Blai­se Pas­cal

Blai­se Pas­cal za­lig ver­kla­ren? Paus Fran­cis­cus op­per­de on­langs dat het mo­ge­lijk is. Pas­cal dacht diep na over na­tuur- en wis­kun­de. Chris­te­nen spreekt hij waar­schijn­lijk het meest aan van­we­ge zijn vra­gen over de ach­ter­gron­den van ons le­ven, met na­me over d

Katholiek Nieuwsblad - - VOORPAGINA - Jo­ris J Schrö­der

De gro­te wis- en na­tuur­kun­di­ge was al­ler­eerst diep­ge­lo­vig ka­tho­liek.

Bij Blai­se Pas­cal (1623-1662) gaat het niet om een hu­ma­nis­tisch ge­ïn­spi­reer­de le­vens­kunst, zo­als bij­voor­beeld de Utrecht­se fi­lo­soof Joep Doh­men die pro­pa­geert. Het is geen zin­ge­ving of pro­ject. Frank de Graaff, die Pas­cals Ge­dach­ten ma­gi­straal ver­taal­de, zegt in zijn in­lei­ding op dat boek: “Bij het wer­ken met Pas­cals fre­ne­tiek neer­ge­krab­bel­de ge­dach­ten werd mij dui­de­lijk dat hij hier niet ‘zijn ge­loof uit­draagt’ maar een on­af­ge­bro­ken strijd le­vert óm te ge­lo­ven. De li­ber­tijn, te­gen wie hij praat, lleeftft iin hhem zelf.”lf ” Be­ter kan het niet ge­ty­peerd wor­den. Geen kwes­tie van een beet­je mij­me­ren, maar ge­richt en con­se­quent na­den­ken

over God: is dat in wel­vaarts­land nog ‘iets van de­ze tijd’? Hier ligt waar­schijn

lijk ook de re­den waar­om Pas­cal in on­ze da­gen ve­len – als men de moed heeft om hem te le­zen – gren­ze­loos ir­ri­teert en an­de­ren ma­te­loos boeit.

Af­lei­ding, ver­maak

Pas­cal heeft de veer­tig net niet ge­haald. Hij werd ge­teis­terd door li­cha­me­lij­ke kwa­len en voort­du­rend op­ge­zweept door angst. Over rus­te­loos­heid no­teert hij: “Wan­neer een sol­daat of een boer zi­chih bbe­klaagt over zijn zwa­re be­staan, laat he­hem dan maar eens niets doen!” Om ju­juist daar­voor te schrij­ven: “Het eni­ge­ni­ge­ge dat ons troost geeft in ons on­ge­luk­luk isi ver­strooi­ing. En des­al­niet­te­min vorm­vormt­mt juist die ons groot­ste on­ge­luk. WanWant­nt heth is voor­al de ver­strooi­ing die ons bbe­be­let over ons­zelf na te den­ken en die oon­ons on­ge­merkt te gron­de richt. Zon­der­der ha­haar zou­den wij ons ver­ve­len en de­zee vver­ve­ling zou ons sti­mu­le­ren naar een be­trouw­baar­derb­be mid­del te zoe­ken om eerae­r­aan te ont­ko­men, maar ver­ma­ken lei­de­lei­de­nen ons af en ma­ken dat on­ze dood zich aan­dien­ta zon­der dat we er erg in heb­ben.”hebb­ben Een ge­bo­ren­ge pes­si­mist, zul­len som­mi­gen­gen zeg­gen.ze Maar het gaat om meer dan kka­rak­ter of tem­pe­ra­ment, die in be­lan­be­lang­rij­keng ma­te aan­ge­bo­ren zijn. Pas­cal­cal oo­bob­ser­veert nauw­ge­zet ons le­ven, met een­ee scherp oog voor de groot­heid die hijh voor­al her­kent in het feit dat de men­men­sns kan den­ken en over zijn den­ken kka­kan re­flec­te­ren; en met een even ssc­scherp oog voor de el­len­de van de mmens, die hij ziet in zijn kwets­ba­baar­heid,aar in het ge­mak waar­door hij zich laat­la mee­sle­pen door een veel­heid aan ge­ge­voe­lens die in het da­ge­lijks be­staanst­aann mmaar al te vaak de over­hand ne­men­men.n. AflAei­ding, ver­maak, ver­ve­ling en ont­sont­span­nings­pa wor­den in dat licht ge­plaaplaatst.ats

