Bij­voor­beeld Olek­sa Za­ry­c­kyj

Katholiek Nieuwsblad - - KNINSPIRATIE -

“Nee, geen tijd. Ie­der ogen­blik kan de po­li­tie mij ar­res­te­ren.” Al meer dan 24 uur hoort Olek­sa Za­ry­c­kyj biecht, heeft hij niet ge­sla­pen of ge­ge­ten; hij wil dat ie­der­een de Hei­li­ge Com­mu­nie kan ont­van­gen. Na af­loop be­gint de Grieks-ka­tho­lie­ke pries­ter met de Hei­li­ge Mis, maar dan klinkt: “De po­li­tie!”

In Sta­lins Rusland wor­den pries­ters als staats­ge­vaar­lijk be­schouwd. Olek­sa had juist tien jaar in een straf­kamp in Ka­zach­s­tan door­ge­bracht. Sinds zijn vrij­la­ting, in 1958, reis­de hij door de Rus­si­sche vlak­tes om over­al de Sa­cra­men­ten toe te die­nen, met de Staats­po­li­tie steeds op zijn hie­len

“Va­der, volg mij.” Olek­sa volgt Ma­ria Schnei­der naar een huis bui­ten het door Sta­lin ge­vorm­de Duit­se get­to, waar zij hem eten en drin­ken geeft. De pries­ter is zo ver­drie­tig, de men­sen had­den ge­biecht, maar kon­den niet de Hei­li­ge Com­mu­nie ont­van­gen. “Va­der, wij zul­len een gees­te­lij­ke Com­mu­nie doen.”

Sa­men met Pul­chria Koch lo­pen ze twaalf ki­lo­me­ter, door sneeuw en vorst, door het bos naar een af­ge­le­gen sta­ti­on­ne­tje. Ze ko­pen een kaartje en wach­ten tot de trein komt. Plots komt er een sol­daat bin­nen, loopt op de pries­ter toe: “Waar gaat u naar­toe?” Olek­sa durft niets te zeg­gen, is bang voor het le­ven van de vrou­wen. Dan spreekt Ma­ria Schnei­der: “Wij heb­ben on­ze vriend naar het sta­ti­on ge­bracht. Kijk, hier is zijn kaartje.” De man kijkt de pries­ter aan en zegt: “Stap niet in de laat­ste wa­gon, want die wordt bij het vol­gen­de sta­ti­on af­ge­kop­peld. Goe­de reis!” Na­dat de sol­daat is ver­trok­ken zegt Va­der Olek­sa: “God zond ons een en­gel. Ik zal nooit ver­ge­ten wat jul­lie voor mij heb­ben ge­daan. Als God het mij toe­staat, kom ik te­rug om de Hei­li­ge Com­mu­nie te ge­ven.” En hij hield woord.

In april 1962 wordt Olek­sa als­nog op­ge­pakt en als “on- ver­be­ter­lijk” naar con­cen­tra­tie­kamp Do­lin­ga ge­stuurd. Vrou­wen zien hoe hij daar tot bloe­dens toe wordt mis­han­deld, in een kuil ge­gooid en drui­pend van het bloed aan een touw er­uit wordt ge­trok­ken. Op een dag weet hij een brief­je uit het kamp te smok­ke­len: “Moe­der Ma­ria heeft mij be­zocht, ze zei te­gen mij: ‘Mijn zoon, je zult nog even moe­ten lij­den. Maar ik kom jou snel ha­len.’”

En dat doet zij op 30 ok­to­ber 1963. De dood­gra­ver ver­telt: “Ik bracht het lijk weg, werd ge­volgd door een jon­ge vrouw ge­kleed in het wit. Ik wil­de haar nog vra­gen hoe zij het kamp was bin­nen­ge­ko­men, maar durf­de dat niet. Ze zong zacht­jes. Toen ik klaar was draai­de ik mij om, maar zij was weg.” Ma­ria was haar pries­ter­zoon ko­men ha­len.

Paus Jo­han­nes Pau­lus II ver­klaart Olek­sa Za­ry­c­kyj in 2001 za­lig.

Mi­chael As

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.