Paus­but­ler

Maar heel wei­nig men­sen kun­nen zeg­gen dat zij hun le­ven deel­den met een paus, en nog min­der men­sen kun­nen dat zeg­gen over een hei­li­ge paus. Gui­do Gus­so is een van hen. Hij was ka­mer­heer, per­soon­lij­ke but­ler en zelfs chauf­feur van Sint-Jo­han­nes XXIII.

Katholiek Nieuwsblad - - FRONT PAGE - Mar­ta Pe­tro­sil­lo, Ro­me

Gui­do Gus­so maak­te de hei­li­ge Jo­han­nes XXIII van heel na­bij mee.

Gui­do Gus­so schreef het boek Il San­to che ha cam­bi­a­to la mia vi­ta, ‘De hei­li­ge die mijn le­ven ver­an­der­de’ als eer­be­toon aan ‘de goe­de paus’. Het is een soort au­to­bi­o­gra­fie waar­in hij het on­ge­loof­lij­ke ver­haal ver­telt van zijn band met An­ge­lo Gi­u­sep­pe Ron­calli (18811963). Die ont­stond in het be­gin van de ja­ren vijf­tig, toen Gus­so, zoon van een vis­ser uit een stad­je bij Ve­ne­tië, een baan kreeg als be­dien­de van de toen­ma­li­ge pa­tri­arch van Ve­ne­tië. Gus­so is be­kend on­der va­ti­ca­nis­ten. De in­mid­dels 86-ja­ri­ge deel­de ver­schil­len­de ver­ha­len met jour­na­lis­ten, in het bij­zon­der toen Jo­han­nes XXIII in 2014 hei­lig werd ver­klaard. Toch is de voor­ma­li­ge ka­mer­heer ab­so­luut niet in pu­bli­ci­teit ge­ïn­te­res­seerd. “Ik heb een be­lof­te ge­daan en ik wil dat de we­reld de man kent, die ik de ge­na­de had te ken­nen”, ver­telt hij. In het pro­mo­ten van zijn boek is hij niet erg ge­ïn­te­res­seerd, legt hij uit.

Ge­lij­ke­nis met Fran­cis­cus

Het is on­ge­loof­lijk om, Gus­so’s boek le­zend, de enor­me ge­lij­ke­nis te ont­dek­ken tus­sen paus Jo­han­nes XXIII en paus Fran­cis­cus. Dat merkt ook de au­teur op. “Hij, Fran­cis­cus, heeft Jo­han­nes’ vrien­de­lijk­heid; hij is at­tent voor de ar­men en de ne­de­ri­gen. Ik heb hem dat ooit ver­teld. Aan het eind zei ik hem: ‘U en Jo­han­nes XXIII zijn bij­na iden­tiek.’ Hij be­gon te la­chen.” Net als Fran­cis­cus hield paus Ron­calli niet van Va­ti­caans pro­to­col. Hij “ont­snap­te” soms, met Gus­so’s me­de­plich­tig­heid, uit het Va­ti­caan en was de men­sen die voor de Hei­li­ge Stoel werk­ten zeer na­bij. Zo kreeg een tuin­man die het geld niet had om te trou­wen, een erg gul­le gift van de paus.

Een beet­je per­plex

Het boek be­gint met het ver­haal van Gus­so’s fa­mi­lie. Daar­na blikt hij te­rug op zijn eer­ste ont­moe­ting met toen­ma­lig pa­tri­arch Ron­calli. Het was maart 1953. “Ik was erg ner­veus”, schrijft hij, “maar de kar­di­naal vond me aar­dig en ik kreeg de baan. Hij kwam uit een een­vou­dig ge­zin, net zo­als ik, en zei al­tijd dat vis­sers als boe­ren zijn: ze le­ven bui­ten en zijn no­be­le men­sen.” Hij be­gon te rei­zen met de toe­kom­sti­ge paus, naar Li­ba­non, Egyp­te en het Hei­lig Land. Maar om­dat de baan bij het pa­tri­ar­chaat niet al te goed be­taal­de, vroeg Gus­so, die wil­de gaan trou­wen, Ron­calli om op­slag. “‘Wees niet be­zorgd over je toe­komst’, zei hij me. Ik stond een beet­je per­plex (…) Een jaar la­ter werd hij tot paus ge­ko­zen en ver­an­der­de mijn le­ven van de ene op de an­de­re dag.”

