Wil de ech­te Bruck­ner op­staan?

Het Ne­der­lands Ra­dio Fil­har­mo­nisch Or­kest tim­mert aan de weg. Het or­kest brengt een fraaie box uit met al­le ne­gen sym­fo­nie­ën van de Oos­ten­rijk­se com­po­nist An­ton Bruck­ner. Di­ri­gent is Jaap van Zwe­den.

Katholiek Nieuwsblad - - CULTUUR - Ar­noud Heerings

Voor ie­der­een die zich in de mu­ziek van de com­po­nist An­ton Bruck­ner wil ver­die­pen, is De sym­fo­nie­ën van An­ton Bruck­ner van Si­mon Vest­dijk nog steeds een waar­de­vol­le lei­draad. Vest­dijk schreef dit om­vang­rij­ke es­say in 1966, iets meer dan vijf­tig jaar ge­le­den. We moe­ten daar­om vast­stel­len dat er in die tijd wel het een en an­der in de Bruck­ner-re­cep­tie is ge­beurd. Zelfs de no­ten zijn in be­we­ging ge­weest. Zo is bij­voor­beeld het vier­de deel van de ne­gen­de sym­fo­nie bo­ven wa­ter ge­ko­men. Op ba­sis van nieuw toe­gan­ke­lijk ma­te­ri­aal ble­ken mu­si­co­lo­gen in staat om een ge­loof­waar­di­ge fi­na­le te re­con­stru­e­ren.

Re­con­struc­tie

Wat was na­me­lijk het ge­val? Bruck­ner wist dat toen hij aan zijn ne­gen­de sym­fo­nie werk­te, hij be­zig was met een ra­ce te­gen de klok. Met zijn laat­ste krach­ten sleep­te de com­po­nist zich in 1896 naar een fi­na­le, maar kon de­ze niet meer af­ma­ken. Na zijn over­lij­den lag Bruck­ner op­ge­baard in zijn werk­ka­mer. De­ze was be­zaaid met par­ti­tuur­bla­den, met daar­on­der schet­sen van de on­af­ge­maak­te fi­na­le. Toen ve­len de over­le­den mees­ter in diens huis een laat­ste groet wil­den bren­gen, za­ten er ook sou­ve­nir­ja­gers tus­sen de be­zoe­kers. Zij na­men als her­in­ne­ring ve­le bla­den mu­ziek mee naar huis. Bruck­ners mu­zi­ka­le na­la­ten­schap ver­viel in ve­le ano­nie­me han­den. Ech­ter, ook de on­recht­ma­ti­ge ei­ge­na­ren had­den niet het eeu­wi­ge le­ven. Toen zij op hun beurt over­le­den, wa­ren erf­ge­na­men soms zo at­tent om de Bruck­ner­frag­men­ten aan een bi­bli­o­theek te ge­ven of naar een vei­ling te bren­gen. Veel frag­men­ten kwa­men zo weer in de rou­la­tie. Mu­si­co­lo­gen ver­za­mel­den de puz­zel­stuk­jes – ze wa­ren door Bruck­ner ge­num­merd – en toen er vol­doen­de wa­ren ‘ont­dekt’ was een ge­re­con­stru­eer­de fi­na­le een feit. Welk sta­di­um het werk ver­te­gen­woor­digt, is na­tuur­lijk de vraag. Het hoogst haal­ba­re blijft im­mers een re­con­struc­tie van een on­af­ge­maakt deel. Wie nieuws­gie­rig is naar de fi­na­le, kan de­ze be­luis­te­ren in een uit­voe­ring van Si­mon Ratt­le en de Ber­li­ner Phil­har­mo­ni­ker uit 2014. Bij Jaap van Zwe­den en het Ne­ther­lands Ra­dio Phil­har­mo­nic Or­ches­tra is de fi­na­le niet te ho­ren, om­dat hij zich ba­seert op de No­vak-edi­tie. In de­ze edi­tie heeft de ne­gen­de sym­fo­nie nog ge­woon drie de­len.

