‘Ik bad voor mijn ont­voer­ders’

Zes da­gen lang werd de Ita­li­aan­se pries­ter Mau­ri­zio Pal­lù (63) ont­voerd in Ni­ge­ria. In een ex­clu­sief in­ter­view ver­telt de mis­si­o­na­ris, die ja­ren­lang werk­zaam was in Ne­der­land, zijn aan­grij­pen­de ver­haal.

Katholiek Nieuwsblad - - KNACTUEEL - Fran­ce­s­co Pa­loni

“Chris­tus is ver­re­zen!”, is het eer­ste wat Mau­ri­zio Pal­lù door de te­le­foon zegt, als hij ver­telt over het­geen hij mee­maak­te. Ter­wijl hij op 12 ok­to­ber on­der­weg was naar een vie­ring waar­bij de Ni­ge­ri­aan­se bis­schop­pen de plaat­se­lij­ke Kerk wil­den toe­wij­den aan het On­be­vlekt hart van Ma­ria, werd zijn au­to over­val­len door een ge­wa­pen­de groep die hem sa­men met twee an­de­ren da­gen­lang gij­zel­de in de Ni­ge­ri­aan­se bos­sen. De pries­ter is ver­bon­den aan de Neo­ca­te­chu­me­na­le Weg en sinds 2015 werk­zaam als mis­si­o­na­ris in Ni­ge­ria. Tus­sen 1993 en 2008 was hij pa­stoor in Haar­lem en Heer­hugo­waard. Ook was hij spi­ri­tu­aal van het Re­demp­to­ris Ma­ter Se­mi­na­rie in Nieu­we Nie­dorp. Daar­door deed het nieuws van zijn ont­voe­ring ook breed de ron­de bin­nen de Ne­der­land­se Kerk­pro­vin­cie.

“De adre­na­li­ne is aan het af­ne­men”, ver­telt Pal­lù. De pries­ter is in­mid­dels te­rug­ge­keerd naar Ita­lië om bij te ko­men, maar heeft al in ver­schil­len­de in­ter­views te ken­nen ge­ge­ven zo snel mo­ge­lijk te­rug te wil­len naar Ni­ge­ria. In zijn stem is blijd­schap en dank­baar­heid te ho­ren. “De Maagd Ma­ria heeft ons be­vrijd. Ik ben ont­roerd door de ve­le men­sen die voor mij heb­ben ge­be­den. Ik ben er­van over­tuigd dat ook dat mijn le­ven heeft ge­red.”

U bent aan het bij­ko­men van een zesdaagse gij­ze­ling waar­bij u on­ze­ker was over uw lot. Hoe heeft u de­ze tijd be­leefd?

“Wij ver­ble­ven da­gen­lang in een bos, steeds op de­zelf­de plek. Ik heb de to­ta­le mach­te­loos­heid er­va­ren. Ik had al­leen een ro­zen­krans; de Bij­bel en het ge­tij­den­boek had­den ze van mij af­ge­no­men. Ik heb ont­zet­tend veel ro­zen­kran­sen ge­be­den. Ik heb een bij­zon­de­re de­vo­tie tot On­ze Lie­ve Vrouw van Fa­ti­ma. Tij­dens mijn ver­blijf in Ne­der­land heeft ze mij al­tijd ge­hol­pen, ik wijd­de ook de pa­ro­chies waar ik werk­zaam was aan haar toe. Ik wil­de niet ster­ven en bad veel voor mijn ont­voer­ders. Ik bad ook dat de Heer ons zou be­vrij­den. Ik deed een ge­we­tens­on­der­zoek en dacht: ben ik nu klaar om te ster­ven? Nee, Heer. Ik heb nog niet vol­doen­de be­rouw over al mijn zon­den. Als U mij nog een aan­tal ja­ren geeft, be­loof ik U dat ik mijn ij­ver zal ver­me­nig­vul­di­gen om ve­le zie­len naar U te lei­den.”

Het was de twee­de keer dat u werd ont­voerd in Ni­ge­ria. Wat heeft dit met uw ge­loof ge­daan?

“Op 13 ok­to­ber 2016 (dag van het zon­ne­won­der in Fa­ti­ma in 1917, fp) ben ik uren­lang ge­van­gen­ge­no­men. We wer­den be­roofd en on­der schot ge­hou­den, maar kwa­men er le­vend van­af. Dit jaar zijn we aan de voor­avond van 13 ok­to­ber ont­voerd. Als de dui­vel een der­ge­lij­ke strijd laat los­bar­sten voor een arm­za­lig per­soon zo­als ik, dan is het om een heel be­lang­rij­ke re­den. El­ke keer dat wij be­gin­nen te evan­ge­li­se­ren, wor­den wij aan­ge­val­len en el­ke keer grijpt Ma­ria in die ster­ker is dan de aan­val van de dui­vel. Zij be­vrijdt ons niet al­leen, maar geeft ons dub­bel zo veel kracht. De­ze er­va­ring heeft mijn ge­loof, mijn hoop en mijn lief­de doen groei­en.”