Lek­ken

De voor­ma­lig but­ler her­in­nert zich dat toen ze naar Ro­me ver­trok­ken, Ron­calli geen idee had dat hij op het punt stond paus te wor­den. “Hij bleef me vra­gen of ik de cap­pa mag­na, de li­tur­gi­sche kle­ding die kar­di­na­len dra­gen als ze de nieu­we paus eren, had in­ge­pakt.” Toen werd Ron­calli ver­ko­zen. Gus­so was bij hem in de ‘ka­mer van tra­nen’, waar een nieu­we paus wordt ge­kleed. “Gui­do”, vroeg Jo­han­nes XXIII, “had je je voor­ge­steld dat dit zou ge­beu­ren?” De nieu­we paus schaf­te met­een de tra­di­tie af van het kus­sen van de pau­se­lij­ke schoe­nen, van de da­mas­ten dra­pe­rie die de voe­ten van de paus be­dek­te wan­neer hij zat (hij was be­zorgd dat hij er­over zou val­len), en de draag­stoel, waar­van hij zei dat die zijn hoofd draai­e­rig maak­te. Hij hield ook niet al te zeer van het pro­to­col of strik­te­re re­gels. Tij­dens zijn pon­ti­fi­caat had Jo­han­nes XXIII meer dan voor­heen loy­a­le men­sen om zich heen no­dig, en Gus­so was een van hen. De ka­mer­heer spreekt over ver­schil­len­de lek­ken van­uit het pau­se­lijk ap­par­te­ment, en de paus be­sloot de te­le­foon niet meer te ge­brui­ken.

Ont­snapt

In zijn boek ver­telt Gus­so ook ver­ma­ke­lij­ke ver­ha­len, zo­als die keer dat de twee “ont­snap­ten” uit het Va­ti­caan voor en­ke­le rit­jes in Ro­me. “Na­dat we acht da­gen in de Va­ti­caan­se Tui­nen had­den ge­wan­deld, zei hij: ‘Maar we zien al­tijd de­zelf­de plaat­sen! Gui­do, breng me naar de gro­te fon­tein op de Ja­ni­cu­lum-heu­vel, naar de tui­nen van Vil­la Borg­he­se!’” Een an­de­re keer piep­ten ze het pau­se­lijk zo­mer­ver­blijf in Cas­tel Gan­dolfo uit voor wat uit­stap­jes in de Al­baan­se Heu­vels. De paus vroeg Gus­so om de sleu­tel van een ach­ter­af­poort te vin­den. Hij deed het, en na en­ke­le ron­des om de Va­ti­caan­se po­li­tie er­in te la­ten lo­pen, slaag­den ze er­in te ont­snap­pen. Kort daar­op her­ken­den men­sen de paus. “Ie­der­een zwaai­de naar hem en sprak in Ro­meins dia­lect. Toen zei hij me: ‘La­ten we naar huis gaan, an­ders wordt Cap­ovil­la (de per­soon­lijk se­cre­ta­ris van de paus - mp) boos.’ Je had de uit­druk­king op het ge­zicht van de Zwit­ser­se Gar­dist moe­ten zien toen we te­rug­kwa­men!”

Schil­de­rij­en ver­plaat­sen

Ve­le an­de­re ver­ha­len to­nen ons de hou­ding van de hei­li­ge paus en zijn re­la­tie met Gus­so. “Hij wil­de dat ik En­gels zou le­ren. Ik schreef me in voor een cur­sus bij de Brit­se School maar die start­te om ne­gen uur ’s avonds. Ik kon niet gaan om­dat ik dan het di­ner moest ser­ve­ren, dus ver­vroeg­de hij het di­ner naar half acht.” Wan­neer de but­ler te laat was voor de och­tend­mis, kwam de paus zelf hem wek­ken: “Kom op Gui­do, je bent te laat voor de Mis!” Grap­pig is het beeld van de twee die schil­de­rij­en aan de mu­ren van het apos­to­lisch pa­leis han­gen. “De Va­ti­caan­se bloe­mist stuur­de tien men­sen om wat schil­de­rij­en op te han­gen, maar ze hin­gen die of te hoog of te laag, dus de paus zei me: ‘Vraag hun je wat spij­kers, een ha­mer en een lad­der te ge­ven.’ Een dag of wat la­ter gin­gen hij en ik de schil­de­rij­en ver­plaat­sen. Ik klom op de lad­der en hij stond en hield die vast, en gaf me in­struc­ties: ‘Ho­ger’, ‘la­ger’…”

Maar het ont­roe­rend­ste mo­ment was het laatste. Gus­so zat aan zijn bed toen de paus stierf. “Hij bood me een pro­mo­tie aan, maar ik wees die af. ‘In plaats daar­van’, zei ik hem, ‘zult u me van­uit de he­mel be­scher­men, mij, mijn zoon Gio­van­ni en mijn vrouw An­to­nia.’ ‘Ik ben blij dat je dat zegt. Als je ooit iets no­dig hebt, roep dan ge­woon en ik zal je hel­pen’, zei Ron­calli. Op dat mo­ment dacht ik: dit is de hei­li­ge die mijn le­ven ver­an­der­de!” (Vert. PD)

Paus Jo­han­nes XXIII wan­del­de graag in de Va­ti­caan­se Tui­nen, maar wil­de ook wel eens wat meer zien dan dat.

Gui­do Gus­so met zijn ‘baas’, pa­tri­arch An­ge­lo Ron­calli van Ve­ne­tië. Toen de­ze paus Jo­han­nes XXIII werd, ver­huis­de Gus­so mee naar het Va­ti­caan.

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.