Eli­as

Katholiek Nieuwsblad - - INSPIRATIE -

Ik heb al­tijd een beet­je moei­te met de bij­bel­se ter­men ‘scha­pen’ en ‘ kud­de’. Scha­pen zijn niet zo snug­ger, of ge­woon ont­zet­tend dom, en al­leen lam­me­tjes zijn mooi – voor­al lief. Het is ei­gen­lijk best wel be­le­di­gend om als ge­lo­vi­ge met een schaap te wor­den ver­ge­le­ken, of de Kerk een kud­de te noe­men – en toch is dat pre­cies wat Je­zus in de Bij­bel doet. Het klopt ook niet met de per­soon­lij­ke er­va­ring van zo’n beet­je ie­de­re be­keer­ling die ik ken. Wie het ge­loof aan­neemt, moet even door een zu­re ap­pel heen bij­ten, om­dat een mo­ment van ge­hoor­zaam­heid deel uit­maakt van ie­de­re be­ke­ring, en dat is be­hoor­lijk grie­ze­lig. Maar al gauw merkt ie­de­re be­keer­ling dat hij er wel de­ge­lijk slim­mer van wordt en din­gen kan zien en in­zien, die hij voor­heen uit­slui­tend van de bui­ten­kant be­keek. Ster­ker, de ge­hoor­zaam­heid aan God be­vrijdt een mens vrij­wel met­een van de ge­hoor­zaam­heid aan al­ler­lei zin­lo­ze re­gel­tjes van de we­reld. Het is best wel gê­nant om te moe­ten pre­ken over scha­pen en over de kud­de. In het Rus­sisch is het woord ba­ran, dat schaap be­te­kent, ook een scheld­woord voor stom­me­ling. Ik zou de men­sen lie­ver wil­len aan­spre­ken met ‘mijn lie­ve geit­jes – en bok­jes’. Die zijn af en toe grap­pig, on­deu­gend en je moet ze dus se­ri­eus ne­men. En bo­ven­dien hou­den ze van berg­klim­men, net als ik. Dat schept een band, zou een psy­cho­loog zeg­gen. Nee, wat mij be­treft is de pas­to­ra­le beeld­spraak van Je­zus een beet­je on­ge­luk­kig ge­ko­zen. Ove­ri­gens ook het woord ‘her­ders­staf’ is in die con­text een on­bruik­baar woord ge­wor­den. Niet al­leen heeft de mo­der­ne mens lak aan au­to­ri­teit – hij weet nau­we­lijks nog hoe je dat woord schrijft. Maar de Bij­bel doet er nog een schep­je bo­ven­op. De Open­ba­ring van Jo­han­nes kon­digt aan dat God zijn van oor­sprong hei­den­se kud­de (dat zijn wij dus) zal wij­den met een ij­ze­ren staf, zo­als ie­mand aar­de­wer­ken pot­ten breekt. In een psalm staat ook zo­iets der­ge­lijks. Het past na­tuur­lijk he­le­maal niet in het pas­to­raal cor­rec­te plaat­je van on­ze tijd. Ten­zij… je ook denkt aan Pau­lus, die be­schrijft hoe wij, zon­daars door de ge­na­de ge­raakt, aar­de­wer­ken pot­ten zijn, die nog on­zicht­ba­re schat­ten dra­gen. Aar­de­werk in de oud­heid was voor­al voor huis­hou­de­lijk ge­bruik, puur nut­tig en niet echt mooi, net als wij, dus. Met an­de­re woor­den: wat we in ons dra­gen, is nog niet te ver­ge­lij­ken met wie we zijn of wil­len zijn voor an­de­ren. Maar God wil dat wel ver­an­de­ren, al­leen al om ons te be­vrij­den van ons­zelf en te ge­ne­zen van ons ver­le­den. En dat is dus ei­gen­lijk waar her­ders voor no­dig zijn, en waar­om die her­ders een staf no­dig heb­ben: om de ge­hei­me schat­ten te open­ba­ren die God, de ver­bor­gen he­mel­se Va­der, in de mens ver­stopt heeft. Het is geen staf om mee te slaan, maar ei­gen­lijk ook niet om mee te gaan. Het is al­ler­eerst een weg­wij­zer, en soms, als het niet an­ders kan, een breek­ij­zer.

Pa­ter Eli­as Zie www.pa­tere­li­as.nl.

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.