Heeft u tij­dens de ont­voe­ring het ge­voel ge­had dat uw ge­be­den wer­den ver­hoord?

“Ik heb een ant­woord van de Heer ge­zien. Juist op 13 ok­to­ber ver­zacht­te het hart van de ben­de­lei­der ge­lei­de­lijk. Ik kon met hem de dia­loog aan­gaan: ‘Je bent mijn broe­der. Ik bid voor jul­lie, jul­lie zijn geen vij­an­den voor mij’. Hij ant­woor­de: ‘Bid maar!’ Er ont­stond een band tus­sen ons. Ik heb in mijn le­ven met val­len en op­staan ont­dekt dat te­gen­stel­lin­gen al­tijd ver­keerd zijn. Wan­neer wij ons te­gen­over de an­der op­stel­len, heb­ben wij het al­tijd fout. Wan­neer we zeg­gen: mos­lim – chris­ten, goed – slecht, rein – on­rein, en­zo­voorts. Want in ie­der van ons is van al­les aan­we­zig. In mij is ook een ge­weld­da­dig per­soon aan­we­zig die in staat is te ver­moor­den. Ik zei te­gen de lei­der: ‘Hoe kan ik jul­lie ver­oor­de­len? Ik ben niet be­ter dan jul­lie’. Ik merk­te dat zij zich niet ver­oor- deeld voel­den. Ik bad tot de Heer: ‘als U wilt dat wij ster­ven, lie­ver niet, maar breng ons dan al­le­maal naar de he­mel. Ook on­ze moor­de­naars. Ik wil mijn le­ven dan op­of­fe­ren voor hun red­ding’.”

Wat wa­ren de moei­lijk­ste mo­men­ten?

“Za­ter­dag 14 ok­to­ber was een he­le moei­lij­ke dag. On­der de ben­de­le­den was een man die zeer ge­weld­da­dig was. Om ver­schil­len­de re­de­nen denk ik dat de­ze man be­ze­ten was door de dui­vel. Hij wil­de ons echt ver­moor­den. Met een stok sloeg hij op on­men­se­lij­ke wij­ze in op de an­de­re man die sa­men met mij ge­van­gen was ge­no­men. De lei­der zei: ’Hij is een heel slech­te en kwaad­aar­di­ge man’. Ik dacht: ‘Als hij niet weg­gaat, zijn we ver­lo­ren’. Toen be­gon ik ook te bid­den om de voor­spraak van Car­men Her­nán­dez (me­de-ini­ti­a­tor Neo­ca­te­chu­me­na­le Weg, in 2016 over­le­den, fp). Sa­men met de Maagd Ma­ria vorm­de zij een ij­zer­sterk team! ‘Laat de­ze bloed­dor­sti­ge man als­je­blieft weg­gaan, an­ders ver­moordt hij ons. Hij is niet ge­ïn­te­res­seerd in geld, al­leen in bloed­ver­gie­ten’, bad ik. En zie: op zon­dag stuur­de de lei­der hem weg. Trek zelf maar de con­clu­sie. Toen be­gon ik te ho­pen dat wij er le­vend van­af zou­den ko­men. Het was als een soort tri­du­üm: vrij­dag en za­ter­dag de dood, en zon­dag de ver­rij­ze­nis.”

Wat heeft u tij­dens uw ge­van­gen­schap voor­al moed ge­ge­ven?

“Een chris­te­lij­ke ge­meen­schap. De ge­be­den van mijn broe­ders en zus­ters. We zijn al­le­maal nor­ma­le men­sen, er zijn geen su­per­ster­ren of su­per-mis­si­o­na­ris­sen. We zijn één li­chaam, één ge­meen­schap van ar­men en zon­daars, waar­in de ar­moe­de en zon­de door de ge­na­de Gods in kracht ver­an­de­ren. Dat schept ook broe­der­lij­ke ver­bon­den­heid. Daar­van wil ik ge­tui­gen. Ik dank God en zijn han­de­len door de ge­meen­schap. God maakt ge­bruik van ar­me, een­vou­di­ge men­sen om de we­reld te red­den. Er is een scè­ne in de film The Lord of the Rings, waar­in wordt ge­zegd dat ze al­leen kun­nen af­wach­ten tot de klei­ne hob­bits de ring in het vuur wer­pen, ze kun­nen niets doen. Dat heb ik ten diep­ste ge­voeld tij­dens mijn ge­van­gen­schap. Ik kan al­leen af­wach­ten tot het mo­ment waar­op Chris­tus door de ar­men heen het werk van de bo­ze ver­nie­tigd. Ik voel mij ab­so­luut geen held, ik ben erg bang ge­weest. Maar ik heb de macht van zijn ge­na­de ge­zien en dat kan nie­mand mij af­ne­men.”+

‘ Ik voel mij ab­so­luut geen held, ik ben erg bang ge­weest’

Don Mau­ri­zio Pal­lù (links) bij aan­komst op de lucht­ha­ven van Flo­ren­ce, waar hij werd op­ge­wacht door hon­der­den ge­lo­vi­gen van het Neo­ca­te­chu­me­naat.

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.