze voor dit lied kie­zen.” Zeg dan maar eens ‘nee’. Hoe moe­ten pries­ters hier mee om­gaan? “Ik kijk al­tijd naar de mo­ge­lijk­he­den. Pro­beer ruim­te te vin­den. Maar ik kijk ook naar wat de li­tur­gie voor­schrijft. Pop­mu­ziek draai ik niet tij­dens de com­mu­nie. Maar wel voor­dat de Mis be­gint. Het is uit­ein­de­lijk niet: ‘U vraagt, wij draai­en.’ Men­sen kun­nen geen kerk­zaal af­hu­ren.” Ook Van Pe­perstra­ten ziet dat de com­mer­ci­ë­le uit­vaart­on­der­ne­mers na­be­staan­den aan­moe­di­gen de regie op zich te ne­men. “Bij uit­vaart­on­der­ne­mers is de klant ko­ning. Dat is pri­ma als com­mer­ci­ë­le in­stel­ling, maar bij de Kerk niet al­tijd een op­tie.” Hij pro­beert te schip­pe­ren, maar dat kan niet al­tijd. “Zo von­den na­be­staan­den een heel oud pa­pier­tje waar­op de over­le­de­ne de­cen­nia ge­le­den zijn laat­ste wen­sen had ge­schre­ven: ‘Een Mis met drie he­ren’. Maar ja, waar vind je zo snel drie he­ren?”

‘Heel tra­gisch’

Hij lacht. “Je moet wel al­tijd de re­de­lijk­heid in blij­ven zien. Zo krij­gen we steeds va­ker de vraag of foto’s en film­pjes tij­dens de Mis af­ge­speeld mo­gen wor­den. Dat doen we niet. Al­leen al om prak­ti­sche re­de­nen niet. Daar­bij leidt het te veel af van de li­tur­gie.” Dan valt hij even stil. “We heb­ben het wel een keer ge­daan. Heel tra­gisch. Een jon­ge knul van 22 was plots over­le­den. De fa­mi­lie ken­de een pas­to­raal me­de­wer­ker die de uit­vaart ge­daan heeft. ’s Och­tends kom ik bij de kerk, zie ik al­le­maal men­sen com­ple­te in­stal­la­ties naar bin­nen til­len. Toen schrok ik wel even. Bin­nen za­ten acht­hon­derd men­sen – de mees­ten nog erg jong en zon­der band met de Kerk. Het heeft niet mijn voor­keur, maar ach, dit was echt een uit­zon­der­lijk ge­val. En geen hei­li­ge Mis, maar een ge­beds­vie­ring.” Ook ziet hij steeds va­ker dat na­be­staan­den hem al­leen no­dig heb­ben voor de bij­zet­ting. “Dan mag ik en­kel op het kerk­hof vijf mi­nu­ten iets zeg­gen, meer niet.” Jam­mer, vindt hij. “We gel­oven in de ge­na­de van de Eucha­ris­tie. Zijn in­ten­tie voor­le­zen helpt de over­le­de­ne on­der­weg. Zo staan we er­in.” Van Pe­perstra­ten ziet dat de ker­ke­lij­ke ri­tu­e­len troost kun­nen bie­den, ook aan men­sen die niet gel­oven. “Die wor­den dan niet met­een be­keerd, maar dat is ook niet het eer­ste doel. En wie weet wel­ke deu­ren in het hart open­gaan tij­dens zo’n be­gra­fe­nis­mis en wel­ke vruchten het zal dra­gen?”

Foto: AP

Een uit­vaart­mis. Steeds va­ker krij­gen pries­ters te ma­ken met apar­te wen­sen van na­be­staan­den.

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.