Ti­tus Brands­ma

Op 26 ju­li is het 75 jaar ge­le­den dat pa­ter Ti­tus Brands­ma werd ver­moord in wat wel is om­schre­ven als het groot­ste bis­dom ter we­reld: con­cen­tra­tie­kamp Da­chau.

Katholiek Nieuwsblad - - FRONT PAGE - Pe­ter Door­ak­kers

75 jaar ge­le­den werd hij ver­moord in ‘het groot­ste kloos­ter ter we­reld’.

Vol­gens al­le bron­nen was hij klein van pos­tuur, maar Ti­tus Brands­ma mag tot de gro­ten van de Ne­der­land­se ge­schie­de­nis wor­den ge­re­kend. De kar­me­liet was mys­ti­cus, hoog­le­raar, mar­te­laar en, niet in de laat­ste plaats, voor­vech­ter van een ster­ke ka­tho­lie­ke pers. Het was die laat­ste rol die hem aan het be­gin van de Twee­de We­reld­oor­log in bot­sing bracht met de be­zet­ter. Het ver­haal is be­kend. Ti­tus Brands­ma acht­te het chris­ten­dom en het na­zis­me on­ver­zoen­baar. Als ad­vi­seur van de ka­tho­lie­ke pers be­zocht hij zo­veel mo­ge­lijk re­dac­ties met een dui­de­lij­ke bood­schap van de toen­ma­li­ge aarts­bis­schop van Utrecht, Jan de Jong: ka­tho­lie­ke me­dia dien­den ad­ver­ten­ties en ver­sla­gen van de NSB te wei­ge­ren. Het kwam de mon­nik op ar­res­ta­tie te staan, en na een ver­blijf in ver­schil­len­de ge­van­ge­nis­sen op de­por­ta­tie naar Da­chau, het oud­ste con­cen­tra­tie­kamp van na­zi-Duits­land.

‘Groot­ste bis­dom’

Een wil­le­keu­ri­ge be­stem­ming was dat niet. De Fran­se jour­na­list Guil­lau­me Zel­ler be­schrijft in The Priest Bar­racks hoe het kamp al voor de oor­log uit­groei­de tot dé ver­za­mel­plek voor gees­te­lij­ken – se­mi­na­ris­ten, pries­ters, mon­ni­ken, ruim hon­derd pro­tes­tant­se do­mi­nees en en­ke­le or­tho­doxen – die de na­zi’s om de een of an­de­re re­den on­wel­ge­val­lig wa­ren. Niet voor niets is Da­chau wel ‘het groot­ste kloos­ter’ en ‘het groot­ste bis­dom’ ter we­reld ge­noemd. De di­plo­ma­tie­ke dienst van het Va­ti­caan kreeg ge­daan dat er in ie­der ge­val een ka­pel kwam, zo­dat on­danks al­les de Mis ge­vierd en bij­ge­woond kon wor­den. Met 2720 wa­ren ze er in to­taal, en ruim dui­zend van hen over­leef­den Da­chau niet. Men be­zweek aan hon­ger, ziek­tes, de voort­du­ren­de mis­han­de­lin­gen en trei­te­rin­gen door de SS, of men werd een­vou­dig­weg ver­moord. Zo werd Ti­tus Brands­ma op 26 ju­li 1942 in de zie­ken­ba­rak met een in­jec­tie om het le­ven ge­bracht door de kamp­arts. Zel­ler tel­de 63 Ne­der­lan­ders on­der de in Da­chau ge­van­gen ge­hou­den gees­te­lij­ken, van wie er ze­ven­tien zou­den om­ko­men. Ti­tus Brands­ma was, schrijft hij, “wel­licht de be­kend­ste” van de 63: “Van­af het be­gin te­gen­stan­der van het na­zis­me, re­bel­leer­de de­ze bro­ze, klei­ne man heel vroeg te­gen de an­ti­se­mi­ti­sche maat­re­ge­len, in het bij­zon­der het ont­slaan van Jo­den van scho­len en uni­ver­si­tei­ten. Aan­ge­zien hij ster­ke in­vloed uit­oe­fen­de op de ka­tho­lie­ke pers in zijn land, stel­de hij een don­de­ren­de brief sa­men die jour­na­lis­ten op­riep al­le be­moei­e­nis van de be­zet­tings­macht met hun pu­bli­ca­ties af te wij­zen.”

Pas­sie voor me­dia

Ti­tus Brands­ma had dan ook, mo­dern ge­zegd, een pas­sie voor de ka­tho­lie­ke me­dia. In een ra­dio­toe­spraak be­licht­te hij in 1936 het be­lang van de ka­tho­lie­ke pers. Die moet, be­toog­de hij, ui­ter­aard be­rich­ten over ka­tho­lie­ke za­ken, waar an­de­re bla­den “be­trek­ke­lijk wei­nig” over meld­den. “Er was en er is vaak nog

een ont­stel­len­de en ver­bijs­te­ren­de on­we­tend­heid en on­be­kend­heid met wat on­der ka­tho­lie­ken hoog wordt aan­ge­sla­gen”, stel­de hij vast. Maar ka­tho­lie­ke me­dia moe­ten zich ook be­zig­hou­den met wat zich in de rest van de we­reld af­speelt: “De ka­tho­lie­ke pers moet, wil ze aan haar roe­ping be­ant­woor­den, op al­le ge­bied waar­op de an­ders ge­rich­te pers haar le­zers in­licht, min­stens even waar­de­vol­le in­lich­tin­gen ver­strek­ken.” Het sluit ove­ri­gens op­val­lend goed aan bij het 27 jaar la­ter ge­pu­bli­ceer­de ‘me­dia­do­cu­ment’ In­ter Mi­ri­fi­ca van het Twee­de Va­ti­caans Con­ci­lie.

Niet bang aan­ge­legd

Bang aan­ge­legd was de Frie­se mon­nik bij dit al­les niet. In 2008 sprak Ka­tho­liek Nieuws­blad met de toen 92-ja­ri­ge kar­me-

liet Con­stant Dö­l­le. Hij zag Ti­tus kort voor zijn ar­res­ta­tie nog, “en wij heb­ben hem ook ge­zegd: ‘Duik toch on­der, straks pak­ken ze je nog op. Niet te­rug­gaan naar Nij­me­gen.’ Maar hij was daar heel rus­tig on­der: ‘Ik heb dat nu een­maal op mij ge­no­men en ik ga nu niet gauw een vei­li­ge plek zoe­ken.’ Er sprak ook een rust uit. Zo moet het ge­beu­ren, of er ge­va­ren zijn of niet”. Dat zijn werk hem veel zou kun­nen kos­ten, be­sef­te hij mo­ge­lijk eer­der al, toen hij con­clu­deer­de: “Wie de we­reld voor Chris­tus wil win­nen, zal de moed moe­ten heb­ben er­mee in con­flict te ko­men.”+

Guil­lau­me Zel­ler, The Priest Bar­racks - Da­chau 1938-1945. Uitg. Ig­na­ti­us Press, 274 pp., pb., € 12,62 (e-book € 9,65), ISBN 978 1 62164 099 8. Zie www.ig­na­ti­us.com.

Ti­tus Brands­ma wordt op ver­schil­len­de plek­ken her­dacht - hier in de wijk Oos­ter­wei in Gou­da.

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.