Ver­sies

Dat Van Zwe­den de No­vak-edi­tie ge­bruikt, is dus een keu­ze waar­bij en­ke­le vraag­te­kens kun­nen wor­den ge­zet. Het is be­kend dat Bruck­ner wei­nig zelf­ver­trou­wen had. Ie­der­een die een dui­de­lij­ke me­ning over zijn sym­fo­nie­ën had, werd ge­hoord én ver­hoord. Vond een di­ri­gent een be­paal­de pas­sa­ge lang­dra­dig, Bruck­ner schrap­te ‘m. Vond een cri­ti­cus dat twee pas­sa­ges be­ter van plaats kon­den wis­se­len, Bruck­ner vol­deed aan het im­pli­cie­te ver­zoek. Hier­door zijn al­le sym­fo­nie­ën (be­hal­ve de ze­ven­de) in meer­de­re ver­sies over­ge­le­verd. Uit de wir­war van frag­men­ten en ver­sies heb­ben mu­si­co­lo­gen ge­pro­beerd om de­fi­ni­tie­ve ver­sies te fa­bri­ce­ren. Een voor­beeld is Ro­bert Haas – hij komt bij Vest­dijk uit­ge­breid ter spra­ke – die in het ge­val van de der­de sym­fo­nie meer­de­re ver­sies syn­the­ti­seer­de tot wat hij als de ide­a­le der­de sym­fo­nie be­schouw­de. Bij Van Zwe­den ho­ren we dus de ver­sies van de re­cen- te­re No­vak-edi­tie, maar ook hier gaat de edi­tor vaak op de stoel van de com­po­nist zit­ten. In een aan­tal ge­val­len draait de­ze na­me­lijk de door de com­po­nist ge­pu­bli­ceer­de en ge­au­to­ri­seer­de pas­sa­ges te­rug om een re­con­struc­tie te ma­ken van Bruck­ners ori­gi­ne­le sym­fo­ni­een. Dit is na­tuur­lijk net zo goed een her­sen­spin­sel als de ide­a­le sym­fo­nie­ën. Dit neemt niet weg, dat de No­vak-edi­tie als ge­heel be­trouw­baar­der is dan de edi­ties van Haas. Wie ge­ïn­te­res­seerd is in de pro­ble­ma­tiek rond de ver­sies van de sym­fo­nie­ën, kan naast het boek Van Vest­dijk ook de web­si­te van Aart van der Wal raad­ple­gen ( http://www.opus­klas­siek.nl/com­po­nis­ten/bruck­ner­symf.htm). Van der Wal is te­vens de au­teur van het boek­je bij de box van het Ra­dio Fil­har­mo­nisch Or­kest. Zijn tek­sten zijn zeer le­zens­waar­dig en wer­pen een be­trouw­baar licht op de war­ri­ge ont­staans­ge­schie­de­nis van veel Bruck­ner-sym­fo­nie­ën.

De­voot

Bruck­ner droeg al­le sym­fo­nie­ën op aan dem lie­ben Gott. Dat was niet lou­ter lip­pen­dienst. Bruck­ner was een een­vou­di­ge man, door en door ka­tho­liek, door en door de­voot en God toe­ge­daan. Dit laat­ste ging heel ver, zo­als som­mi­ge stu­den­ten aan het Ween­se con­ser­va­to­ri­um merk­ten. De­ze viel het na­me­lijk op dat Bruck­ner tij­dens de les­sen soms eni­ge tijd af­we­zig leek, voor­al om twaalf uur als er een klok­je had ge­luid. Bij na­vraag gaf Bruck­ner toe dat hij na dit klok­je – het an­ge­lus­klok­je – in­der­daad eni­ge tijd in ge­bed was. Ook hield hij in een schrift nauw­keu­rig bij wel­ke ge­be­den hij op een dag ge­zegd had. Niet ie­der­een had ove­ri­gens sym­pa­thie voor de een­vou­di­ge ka­tho­lie­ke or­ga­nist. Mah­ler noem­de Bruck­ner min­ach­tend Halb Trottl, halb

Ge­nie, ‘half idi­oot, half ge­nie’. Ook Brahms – Bruck­ner be­lang­rijk­ste tijd­ge­noot in We­nen – moest niets van de pro­vin­ci­a­le com­po­nist we­ten. En dan nog maar te zwij­gen van over de jon­ge­da­mes aan wie Bruck­ner – on­suc­ces­vol – een hu­we­lijks­aan­zoek stuur­de.

Or­ga­nist

Hier staat ech­ter te­gen­over dat Bruck­ner een gro­te re­pu­ta­tie had als or­ga­nist, voor­al als im­pro­vi­sa­tor. In 1869 maak­te hij een tour­nee door Frank­rijk en in 1871 toer­de hij door En­ge­land, waar hij zes re­ci­tals gaf op het gro­te or­gel van the Roy­al Al­bert Hall en vijf in Crystal Pala­ce. Bruck­ners ul­tie­me mo­ment of fa­me was ech­ter de pre­mi­è­re van zijn ze­ven­de sym­fo­nie in 1884. Vest­dijk be­weert dat Bruck­ner in es­sen­tie Beet­ho­ven-sym­fo­nie­ën blijft com­po­ne­ren, maar dan op een me­ga­lo­ma­ne schaal. Dat klopt. De ze­ven­de sym­fo­nie duurt bij van Zwe­den meer dan ze­ven­tig mi­nu­ten. Het komt bij de uit­voe­ring daar­om in de eer­ste plaats op plan­ning aan. Rus­tig de tijd ne­men. Niets te snel weg­ge­ven. El­ke cli­max een lo­gisch ver­band ge­ven met wat is ge­weest en voor­al: wat nog komt. Dat is aan Van Zwe­den goed be­steed. Zijn lan­ge lij­nen over­tui­gen en steeds blijkt hij nog een troef ach­ter de hand te heb­ben, waar­door de rond­lei­ding door de­ze klank­ka­the­draal mij blijft boei­en. Bruck­ner is de ko­ning van de lang­za­me de­len. Voor­al het twee­de deel ( Ada­gio. Sehr fei­er­lich und sehr langsam) is de moei­te waard, on­der an­de­re van­we­ge de ma­gi­stra­le me­lo­die­ën en het over­don­de­ren­de ef­fect van de ko­per­bla­zers.

An­ton Bruck­ner, Symp­ho­nies nos. 1-9. Ne­ther­lands Ra­dio Phil­har­mo­nic Or­ches­tra o.l.v. Jaap van Zwe­den. CHALLENGE CLASSICS CC2702

An­ton Bruck­ner droeg al zijn sym­fo­nie­ën op aan ‘dem lie­ben Gott’, en dat was niet lou­ter lip­pen­dienst.

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.