De eeu­wig­heid

Daar­bij ziet hij al­les in het per­spec­tief van de eeu­wig­heid, iets wat voor­al met de con­se­quent­heid die Pas­cal han­teert, wei­nig ge­brui­ke­lijk is in on­ze tijd. Hij is er­van over­tuigd dat het ons he­le le­ven waard is om te we­ten te ko­men of de ziel ster­fe­lijk is of

on­ster­fe­lijk. On­der de ti­tel ‘ver­strooi­ing’ zegt hij: “Aan­ge­zien de men­sen niet in staat wa­ren de ster­fe­lijk­heid, el­len­de en on­we­tend­heid te ver­hel­pen,

zijn ze op het idee ge­ko­men ge­luk­kig te wor­den door to­taal niet aan die din­gen te den­ken”. El­ders: “Niets is zo on­ver­draag­lijk voor de mens als een toe­stand van vol­strek­te rust, zon­der harts­tocht, be­zig­he­den, af­lei­ding en be­trok­ken­heid”.

Ge­loof, God

Blai­se Pas­cal is de man van de pa­ra­dox, de schijn­ba­re te­gen­stel­ling. Hij pro­beert om al­les op de spits te drij­ven, ja steeds tot het ui­ter­ste te gaan om ons daar­van de on­ge­rijmd­heid aan te to­nen. Voor Pas­cal blijft God al­tijd ver­bor­gen. Al­leen ons hart – in pas­ca­li­aan­se zin – brengt ons op zijn spoor. Den­ken en voe­len ko­men daar sa­men als ons diep­ste in­ner­lijk. Daar­door be­seft een mens dat hij deelt in een die­per le­ven, dat niet lou­ter een pro­duct is van de evo­lu­tie en dat hij deel heeft aan het le­ven van God zelf. De the­o­lo­gie spreekt hier van ‘ge­na­de’. Zo­als de pau­sen Be­ne­dic­tus XVI en Fran­cis­cus aan­ge­ven in hun ge­za­men­lij­ke en­cy­cliek Het licht van het Ge­loof, is daar­bij de ge­loof­waar­di­ge ont­moe­ting met de per­soon van Je­zus Chris­tus on­mis­baar. Pas­cal no­teert: “Niet al­leen God ken­nen wij al­leen door Chris­tus, maar ook ons­zelf ken­nen wij al­leen door Chris­tus. Al­leen door Chris­tus ken­nen wij het le­ven en de dood.” Daar­bij gaat het over de Schrift en de groei van de ge­loofs­leer als ga­ve van Gods Geest die werk­zaam is in het den­ken en ge­lo­ven van ge­ne­ra­ties men­sen, in het bij­zon­der de gro­te chris­te­nen, de hei­li­gen.

Dat klinkt mee wan­neer Pas­cal, die heel zijn le­ven lang een ver­scheurd mens was, maar die ook steeds harts­toch­te­lijk naar de wer­king van de ge­na­de uit­zag, zegt: “De ge­schie­de­nis van de Kerk moet ei­gen­lijk de ge­schie­de­nis van de waar­heid ge­noemd wor­den.” Ook hij be­grijpt dat de boog niet al­tijd ge­span­nen kan blij­ven, maar hij maakt ons dui­de­lijk dat ge­lo­ven en bid­den niets an­ders zijn dan aan­dacht in zijn meest zui­ve­re vorm.

g r o . ia d e p i k w : o t F

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.